Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Blok 3 Groei en Ontwikkeling II week 6

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's

Al het onderwijs samengevat aan de hand van leerdoelen. Voor Blok 3 Groei en Ontwikkeling II week 6.

Voorbeeld van de inhoud

Leerdoelen
Casus 11
 Je kunt beredeneren hoe de energiebalans wordt beïnvloed
door veranderingen in het lichaam, de omgeving en het
voedselpatroon.
Veranderingen in het lichaam
Basale fysiologie en metabole processen
 Basaal Metabolisme (BMR): Het BMR is verantwoordelijk voor het grootste
deel van het dagelijkse energieverbruik in rust en wordt beïnvloed door:
o Hormonale veranderingen:
 Een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) verlaagt het
BMR doordat de stofwisseling vertraagt.
 Stresshormonen zoals adrenaline en cortisol verhogen het BMR
omdat ze het metabolisme activeren om snel energie vrij te
maken.
o Ziekte en ontsteking:
 Infecties en koorts verhogen het BMR door de toegenomen
activiteit van het immuunsysteem. Bijvoorbeeld, een kind met
eczeem kan door chronische ontsteking en verhoogd
energieverbruik groeivertraging ervaren, zelfs bij een adequate
voedselinname.
o Gewichtsverlies:
 Bij gewichtsverlies verlaagt het lichaam zijn energieverbruik als
een mechanisme om energie te sparen, ook wel adaptieve
thermogenese genoemd. Dit effect zorgt ervoor dat het
moeilijker wordt om af te vallen na verloop van tijd.
Fysieke activiteit
 Fysieke inspanning leidt tot een verhoogd ATP-verbruik in spiercellen. Het
lichaam haalt energie uit verschillende bronnen, afhankelijk van de duur en
intensiteit:
o Anaerobe systemen:
 Bij korte, intensieve activiteiten (zoals sprinten) worden
creatinefosfaat en glycolyse gebruikt om snel ATP te genereren,
hoewel de opbrengst beperkt is (2 ATP per glucosemolecuul).

, o Aerobe systemen:
 Bij langdurige activiteiten (zoals hardlopen) zijn vetzuuroxidatie
en aerobe glycolyse dominant, met een hoge ATP-opbrengst
(30-32 ATP per glucose; 100-120 ATP per vetzuur) maar een
tragere snelheid.
Adaptieve processen
 Het lichaam past zijn metabolisme aan op basis van de energiebehoefte:
o Bij verhoogd ATP-verbruik schakelt het lichaam van rustmetabolisme
naar geactiveerde processen zoals glycolyse en vetzuuroxidatie.
o Tijdens vasten worden opgeslagen vetten en glycogeen afgebroken, en
eiwitten kunnen worden gebruikt voor gluconeogenese.

Invloed van de omgeving
Omgevingstemperatuur
 Koude omgevingen:
o Het lichaam verbruikt meer energie om warmte te produceren via
rillingen en bruin vetweefselactivatie.
 Warme omgevingen:
o Energie wordt besteed aan temperatuurregulatie, zoals zweten, om
oververhitting te voorkomen.
Beschikbaarheid van zuurstof
 Het type energieproductie hangt af van de zuurstofbeschikbaarheid:
o Anaerobe processen worden gebruikt bij zuurstoftekort, zoals bij
intense inspanning of in spieren met beperkte doorbloeding.
o Aerobe processen domineren bij voldoende zuurstof en zijn efficiënter
in ATP-opbrengst.

Het voedselpatroon
Macronutriënten en hun metabolisme
 Koolhydraten:
o Glucose wordt primair gebruikt als energiebron en kan snel worden
omgezet via glycolyse.
o Overtollige glucose wordt eerst opgeslagen als glycogeen. Wanneer
glycogeenreserves vol zijn, wordt glucose via glycolyse en lipogenese
omgezet in vetten, wat leidt tot vetopslag.

,  Vetten:
o Tijdens vasten of langdurige inspanning worden vetzuren afgebroken
via β-oxidatie om energie te leveren.
o In een gevoede toestand worden vetzuren opgeslagen als
triacylglycerolen (lipogenese) in vetweefsel.
 Eiwitten:
o Bij een negatieve energiebalans worden eiwitten afgebroken in
aminozuren, die als substraat voor gluconeogenese kunnen dienen. Dit
proces wordt echter alleen ingezet bij langdurige tekorten, omdat het
spierafbraak veroorzaakt.
Energiebalans en overmatige inname
 Een positieve energiebalans, zoals bij overeten, leidt tot vetopslag:
o Glucose wordt omgezet in vetzuren en opgeslagen in vetweefsel via
lipogenese.
o Dit proces wordt versterkt in de gevoede toestand, waarin glycogenese,
glycolyse en lipogenese actief zijn.
Vastentoestand
 Tijdens een negatieve energiebalans (vasten) activeert het lichaam
energiezuinige paden:
o Glycogenolyse breekt glycogeen af tot glucose.
o Lipolyse breekt vetten af in glycerol en vetzuren, die via β-oxidatie
energie leveren.
o Gluconeogenese gebruikt glycerol, lactaat en glucogene aminozuren
om glucose te maken.

 Je kunt het metabolisme van koolhydraten, vetten en eiwitten
in verschillende voedingstoestanden uitleggen, en analyseert
de onderlinge samenhang van deze metabole paden.
Gevoede toestand (Postprandiaal)
Direct na een maaltijd is er een overvloed aan voedingsstoffen (koolhydraten, vetten,
eiwitten). Het lichaam richt zich op opslag en verwerking van deze energiebronnen.
Koolhydraatmetabolisme
 Glucoseopname:
o Glucose wordt door insuline-afhankelijke transporters (GLUT4 in
spieren en vetcellen) en insuline-onafhankelijke transporters (GLUT2 in
de lever) opgenomen in cellen.

,  Opslag en verwerking:
o Glycolyse:

 Glucose wordt afgebroken tot pyruvaat. Dit proces levert energie in
de vorm van ATP en NADH.
 Pyruvaat wordt omgezet in acetyl-CoA voor de citroenzuurcyclus.
o Glycogenese:

 In lever- en spiercellen wordt overtollige glucose opgeslagen als
glycogeen. Dit vormt een snelle energiebron voor later gebruik.
o Lipogenese:

 Wanneer de glycogeenvoorraden verzadigd zijn, wordt glucose
omgezet in vetzuren via acetyl-CoA en uiteindelijk opgeslagen als
triacylglycerolen (vet) in vetweefsel.
Vetmetabolisme
 Vetzuursynthese:
o Acetyl-CoA uit glycolyse wordt in de lever gebruikt voor de synthese
van vetzuren, die samen met glycerol worden omgezet in
triacylglycerolen.
o Triacylglycerolen worden naar vetweefsel getransporteerd via
lipoproteïnen (zoals VLDL).
 Vetopslag:
o Vetcellen slaan triacylglycerolen op voor toekomstige
energiebehoeften.
Eiwitmetabolisme
 Eiwitsynthese:
o Aminozuren uit de voeding worden gebruikt voor de synthese van
eiwitten. Dit ondersteunt weefselherstel, enzymproductie en andere
anabole processen.
 Afbraak van overtollige aminozuren:
o Aminozuren die niet direct nodig zijn, worden gedeamineerd in de lever.
De overgebleven koolstofskeletten worden omgezet in intermediairen
van de citroenzuurcyclus of gebruikt voor vetzuursynthese.

Inhoudsopgave

  1. 01 Leerdoelen 1
    1. Casus 11 1
  2. 02 Je kunt beredeneren hoe de energiebalans wordt beïnvloed door veranderingen in het lichaam, de omgeving en het voedselpatroon. 1
  3. 03 Je kunt het metabolisme van koolhydraten, vetten en eiwitten in verschillende voedingstoestanden uitleggen, en analyseert de onderlinge samenhang van deze metabole paden. 3
  4. 04 Je kunt de processen van de anaerobe en de aerobe ATP productie beschrijven, en deze onderling vergelijken wat betreft opbrengst, snelheid en afvalproducten 7
  5. 05 Je kunt uitleggen dat klinische verschijnselen van een enzymdeficiëntie het gevolg kunnen zijn van een tekort of een teveel aan bepaalde stofwisselingsproducten. 11
  6. 06 Je kunt aangeven welke factoren een belangrijke rol spelen bij de groei van spiermassa 13
    1. Casus 12 16
  7. 07 Je kan de gevolgen van onbalans tussen energieverbruik en energie-inname op de lichaamssamenstelling aangeven. 16
  8. 08 Je vergelijkt welke oorzaken van obesitas vaak vóórkomen, en hoe groot de invloed van deze factoren op het lichaamsgewicht is. 18
  9. 09 Je beargumenteert wanneer er sprake is van ongunstige leefstijlgewoonten 20
  10. 10 Je doet voorstellen voor de preventie en aanpak van overgewicht of obesitas bij een kind 21
  11. 11 Je beargumenteert wie welke verantwoordelijkheden heeft voor de gezondheid van een (toekomstig) kind. 24
    1. LME Voedingswetenschap: deel I 28
  12. 12 ken je de verschillende soorten macronutriënten en categorieën micronutriënten 28
  13. 13 weet je uit welke categorieën voedingsmiddelen we bepaalde voedingsstoffen halen 30
  14. 14 kun je beredeneren of bepaalde aandoeningen kunnen worden veroorzaakt of verergerd door tekorten aan voedingsstoffen 31
    1. LME Voedingswetenschap: deel II 34
  15. 15 heb je inzicht in de beperkende factoren voor voedingsonderzoek, en hoe hiermee rekening wordt gehouden in de totstandkoming van wetenschappelijk verantwoorde voedingsrichtlijnen 34
  16. 16 reflecteer je op de rol van de Richtlijn Goede Voeding in het eetgedrag van jou(w omgeving) 35
    1. LME Voedingshypes en voedingsmythes 35
  17. 17 Je vergelijkt welke oorzaken van obesitas vaak vóórkomen, en hoe groot de invloed van deze factoren op het lichaamsgewicht is. 35
  18. 18 Je doet voorstellen voor de preventie en aanpak van overgewicht of obesitas bij een kind 35
  19. 19 Je beargumenteert wie welke verantwoordelijkheden heeft voor de gezondheid van een (toekomstig) kind. 35
    1. VOW Voeding voor de gezonde groei 36
  20. 20 Kun je op basis van gegevens over gewicht en lengte vaststellen of er sprake is van een groeiachterstand of ondervoeding bij een kind. 36
  21. 21 Kun je beargumenteren waarom het juíst bij kinderen belangrijk is om ondervoeding te signaleren 37
  22. 22 Kun je voor verschillende leeftijdscategorieën (baby’s, 1-3 jaar, basisschoolkinderen en adolescenten) op hoofdlijnen aangeven hoe een gezond voedingspatroon verschilt van dat van volwassenen, en wat de belangrijkste aandachtspunten zijn qua suppletie, veiligheid en eetopvoeding. 38
    1. VOW Metabolic Interrelationships 40
  23. 23 De wijze waarop glucose, aminozuren en vetzuren vanuit de darmcel gedistribueerd worden over de verschillende organen van het lichaam beschrijven; 40
  24. 24 De wijze waarop insuline zorgt voor de optimale opslag van glucose en vetzuren in de vorm van glycogeen en triglyceride in de lever, de spier- en het vetweefsel beschrijven, en 41
  25. 25 De wijze waarop aminozuren worden verwerkt in lever en spierweefsel vergelijken. 42
    1. VOW Ethiek van leefstijl 42
  26. 26 Om ethische dilemma’s in de arts-patiëntrelatie ten aanzien van leefstijl en leefstijl beïnvloeding te herkennen en te duiden. 42
  27. 27 Om de stappen 1 (“dilemma verkennen”), 2 (“dilemma formuleren”) en 3 (“argumenten analyseren”) die horen bij het uitwerken van een ethisch dilemma toe te passen op casuïstiek in de arts-patiënt relatie. 42
    1. VOW Anamnese en Klinisch Redeneren: Context (KLV 1.11) 42
  28. 28 Studenten onderhouden hun reeds aangeleerde anamnesevaardigheden. 42
  29. 29 Studenten oefenen met regie houden in een anamnese. 42
  30. 30 Studenten zijn zich bewust van het belang van het uitvragen van de contextinformatie en zij oefenen hiermee. 42
  31. 31 Studenten oefenen met het verhelderen van de leefstijl van de (simulatie)patiënt om te zien op welke gebieden de meeste gezondheidswinst te behalen is. 42
  32. 32 Studenten oefenen in het leggen van een verband tussen de klachten en de context (inclusief leefstijl) van de patiënt. 42

Documentinformatie

Geüpload op
22 februari 2025
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€7,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
7
Laatst verkocht
-


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen