Hoofdstuk 1) Introductie Engels in het basisonderwijs
Paragraaf 1.1) Tol van ‘Europa’ in het talenonderwijs
De Europese Raad (ER) probeert te bereiken dat alle Europese burgers op den duur naast
hun moedertaal (M) ten minste twee vreemde talen beheersen: M + 2. Een van die twee
vreemde talen is een gemeenschapstaal of lingua franca; een taal die door grote groepen
mensen met verschillende moedertalen als gemeenschappelijke taal gebruikt kan worden.
met het Erasmus + Programme wil de Europese Commissie meertaligheid en taaldiversiteit
bevorderen door werken en studeren over de grens te stimuleren en taalonderwijs te
ondersteunen. De Europese dag van de talen is bedoeldom het grote aantal talen in Europa
onder de aandacht de brengen en om culturele en taalkundige diversiteit te stimuleren, het
doel is ook om mensen aan te moedigen om talen te leren. Global English wil zeggen dat
Engels gebruikt wordt als wereldwijde communicatietaal. The Common European
Framework of Referene for Languages (CEFR) zorgt dat je taalniveaus in de verschillende
Europese landen met elkaar kan vergelijken. Het CEFR is voor Nederland vertaalt in het
Europees Referentiekader voor de Talen (ERK). Er zijn verschillende vaardigheden: luisteren,
lezen, spreken (interactie), spreken (productie) en schrijve. Ook zijn er verschillende niveaus:
A1 en A2 is basisgebruiker (vooral informeel taalgebruik), B1 en B2 is onafhankelijke
gebruiker (formeler taalgebruik) en C1 en C2 is vaardige gebruiker. Vvto-scholen zijn scholen
die vroeg vreemdetalenonderwijs geven. Er is door Europese afspraken in Nederland sprak
van language and culture awareness: bewustwording van andere talen en culturen. Ook is er
een pilot tweetalig basisonderwijs (tpo) gestart en is het aantal tweetalige scholen in het
voortgezet onderwijs omhoog gegaan. Ook in Nederland is meertaligheid een normaal
verschijnsel geworden. Engels is voor Nederlanders niet heel moeilijk aangezien de twee
talen dezelfde oorsprong hebben en we vaak in aanraking komen met Engels door bijv.
muziek, films, televisie etc. Receptieve taalvaardigheden zijn lezen en luisteren en
productieve taalvaardigheden zijn spreken en schrijven. Dunglish of steenkolenengels is het
vermengen van Nederlands met Engels (I am going on rice).
Paragraaf 1.2) Stand van zaken van Engels in het basisonderwijs
In 1986 is Engels in het basisonderwijs (Eibo) als verplicht vak ingevoerd, het aantal uren
staat niet vast. De invoering van Eibo heeft vier voorwaarden genoemd: Engels krijgt een
geïntegreerde plaats in het basisonderwijs, er komt een longitudinale leerlijn van Eibo naar
het voortgezet onderwijs, de leraren in het basisonderwijs worden opgeleid om Engels te
geven en er wordt lesmateriaal voor Eibo ontwikkeld. De kerndoelen bieden weinig houvast,
daardoor is er voor ieder vak een leerlijn met tussen doelen geschetst van groep 1 t/m groep
8 (TULE). De buitenschoolse exposure neemt toe, de blootstelling aan Engels buiten school.
engels neigt naar een additional language, een andere taal dan de moedertaal die voor
communicatie kan worden gebruikt. Naast de kerndoelen is er een niet verplichte Landeljike
Standaard vvto Engels ontwikkeld, deze standaard heeft vier gedifferentieerde eindniveaus
voor leerlingen die uitstromen naar de leerwegen in het vmbo, havo en vwo. Content and
Language Integrated Learning (CLIL) os voor het basisonderwijs als primary CLIL sterk in
ontwikkeling. Er wordt in het basisonderwijs zelden Engels gegeven door een vakleerkracht.
