Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 5 van de 57 pagina's
Samenvatting

Toegepaste Psychologie Samenvatting BOK Mens en Omgeving

Document preview thumbnail
Voorbeeld 5 van de 57 pagina's

Dit is een complete en overzichtelijke samenvatting van het body of knowlegde (bok) vak mens en omgeving. Het bevat zowel informatie uit de lessen als uit de literatuur. Daarnaast is het aangevuld met externe bronnen over groepsdynamica, organisatiecultuur en organisatiestructuur en leiderschap.

Voorbeeld van de inhoud

Video Sociale Psychologie What is Social Psychology? An Introduction - YouTube
Vonk 1 (1.1 en 1.2 en 1.3)
1.1.2 Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie van de manier waarop de
gedachten, gevoelens en gedragingen van mensen worden beïnvloed door de
werkelijke of voorgestelde aanwezigheid van andere mensen.
1.1.3 Mensen vinden het belangrijk om ergens bij te horen: need to belong. Daarnaast
nemen mensen bewegingen van anderen over dit heet het kameleon-effect. We
beschikken over spiegelneuronen (spiegelcellen) die ervoor zorgen dat we
automatisch nadoen wat we waarnemen. Het zijn hersencellen die de activiteit en
ervaringen van anderen weerspiegelen in het eigen brein. Zodra we andere mensen
waarnemen, worden bij onszelf bijbehorende hersengebieden geactiveerd.
Door de weerspiegeling van ervaringen en reacties van andere bij onszelf begrijpen
we beter wat andere ervaren, ook als we het zelf niet rechtsreeks ondervinden. Dit
mechanisme wordt gezien als de basis van empathie. Imitatie versterkt de sociale
band met anderen (functie). Bij emotionele besmetting nemen mensen automatisch
de gevoelens van anderen over.
1.1.4 Het verschijnsel dat je achteraf denkt dat je het al wist heet hindsight bias.
Selffulfilling prophecy is een zelfbevestigende voorspelling.
1.2.1 Hoe meer omstanders des te kleiner de kans dat een individuele omstander hulp
biedt: bystander-effect (omstander effect). Niemand voelt zich persoonlijkheid
verantwoordelijk doordat de verantwoordelijkheid verspreid is (diffused) over
meerdere mensen: diffusion of responsibility. Dit heeft ook te maken met het feit
dat we kuddedieren zijn. Je reactie op een noodsituatie wordt sterk beïnvloed door
kenmerken van de omgeving. Menselijk gedrag wordt dus bepaald door de situatie.
1.2.2 Mensen reageren op hun eigen interpretatie en waarneming van de situatie. Bij het
omstander-effect gaat het niet om hoeveel omstanders er feitelijk zijn, maar hoeveel
iemand denkt dat er zijn. Het zijn niet de objectieve kenmerken van de situatie waar
mensen op reageren, maar eigen interpretaties (subjectieve kenmerken).
Voor sociaal psychologen is het van belang te weten hoe mensen hun sociale
omgevingen waarnemen en interpreteren: sociale cognitie. Hoe je een gebeurtenis
interpreteert, hangt onder meer af van je eigen geschiedenis, persoonlijkheid,
gevoeligheden en behoeftes. Mensen geven betekenis aan wat ze zien. De ene
betekenis heeft effect op de ander. Daardoor zien we het gedrag van mensen altijd in
relatie tot hun andere kenmerken.
Je vormt niet overal een gedetailleerd beeld van, maar gebruikt je cognitieve
capaciteit zo efficiënt en pragmatisch mogelijk. Je hebt van sommige mensen enkel
alleen een oppervlakkig beeld. Pas als iemand belangrijk voor je is besteed je er
meer aandacht aan. Hiermee kom je terecht bij een tweede basisprincipe van
informatieverwerking: mensen gaan zo efficiënt en pragmatisch mogelijk om met
hun aandacht.
Mensen zien vaak wat ze verwachten en willen zien: wishful thinking of motivated
reasoning. Hiermee kom je bij een derde basisprincipe van informatieverwerking: de
waarnemingen van mensen worden gekleurd door hun motieven en belangen.
Bij wishful thinking zet je je denkvermogen selectief en partijdig in om bij de conclusie
te komen die je voorkeur heeft. Een ander motief dat onze waarnemingen en
interpretaties kan beïnvloeden is onze behoefte aan controle. We vinden het prettig

1

, dat we grip hebben op onze omgeving. Er zijn daarnaast onnoemelijk veel
verschillenden motieven die waarneming kunnen kleuren, zoals behoefte aan een
positief zelfbeeld. Dit betekent dat we graag een goed gevoel over onszelf hebben
en willen dat anderen gunstig over ons denken.
1.2.3 Mensen reageren soms bewust, maar vaak ook
onbewust op situaties. Ze handelen vaak
automatisch. Bijvoorbeeld wanneer je onderweg
naar huis nog naar een kennis wil fietsen, maar toch
gewoon naar huis bent gefietst. Onbewust hebben
we een veel grotere capaciteit om informatie te
verwerken dan bewust. Onze bewuste aandacht kan
maar op één ding tegelijk worden gericht, maar
onbewust kunnen we veel meer registreren en
verwerken. Dit wordt vergeleken met een ijsberg (zie
afbeelding).
Zo hebben we onbewust meer kennis dan bewust. Onze onbewuste kennis is
opgeslagen in het impliciete geheugen (kennis en ervaringen waar we onbewuste
gebruik van maken bijvoorbeeld intuïtie. Onze bewuste kennis in het expliciete
geheugen (kennis waarvan we weten dat we die hebben bijvoorbeeld examenstof).
Onbewuste processen onderscheiden zich van bewuste processen doordat ze (1)
moeiteloos verlopen (2) associatief zijn en (3) snel en grof verlopen.
1.2.4 Een groot deel van ons gedrag komt voor uit onbewuste processen. Deze
onderschatting van situationele invloeden kan paradoxale gevolgen hebben.
Zodra je keuze wordt gestuurd door een persoon spreek je van induced
compliance. Zodra je doet wat degene wil, maar er zelf niet achter staat ervaar je
een tegenstelling (dissonantie) tussen twee gedachten (cognities). Door de ervaren
keuzevrijheid en het ontbreken van een beloning die het gedrag rechtvaardigt,
ontstaat het gevoel van dissonantie. Om dit gevoel tegen te gaan, praat je jezelf
dingen in: cognitieve dissonantiereductie.
Sociale constructie van de werkelijkheid
Werkelijkheid/situatie → Interpretatie → Gedrag → Werkelijkheid.
1.3.1 Sociale psychologie beantwoordt vragen met behulp van empirisch onderzoek:
onderzoek waarbij in de werkelijkheid gegevens worden verzameld over mensen. Of
onderzoekbenadering waarbij gegevens worden verzameld doormiddel van
objectieve informatie uit de eerste hand, gebaseerd op ervaringen en observaties. In
de sociale werkelijkheid spelen variabelen altijd een rol.
1.3.2 Je maakt gebruik van experimenten als je een oorzaak-gevolg uitspraak wilt doen. Je
maakt gebruik van een experimentele groep en een controlegroep. De variabelen
die je kan manipuleren en waar je dus invloed op hebt is de onafhankelijke
variabelen (gemanipuleerd). Daarnaast is er ook een afhankelijke variabelen
(gemeten): de variabele waarvan we willen weten of die wordt beïnvloed door de
onafhankelijke variabelen.




2

,Vonk 2
2.1.1 Er zijn twee vormen van zelfbewustzijn:

• Publiekzelfbewustzijn
Je bekijkt jezelf door de ogen van een publiek.
(je ziet jezelf in gedachten bijvoorbeeld lezen)
• Privé zelfbewustzijn
De aandacht is gericht op de binnenkant.

