Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 117 pagina's
Samenvatting

19/20 - Samenvatting Endocrinologie prof. Mathieu prof. Decallonne prof. Van Der Schueren (vak Chronische Aandoeningen S2M1 GNK KUL)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 117 pagina's

19/20 1e zit - Dit document is een samenvatting van de cursus Endocrinologie en relevante delen uit de slides met oog voor details, structuur, kleur en volledigheid. De belangrijkste informatie is telkens in rood aangeduid/in geel gemarkeerd wat goed opvalt bij het studeren. Ik vond het zelf zeer nuttig om uit dit document te leren en heb hierdoor een geweldige score kunnen halen. Veel succes!

Voorbeeld van de inhoud

H1: OVERGEWICHT EN OBESITAS
1. DEFINITIES

 Obesitas = overtollige vetopstapeling

1.1. BODY MASS INDEX (BMI)

 BMI (kg/m2) = lichaamsgewicht in kg / lengte in meter in het kwadraat
o Wordt gebruikt voor het inschatten van de hoeveelheid lichaamsvet in de klinische praktijk




1.2. LICHAAMSVETVERDELING

 Verdeling van lichaamsvet over het lichaam is ook een belangrijke factor voor het bepalen van het
morbiditeits- en mortalitsrisico van de patiënt
 Abdomale vetverdeling (androïde, viscerale of appelvormige obesitas) is geassoceerd met een hoger
gezondheidsrisico dan een meer perifere vetverdeling (gynoïde of peervormige obesitas)
 D.m.v. het meten van de middelomtrek
o M.b.v. een lintmeter wordt de middelomtrek gemeten op het middelpunt tussen de onderste rib en
de crista iliaca; voor het correct aflezen mag de lintmeter de huid niet samendrukken en moet deze
evenwijdig zijn met de grond; meting gebeurt op het einde van een normale uitademing
 Middelomtrek is een onafhankelijke voorspellende factor (hoewel er een correlatie bestaat met BMI)
o Hoge middelomtrek is geassocieerd met een toegenomen risico voor T2D, dyslipidemie, hypertensie
 Cut-offs (voor hoger risico op metabool syndroom) verschillen afhankelijk van land/etnische origine

, o

1.3. EDMONTON OBESIT Y STAGING SYSTEM (EOSS)

 BMI = goed beeld van de prevalentie van overgewicht/obesitas op populatieniveau, maar zegt weinig over
het individuele gezondheidsrisico dat een persoon met overgewicht/obesitas loop
 EOSS = geeft de ernst van overgewicht/obesitas weer rekening houdend met in welke mate
overgewicht/obesitas leidt tot ontwikkelen van medische risicofactoren (bv. hoge BD, dyslipidemie),
lichamelijke en psychologische klachten, negatieve weerslag op welzijn en/of functionele beperkingen
o Naargelang de ernst onderscheidt men 4 stadia binnen deze EOSS classificatie

,2. PREVALENTIE

 Frequentie van obesitas neemt wereldwijd toe
o Toename ook in landen in ontwikkeling en ‘groeilanden’ (bv. China, India)
o Ook meer en meer kinderen en adolescenten  hoge prevalentie T2D in VS op jeugdige leeftijd

3. ETIOLOGIE

3.1. SECUNDAIRE VORMEN

 Bij slechts een minderheid kadert het teveel aan lichaamsvet in een welomschreven ziektebeeld
 Bv. genetische afwijkingen (bv. leptine deficiëntie), endocriene stoornissen (bv. Cushing, hypothyroïdie, insulinoma) of letsels van
ventromediale hypothalamus (bv. craniofaryngioom)


3.2. ERFELIJKE VERSU S OMGEVINGSFACTOREN

 Multifactorieel
 Erfelijke factoren: polygenetisch (‘Obesity runs in families’)
 Omgevingsfactoren: essentiële rol in het toenemend lichaamsgewicht van de bevolking

3.3. ADIPOSITAS IS STEEDS HET GEVOLG VAN EEN POSITIEVE ENERGIEBALANS

 Te veel lichaamsvet bewijst slechts dat in het verleden de energiebalans van een persoon positief is
geweest: de persoon heeft meer energie tot zich genomen dan voor zijn verbruik noodzakelijk was
o Overschot aan energie heeft hij dan in de vorm van vet opgestapeld
 Energievergelijking: energie-opname = energieverbruik + energie-opslag
 Positieve energiebalans t.g.v. van een te grote energietoevoer of van een te klein energieverbruik
 Energieverbruik over 24 uren kan worden opgesplitst in 3 componenten
o Ruststofwisseling = 60-65%
 De min of meer constante hoeveelheid energie nodig voor het functioneren van het lichaam in
rust in basale omstandigheden
 Omvat energie voor o.a. de werking van de bloedsomloop en de ademhaling, en voor normale in
nuchtere toestand verlopende stofwisselingsprocessen
 Majeure determinanten: vet-vrije lichaamsmassa (totaal gewicht – vetmassa), eiwit-turnover
en schildklierhormoon
o Thermogenese = 15%
 Energieverbruik in rust dat niet tot de ruststofwisseling kan worden gerekend
 Staat voor energie die nodig is voor vertering, absorptie, metabolisme en opslag van voedsel
(thermogeen effect van voedsel) en voor de effecten van blootstelling aan koude, van
thermogene agentia en van psychologische invloeden en stress
 Bij de mens vormt het thermogeen effect van voedsel (DIT, Diet Induced Thermogenesesis) de
belangrijkste component van de thermogenese
o Activiteitenstofwisseling = 15-20%, afhankelijk van duur en intensiteit van spierarbeid
 Extra energieverbruik tijdens en na fysieke activiteit en de extra energie nodig voor groei,
herstel van ziekte/verwonding, zwangerschap en lactatie

, 3.4. I S H ET E NER GIEV ERB RU IK VERL AAG D BIJ A DI POS IT AS ?


 In absolute termen is het rustmetabolisme van mensen die leven met obesitas hoger dan deze van magere personen; per kilogram
vetvrije lichaamsmassa is zij echter identiek bij mensen met en zonder obesitas
 Thermogeen effect van voedsel is bij sommige mensen met obesitas verlaag (vooral bij mensen die obees zijn sinds kinderleeftijd) 
maar compenseert het hogere rustmetabolisme niet, zodat het over 24 uren gemeten energieverbruik in rust (ruststofwisseling + DIT)
bij mensen met obesitas hoger ligt dan bij magere personen
 Geen verschil in spierarbeid tussen mensen met obesitas en magere controlepersonen
 Conclusie: totale energieverbruik van mensen met obesitas is verhoogd
o Om de energiebalans te handhaven ligt de energie-opanme bij mensen met obesitas dan ook hoger dan bij magere, sedentaire
controle-personen
o Praktisch gevolg: na een periode van vermagering is een aangehouden beperking van de energie-opneming noodzakelijk om
het lichaamsgewicht op een lager niveau te behouden


4. GEVOLGEN

 De gevolgen van obesitas liggen op 3 vlakken: mentaal, mechanisch en metabool
 Mentaal: meer risico op depressie, angststoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, vertroebeld zelfbeeld
 Mechanisch: meer risico op artrose, reflux, incontinentie, slaapapnee, intertrigo
 Metabool: verminderde levensverwachting door een verhoogde CV risico (metabool syndroom,
dyslipidemie, AHT, CV lijden, T2D), maar ook door andere metabole stoornissen die het gevolg zijn van
overgewicht/obesitas (jicht, hepatosteatose/MASLD, cholelithiase, kanker, PCOS, infertiliteit)
o Metabole gevolgen zijn vooral te wijten aan verhoogde opstapeling van vet abdominaal
o Abdominale vet is metabool actief (nl. snel mobiliseerbaar als vrije vetzuren) en zet inflammatoire
substanties vrij (cytokines, O2 radicalen, …)  effecten die samen de lever zullen vervetten en
insulineweerstandig maken  metabool syndroom en alle CV gevolgen vandien
 Opmerking: definitie metabool syndroom
o Abdominale obesitas (man >94 cm; vrouw > 80 cm)
o Glucose-intolerantie/insulineweerstandigheid
o Hypertensie
o Atherogene dyslipidemie (verhoogde TGs, verlaagde HDL)
o Pro-inflammatoire/pro-thrombotische status
 Inschatten van de gevolgen van obesitas d.m.v. EOSS
o = elegante manier om de antropometrische data (gewicht, lengte, BMI, buikomtrek) aan te vullen en
helpt mee bepalen hoe intensief een gewichtsprobleem dient aangepakt te worden
o EOSS = 0-1  levenstijlmaatregelen
o EOSS = 2-3-4  aanvullende farmacotherapie of chirurgie kan in overweging worden genomen om
patiënten te helpen bij hun gewichtsmanagement

5. BEHANDELING

5.1. DOELSTELLINGEN

 Bij de meeste volwassenen loopt het lichaamsgewicht progressief op met ongeveer 0.25kg/jaar
o Op populatie-niveau is stabilisatie van het gemiddeld gewicht dus een eerste doelstelling
o Op individu-niveau zou een behandelingsresultaat de terugkeer zijn naar een stabiel, lager gewicht
 Voor meeste patiënten is gewichtsdaling van ongeveer 10% na 6-12 maanden d.m.v.
levensstijlaanpassingen een correct en realistisch streefdoel, omdat met deze op eerste zicht
eerder beperkte vermagering toch reducties van de gezondheidsrisico’s worden bekomen
 Als dit streefdoel gehaald wordt, kan i.f.v. een globale re‐evaluatie, nadien beslist
worden over de noodzaak tot verdere vermagering

Inhoudsopgave

  1. 01 1. definities 1
    1. 1.1. Body mass index (bmi) 1
    2. 1.2. lichaamsvetverdeling 1
    3. 1.3. edmonton obesity staging system (eoss) 2
  2. 02 2. prevalentie 3
  3. 03 3. etiologie 3
    1. 3.1. secundaire vormen 3
    2. 3.2. erfelijke versus omgevingsfactoren 3
    3. 3.3. adipositas is steeds het gevolg van een positieve energiebalans 3
    4. 3.4. IS HET ENERGIEVERBRUIK VERLAAGD BIJ ADIPOSITAS? 4
  4. 04 4. gevolgen 4
  5. 05 5. behandeling 4
    1. 5.1. DOELSTELLINGEN 4
    2. 5.2. STRATEGIEËN VOOR GEWICHTSCONTROLE 5
    3. 5.3. DIEET 5
    4. 5.4. GEDRAGSTHERAPIE 6
    5. 5.5. FYSIEKE ACTIVITEIT 6
    6. 5.6. FARMACOTHERAPIE 6
    7. 5.7. HEELKUNDE 7
  6. 06 1. overzicht van het lipidentransport 9
    1. 1.1. de plasma lipoproteïnen 9
    2. 1.2. metabolisme van de lipoproteïnen 9
  7. 07 2. stoornissen van het lipidentransport 10
    1. 2.1. hypertriglyceridemie 10
    2. 2.2. hypercholesterolemie 11
    3. 2.3. secundaire dyslipidemie 11
  8. 08 3. behandeling van hyperlipidemie 11
  9. 09 1. DEFINITIE 12
  10. 10 2. INDELING 12
  11. 11 3. diagnose 14
    1. 3.1. glycemiebepalingen 14
    2. 3.2. glucosurie 15
    3. 3.3. geglyceerd hemoglobine 15
  12. 12 4. etiologie – evolutie – prognose 16
    1. 4.1. type 1 diabetes mellitus 16
    2. 4.2. type 2 diabetes mellitus 18
    3. 4.3. andere specifieke vormen van diabetes 20
  13. 13 5. verwikkelingen 22
    1. 5.1. microangiopathie 22
    2. 5.2. diabetische neuropathie 25
    3. 5.3. macroangiopathie of atheromatose 25
    4. 5.4. dermatologische verwikkelingen 26
    5. 5.5. de diabetische voet 26
    6. 5.6. metabole coma’s 27
  14. 14 6. behandeling 29
    1. 6.1. behandeling van type 1 diabetes 29
    2. 6.2. behandeling van type 2 diabetes 37
    3. 6.3. behandeling van patiënten met gestoorde ogtt 44
    4. 6.4. behandeling van microangiopathie 44
  15. 15 1. exploratie van schildklierziekten: principes 46
    1. 1.1. klinisch onderzoek van de schildklier 46
    2. 1.2. technische onderzoeken van de schildklier 46
  16. 16 2. functionele schildklierziekten 50
    1. 2.1. hypothyroïdie 50
    2. 2.2. hyperthyroïdie 55
    3. 2.3. subklinische (milde) schildklierdisfunctie 62
    4. 2.4. laag t3-syndroom 63
    5. 2.5. screening schildklierfunctie (tsh) 64
    6. 2.6. thyroïditis 64
  17. 17 3. structurele schildklierziekten 67
    1. 3.1. multinodulaire goiter 67
    2. 3.2. schildkliernodus en schildklierkanker 69
  18. 18 1. ziekten van de neurohypofyse 75
    1. 1.1. diabetes insipidus (ADH deficiëntie) 75
    2. 1.2. siadh (syndrome of inappropriate adh secretion) 77
  19. 19 2. ziekten van de adenohypofyse 78
    1. 2.1. insufficiëntie van de adenohypofyse 78
    2. 2.2. hyperfunctie van de adenohypofyse 80
  20. 20 3. hypofyse-incidentaloma 84
  21. 21 1. ziekten van de bijniermedulla 85
    1. 1.1. tekort aan bijniermerghormoon (zz) = NK 85
    2. 1.2. feochromocytoom 85
  22. 22 2. ziekten van de bijniercortex 87
    1. 2.1. bijnierschorsinsufficiëntie 87
    2. 2.2. hyperfunctie van de bijnierschors 89
    3. 2.3. congenitale bijnierschorshyperplasie 94
    4. 2.4. hirsutisme en virilisatie 95
  23. 23 3. bijnierincidentaloma 96
  24. 24 1. HYPOPARATHYROïdie = hypofunctie bijschildklier 97
    1. 1.1. etiologie 97
    2. 1.2. symptomen 97
    3. 1.3. diagnose 98
    4. 1.4. behandeling 98
  25. 25 2. primaire hyperparathyroïdie 99
    1. 2.1. etiologie 99
    2. 2.2. symptomen 99
    3. 2.3. diagnose 99
    4. 2.4. behandeling 100
  26. 26 3. secundaire hyperparathyroïdie 101
  27. 27 4. metabole botziekten 102
    1. 4.1. osteomalacie en rachitis 102
    2. 4.2. osteoporose 104
  28. 28 8.1. mannelijke subfertiliteit 107
    1. 8.1.1. definitie en prevalentie 107
    2. 8.1.2. etiologie 107
    3. 8.1.3. diagnose 109
    4. 8.1.4. behandeling 112
  29. 29 8.2. hypogonadisme bij de man 114
    1. 8.2.1. definitie – prevalentie – etiologie 114
    2. 8.2.2. klinische presentatie 114
    3. 8.2.3. diagnose 115
    4. 8.2.4. behandeling 115
  30. 30 8.3. gynaecomastie 116
    1. 8.3.1. definitie 116
    2. 8.3.2. etiologie 116
    3. 8.3.3. diagnose 116
    4. 8.3.4. behandeling 117

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
2 februari 2025
Aantal pagina's
117
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€29,99
Gekocht door 51 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
hypertahrio14
4,5
(47)
Verkocht
623
Volgers
87
Items
33
Laatst verkocht
1 week geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen