Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 56 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Biochemistry of exercise

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 56 pagina's

Ik heb alles dat gedoceerd werd door prof. De Smet uitgewerkt en samengevat. Leest als een beknopte cursus in duidelijke taal & omvat al de te kennen leerstof.

Voorbeeld van de inhoud

Biochemie prof. De Smet (2024-’25): inhoudstafel
1. Basis spierstructuur, depolarisatie, crosslinking .......................................... 2
2. ATP en AMP .................................................................................................. 3
3. Verschillende energiesystemen ................................................................... 4
3.1 Fosfocreatine (PCr) systeem ........................................................................ 5
3.2 Koolhydraten................................................................................................ 8
3.2.1 Glycolyse overview ................................................................................... 8
3.2.2 Glycogeen supercompensatie................................................................. 11
3.2.3 Glycogenolyse ........................................................................................ 12
3.2.4 Anaërobe glycolyse ................................................................................. 13
3.2.5 Aërobe glycolyse ..................................................................................... 15
3.2.6 Elektronentransportketen ....................................................................... 16
3.2.7 KH intake tijdens de inspanning .............................................................. 17
3.2.8 Key terms: ............................................................................................... 18
4. Vet ............................................................................................................. 19
4.1 Lipolyse ..................................................................................................... 21
5. Proteïnen ................................................................................................... 23
6. pH-regulatie ............................................................................................... 26
6.1 pH-regulatie in de spier .............................................................................. 26
6.2 pH-regulatie in het bloed ............................................................................ 28
6.3 Intramusculaire pH .................................................................................... 31
6.4 Supplementen zuurtegraad ........................................................................ 35
7. Inspanningstesten ..................................................................................... 36
8. Pulmonale gasuitwisselingsthresholds ...................................................... 44
9. Spiervezeltypes .......................................................................................... 48
9.1 Contractiele eigenschappen van de verschillende spiervezels ................... 48
9.2 Metabole eigenschappen van de verschillende spiervezels ........................ 49
9.3 Resistentie vermoeidheid in de verschillende spiervezels .......................... 50
9.4 Structurele integriteit in de verschillende spiervezels ................................ 51
9.5 Energie-efficiëntie in de verschillende spiervezels ..................................... 51
10. Bepalen van het spiervezeltype .................................................................. 52
11. Verdeling spiervezels ................................................................................. 55



1

, 1. Basis spierstructuur, depolarisatie, crosslinking
Skeletspier (omringd door epimysium)
→ spierbundels (omringd door perimysium)
→ spiervezels (omringd door endomysium als bindweefsel om de spiervezels bijeen te
houden, met hieronder sarcolemma als functionerend celmembraan)
→ myofibrillen
→ sarcomeren bestaande uit actine- en myosinefilamenten

Spiervezel:




- Sarcoplasmatisch reticulum
o Rond elke myofibril gerold.
o Slaat Ca2+ op (wordt hier ook actief
heen getransporteerd).
- T-tubuli
o Sarcolemma (functionerend
celmembraan) heeft tunneltjes die
rond elke myofibril lopen, om
depolarisaties door te geven aan
sarcoplasmatisch reticulum.
o Ca2+ release in de cel zorgt voor een
sarcomeer contractie.


- Het proces:
o Zenuw komt toe op het sarcolemma en laat Acetylcholine los → acetylcholine-receptoren
in het sarcolemma gaan activeren → natrium komt binnen en depolariseert het
sarcolemma = ACTIEPOTENTIAAL
o Via de T-tubuli kan het AP worden doorgegeven → het sarcoplasmatisch reticulum gaat
calcium lossen → Ca2+ bindt aan troponine → het sarcomeer gaat myosine activeren → er
komt een plekje vrij op myosine om te binden met actine → contractie met ADP-release.
o Het reticulum gaat dan weer Ca2+ heropnemen waardoor het weer relaxeert.




2

, 2. ATP en AMP
ATP
ATP (adenosinetrifosfaat): de 3
fosfaatgroepen zitten heel
energetisch aan elkaar
verbonden → tijdens hydrolyse
gaat deze energie vrijkomen.

- ATP-storage is gelijk bij mannen vs vrouwen, alsook bij atleten vs sedentairen
- 5 mmol ATP/kg spier
- Continue en onmiddellijke ATP-resynthese: blijft eigenlijk erg stabiel doorheen training, is echt
een energiedrager (géén reserve).

Power (kracht) - snelheid maximale ATP productie
Capaciteit – beschikbare opslag (KH, vet)

AMP

AMP (adenosinemonofosfaat) speelt een belangrijke rol als energie-sensor en activator in
cellulaire processen, met name tijdens inspanning. AMP werkt als een "noodsignaal" dat de
cel activeert om meer energie vrij te maken en de glycolyse te versnellen, vooral tijdens
perioden van hoge energiebehoefte zoals zware inspanning.

1. Activatie van energieproductie

• Signaal van lage energie:
o Als de verhouding ATP/ADP afneemt (bijvoorbeeld tijdens intensieve inspanning), wordt ADP
omgezet in AMP.
o Een verhoogde AMP-concentratie geeft aan dat de energievoorraden laag zijn.
• Enzymactivatie:
o Phosphorylase: Stimuleert glycogenolyse, waardoor glycogeen wordt afgebroken tot
glucose-6-fosfaat.
o Phosphofructokinase (PFK): Verhoogt de snelheid van glycolyse door meer glucose om te
zetten in pyruvaat.

2. Regulatie van AMP-geactiveerd proteïne kinase (AMPK)

• AMPK: Een sleutelenzym dat cellen helpt te schakelen naar energieproductie.
o Activeert glucoseopname en vetzuuroxidatie.
o Remt processen die veel energie kosten, zoals vet- en eiwitsynthese.


3. Anaerobe glycolyse tijdens inspanning

• Bij intensieve inspanning zorgt AMP voor een snelle toename van ATP-productie door de
glycolyse te versnellen. Het werkt als een versterker van enzymen die energie vrijmaken.




3

, 3. Verschillende energiesystemen
1. Fosfocreatine systeem (PCr systeem) = anaëroob alactisch
2. Glycolyse
a. Anaërobe glycolyse: glucose -> pyruvaat -> lactaat + H+ = anaëroob lactisch
b. Aërobe glycolyse: glucose -> pyruvaat -> acetyl-CoA -> oxidatieve fosforylatie = aëroob
c. Opslag spier, lever, bloed, KH-intake
3. Krebscyclus en oxidatieve fosforylatie = aëroob
a. Opslag triglyceriden IM, perifeer, bloed




4

Inhoudsopgave

  1. 01 1. Basis spierstructuur, depolarisatie, crosslinking 2
  2. 02 2. ATP en AMP 3
    1. 1. Activatie van energieproductie 3
    2. 2. Regulatie van AMP-geactiveerd proteïne kinase (AMPK) 3
    3. 3. Anaerobe glycolyse tijdens inspanning 3
  3. 03 3. Verschillende energiesystemen 4
  4. 04 3.1 Fosfocreatine (PCr) systeem 5
    1. Conclusie: 7
  5. 05 3.2 Koolhydraten 8
  6. 06 3.2.1 Glycolyse overview 8
  7. 07 Energiebronnen 9
  8. 08 Vermogensoutput 10
  9. 09 Belangrijkste conclusies: 10
  10. 10 3.2.2 Glycogeen supercompensatie 11
    1. Glycogeen supercompensatie = het proces waarbij spieren na inspanning meer glycogeen opslaan dan voorheen. 11
    2. Conclusie: Gerichte training van zowel type I (uithoudingsvermogen) als type II (kracht) spiervezels is essentieel voor optimale glycogeen supercompensatie. 11
  11. 11 3.2.3 Glycogenolyse 12
    1. Belangrijk voordeel: Glycogenolyse omzeilt de eerste stap van glycolyse (waar normaal 1 ATP nodig is om glucose te fosforyleren). Dit betekent dat spieren minder energie verbruiken wanneer ze glycogeen gebruiken in plaats van bloedglucose. 12
    2. Energieopbrengst: 12
    3. Conclusie: Glycogenolyse uit spierglycogeen is efficiënter in energieproductie tijdens inspanning, omdat het meer ATP oplevert. 12
  12. 12 3.2.4 Anaërobe glycolyse 13
    1. Waarom is PFK een "flux generating enzyme"? 13
    2. Regulatie van PFK 13
    3. Belang van PFK 13
    4. Samenvatting: PFK wordt het "flux generating enzyme" genoemd omdat het de snelheid van de glycolyse bepaalt en reageert op signalen die de energiebehoefte van de cel weerspiegelen. Dit maakt het een sleutelregelaar in het leveren van energie, vooral t... 13
  13. 13 3.2.5 Aërobe glycolyse 15
    1. Stap 1: Pyruvaat naar Acetyl-CoA 15
    2. Stap 2: De Krebs-cyclus 15
    3. Stap 3: NADH & FADH₂ naar de Elektronentransportketen 15
    4. Kort samengevat 15
  14. 14 3.2.6 Elektronentransportketen 16
    1. Bron en transport van elektronen 16
    2. Protonenpompen 16
    3. Rol van zuurstof 16
    4. ATP-productie 16
  15. 15 3.2.7 KH intake tijdens de inspanning 17
    1. Koolhydraatinname spaart spierglycogeen (60 minuten hardlopen) 17
    2. Koolhydraatinname spaart spierglycogeen niet (180 minuten fietsen) 17
    3. Koolhydraatinname spaart leverglycogeen, niet spierglycogeen 17
    4. Conclusie: Waarom deze verschillen? 17
  16. 16 3.2.8 Key terms: 18
  17. 17 4. Vet 19
    1. Hormonen die lipolyse reguleren: 19
    2. 1. Adrenaline en insuline respons 20
    3. 2. Intramusculaire triglyceriden (IMTG) in spiervezels 20
    4. Conclusies: 20
  18. 18 4.1 Lipolyse 21
  19. 19 5. Proteïnen 23
    1. Wat is deaminatie? 23
    2. Belangrijke punten om te onthouden: 23
  20. 20 6. pH-regulatie 26
  21. 21 6.1 pH-regulatie in de spier 26
    1. 1. H⁺-productie: 26
    2. 2. H⁺-consumptie: 26
    3. 3. Chemische buffersystemen: 26
    4. 4. H⁺-export: 27
    5. 5. HCO₃⁻-import: 27
    6. Samenvatting: 27
    7. Belangrijke punten: 27
  22. 22 6.2 pH-regulatie in het bloed 28
    1. 1. H⁺-buffering via het bicarbonaat-CO₂-systeem (~65%) 28
    2. 2. H⁺-buffering via hemoglobine (Hb) (~30%) 28
    3. Samenvatting: 28
    4. Waarom daalt de pH zo sterk? 30
    5. Conclusie: 30
  23. 23 6.3 Intramusculaire pH 31
    1. Intramusculaire pH en relatie met kracht/vermoeidheid 31
    2. Intramusculaire acidose als bijdrage aan vermoeidheid 31
    3. Signalling function of acidosis 32
    4. Bohr-effect 32
    5. Henry's law 33
    6. Hoe lost dit probleem zich op? 33
    7. Waarom is dit belangrijk? 33
    8. O₂-Hb dissociatiecurve 34
    9. Samenvatting 34
  24. 24 6.4 Supplementen zuurtegraad 35
  25. 25 7. Inspanningstesten 36
    1. Lactaatdrempel en vetoxidatie (Incremental Exercise Test): 36
    2. Verschillen tussen populaties: 38
    3. Conclusies: 38
    4. Uitleg van de grafiek: 39
    5. Conclusie: 39
  26. 26 8. Pulmonale gasuitwisselingsthresholds 44
    1. Wat gebeurt er op de eerste drempel? 44
    2. Samenvatting: De eerste gasuitwisselingsdrempel markeert de overgang van "zuiver" aerobe inspanning naar een fase waarin melkzuurproductie toeneemt en CO₂-buffering door bicarbonaat een belangrijke rol speelt. Dit resulteert in een duidelijke versnell... 45
    3. Wat gebeurt er op de tweede drempel? 45
    4. Samenvatting: 46
  27. 27 9. Spiervezeltypes 48
  28. 28 9.1 Contractiele eigenschappen van de verschillende spiervezels 48
  29. 29 9.2 Metabole eigenschappen van de verschillende spiervezels 49
  30. 30 9.3 Resistentie vermoeidheid in de verschillende spiervezels 50
  31. 31 9.4 Structurele integriteit in de verschillende spiervezels 51
  32. 32 9.5 Energie-efficiëntie in de verschillende spiervezels 51
  33. 33 10. Bepalen van het spiervezeltype 52
    1. 1. Myosine ATPase-activiteit 52
    2. 2. Myosine zware keten (MHC)-isoformen (tweede afbeelding) 53
    3. 3. Succinyl Dehydrogenase activiteit 53
    4. 3 methoden om via myosine het vezeltype te bepalen 53
    5. 4. Intramusculaire triglyceriden 53
    6. 5. Spierglycogeen 54
  34. 34 11. Verdeling spiervezels 55

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
25 december 2024
Aantal pagina's
56
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€15,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
25
Volgers
17
Items
7
Laatst verkocht
2 weken geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen