Focusvragen Psychologie
HC1: Grondslagen van de psychologie
1. Wat is psychologie? (slide 12)
Pyschologie gaat over hoe gedrag van individuen gemotiveerd is (waarom doet deze persoon dit?)
en de direct waarneembare (bijv. omgevingsfactoren), de privaat toegankelijke (motieven, wensen,
meningen/attitudes, gedachten, herinneringen, etc.) en onbewuste processen en toestanden die
hierbij een rol spelen.
2. Welke drie verschillende soorten oorzaken kennen we in de psychologie? (slide 12-14)
-Direct waarneembare aspecten: kun je waarnemen en meten (bijv. agressief gedrag, reactietijd)
-Privaat toegankelijk: is alleen kenbaar voor de persoon, niet voor anderen (bijv. boosheid, verdriet,
jaloezie)
-Onbewust: is niet kenbaar voor de persoon en anderen (bijv. klassiek geconditioneerde responsen)
3. Kun je twee grondleggers van de moderne psychologie noemen? Wat deden zij? (slide 18-19)
-Wilhelm Wundt (1832-1920); Deed onderzoek naar waarneming en waarnemingsdrempels.
->Methode: introspectie (vraag proefpersonen naar hun ervaring)
->Eerste (?) psychologisch laboratorium in 1879
-William James (1842-1910); Deed onderzoek naar emoties.
->Emotie= verandering in het lichaam.
->Facial feedback hypothese; voel je je sip? Probeer te lachen (emotie is immers een lichamelijke
verandering)
4. Wat zijn de drie uitgangspunten van de moderne psychologie? (slide 20)
Drie uitgangspunten van de moderne psychologie:
1.Fysieke veroorzaking van gedrag.
2. Gedrag/ psychische processen worden gevormd door ervaring
3. De machinerie voor gedachten en gedrag (d.w.z. brein, lichaam) is vormgegeven door natuurlijke
selectie
5. Wat is het lichaam-ziel probleem? Waarom is het een ‘probleem’? (slides 22-25)
Tot de 17e eeuw werd er gedacht dat de mens bestaat uit een lichaam (stoffelijk) en een ziel
(onstoffelijk). De ziel beïnvloedt het lichaam. Dit is een probleem omdat psychologie over emoties,
gedachten, kennis, etc. gaat. Dat lijken niet-materiele fenomenen te zijn en dat is een probleem.
6. Hoe verloopt ‘fysieke veroorzaking van gedrag’ volgens René Descartes? (slides 23-25)
Volgens René Descartes hebben dieren geen ziel, en wordt hun gedrag dus enkel veroorzaakt door
fysieke oorzaken. Dus alles wat zowel dieren als mensen doen heeft een fysieke oorzaak!
Fysieke veroorzaking begint bij een zintuigelijke waarneming, deze gaat naar de ziel die de stimulus
verwerkt. Vanuit de ziel wordt dan actie geïnitieerd en alle spieren aangestuurd.
7. Wat is materialisme? Waarom biedt ook dit geen verklaring voor het lichaam-ziel probleem?
(slide 26)
, Materialisme gaat er vanuit dat er geen ziel is, alleen maar materie. Dit biedt geen verklaring omdat
de vraag: ‘is een gedachte ook materie?’ gesteld kan worden. Zo nee, heb je nog steeds een
probleem. Zo ja, dan moet je gedachten en gevoelens dus vanuit materie kunnen verklaren (maar hoe
dan?)
8. Waarom is onderzoek naar reflexen belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de
psychologie? (slide 27)
Omdat alle gedrag (ook breinmechanismen) reflexen zijn.
9. Wat is ‘lokalisatie van functie’ en waarom is dit belangrijk geweest voor het idee van de fysieke
veroorzaking van gedrag? (slide 18)
Door het onderzoek te doen naar reflexen is het mogelijk om functies in het brein te lokaliseren.
Schade aan bepaalde delen van het brein resulteert in selectieve uitval. Hierdoor veel inzicht
gekregen over hersengebieden.