5% van de vvto-scholen heeft een native English speaking teacher (NEST) in dienst; een
Engelstalige leraar po. B2 is het minimumniveau dat je nodig hebt om goed Engels te kunnen
geven. In het eindadvies van het Platform Onderwijs2032 zijn begin 2016 enkele voorstellen
, gedaan voor Engels in het po; verplicht kernvak worden, heldere doelen op stellen. Als de
einddoelen zijn geformuleerd in ERK-niveaus ligt het voor de hand dat veel meer scholen
vanaf groep 1 met Engels willen starten om de doelen te kunnen halen.
Paragraaf 1.3) Inleiding op de communicatieve aanpak
Het uitganspunt van Engels op de basisschool is communicatief Engels; Engels waarmee de
leerling kan communiceren. Met de communicatieve aanpak leren kinderen Engels meteen
te gebruiken en met elkaar en anderen te communiceren in alledaagse situaties. Er zijn zes
belangrijke kenmerken van de communicatieve aanpak voor Eibo:
1) Taalaanbod: gevarieerd en kwalitatief goed taalaanbod, de leerstof wordt
aangeboden in alledaagse thema’s
2) Gebruikmaking van voorkennis: ruimte bieden voor individuele variaties in kennis en
kunde: de leerling en het leerproces zijn het middelpunt
3) Situationeel aanbod van Engels: woorden en zinnen worden aangeboden in een
context, zodat leerlingen het nut en de betekenis ervan inzien.
4) Realistisch taalgebruik: realistische dialogen gebruiken, leerlingen horen de ‘echte’
Engelse spreektaal en geen versimpelde of te gemakkelijke taal. Er zijn veel
verschillende manieren om dingen in het Engels uit te spreken
5) Vaardigheden: luisteren, kijken, spreken, lezen, schrijven en opzoekvaardigheid. Je
kunt schrijven op twee manieren inzetten; ter ondersteuning (bijv. nieuwe woorden
onthouden) en communicatiemiddel (brief, om met anderen te communiceren).
6) Ondersteuning: je zorgt voor een veilige omgeving waarin de leerlingen fouten
mogen maken. afwisseling in activiteiten is erg belangrijk, alle kinderen leren
beter/slechter van bepaalde activiteiten. Je geeft positieve feedback aan de
leerlingen zodat ze hun Engels kunnen verbeteren.
Paragraaf 1.4) Buitenschoolse voorkennis
Kinderen willen graag Engels leren, maar dat betekent niet dat ze het een gemakkelijke taal
of leuk vak gaan vinden. een stille periode is een periode waarin kinderen zelf nog geen
Engels hoeven te spreken. Ook voor anderstalige leerlingen is Engels een verplicht vak in het
basisonderwijs. Door situationeel aanbod leren de kinderen meteen. Bij het spreken van
Engels in een les ondersteun je de taal met gebaren, met het aanwijzen van voorwerpen en
met het visualiseren van de boodshcap. Ook kun je leerlingen instructies laten uitvoeren,
deze benadering wordt Total Physical Response (TPR) genoemd. Voor dyslectische leerlingen
is het extra goed als ze op jonge leeftijd zo veel mogelijk Engels leren verstaan en spreken. In
het speciaal basisonderwijs (SBO) is Engels niet verplicht, maar ook voor die leerlingen is het
nuttig om te starten met het leren van Engels en daarin gemotiveerd worden.
Paragraaf 1.5) What’s new?
De buitenschoolse voorkennis van leerlingen is groot doordat het aanbod van Engels buiten
school enorm toeneemt. Daarnaast groeien steeds meer kinderen op in meertalige situaties.
Herziening van kerndoelen zorgt voor vernieuwing van lespakketten. Door ontwikkeling is de
doelstellingen en de uitganspunten van de didactiek ongewijzigd gebleven, maar is de
uitwerking op actualiteit en leeftijd aangepast. In de communicatieve benadering wordt
gewerkt vanuit de schijf van vijf voor het talenonderwijs en daarvan afgeleid met het
vierfasenmodel voor het toepassen van elle vaardigheden. Binnen het vierfasenmodel is er
een breed repertoire aan werkvormen gericht op functionaliteit. In de jongste groepen