Mindy Delissen I Minor Verslavingskunde I Samenvatting & Lesdoelen CLL Basiskennis
Kennissessie 8: Gedragsverslavingen en Internetverslaving
(P17.1, P17.2, P17.3, P17.5 DrugsAlcohol & H19, H20 HandboekVerslaving)
1. De student heeft kennis over het vóórkomen van gedragsverslavingen binnen
de Nederlandse verslavingszorg
Gedragsverslaving
Niet kunnen stoppen met bepaald gedrag dat op korte termijn belonend is terwijl je je
bewust bent van de zware negatieve gevolgen.
Bij gedragsverslavingen gaat het om excessief verrichten van handelingen waarbij de
kans bestaat dat deze een verslavend karakter krijgen. Denk hierbij in het bijzonder
aan kansspelen (gokken), vooral wanneer deze een snelle uitslag geven. Maar ook
regulier gedrag, zoals internetgebruik, eten, kopen of seks, kan onder
omstandigheden verslavend werken.
Gedrag bestempelen als verslaving is problematiseren wat er gebeurt: het wijkt af van het
normale. De term verslaving verwijst naar medicalisering: aan het gedrag ligt een stoornis
ten grondslag. Iemand is verslaafd als hij ervaart iets niet uit vrije wil te doen, zich
gedwongen voelt en handelt tegen beter weten in. Hij verliest controle over het eigen
handelen.
De preventie van gedragsverslavingen, zoals een internetverslaving richt zich tot op heden
vooral op de preventie van gameproblematiek. Er wordt aangeraden in eerste instantie
individueel gerichte interventies op te zetten. Het ontwikkelen van signaleringsinstrumenten
en voorlichtingen voor professionals en ouders worden van groot belang geacht.
2. De student heeft kennis over de neurobiologische verklaring van
gedragsverslavingen
Een gedragsverslaving beïnvloed de huishouding van de neurotransmitters. Ze zorgen net
als drugs voor een dopaminepiek. De emotionele hersenen worden geactiveerd en het
beloningscentrum trakteert op kortstondig genot. Gedrag dat een kick geeft, heeft de neiging
zich te settelen en tot een verslaving uit te groeien. Dat komt vooral omdat prettig ervaren
gedrag een steeds grotere rol in het geheugen gaat innemen. Bovendien wordt het gedrag,
naarmate het vaker plaatsvind, steeds vaker gekoppeld aan allerlei situaties. Bij
terugkerende situaties ontstaat een sterk verlangen.
Het rationele deel van de cortex zal dit verlangen proberen te beheersen. Maar bij mensen
met een verslaving of degene die vatbaar zijn voor een verslaving functioneert de cortex
minder goed. De impuls wordt niet weerstaan en het wordt automatisch gedrag. Door
automatisering speelt de frontaalkwab geen rol meer en kan het gedrag niet meer gestuurd
worden.
De kern van de moderne verslaving is dat het gaat om ingesleten gedrag, een routine die
niet gemakkelijk te doorbreken valt en waaraan weinig vreugde wordt beleefd.
Neurotransmitters
Stoffen die de doorgifte van prikkels in de hersenen beïnvloeden.
1
, 3. De student weet wat wordt verstaan onder problematisch internetgebruik
Problematisch internetgebruik
Enige problemen vloeien voort uit het gedrag.
Er bestaan vier routes naar problematisch telefoongebruik.
1. Cyberverslavingsroute
Verslaving aan alle mogelijke inhouden (zoals porno) of toepassingen (zoals games).
Niet specifiek aan de telefoon.
2. Impulsiviteitsroute
Direct op een impuls handelen, niet nadenken over lange termijn gevolgen.
Gebruik van de telefoon om emoties te kalmeren.
3. Relationeleroute
Telefoon als middel om in contact te staan met anderen.
Sociale bevestiging, neurotische aanleg en laag zelfbeeld.
4. Extraversieroute
Groot verlangen contact te hebben met een uitgebreid sociaal netwerk.
Conflicten met naasten vanwege voortdurend telefoongebruik.
Het algemeen aanvaarde idee dat een combinatie van biologische, psychologische en
sociale factoren een rol spelen, geld ook voor het ontstaan van problematisch sociale-
mediagebruik. De overwegend crossectionele onderzoeken die er zijn, laten in het algemeen
drie typen individuele risicofactoren zien voor het ontwikkelen van problematisch sociale-
mediagebruik en dus internetgebruik.
1. Factoren die duiden op een verlaagd psychosociaal welzijn.
2. Factoren die wijzen op verminderde gedragscontrole.
3. Factoren die samenhangen met belonende aspecten.
Problematisch internetgebruik kan onder meer een negatieve impact hebben op
slaapgedrag, schoolprestaties, voedingsgewoonten en interpersoonlijke relaties. Het blijkt
samenhang te hebben met het drinken van alcohol, gebruiken van drugs en roken, maar ook
met ADHD en depressie, slapeloosheid, suïcidale gedachten en agressie.
4. De student weet wat wordt verstaan onder internetverslaving
Internetverslaving
Ernstige ontwrichting van het dagelijks leven.
Een verslaving aan het internet zelf, maar de problemen zijn meestal gerelateerd aan
een specifieke online toepassing met eigen unieke kenmerken, zoals online games,
sociale media of online erotica.
Iemand die er niet langer in slaagt het internetgebruik binnen de perken te houden.
Het zou dus accurater zijn om te spreken van een gameverslaving of sociale media
verslaving.
5. De student heeft kennis over de persoonlijkheid en het psychosociaal welzijn
van een problematisch internetgebruiker
Niet elke persoon is even vatbaar voor deze problematiek, en vaak liggen iemands
persoonlijkheid en psychosociaal welzijn mede aan de basis van het ontwikkelen hiervan.
Problemen met zelfregulatie en gedragscontrole (impulsiviteit) spelen een centrale rol bij het
ontwikkelen van internet gerelateerde verslavingen. Een laag psychosociaal welbevinden en
2
,problematisch onlinegedrag kunnen erop duiden dat door anhedonie (verminderd vermogen
om plezier of genot te ervaren) personen gevoeliger voor sensitisering zijn en daarmee voor
de persoonlijk belonende prikkels die online gevonden kunnen worden.
Daarnaast is er onderzoek gedaan naar persoonlijkheidskenmerken d.m.v. de Big Five
persoonlijkheidsdimensies.
Extraversie versus introversie.
Vriendelijkheid versus onvriendelijkheid.
Zorgvuldigheid versus onzorgvuldigheid.
Emotionele stabiliteit versus neuroticisme.
Openheid voor ervaringen versus conservatisme.
Problematisch internetgebruikers scoren lager op vriendelijkheid, zorgvuldigheid en
emotionele stabiliteit. Maar scoren hoger op openheid en zijn vaak meer introvert.
De psychologische en sociale factoren die vaak aan problematisch internetgebruikers
worden gelinkt zijn eigenwaarde, eenzaamheid, depressieve gevoelens en het gevoel van
controle.
6. De student heeft kennis over de DSM-5 criteria die opgesteld zijn voor
‘gedragsverslavingen’
Volgens het DSM-IV is iemand van middelen afhankelijk wanneer zich het afgelopen jaar drie
van de onderstaande zeven symptomen hebben voorgedaan. Deze definitie is grotendeels
ook van toepassing op moderne verslavingen voor gedrag.
1 Ontwikkeling tolerantie
2 Onthoudingsverschijnselen bij stoppen
3 Meer en gedurende langere tijd gebruiken dan het plan is
4 Aanhoudende wens of mislukte pogingen om te minderen of te stoppen
5 Veel tijd besteden aan het verkrijgen van het middel, het gebruik en herstellen
6 Minder aandacht besteden of opgeven van sociale contacten, hobby’s, werk
7 Doorgaan met gebruik ondanks de wetenschap dat er problemen zijn die door het
gebruik veroorzaakt zijn of verergeren
Het heeft tot 2013 geduurd voordat de DSM-5 gedragsverslavingen toevoegde aan de lijst
van officiële psychiatrische diagnoses.