10. Waarom is het belangrijk te onderkennen dat psychologische processen fysieke oorzaken
hebben? (slide 29)
Omdat het onderkennen van het idee dat gevoelens, gedachten, etc. fysieke oorzaken het mogelijk
maakt om psychologische processen empirisch te onderzoeken.
11. Welk idee staat centraal in het empirisme? (slide 31)
Centraal staat dat kennis en gedachten worden gevormd door sensorische ervaring. John Locke: de
mens komt als een onbeschreven blad ‘Tabula Rasa’ ter wereld, en worden geheel gevormd door
ervering.
12. Welk idee staat centraal in het nativisme? Wat is het verschil tussen a priori en a posteriori
kennis? (slide 32)
Het navitisme is het tegenovergestelde van het empirisme. Hier staat centraal dat veel van de
bepalende menselijke gedachten en motieven zijn aangevoren.
->A priori= kennis: aangeboren
->A posteriori= kennis: aangeleerd
13. Wat wordt bedoeld met het ‘nature vs. nurture’ debat? (slide 33)
Dit debat gaat over of bepaalde eigenschappen van de mens aangeboren of aangeleerd zijn.
Bijvoorbeeld of goed kunnen voetballen aangeboren is, of gewoon een kwestie van veel trainen?
Tegenwoordig geloven we dat het allebei een beetje waar is.
14. Wat heeft natuurlijke selectie te maken met het vinden van verklaringen voor emoties en
gedrag?
Evolutie: survival of the fittest (Darwin); hield in dat je fysieke eigenschappen erft want deze hebben
overlevingswaarde. Dit geldt ook voor bepaalde gedragingen (verdriet, lachen, boosheid, hebben
overlevingswaarde) en zijn dus (deels) erfelijk.
15. Met welke twee andere ideeën (naast survival of the fittest) leverde Darwin een belangrijke
bijdrage aan de ontwikkeling van de psychologie? (slides 36-37)
HC1: Grondslagen van de psychologie
1. Wat is psychologie? (slide 12)
Pyschologie gaat over hoe gedrag van individuen gemotiveerd is (waarom doet deze persoon dit?)
en de direct waarneembare (bijv. omgevingsfactoren), de privaat toegankelijke (motieven, wensen,
meningen/attitudes, gedachten, herinneringen, etc.) en onbewuste processen en toestanden die
hierbij een rol spelen.
2. Welke drie verschillende soorten oorzaken kennen we in de psychologie? (slide 12-14)
-Direct waarneembare aspecten: kun je waarnemen en meten (bijv. agressief gedrag, reactietijd)
-Privaat toegankelijk: is alleen kenbaar voor de persoon, niet voor anderen (bijv. boosheid, verdriet,
jaloezie)
-Onbewust: is niet kenbaar voor de persoon en anderen (bijv. klassiek geconditioneerde responsen)
3. Kun je twee grondleggers van de moderne psychologie noemen? Wat deden zij? (slide 18-19)
-Wilhelm Wundt (1832-1920); Deed onderzoek naar waarneming en waarnemingsdrempels.
->Methode: introspectie (vraag proefpersonen naar hun ervaring)
->Eerste (?) psychologisch laboratorium in 1879
-William James (1842-1910); Deed onderzoek naar emoties.
->Emotie= verandering in het lichaam.
->Facial feedback hypothese; voel je je sip? Probeer te lachen (emotie is immers een lichamelijke
verandering)
4. Wat zijn de drie uitgangspunten van de moderne psychologie? (slide 20)
Drie uitgangspunten van de moderne psychologie:
1.Fysieke veroorzaking van gedrag.
2. Gedrag/ psychische processen worden gevormd door ervaring
3. De machinerie voor gedachten en gedrag (d.w.z. brein, lichaam) is vormgegeven door natuurlijke
selectie
5. Wat is het lichaam-ziel probleem? Waarom is het een ‘probleem’? (slides 22-25)
Tot de 17e eeuw werd er gedacht dat de mens bestaat uit een lichaam (stoffelijk) en een ziel
(onstoffelijk). De ziel beïnvloedt het lichaam. Dit is een probleem omdat psychologie over emoties,
gedachten, kennis, etc. gaat. Dat lijken niet-materiele fenomenen te zijn en dat is een probleem.
6. Hoe verloopt ‘fysieke veroorzaking van gedrag’ volgens René Descartes? (slides 23-25)
Volgens René Descartes hebben dieren geen ziel, en wordt hun gedrag dus enkel veroorzaakt door
fysieke oorzaken. Dus alles wat zowel dieren als mensen doen heeft een fysieke oorzaak!
Fysieke veroorzaking begint bij een zintuigelijke waarneming, deze gaat naar de ziel die de stimulus
verwerkt. Vanuit de ziel wordt dan actie geïnitieerd en alle spieren aangestuurd.
7. Wat is materialisme? Waarom biedt ook dit geen verklaring voor het lichaam-ziel probleem?
(slide 26)
, Materialisme gaat er vanuit dat er geen ziel is, alleen maar materie. Dit biedt geen verklaring omdat
de vraag: ‘is een gedachte ook materie?’ gesteld kan worden. Zo nee, heb je nog steeds een
probleem. Zo ja, dan moet je gedachten en gevoelens dus vanuit materie kunnen verklaren (maar hoe
dan?)
8. Waarom is onderzoek naar reflexen belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de
psychologie? (slide 27)
Omdat alle gedrag (ook breinmechanismen) reflexen zijn.
9. Wat is ‘lokalisatie van functie’ en waarom is dit belangrijk geweest voor het idee van de fysieke
veroorzaking van gedrag? (slide 18)
Door het onderzoek te doen naar reflexen is het mogelijk om functies in het brein te lokaliseren.
Schade aan bepaalde delen van het brein resulteert in selectieve uitval. Hierdoor veel inzicht
gekregen over hersengebieden.
10. Waarom is het belangrijk te onderkennen dat psychologische processen fysieke oorzaken
hebben? (slide 29)
Omdat het onderkennen van het idee dat gevoelens, gedachten, etc. fysieke oorzaken het mogelijk
maakt om psychologische processen empirisch te onderzoeken.
11. Welk idee staat centraal in het empirisme? (slide 31)
Centraal staat dat kennis en gedachten worden gevormd door sensorische ervaring. John Locke: de
mens komt als een onbeschreven blad ‘Tabula Rasa’ ter wereld, en worden geheel gevormd door
ervering.
12. Welk idee staat centraal in het nativisme? Wat is het verschil tussen a priori en a posteriori
kennis? (slide 32)
Het navitisme is het tegenovergestelde van het empirisme. Hier staat centraal dat veel van de
bepalende menselijke gedachten en motieven zijn aangevoren.
->A priori= kennis: aangeboren
->A posteriori= kennis: aangeleerd
13. Wat wordt bedoeld met het ‘nature vs. nurture’ debat? (slide 33)
Dit debat gaat over of bepaalde eigenschappen van de mens aangeboren of aangeleerd zijn.
Bijvoorbeeld of goed kunnen voetballen aangeboren is, of gewoon een kwestie van veel trainen?
Tegenwoordig geloven we dat het allebei een beetje waar is.
14. Wat heeft natuurlijke selectie te maken met het vinden van verklaringen voor emoties en
gedrag?
Evolutie: survival of the fittest (Darwin); hield in dat je fysieke eigenschappen erft want deze hebben
overlevingswaarde. Dit geldt ook voor bepaalde gedragingen (verdriet, lachen, boosheid, hebben
overlevingswaarde) en zijn dus (deels) erfelijk.
15. Met welke twee andere ideeën (naast survival of the fittest) leverde Darwin een belangrijke
bijdrage aan de ontwikkeling van de psychologie? (slides 36-37)