Boek : pincode 7e editie VMBO-GT 3
Basisstoffen
Paragraaf 1 hoe betaal je?
Paragraaf 2 waarvoor zou je sparen?
Paragraaf 3 geld lenen kost geld!
Paragraaf 4 nog meer bankzaken?
Rekenen
, Pargraaf 1 hoe betaal je?
Leerdoelen:
Wat het verschil is tussen directe en indirecte
ruil.
Welke geldfuncties er zij.
Hoe je het saldo op je betaalrekening
controleert.
Welke manieren van betalen er zijn.
Samenvatten
Als je een product ruil tegen een ander product, noem je dat
directe ruil. Voorbeeld: je ruilt een brood tegen kaas. Dit
ruilmiddel deden ze vroeger vaak. Een ruilmiddel is een manier
van ruilen of betalen. Een andere ruilmiddel is een product
tegen geld ruilen, dit noem je indirect ruil. Dit wordt nu
tegenwoordig het meeste gebruikt.
Geld gebruik je op verschillende manieren. De manieren waarop
je geld kunt gebruiken, noem je geldfuncties. Dit zijn de
verschillende manieren:
Ruilmiddel: je koopt of verkoopt goederen of diensten.
Rekenmiddel: je geeft de waarde van iets aan.
Spaarmiddel: je heeft een deel van je inkomen niet uit
zodat je het later kunt gebruiken.
In Europa betaal je met de euro. Je hebt 2 verschillen soorten
geld. Munt, biljetten of cash dit is allemaal chartaal geld. Maar
nu gebruiken we heel veel giraal geld. Voorbeelden zijn: pin,
tikkie, betaalverzoek of tegoedbonnen. De meest voorkomende
manieren van elektronisch betalen.
Betalen met je pinpas
Overmaken via de app van je bank of via internetbankieren
Betalen met creditcard