De toets start met een sollicitatiebrief van een fictieve student voor een Lio-plek. In deze
sollicitatiebrief zijn sommige woorden niet volledig gespeld (aangegeven door […]), komen
woorden of delen van woorden voor die vetgedrukt zijn en woorden of zinsdelen die gearceerd
zijn. De toets bestaat uit de volgende onderdelen: spelling, spellingdidactiek, grammatica en
formuleren. Hieronder staat per onderdeel wat je moet doen bij de opdracht met daarbij een
voorbeeld. Daarbij staat er ook wat je moet kennen voor dit onderdeel
Spelling
- 10 items over de woorden met de aanduiding […]
- Vraag 1a. Schrijf het hele woord op de juiste manier op
- Vraag 1b. Geef de regel die op dit woord van toepassing is
Voorbeeld opgaven + antwoord
1. pabo[…]student
a. Juiste schrijfwijze: pabostudent
b. Uitleg: een samenstelling met twee delen schrijf je als één woord, behalve als er een
klinkerbotsing plaatsvindt en het de leesbaarheid bemoeilijkt. Dat is in dit woord niet het geval,
vandaar dat dit woord als één woord geschreven wordt.
2. gebeur[…]
a. Juiste schrijfwijze: gebeurt
b. Uitleg: tegenwoordige tijd enkelvoud, ik-vorm + t
3. rede[…]
a. Juiste schrijfwijze: reden
b. Uitleg: het gaat hier om het zelfstandig naamwoord ‘de reden’. Dit zelfstandig naamwoord
heeft een andere betekenis dan het zelfstandig naamwoord ‘de rede’ (hier niet van toepassing)
Theorie verschillende spellingregels
• Verschillende spellingregels
• Wanneer d, t en dt etc. kofschip regel, samenstelling regel,
Spellingdidactiek
- 5 items over de woorden en delen van woorden die vetgedrukt zijn (juist gespeld in de
brief)
- Vraag 2a. Geef van deze woorden zo precies mogelijk aan hoe je kinderen uitlegt wat de
juiste schrijfwijze van het woord is.
, - Vraag 2b. Noem het instructieprincipe en de spellingstrategie die je inzet.
Voorbeeld opgaven + antwoord
1. maken
a. Uitleg: woord in klankvoeten opdelen maa-ken. De aa is een lange klank, dus gaat er een a
af -> maken
b. Instructieprincipe: syllabisch principe
Spellingstrategie: regelstrategie, regelwoorden: aanleren van regels
2. taak
a. Uitleg: klankzuiver woord, dus je schrijft het woord zoals je het hoort
b. Instructieprincipe: fonologisch principe
Spellingstrategie: elementaire spellingshandeling, auditieve strategie, luisterwoorden ‘je schrijft
het woord zoals je het hoort’
Theorie spellingstrategie
De aanpak (strategie) die iemand gebruikt om tot de juiste schrijfwijze van een woord te komen.
Er zijn vijf strategieën:
Elementaire spellinghandeling (Fonologische strategie): foneem omzetten naar een
grafeem. Gesproken woord à auditieve analyse, klanken onderscheiden(m/aa/n) à
temporeel ordenen, onthouden volgorde fonemen à koppeling foneem/grafeem à
grafische code, geschreven woord. Deze handeling geld voor klankzuivere woorden
Klankclusterstrategie (Fonologische strategie): spraakklankgroepen omzetten in
lettercombinaties. Klankgroepen in het Nederlands hebben soms vast lettercombinaties
(ooi, aai, oor, eur, nk, eeuw, ieuw etc.)
Woordbeeldstrategie (visuele strategie): beroep doen op het woordgeheugen, ook
visuele strategie. Bij deze woorden moet je gewoon weten hoe je ze schrijft. Het gaat
vaak om leenwoorden of fonemen met twee verschillende grafemen (ou – au, ij – ei en g
– ch)
Regelstrategie: toepassen van spellingregels.
Analogiestrategie: een woord vergelijken met een ander woord. Je kunt kijken naar een
overeenkomst in klank (lopen, dopen, hopen) of naar overeenkomst in betekenis (hond,
honden, hondenhok).
Hulpstrategie: geheugensteuntjes of hulpregels. Deze zijn persoonlijk of aangeleerd
tijdens de les.
Theorie instructieprincipes
Er zijn verschillende spellingprincipes van het Nederlands:
Fonologisch principe: Voor elke spraakklank een aparte letter of lettercombinatie, elk
foneem wordt door een apart grafeem weergeven. Woorden die volgens het fonologisch
principe worden gespeld, noemen we klankzuiver, je schrijft de woorden zoals je ze
aanspreekt. Niet klankzuiver wil zeggen dat je ze anders schrijft dan dat ze klinken.