1) Wanneer kan je worden beschermd tegen beschikkingsonbevoegdheid van de
vervreemder?
Situaties waarin een vervreemder van een roerende zaak beschikkingsonbevoegd is:
• A verkoopt een ets aan B, maar de koopovereenkomst wordt vernietigd omdat B bedrog heeft
gepleegd. Vervolgens verkoopt B de ets aan C, die te goeder trouw is en geen reden had om
aan te nemen dat B bedrog had gepleegd.
• A leent zijn ets uit aan B, die vervolgens de ets verkoopt aan C. Ook hier is C te goeder trouw
en had geen reden om te twijfelen aan de beschikkingsbevoegdheid van B.
In beide situaties wordt C eigenaar van de ets, ondanks dat B onbeschikkingsbevoegd was. Dit
wordt mogelijk gemaakt door art. 3:86 lid 1 BW, dat stelt dat een overdracht van roerende zaken
geldig is als de verkrijger te goeder trouw is en de overdracht niet om niet (gratis) plaatsvindt.
Geslaagd beroep op art. 3:86 BW | vereisten
1. De verkrijger moet anders dan om niet zijn;
2. De verkrijger moet te goeder trouw zijn.
Geslaagd beroep leidt tot eigendomsverlies voor oorspronkelijke eigenaar en dat verkrijger
binnen drie jaar na verkrijging de gegevens moet verscha en om het goed terug te vinden, anders
kan hij geen bescherming inroepen. Eigendom van roerende zaak wordt overgedragen,
ondanks onbevoegdheid van de vervreemder.
Let op: art. 3:86 BW moet worden gelezen in samenhang met art. 3:84 BW en art. 3:90 BW. Een
geldige titel en levering door bezitsverscha ng zijn namelijk ook vereist!
Goede trouw (art. 3:11 BW)
Deze ontbreekt:
1. Wanneer iemand de feiten of het recht waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben
kende;
2. Wanneer iemand de feiten of het recht niet kende, maar wel behoorde te kennen.
Er berust dus op iemand een onderzoeksplicht. Het feit dat iemand iets niet kon onderzoeken,
ontslaat hem of haar niet van de verantwoordelijkheid om de feiten of het recht te kennen, als er
voldoende aanleiding was om eraan te twijfelen.
De eigenaar van een gestolen zaak kan deze in sommige gevallen gedurende drie jaar opeisen
volgens art. 3:86 lid 3 BW. Onder sub a en b staan uitzonderingen.
Als niet aan een of meer van de vereisten voor bescherming volgens lid 1 is voldaan, heeft de
eigenaar zelfs 20 jaar de tijd (normale verjaringstermijn art. 3:306 BW).
Zoals we hierboven kunnen zien is voor een geldige overdracht vereist dat het goed
overdraagbaar is, er sprake is van een geldige titel, beschikkingsbevoegdheid aan de kant van
de vervreemder en een geldige levering. Als niet aan deze voorwaarden is voldaan, is er geen
geldige overdracht.
Toch kan het zijn dat een verkrijger bescherming geniet, ondanks dat niet aan deze vereisten is
voldaan. Hiermee komen we aan het onderwerp van de derdenbescherming. Er bestaan
verschillende vormen van derdenbescherming:
1. Bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder.
◦ Art. 3:86 BW voor goederen die onder het bezitsoverdrachtsstelsel vallen.
◦ Art. 3:88 BW voor gevallen waarin art. 3:86 BW niet van toepassing is.
2. Bescherming tegen onvolledigheid en onjuistheid van in de openbare registers
gepubliceerde gegevens (art. 3:23 – art. 3:27 BW).
3. Bescherming tegen de situatie waarin de bezitter, gesteld of tenietgegaan van een
bepaalde zakelijke status, de afwezigheid van de verkrijger derde is (art. 3:36 BW).
fi fi fi fi fiffi ff