voorbeeldcasussen)
In dit document lees je wat je kunt verwachten tijdens het praktijkexamen, waar
je op moet letten en krijg je enkele voorbeelden van casussen waarmee je kunt
oefenen. In de casussen staat stap voor stap uitgelegd hoe je moet handelen.
Wat is het examen Doelmatig Optreden?
Het praktijkexamen Doelmatig Optreden is een onderdeel van het SVPB-examen
voor MBO Beveiliger niveau 2. Het toetst of jij in staat bent om in praktijksituaties
doelmatig, correct, veilig en volgens de regels te handelen bij verschillende
beveiligingsincidenten. Het is belangrijk dat je volgens de theorie handelt.
Hoe verloopt het examen?
Je krijgt 3 casussen voorgeschoteld, in de vorm van een
rollenspel/gesimuleerde situatie.
Bij 1 van deze casussen moet je Engels spreken.
Je wordt beoordeeld op:
o Je besluitvorming (wat je doet en waarom)
o Je communicatie (wat en hoe je iets zegt)
o Je houding en gedrag (professioneel, beheerst, klantgericht)
o Of je volgens wettelijke regels en procedures werkt
Er zijn 2 examinatoren aanwezig. Zij beoordelen op basis van een
beoordelingsformulier.
Daarnaast is er een acteur/actrice aanwezig. Dat is jouw tegenspeler in de
casussen.
Wat moet je kunnen laten zien?
Je moet laten zien dat je:
Doelgericht handelt: Je neemt passende maatregelen in iedere situatie.
Communicatief sterk bent: Je gebruikt correcte en duidelijke communicatie,
ook via portofoon (etherdiscipline).
Regels kent en toepast: Je weet wat je moet doen bij aanhoudingen,
verdachte situaties, verloren voorwerpen, noodgevallen, enz.
Vastlegt en terugkoppelt: Je meldt dingen aan de CP (centrale post) en
collega’s, en noteert waar nodig.
Overzicht en rust bewaart: Ook onder druk.
, Belangrijke begrippen & afkortingen
NAT – Bij een telefonische melding altijd vragen naar:
Naam, Afdeling, Telefoonnummer.
CP – Centrale Post (jij communiceert hiermee via portofoon)
NAVO-alfabet – Gebruik dit bij het spellen van kentekens of namen via
portofoon.
Etherdiscipline – Correct gebruik van portofoon:
o Kort en duidelijk praten
o Afsluiten met “over”
o Geen namen noemen, gebruik pasnummers of beschrijvingen
NAVO-alfabet
Hoe bereid je je goed voor?
Oefen met voorbeeldcasussen (zie voorbeeldcasussen onderaan dit
document) – Denk na: “Wat zou ik hier doen?” en spreek het hardop uit.
Ken je wetten en regels – Huisvredebreuk, verboden wapenbezit,
aanhouding, meldingsplicht.
Oefen met het NAVO-alfabet en portofooncommunicatie