De werkgroep heeft vervolgens voorgesteld ‘internet addiction disorder’ op te nemen, maar
daarvoor bleek te weinig draagvlak te bestaan. Wel is besloten de ‘internet gaming disorder
(IGD)’ op te nemen in de appendix van DSM-5 als potentiële aandoening voor de volgende
editie indien er voldoende wetenschappelijk evidentie voor het bestaan van deze nieuwe
stoornis vermeld zou worden.
Opname in het DSM-5 draagt bij dat de verslavingszorg toegankelijker wordt voor patiënten
en dat behandeling gemakkelijker door ziektekostenverzekeraars vergoed zal worden.
Daarnaast bevordert officiële erkenning onderlinge afstemming over (het meten van)
diagnostische criteria.
3
,Kennissessie 9: ‘leg die telefoon nou ’s weg!’
(H2, H4, H7, H8 InternetVerslaving en H20 HandboekVerslaving)
1. De student weet wat wordt verstaan onder problematisch gebruik van social
media
Problematisch sociale-mediagebruik
De term heeft betrekking op zowel problemen in het internetgebruik van
socialenetwerksites (Instagram, Facebook) als het problematische gebruik van
instant-messengerfuncties (Snapchat, Whatsapp).
Het algemeen aanvaarde idee dat een combinatie van biologische, psychologische en
sociale factoren een rol spelen, geldt ook voor het ontstaan van problematisch sociale-
mediagebruik.
2. De student weet wat wordt verstaan onder dwangmatig gebruik van mobiele
telefoon
Het dwangmatig gebruik van de mobiele telefoon hangt nauw samen met het problematisch
gebruik van sociale media. En kent veel dezelfde kenmerken.
3. De student is in staat uit te leggen hoe de aantrekkingskracht van social media
werkt
Het aanwezige en toegankelijke internet stelt mensen in staat om instant bevrediging te
krijgen voor een variëteit aan diepgewortelde psychosociale behoeften, zoals sociale
contacten, aandacht, erkenning, controle, competitie, status en een gevoel van competentie
(self-determination theory), maar ook psychoseksuele behoeften.
De aantrekkingskracht van sociale media wordt bovendien in verband gebracht met het
subjectieve gevoel van anonimiteit, met de asynchroniciteit van onlinecommunicatie, die het
mogelijk maakt online uitingen te redigeren voordat men ze verstuurt en met het ontbreken
van lokale repercussies.
Daar komt bij dat producenten van games, apps en ander onlineapplicaties door het
voortdurende monitoren van de online gedragingen van gebruikers precies weten hoe ze met
hun producten maximaal onze aandacht kunnen vasthouden en ons zo vaak mogelijk laten
terugkomen (habit forming products).
Het verslavende effect van games en apps zit hem vooral in de geautomatiseerde
associaties tussen interne en externe triggers, de anticipatie op de beloning en het variabele
beloningsschema.
Flow
Het fenomeen dat internetgebruikers vaak hun tijdsbesef verliezen.
Gewoontevormende producten (habit-forming products)
Producenten maken games, apps en andere onlineapplicaties door het voortdurend
monitoren van de online gedragingen van gebruikers precies weten hoe ze met hun
producten maximaal de aandacht kunnen vasthouden en zo vaak mogelijk laten
terugkomen.
Shaping
Na verloop van tijd leert de internetgebruiker steeds beter stimuli te vinden die je het
meest bevallen.
4
, Binnen het biopsychosociaal model van verslaving zal een verklaring deels gezocht moeten
worden in de beloning die internetgebruikers online ervaren en de daaraan gerelateerde rol
van het dopaminerge mesolimbisch beloningssysteem in het brein.
De mogelijkheid van directe beloning zal via operante en klassieke conditionering een
belangrijk rol spelen bij het ontstaan en onderhouden van problematisch onlinegedrag. Bij
operante conditionering dragen positieve en negatieve bekrachtiging bij aan steeds sterker
wordende stimulus-responsassociaties. Daarnaast draagt klassieke conditionering ertoe bij
dat met het gedrag geassocieerde cues, zoals het zien of horen van de smartphone,
hunkering naar het onlinegedrag oproepen en versterken.
4. De student is in staat de risico’s (bijv. phubbing) te benoemen van social media
Phubbing
Iemand negeren in een sociale situatie, door op je telefoon te kijken in plaats van te
letten op wat je gesprekspartner zegt.
