Onderzoek en statistiek
Kwalitatief
Inhoud
Les 1....................................................................................................................... 1
Inleiding kwalitatief onderzoek............................................................................... 2
HC4....................................................................................................................... 10
HC 5...................................................................................................................... 17
HC 6...................................................................................................................... 19
HC4...................................................................................................................... 10
HC 5..................................................................................................................... 16
HC 6..................................................................................................................... 18
Les 1
Kenmerken
sociaalwetenschappelijk
onderzoek
Empirisch gebaseerd op
systematische waarnemingen
Controleerbaar peer review
Probabilistisch
Theorie
“Een theorie is een geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in
onderlinge samenhang worden beschreven. In de wetenschap is een theorie een
getoetst model ter verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid.”
Positieve en negatieve persoonlijke omgevingsfactoren worden in verband
gebracht met hoe een persoon situaties ervaart.
Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie
- Ondersteund door data Data uit wetenschappelijk onderzoek
- Falsifieerbaar Een theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand
van verzamelde gegevens. Ik ben een cyborg
- Spaarzaam (parsimonious) Als een eenvoudige theorie volstaat, is het
niet nodig om deze complexer te maken.
,Ondezoeksvragen
Fundamenteel (basic) = Het is vaak een
breed geformuleerde vraag die de kern
van het probleem of het onderwerp dat
onderzocht wordt, vastlegt. Wat gebeurd
er in het hoofd van kinderen met adhd?
Toegepast (applied) We hebben al een
bestaande theorie maar we willen weten
of die theorie stand houd in andere
contaxten. = nieuwe adhd medicatie
ontwikkeld. Wat doet dat met het gedrag van kinderen met adhd?
Kwalitatief observaties, waarnemingen, meningen etc
Kwantitatief Het meten van de omvang, frequentie of variatie van
verschijnselen.
Inleiding kwalitatief onderzoek
Waarom kwalitatief onderzoek ?
- Sociale fenomen te begrijpen vanuit de natuurlijke context
- Om empirische patronen te vinden
- Die startpunt kunnen zijn voor theorievorming
ontwikkeling nieuwe theorie, aanpassing of uitbreiding van bestaande
theorie
Patronen in:
- Gesproken of geschreven teksten
- Observaties van gedrag en interacties
- Beeldmateriaal, etc.
Sociaal fenomeen gebeurtenis, situatie,
of gedragspatroon dat voorkomt binnen een
samenleving of sociale groep = bijv: De
manier waarop we voor ouderen zorgen. In
nederland verzorgingstehuis, in het
buitenland vaak familie.
Kenmerken kwalitatief onderzoek
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in
de natuurlijke omgeving van de
respondent
, 2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker
- de sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
- naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of
bestaande theorieën aanpassen. Door alle hapjes informatie samen te
voegen tot een set van patronen draag je bij aan bestaande theorien
of een concrete nieuwe theorie.
Een onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de
volgende elementen:
SPI(C)E:
S: Setting waar, in welke context
P: Perspective/Population wie
I: Interest wat
(C: Comparison vergeleken met wie/wat)
E: Evaluation met welk resultaat
Voorbeeld
- Wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
S: Nederland
P: Eerstejaarsstudenten
I: Daten
E: motieven
Hoe worden gegevens verzameld?
- Kwalitatief interview
- Focusgroep – een onderzoeken en een aantal respondenten
- Bestaande gegevens
- Observaties
Kwalitatief interview
Er worden vragen gesteld over:
- Ideeën
- Motieven
- Ervaringen
- (Gedragingen)
Met betrekking tot een sociaal fenomeen
Kwalitatief
Inhoud
Les 1....................................................................................................................... 1
Inleiding kwalitatief onderzoek............................................................................... 2
HC4....................................................................................................................... 10
HC 5...................................................................................................................... 17
HC 6...................................................................................................................... 19
HC4...................................................................................................................... 10
HC 5..................................................................................................................... 16
HC 6..................................................................................................................... 18
Les 1
Kenmerken
sociaalwetenschappelijk
onderzoek
Empirisch gebaseerd op
systematische waarnemingen
Controleerbaar peer review
Probabilistisch
Theorie
“Een theorie is een geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in
onderlinge samenhang worden beschreven. In de wetenschap is een theorie een
getoetst model ter verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid.”
Positieve en negatieve persoonlijke omgevingsfactoren worden in verband
gebracht met hoe een persoon situaties ervaart.
Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie
- Ondersteund door data Data uit wetenschappelijk onderzoek
- Falsifieerbaar Een theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand
van verzamelde gegevens. Ik ben een cyborg
- Spaarzaam (parsimonious) Als een eenvoudige theorie volstaat, is het
niet nodig om deze complexer te maken.
,Ondezoeksvragen
Fundamenteel (basic) = Het is vaak een
breed geformuleerde vraag die de kern
van het probleem of het onderwerp dat
onderzocht wordt, vastlegt. Wat gebeurd
er in het hoofd van kinderen met adhd?
Toegepast (applied) We hebben al een
bestaande theorie maar we willen weten
of die theorie stand houd in andere
contaxten. = nieuwe adhd medicatie
ontwikkeld. Wat doet dat met het gedrag van kinderen met adhd?
Kwalitatief observaties, waarnemingen, meningen etc
Kwantitatief Het meten van de omvang, frequentie of variatie van
verschijnselen.
Inleiding kwalitatief onderzoek
Waarom kwalitatief onderzoek ?
- Sociale fenomen te begrijpen vanuit de natuurlijke context
- Om empirische patronen te vinden
- Die startpunt kunnen zijn voor theorievorming
ontwikkeling nieuwe theorie, aanpassing of uitbreiding van bestaande
theorie
Patronen in:
- Gesproken of geschreven teksten
- Observaties van gedrag en interacties
- Beeldmateriaal, etc.
Sociaal fenomeen gebeurtenis, situatie,
of gedragspatroon dat voorkomt binnen een
samenleving of sociale groep = bijv: De
manier waarop we voor ouderen zorgen. In
nederland verzorgingstehuis, in het
buitenland vaak familie.
Kenmerken kwalitatief onderzoek
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in
de natuurlijke omgeving van de
respondent
, 2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker
- de sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
- naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of
bestaande theorieën aanpassen. Door alle hapjes informatie samen te
voegen tot een set van patronen draag je bij aan bestaande theorien
of een concrete nieuwe theorie.
Een onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de
volgende elementen:
SPI(C)E:
S: Setting waar, in welke context
P: Perspective/Population wie
I: Interest wat
(C: Comparison vergeleken met wie/wat)
E: Evaluation met welk resultaat
Voorbeeld
- Wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
S: Nederland
P: Eerstejaarsstudenten
I: Daten
E: motieven
Hoe worden gegevens verzameld?
- Kwalitatief interview
- Focusgroep – een onderzoeken en een aantal respondenten
- Bestaande gegevens
- Observaties
Kwalitatief interview
Er worden vragen gesteld over:
- Ideeën
- Motieven
- Ervaringen
- (Gedragingen)
Met betrekking tot een sociaal fenomeen