Zelfbewustzijn kan omhooggaan. Bijvoorbeeld door het zien van jezelf in de spiegel,
video of wanneer een gelovige denkt aan zijn voorbeeld. Vlekkentest is de test om
zelfbewustzijn te meten bij niet-menselijke dieren. Deze test maakt gebruik van een
vlek op jezelf die je vervolgens waarneemt in een spiegel. Een verhoogd
zelfbewustzijn zorgt ervoor dat je je eigen normen en waarden beter naleeft.
Nadelen van een verhoogd zelfbewustzijn is bezwijken onder druk, angst en
depressieve gevoelens. Je bent geneigd na te gaan in hoeverre je voldoet aan eisen
en idealen die je voor jezelf stelt of die andere je opleggen. Mensen die veel over
zichzelf nadenken en dus verhoogd privé bewustzijn hebben piekeren meer en zijn
vaker depressief.
Een gezonde vorm van over jezelf nadenken is zelfreflectie: je kijkt met een
beschouwende houding naar jezelf, accepterend en zonder jezelf te veroordelen. Een
vorm van zelfreflectie is mindfulness. Daarbij neem je een open, receptieve houding
aan waarbij je met je aandacht in het hier-en-nu bent.
2.1.2 Mensen hebben informatie over zichzelf die andere niet hebben, oftewel ze kijken
naar binnen: introspectie. We kennen onze eigen drijfveren vaak niet. Want als we
overal bewust over nadenken, zouden we gek worden van de afwegingen. Het is
cognitief efficiënt dat we dingen doen zonder er bewust over na te denken. Wilson
spreekt van adaptieve onbewuste, omdat het werk van het onbewuste nuttig is. We
kennen het resultaat van het proces, maar niet het proces zelf. Dit is onbewust
verlopen. Volgens de zelfperceptie-theorie of zelfwaarnemingstheorie leren
mensen zichzelf inderdaad kennen door op een objectiverende manier naar hun
eigen gedrag te kijken en daaruit hun eigenschappen af te leiden. Mensen sturen
vaak meer op introspectie dan pas zelfperceptie.
2.1.3 Mensen verzamelen informatie over zichzelf die georganiseerd wordt in het
geheugen. Dit door zelfschema’s. Dit is kennis over het zelf in de vorm van een
abstracte eigenschap en enkele meer attributen en voorbeelden daarvan. Je hebt
meerdere zelfschema’s en het helpt je om informatie sneller te verwerken en beter te
onthouden. Mensen vormen alleen zelfschema’s over eigenschappen die ze
belangrijk vinden bijvoorbeeld twee mensen die zichzelf intelligent vinden hoeven niet
beide een zelfschema over intelligentie te hebben. Een zelfschema ontstaat
waarschijnlijk op basis van ideeën uit je jeugd, maar kan ook later ontstaan en het
verandert zelden. Het is mogelijk dat iemand verschillende zelfschema’s bezit die
elkaar tegenspreken en dat situationele factoren bepalen welke op de voorgrond
treedt.
Mensen hebben meerdere zelfschema’s die onderling verbonden zijn. Het geheel aan
zelfschema’s is zelfconcept. De manier waarop zelfschema’s in het zelfconcept
georganiseerd zijn, is afhankelijk van iemand zelf-complexiteit. Iemand met een
hoge zelf-complexiteit heeft veel zelfschema’s die onafhankelijk van elkaar zijn.

3

, Hierdoor zal een negatieve ervaring niet snel uitbreiden. Heb je een lage zelf-
complexiteit dan wel.
‘Je bent sterk, als je iets echt wilt, dan vecht je ervoor, maar je hebt ook een zachte,
kwetsbare kant die je vaak niet aan anderen laat zien’. Is het Barunum-effect. Als
mensen iets lezen wat zogenaamd over hen gaat, vergeten ze dat het ook van
toepassing kan zijn op een ander.
2.1.4 Mensen hebben niet alleen kennis over zichzelf, maar ook een algemene evaluatie:
zelfwaardering, bijvoorbeeld ben je meestal tevreden over jezelf? Dan heb je hoge
zelfwaardering.

• Expliciete zelfwaardering (bewust)
Is wat je meet als je mensen vraagt hoe ze over zichzelf denken.
• Impliciete zelfwaardering (onbewust)
Gaat over aspecten die niet tot uiting komen als je mensen vragen stelt, maar door
indirecte metingen zoals lichaamstaal.

Als je meet hoe iemand nu over zichzelf denkt en over een paar weken en het weinig
verschilt: stabiele zelfwaardering. Bij instabiele zelfwaardering zijn er
schommelingen. Een verwant aspect is contingentie van zelfwaardering: de mate
waarin zelfwaardering afhangt van bereiken van bepaalde standaard in prestaties of
uiterlijk.
2.2.1 Je schat jezelf vaak beter in dan het gemiddelde. Illusoire superioriteit of above-
average-effect is de illusie dat je beter bent dan anderen. De neiging om jezelf
rooskleurig te bekijken is een uiting van het zelfverheffingsmotief (self-
enhancement). Mensen schrijven successen vaak toe aan zichzelf en mislukkingen
aan anderen, omstandigheden of pech: zelfdienende vertekening (self-serving
bias). Bij spirituele superioriteit voelt men zich ‘verlicht’ en verheven boven anderen
door verworven spirituele inzichten en technieken. Zelfbedrog betekent dat je jezelf
voor de gek houdt en heeft zowel positieve als negatieve gevolgen.
Bi het naamletter-effect beoordeel je letters uit je naam of cijfers uit je
telefoonnummer positiever. Dit is een illustratie om alles wat met het zelf verbonden is
positiever te beoordelen.
2.2.2 Mensen streven naar een consistent beeld van zichzelf. En geloven vaak alleen de
dingen die overeenkomen met het beeld van hunzelf.
2.2.3 Het zelfbeeld van mensen is niet volkomen onrealistisch. Toch is de behoefte aan
accurate informatie over jezelf doorgaans niet zo sterk als mensen zelf denken, en
minder sterk dan de behoefte aan een positief en consistent zelfbeeld.
2.2.4 Het zelfverbeteringsmotief (self-improvement) is de wens jezelf te ontwikkelen en te
verbeteren. Mensen verschillen in opvattingen over veranderbaarheid van
persoonseigenschappen, bijvoorbeeld intelligentie en extraversie.

• Entiteitstheorie
Persoonseigenschappen zijn vastliggende entiteiten.
• Groeitheorie
Persoonseigenschappen kunnen worden verbeterd en ontwikkeld.
Bij een prestatiedoel gaat het om resultaat en wil je beter zijn dan andere. Informatie
over iemand die beter is, wordt als dreigend gezien. Neerwaartse vergelijking.

4

, Bij een leerdoel gaat het om proces en wil je jezelf verbeteren. Iemand die beter is,
wordt inspirerend gezien. Opwaartse vergelijking.
2.2.5 Zelfverheffingsmotief is het meest automatisch. Het accuraatheidsmotief is vooral
van invloed wanneer je voor de belangrijkste beslissingen staat, zoals een baan of
studie. Het helpt vermijden dingen te doen die je niet kunt of leuk vindt. Het
consistentiemotief helpt om een samenhangend beeld te hebben van jezelf en de
wereld om je heen en een gevoel van voorspelbaarheid te creëren. Het
zelfverbeteringsmotief is het meest actief als je gunstig gestemd bent over je
mogelijkheden. Het vergt bereidheid om risico’s te nemen.
2.2.6 Volgens de sociometer-theorie is het zelfverheffingsmotief geënt op deze
instinctieve behoefte. Verbonden zijn en erbij horen is de kern en zelfwaardering
fungeert hierbij als een graadmeter (sociometer) van de mate waarin je je
geaccepteerd en verbonden voelt. Bij narcisme is de betrokkene zeer tevreden over
zichzelf, terwijl dat gevoel niet overeenkomt met de acceptatie door anderen.
2.3
SOCIALE OMGEVING ZELF



Het zelfbeeld wordt beïnvloed door de sociale omgeving (andere mensen, cultuur,
media). Het zelfbeeld heeft op zijn beurt weer invloed op de manier waarop wij
informatie over de sociale omgeving waarnemen.
2.3.1 Mensen zijn meer bezig met hun eigen perspectief en vergeten wel eens dat de
wereld voor anderen mensen er heel anders uit ziet. We vergeten dat wij vanuit een
helikopterperspectief bezien. Deze fundamentele beperking in onze blik leidt tot
egocentrische vertekening en het projecteren van onze eigen kenmerken of
behoeften op anderen. Mensen overschatten vaak hun eigen aandeel en daarnaast
ook de aandacht van anderen, bijvoorbeeld wanneer je een bad hair day hebt, denk
je dat iedereen dat ziet. Terwijl niemand hier mee bezig is. Mensen denken dat
iedereen op hen let, dat ze als het ware in de schijnwerpers staan, terwijl dat niet zo
is: spotlight-effect.
Er zijn twee vormen van projectie:

• Egocentrische projectie
Je neemt aan dat de meeste mensen zijn zoals jij.
Dit staat soms een optimale uitkomst in de weg.
• Defensieve projectie.
Vaak zien mensen hun eigen negatieve kenmerken niet, maar die van een ander wel.

Een overschatting van hoe vaak het eigen standpunt voorkomt bij anderen:
falseconsensus-effect. Bij gedachteonderdrukking doe je doelbewust een poging
om ergens niet aan te denken, maar dit zorgt ervoor dat de ongewenste gedachte
juist voortdurend bovenkomt.
2.3.2 We beoordelen onze eigenschappen en kwaliteiten in vergelijking met anderen. Als
we onszelf spontaan noemen, bedoelen we spontaan vergeleken met anderen.
Mensen doen voortdurend aan sociale vergelijking om te bepalen waar ze staan
met hun mening, eigenschappen en talenten. Dit onderwerp werd voor het eerste
uitgewerkt door Festinger. Zijn uitgangspunt was dat mensen hun meningen willen

5

Gekoppeld boek
 image
Roos Vonk, Vera Hoorens Sociale psychologie
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789024442744 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
3 februari 2025
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€8,50

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
mindydelissen
4,4
(7)
Verkocht
41
Volgers
0
Items
7
Laatst verkocht
1 maand geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen