Samenvatting belastingrecht a.d.h.v. de opdrachten
Basisbegrippen:
Heffing: soort inning; loonbelasting is een voorheffing van de inkomstenbelasting artikel 9.2 Wet IB 2001
Belastingsubject: de persoon die belasting moet betalen
Belastingobject: waarover je belasting moet betalen, bijv. je loon/inkomen
Het profijtbeginsel: je moet belasting betalen omdat je gebaat bent bij de activiteiten van de overheid
Progressief tarief: hoe meer je verdient, hoe meer belasting je betaalt
Proportioneel tarief: een vast bedrag/tarief
Subsidie: een (tijdelijke) economische bijdrage van de overheid voor een bepaalde activiteit
Sociaal-economisch doel: een doel die goed is voor de sociale economie; mensen aan het sporten krijgen
Vermogen: eigen bezit
Vermogensbestanddelen: de onderdelen waaruit iemand vermogen is opgebouwd
Koopkracht: het geld dat iemand overhoud voor extra dingen.
Opdracht I:
Beoordeel of de volgende feiten van belang zijn voor de heffing van inkomstenbelasting. Motiveer jouw
antwoord.
A: Arie verdient €10.000 per jaar met zijn bijbaan in de horeca.
Dit feit is van belang voor de heffing van de inkomstenbelasting; artikel 2.3 Wet IB 2001. Om te kunnen
achterhalen in welke box het valt moet je kijken naar de rangorderegeling opgenomen in artikel 2.14 Wet IB
2001. het valt onder belastbaar loon in box 1; artikel 3.1 lid 2 aanhef en onder b Wet IB 2001 jo. Artikel 3.81
Wet IB 2001. Daarnaast benoem je altijd dat deze persoon belastingplichtige is voor de inkomstenbelasting, dus
artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a Wet IB 2001. 3.80 Wet Ib 2001.
B: Brent bezit 10% van de aandelen in ChickFlick BV.
Dit feit is van belang voor de heffing van de inkomstenbelasting; artikel 2.3 Wet IB 2001. Om te kunnen
achterhalen in welke box het valt moet je kijken naar de rangorderegeling opgenomen in artikel 2.14 Wet IB
2001.Het valt onder inkomsten uit aanmerkelijk belang uit box 2. Brent bezit meer dan 5% aan aandelen,
waardoor er sprake is van een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang; artikel 4.1 Wet IB 2001 en 4.6 lid 1
Wet IB 2001. Daarnaast benoem je altijd dat deze persoon belastingplichtige is voor de inkomstenbelasting;
artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a Wet IB 2001.
C: ChickFlick BV, een streamingdienst voor met name romantische comedy’s, maakt in 2023 een winst van
€20.000.
Dit feit is niet van belang voor de heffing van de inkomstenbelasting. Een bv is een besloten vennootschap en is
fiscaal non-transparant. Een bv is dan ook belast met vennootschapsbelasting en het gaat om een
rechtspersoon; artikel 1 Wet VPB 1969. Daarnaast benoem je altijd waar staat dat deze persoon
belastingplichtige is; artikel 2 lid 1 aanhef en onder a Wet VPB 1969 1969.
D: Davina woont in Maastricht, maar werkt als binnenhuisarchitect in Aken. Zij heeft een salaris van €50.000
op jaarbasis.
Dit feit is wel van belang voor de heffing van de inkomstenbelasting; artikel 2.3 Wet Ib 2001. Ze woont namelijk
in Nederland en is daardoor dus een binnenlandse belastingplichtige; artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a Wet IB
2001. Als je in het buitenland voor langer dan 6 maanden werkzaam bent, wordt je in je woningland niet dubbel
belast met al eens betaalde loonbelasting.
E: Esmee ontvangt van haar ouders een schenking van €1.000.
Dit feit is niet van belang voor de heffing van de inkomstenbelasting. Er is namelijk sprake van een schenking,
waardoor je hiervoor schenkbelasting moet betalen; artikel 1 lid 1 aanhef en onder 2◦ Wet SW 1956 jo. Artikel 1
lid 7 Wet SW 1956. Daarnaast valt deze schenking binnen de voetvrijstelling van €6.035, waardoor Esmee
helemaal geen belasting hoeft te betalen; artikel 33 onder 5◦ SW 1956.
F: Ferdinand heeft een lening van €10.000 bij de Rabobank.
Dit feit is van belang voor de heffing van de inkomstenbelasting. Er is namelijk sprake van een Het is een
persoonlijke lening en valt onder de inkomstenbelasting. Artikel 5.3 IB. het is geen aftrekpost maar het
verminderd je spaarpot, box 3. Je schulden volgen je winsten. Een lening is altijd box 3 als er niet voor wordt
gezegd waarvoor. Lening voor een huis is box 1 en een lening voor een aandeel is box 2.
G: Gino woont in België en werkt in Nederland bij een Italiaans restaurant. Hij verdient op jaarbasis €30.000.
Hij zal in Nederland belasting moeten betalen over zijn verdiende loon. Artikel 2.1 IB. zelfde antwoord als vraag
D alleen dan in een ander land.
1
, Tara Van Mil
Samenvatting Belastingrecht 2024
Belastingen hebben een budgettaire functie (de overheid heeft inkomsten nodig, dus belasting) en een
instrumentele functie. Belastingen kunnen worden ingezet als middel om een bepaald sociaal of economisch
doel te bereiken. Dit heet de instrumentele functie van belastingen. Belastingen kunnen zo worden gebruikt als
stuurmechanisme
Onze belastingheffing is gebaseerd op het draagkrachtbeginsel en het profijtbeginsel (je moet belasting betalen
omdat je gebaat bent bij de activiteiten van de overheid)
Het draagkrachtbeginsel zegt dat de belastingheffing dwingend afhangt van iemands mogelijkheid om
belasting te betalen. Als je geen betaalcapaciteit hebt, kun je geen belasting betalen. Heb je dat wel, dan kun je
en moet je aan de schatkist bijdragen
Bij het vaststellen van iemands draagkracht worden doorgaans persoonlijke omstandigheden in de weging
betrokken.
We vinden dit terug in de volgende elementen:
1. De heffingskortingen (hoofdstuk 8 wet IB 2001); dit is een belastingaftrek. Het zorgt ervoor dat een
deel van het inkomen onbelast blijft.; artikel 8.10 Wet IB 2001. Heffingskortingen zijn kortingen op de
te betalen bedragen.
2. De persoonsgebonden aftrek (hoofdstuk 6 We IB 2001); impliceert een inkomensaftrek voor uitgaven
die zijn gedaan in verband met de persoonlijke situatie van een belastingplichtige. Aftrekposten
verlagen belastbaar inkomen. Artikel 6.1 en 6.17 Wet IB 2001. Dit wordt berekend na het bepalen van
het inkomen.
Wat is het boxensysteem in de inkomstenbelasting?
Pagina´s 68 t/m 73
o In de wet IB 2001 onderscheiden we drie soorten inkomens. Deze zijn opgenomen in drie boxen. Box 1
is het inkomen uit werk en woning. box 2 is het inkomen uit aanmerkelijk belang. Box 3 is het inkomen
uit sparen en beleggen, ook wel de vermogensrendementsheffing genoemd. Artikel 2.3 Wet IB 2001
o Er is een bepaalde rangorderegeling opgenomen over de boxen: het eerstgenoemde wetsartikel gaat
voor; box 1 gaat vóór box 2 en box 2 gaat weer vóór box 3. Artikel 2.14 Wet IB 2001
o De schulden volgen in de Wet IB 2001 de bezittingen. Valt de bezitting in box 1, dan valt de schuld
aangegaan om deze bezitting te verkrijgen ook in box 1.
Het inkomen uit werk en woning (box 1) is belast tegen een progressief tarief. Dit houdt in dat het
tarief stijgt naarmate het inkomen stijgt. Tot en met 73.031 euro betaal je 36,93% en na 73.031 euro
betaal je 49,5%. Artikel 2.10 Wet Ib 2001
Het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) is belast tegen 26,9%. Er is hier sprake van een vast tarief;
een proportioneel tarief. Artikel 2.12 wet IB 2001
Het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) is belast tegen 32%. Artikel 2.13 Wet Ib 2001
Een allocatie van schulden hangt af van hetgeen waar de schuld voor aangegaan is. Een hypotheek op je huis
nemen om obligatie te kopen zorgt dat de hypotheekschuld in box 3 valt. Een hypothecaire lening om een huis
te kopen zorgt dat de hypotheekschuld in box 1 valt.
Tussen de boxen staan ´schotten´. Dit wil zeggen dat verliezen uit de ene box niet verrekend kunnen worden
met winsten uit de andere box. Uitzonderingen hierop vormen de persoonsgebonden aftrek (artikel 6.2 Wet IB
2001) en onder omstandigheden een verlies uit aanmerkelijk belang artikel 4.53 Wet IB 2001. Als je als
aandeelhouder verlies lijdt in box 2 en deze niet meer kan verrekenen in box 2 mag je het verlies uit box 2 in
box 1 verrekenen. Enkel als er in box 2 geen plek is om deze te berekenen (bijv. door failliet gaan van de bv waar
je aandelen in had).
We hebben de inkomensbelasting en de loonbelasting. de loonbelasting is een voorheffing op de te betalen
inkomstenbelasting; Zie artikel 9.2 lid 1 Wet Ib 2001.
De wettelijke systematiek voor de vraag: is het salaris zowel belast met loonbelasting als met
inkomstenbelasting?:
2