Ethiek voor juristen
Hoofdstuk 1: recht en ethiek
Ethische vraagstukken wat is goed of slecht?
Recht en ethiek – normatief = ze staan op enige afstand van de feitelijke
gebeurtenissen en formuleren maatstaven om het handelen van mensen
te beoordelen.
Centrale waarde:
- Vrijheid
- Respect
- Solidariteit
Ethiek = de reflectie op de vanzelfsprekendheid waaruit de alledaagse
moraal bestaat.
Onderscheid tussen recht en ethiek:
1. Verschil autoriteit met sanctiebevoegdheid
2. Algemeenheid van rechtsregel en contextgevoeligheid van ethiek
3. Het recht als gestolde moraal
Klassieke posities recht en ethiek:
1. Het rechtspositivisme van Hart
a. Wet- en regelgeving is een opzichzelfstaand stelsel
2. De verstrengeling van recht en ethiek bij Ronald Dworkin
a. Juridische feiten zijn niet alleen gegrond in sociale feiten, maar
ook in morele feiten.
Hoofdstuk 2: ethische theorieën
Ethische theorie ze geven aanwijzingen over wat goed handelen is.
- Richten op de persoon (deugdethiek)
- Handelingen van mensen moreel beoordeeld
- Gewenste handelen omschrijven in termen van plichten
(deontologisch)
- Hetgeen wat gedaan moet worden om een bepaald doel te bereiken
(consequentialistische theorie)
Deugdethiek Aristoteles
- (Griekse) ideaal van een harmonieuze persoonlijkheid
- Goed handelen vereist situationeel toegesneden beraad
- Ontwikkeling van verstandigheid en de juiste houding vormen samen
een virtueuze cirkel
Hoofdstuk 1: recht en ethiek
Ethische vraagstukken wat is goed of slecht?
Recht en ethiek – normatief = ze staan op enige afstand van de feitelijke
gebeurtenissen en formuleren maatstaven om het handelen van mensen
te beoordelen.
Centrale waarde:
- Vrijheid
- Respect
- Solidariteit
Ethiek = de reflectie op de vanzelfsprekendheid waaruit de alledaagse
moraal bestaat.
Onderscheid tussen recht en ethiek:
1. Verschil autoriteit met sanctiebevoegdheid
2. Algemeenheid van rechtsregel en contextgevoeligheid van ethiek
3. Het recht als gestolde moraal
Klassieke posities recht en ethiek:
1. Het rechtspositivisme van Hart
a. Wet- en regelgeving is een opzichzelfstaand stelsel
2. De verstrengeling van recht en ethiek bij Ronald Dworkin
a. Juridische feiten zijn niet alleen gegrond in sociale feiten, maar
ook in morele feiten.
Hoofdstuk 2: ethische theorieën
Ethische theorie ze geven aanwijzingen over wat goed handelen is.
- Richten op de persoon (deugdethiek)
- Handelingen van mensen moreel beoordeeld
- Gewenste handelen omschrijven in termen van plichten
(deontologisch)
- Hetgeen wat gedaan moet worden om een bepaald doel te bereiken
(consequentialistische theorie)
Deugdethiek Aristoteles
- (Griekse) ideaal van een harmonieuze persoonlijkheid
- Goed handelen vereist situationeel toegesneden beraad
- Ontwikkeling van verstandigheid en de juiste houding vormen samen
een virtueuze cirkel