Samenvatting tentamen
Leerjaar 2024-2025, blok B
,Deel 1. Psychopathologie (12 vragen)
1.1 Borderline persoonlijkheidsstoornis
De student kent de DSM-V criteria van de borderline persoonlijkheidsstoornis.
De student kan de klachten van de borderline persoonlijkheidsstoornis signaleren in
een casus.
A. Een pervasief patroon van instabiliteit in persoonlijke relaties, van het zelfbeeld en
van affecten en duidelijke impulsiviteit, beginnend in jongvolwassen leeftijd en aanwezig
in uiteenlopende contexten, zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken
1 Verwoede pogingen om feitelijke of vermeende verlating te voorkomen
2 Een patroon van instabiele en intense interpersoonlijke relaties, gekenmerkt
door afwisselingen tussen extreem idealiseren en devalueren
3 Een identiteitsstoornis: een duidelijk en persisterend instabiel zelfbeeld of
zelfgevoel
4 Impulsiviteit om minstens twee gebieden die de betrokkene in potentie zelf kunnen
schaden
5 Recidiverende suïcidale gedragingen, gestes of dreigingen, of automutilatie
6 Affectieve instabiliteit als gevolg van een duidelijke reactiviteit van de stemming
7 Chronisch gevoel van leegte
8 Inadequate, intense woede of moeite hebben boosheid te beheersen
9 Voorbijgaande, stressgerelateerde paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve
symptomen
De student weet welke verpleegkundige interventies ingezet kunnen worden bij een
patiënt met een borderline persoonlijkheidsstoornis.
Aandachtspunten voor de omgang
● Blijf respectvol en laat je reacties niet bepalen door de soms zeer negatieve
gevoelens die door het gedrag of de houding van deze patiënt oproepen
● Zorg voor een duidelijke structuur in je behandelingssituaties
● Bewaak je eigen grenzen
● Wees duidelijk, consequent en inzichtelijk in je handelen, en vertel wat je doet of
waar je bent
● Waardoor positief gedrag, maar overdrijf niet
● Wijs negatief gedrag op een positief-constructieve manier af
● Wees er bedacht op als team niet verdeeld of gesplitst te worden in “goeden en
slechten”, “strengen en soepen”, “begripvollen en systeem-vertegenwoordigers"
, ● Ga na welke assumpties of cognities het wereldbeeld en de handelwijze van de
betrokkene bepalen
De student kent de risicofactoren op het verkrijgen van een borderline
persoonlijkheidsstoornis.
Risicofactor Beschrijving/specifiek
Genen 35-47% van risico op borderline wordt bepaald door genetische
factoren
Eerstegraads familieleden van iemand met borderline hebben een
vijf keer zo hoge kans op borderline
Temperament: sensatiezoekend gedrag en angstigheid
Traumatische Seksueel misbruik
ervaringen uit de
jeugd Emotionele verwaarlozing
Hechtingsproblemen
Psychiatrische Aanwezigheid van psychische stoornissen in de familie
familiegeschiedenis
Opvoedingsstijl Inconsistentie in de opvoeding
Weinig ouderlijke affectie
Aversief opvoedingsgedrag (bijvoorbeeld zwaar straffen)
De student heeft kennis van de gevolgen die een borderline persoonlijkheidsstoornis
kan hebben.
Gevolgen van borderline voor het functioneren
● Geassocieerd met functionele verstoringen en suïcidaliteit
● Problemen in de interactie en relaties met anderen, als in het beroepsmatig
functioneren
○ Meer symptomen borderline → grotere kans dat iemand zonder partner
woont en geen betaalde baan heeft
● Beperkingen, hoge mate van impulsiviteit en intense stemmingswisselingen →
8-10% van de mensen met borderline suïcideert zich
○ 75% doet op enig moment een suïcidepoging
● Automutilatie en suïcidepogingen zijn een uiting van ondraaglijke psychische pijn,
waaraan zij op dat moment geen andere uitdrukking weten te geven
○ Patiënt heeft behoefte aan iemand die er is, luistert en meedenkt
, De student heeft kennis van de duur van de borderline persoonlijkheidsstoornis.
Oorspronkelijk gezien als de meest persisterende stoornis, maar inmiddels is duidelijk dat
juist mensen met deze stoornis in de loop van de volwassenheid veranderen en dat ze ook
veel baat hebben bij psychotherapie.
Naarmate ze ouder worden, vertoont de impulsiviteit bij mensen met borderline meestal een
afname.
De student weet mogelijke oorzaken van het ontstaan van de borderline
persoonlijkheidsstoornis.
De student is op de hoogte van comorbiditeit bij de borderline
persoonlijkheidsstoornis.
Comorbiditeit wordt vooral in behandeling met PS in het algemeen behandeld, dit wordt
behandeld bij het volgende onderdeel. In de literatuur gaat alleen dit specifiek over
borderline:
● Stemmingsstoornissen: 41-83% van de mensen met borderline heeft een
depressie in de voorgeschiedenis; 12-39% een dysthymie
● Verschil tussen borderline en ASS is soms bij vrouwen lastig te zien