5. De student weet wat wordt verstaan onder een (online) gameverslaving
Internetgamestoornis (internet gaming disorder)
Aanhoudende en terugkerend gebruik van het internet voor het spelen van games,
vaak met anderen, leidend tot klinisch significante verslechtering of nood zoals
blijkend uit vijf (of meer) van de volgende kenmerkende gedurende twaalf maanden.
Zie tabel 20.1 voor criteria voor internetgamingstoornis in DSM-5.
Een (online) gameverslaving wordt vanuit psychiatrische hoek niet geclassificeerd als
stoornis of verslaving, hoewel de recente DSM-5 het wel beschouwt als kandidaat-diagnose
voor een toekomstige editie (onder de noemer ‘internet gaming disorder’).
Internet gaming disorder wordt gedefinieerd op basis van negen criteria in het DSM-5. Als er
wordt voldaan aan vijf of meer van deze criteria is er sprake van deze stoornis. Deze criteria
zijn vrijwel volledig afgeleid van de criteria voor gokken en middelengebruik.
Problematisch (online) gamen kan variëren van lichte problematiek tot een ernstige
gameverslaving. Dit is dan ook erg lastig te onderscheiden.
Kernsymptomen die duiden op een gameverslaving:
- Ontwenningsverschijnselen optreden
Iemand voelt zich mentaal of lichamelijk slecht als er plotseling niet of minder kan
worden gespeeld.
- Verlies aan zelfcontrole
Iemand heeft het gevoel dat hij of zij het gamegedrag niet meer onder controle heeft.
Hangt samen met sociale relaties en werk- en/of studieverplichtingen.
Gameverslaving
Zware problemen door gamen.
Overmatig blijven gamen en dit niet meer onder controle hebben ondanks
bijkomende problemen, wat uiteindelijk leidt tot significante schade.
Problematisch gamegedrag (risicovol gamen)
Lichte problemen door gamen.
Bepaalde fasen van excessief gamen, afgewisseld met periodes waarin minder of
niet wordt gespeeld. Bijvoorbeeld bij het uitkomen van een nieuw spel.
5
Kennissessie 8: Gedragsverslavingen en Internetverslaving
(P17.1, P17.2, P17.3, P17.5 DrugsAlcohol & H19, H20 HandboekVerslaving)
1. De student heeft kennis over het vóórkomen van gedragsverslavingen binnen
de Nederlandse verslavingszorg
Gedragsverslaving
Niet kunnen stoppen met bepaald gedrag dat op korte termijn belonend is terwijl je je
bewust bent van de zware negatieve gevolgen.
Bij gedragsverslavingen gaat het om excessief verrichten van handelingen waarbij de
kans bestaat dat deze een verslavend karakter krijgen. Denk hierbij in het bijzonder
aan kansspelen (gokken), vooral wanneer deze een snelle uitslag geven. Maar ook
regulier gedrag, zoals internetgebruik, eten, kopen of seks, kan onder
omstandigheden verslavend werken.
Gedrag bestempelen als verslaving is problematiseren wat er gebeurt: het wijkt af van het
normale. De term verslaving verwijst naar medicalisering: aan het gedrag ligt een stoornis
ten grondslag. Iemand is verslaafd als hij ervaart iets niet uit vrije wil te doen, zich
gedwongen voelt en handelt tegen beter weten in. Hij verliest controle over het eigen
handelen.
De preventie van gedragsverslavingen, zoals een internetverslaving richt zich tot op heden
vooral op de preventie van gameproblematiek. Er wordt aangeraden in eerste instantie
individueel gerichte interventies op te zetten. Het ontwikkelen van signaleringsinstrumenten
en voorlichtingen voor professionals en ouders worden van groot belang geacht.
2. De student heeft kennis over de neurobiologische verklaring van
gedragsverslavingen
Een gedragsverslaving beïnvloed de huishouding van de neurotransmitters. Ze zorgen net
als drugs voor een dopaminepiek. De emotionele hersenen worden geactiveerd en het
beloningscentrum trakteert op kortstondig genot. Gedrag dat een kick geeft, heeft de neiging
zich te settelen en tot een verslaving uit te groeien. Dat komt vooral omdat prettig ervaren
gedrag een steeds grotere rol in het geheugen gaat innemen. Bovendien wordt het gedrag,
naarmate het vaker plaatsvind, steeds vaker gekoppeld aan allerlei situaties. Bij
terugkerende situaties ontstaat een sterk verlangen.
Het rationele deel van de cortex zal dit verlangen proberen te beheersen. Maar bij mensen
met een verslaving of degene die vatbaar zijn voor een verslaving functioneert de cortex
minder goed. De impuls wordt niet weerstaan en het wordt automatisch gedrag. Door
automatisering speelt de frontaalkwab geen rol meer en kan het gedrag niet meer gestuurd
worden.
De kern van de moderne verslaving is dat het gaat om ingesleten gedrag, een routine die
niet gemakkelijk te doorbreken valt en waaraan weinig vreugde wordt beleefd.
Neurotransmitters
Stoffen die de doorgifte van prikkels in de hersenen beïnvloeden.
1
, 3. De student weet wat wordt verstaan onder problematisch internetgebruik
Problematisch internetgebruik
Enige problemen vloeien voort uit het gedrag.
Er bestaan vier routes naar problematisch telefoongebruik.
1. Cyberverslavingsroute
Verslaving aan alle mogelijke inhouden (zoals porno) of toepassingen (zoals games).
Niet specifiek aan de telefoon.
2. Impulsiviteitsroute
Direct op een impuls handelen, niet nadenken over lange termijn gevolgen.
Gebruik van de telefoon om emoties te kalmeren.
3. Relationeleroute
Telefoon als middel om in contact te staan met anderen.
Sociale bevestiging, neurotische aanleg en laag zelfbeeld.
4. Extraversieroute
Groot verlangen contact te hebben met een uitgebreid sociaal netwerk.
Conflicten met naasten vanwege voortdurend telefoongebruik.
Het algemeen aanvaarde idee dat een combinatie van biologische, psychologische en
sociale factoren een rol spelen, geld ook voor het ontstaan van problematisch sociale-
mediagebruik. De overwegend crossectionele onderzoeken die er zijn, laten in het algemeen
drie typen individuele risicofactoren zien voor het ontwikkelen van problematisch sociale-
mediagebruik en dus internetgebruik.
1. Factoren die duiden op een verlaagd psychosociaal welzijn.
2. Factoren die wijzen op verminderde gedragscontrole.
3. Factoren die samenhangen met belonende aspecten.
Problematisch internetgebruik kan onder meer een negatieve impact hebben op
slaapgedrag, schoolprestaties, voedingsgewoonten en interpersoonlijke relaties. Het blijkt
samenhang te hebben met het drinken van alcohol, gebruiken van drugs en roken, maar ook
met ADHD en depressie, slapeloosheid, suïcidale gedachten en agressie.
4. De student weet wat wordt verstaan onder internetverslaving
Internetverslaving
Ernstige ontwrichting van het dagelijks leven.
Een verslaving aan het internet zelf, maar de problemen zijn meestal gerelateerd aan
een specifieke online toepassing met eigen unieke kenmerken, zoals online games,
sociale media of online erotica.
Iemand die er niet langer in slaagt het internetgebruik binnen de perken te houden.
Het zou dus accurater zijn om te spreken van een gameverslaving of sociale media
verslaving.
5. De student heeft kennis over de persoonlijkheid en het psychosociaal welzijn
van een problematisch internetgebruiker
Niet elke persoon is even vatbaar voor deze problematiek, en vaak liggen iemands
persoonlijkheid en psychosociaal welzijn mede aan de basis van het ontwikkelen hiervan.
Problemen met zelfregulatie en gedragscontrole (impulsiviteit) spelen een centrale rol bij het
ontwikkelen van internet gerelateerde verslavingen. Een laag psychosociaal welbevinden en
2
,problematisch onlinegedrag kunnen erop duiden dat door anhedonie (verminderd vermogen
om plezier of genot te ervaren) personen gevoeliger voor sensitisering zijn en daarmee voor
de persoonlijk belonende prikkels die online gevonden kunnen worden.
Daarnaast is er onderzoek gedaan naar persoonlijkheidskenmerken d.m.v. de Big Five
persoonlijkheidsdimensies.
Extraversie versus introversie.
Vriendelijkheid versus onvriendelijkheid.
Zorgvuldigheid versus onzorgvuldigheid.
Emotionele stabiliteit versus neuroticisme.
Openheid voor ervaringen versus conservatisme.
Problematisch internetgebruikers scoren lager op vriendelijkheid, zorgvuldigheid en
emotionele stabiliteit. Maar scoren hoger op openheid en zijn vaak meer introvert.
De psychologische en sociale factoren die vaak aan problematisch internetgebruikers
worden gelinkt zijn eigenwaarde, eenzaamheid, depressieve gevoelens en het gevoel van
controle.
6. De student heeft kennis over de DSM-5 criteria die opgesteld zijn voor
‘gedragsverslavingen’
Volgens het DSM-IV is iemand van middelen afhankelijk wanneer zich het afgelopen jaar drie
van de onderstaande zeven symptomen hebben voorgedaan. Deze definitie is grotendeels
ook van toepassing op moderne verslavingen voor gedrag.
1 Ontwikkeling tolerantie
2 Onthoudingsverschijnselen bij stoppen
3 Meer en gedurende langere tijd gebruiken dan het plan is
4 Aanhoudende wens of mislukte pogingen om te minderen of te stoppen
5 Veel tijd besteden aan het verkrijgen van het middel, het gebruik en herstellen
6 Minder aandacht besteden of opgeven van sociale contacten, hobby’s, werk
7 Doorgaan met gebruik ondanks de wetenschap dat er problemen zijn die door het
gebruik veroorzaakt zijn of verergeren
Het heeft tot 2013 geduurd voordat de DSM-5 gedragsverslavingen toevoegde aan de lijst
van officiële psychiatrische diagnoses.
De werkgroep heeft vervolgens voorgesteld ‘internet addiction disorder’ op te nemen, maar
daarvoor bleek te weinig draagvlak te bestaan. Wel is besloten de ‘internet gaming disorder
(IGD)’ op te nemen in de appendix van DSM-5 als potentiële aandoening voor de volgende
editie indien er voldoende wetenschappelijk evidentie voor het bestaan van deze nieuwe
stoornis vermeld zou worden.
Opname in het DSM-5 draagt bij dat de verslavingszorg toegankelijker wordt voor patiënten
en dat behandeling gemakkelijker door ziektekostenverzekeraars vergoed zal worden.
Daarnaast bevordert officiële erkenning onderlinge afstemming over (het meten van)
diagnostische criteria.
3
,Kennissessie 9: ‘leg die telefoon nou ’s weg!’
(H2, H4, H7, H8 InternetVerslaving en H20 HandboekVerslaving)
1. De student weet wat wordt verstaan onder problematisch gebruik van social
media
Problematisch sociale-mediagebruik
De term heeft betrekking op zowel problemen in het internetgebruik van
socialenetwerksites (Instagram, Facebook) als het problematische gebruik van
instant-messengerfuncties (Snapchat, Whatsapp).
Het algemeen aanvaarde idee dat een combinatie van biologische, psychologische en
sociale factoren een rol spelen, geldt ook voor het ontstaan van problematisch sociale-
mediagebruik.
2. De student weet wat wordt verstaan onder dwangmatig gebruik van mobiele
telefoon
Het dwangmatig gebruik van de mobiele telefoon hangt nauw samen met het problematisch
gebruik van sociale media. En kent veel dezelfde kenmerken.
3. De student is in staat uit te leggen hoe de aantrekkingskracht van social media
werkt
Het aanwezige en toegankelijke internet stelt mensen in staat om instant bevrediging te
krijgen voor een variëteit aan diepgewortelde psychosociale behoeften, zoals sociale
contacten, aandacht, erkenning, controle, competitie, status en een gevoel van competentie
(self-determination theory), maar ook psychoseksuele behoeften.
De aantrekkingskracht van sociale media wordt bovendien in verband gebracht met het
subjectieve gevoel van anonimiteit, met de asynchroniciteit van onlinecommunicatie, die het
mogelijk maakt online uitingen te redigeren voordat men ze verstuurt en met het ontbreken
van lokale repercussies.
Daar komt bij dat producenten van games, apps en ander onlineapplicaties door het
voortdurende monitoren van de online gedragingen van gebruikers precies weten hoe ze met
hun producten maximaal onze aandacht kunnen vasthouden en ons zo vaak mogelijk laten
terugkomen (habit forming products).
Het verslavende effect van games en apps zit hem vooral in de geautomatiseerde
associaties tussen interne en externe triggers, de anticipatie op de beloning en het variabele
beloningsschema.
Flow
Het fenomeen dat internetgebruikers vaak hun tijdsbesef verliezen.
Gewoontevormende producten (habit-forming products)
Producenten maken games, apps en andere onlineapplicaties door het voortdurend
monitoren van de online gedragingen van gebruikers precies weten hoe ze met hun
producten maximaal de aandacht kunnen vasthouden en zo vaak mogelijk laten
terugkomen.
Shaping
Na verloop van tijd leert de internetgebruiker steeds beter stimuli te vinden die je het
meest bevallen.
4
, Binnen het biopsychosociaal model van verslaving zal een verklaring deels gezocht moeten
worden in de beloning die internetgebruikers online ervaren en de daaraan gerelateerde rol
van het dopaminerge mesolimbisch beloningssysteem in het brein.
De mogelijkheid van directe beloning zal via operante en klassieke conditionering een
belangrijk rol spelen bij het ontstaan en onderhouden van problematisch onlinegedrag. Bij
operante conditionering dragen positieve en negatieve bekrachtiging bij aan steeds sterker
wordende stimulus-responsassociaties. Daarnaast draagt klassieke conditionering ertoe bij
dat met het gedrag geassocieerde cues, zoals het zien of horen van de smartphone,
hunkering naar het onlinegedrag oproepen en versterken.
4. De student is in staat de risico’s (bijv. phubbing) te benoemen van social media
Phubbing
Iemand negeren in een sociale situatie, door op je telefoon te kijken in plaats van te
letten op wat je gesprekspartner zegt.
5. De student weet wat wordt verstaan onder een (online) gameverslaving
Internetgamestoornis (internet gaming disorder)
Aanhoudende en terugkerend gebruik van het internet voor het spelen van games,
vaak met anderen, leidend tot klinisch significante verslechtering of nood zoals
blijkend uit vijf (of meer) van de volgende kenmerkende gedurende twaalf maanden.
Zie tabel 20.1 voor criteria voor internetgamingstoornis in DSM-5.
Een (online) gameverslaving wordt vanuit psychiatrische hoek niet geclassificeerd als
stoornis of verslaving, hoewel de recente DSM-5 het wel beschouwt als kandidaat-diagnose
voor een toekomstige editie (onder de noemer ‘internet gaming disorder’).
Internet gaming disorder wordt gedefinieerd op basis van negen criteria in het DSM-5. Als er
wordt voldaan aan vijf of meer van deze criteria is er sprake van deze stoornis. Deze criteria
zijn vrijwel volledig afgeleid van de criteria voor gokken en middelengebruik.
Problematisch (online) gamen kan variëren van lichte problematiek tot een ernstige
gameverslaving. Dit is dan ook erg lastig te onderscheiden.
Kernsymptomen die duiden op een gameverslaving:
- Ontwenningsverschijnselen optreden
Iemand voelt zich mentaal of lichamelijk slecht als er plotseling niet of minder kan
worden gespeeld.
- Verlies aan zelfcontrole
Iemand heeft het gevoel dat hij of zij het gamegedrag niet meer onder controle heeft.
Hangt samen met sociale relaties en werk- en/of studieverplichtingen.
Gameverslaving
Zware problemen door gamen.
Overmatig blijven gamen en dit niet meer onder controle hebben ondanks
bijkomende problemen, wat uiteindelijk leidt tot significante schade.
Problematisch gamegedrag (risicovol gamen)
Lichte problemen door gamen.
Bepaalde fasen van excessief gamen, afgewisseld met periodes waarin minder of
niet wordt gespeeld. Bijvoorbeeld bij het uitkomen van een nieuw spel.
5