Basis Audiometrie
Wanneer er iets mis is met het gehoor:
- Is er echt iets mis met het gehoor?
- Hoe erg is het?
- Waar komt het door?
- Wat is er aan te doen?
Hoe je geluid hoort:
Bewegende voorwerpen - Verplaatsing luchtdeeltjes - Worden door de oorschelp (uitwendig oor)
opgevangen - Via de gehoorgang naar het trommelvlies - Achter het trommelvlies ligt het
middenoor - Beweging wordt vergroot - Binnenoor analyseert - Via de gehoorzenuw naar de
hersenen.
Het oor:
- Buitenoor/uitwendig oor:
• Oorschelp.
• Gehoorgang, meatus acusticus.
Doel: Opvangen van geluidsgolven met de oorschelp - Doorgeven van luchttrilling via de
gehoorgang aan het trommelvlies.
- Middenoor:
• Trommelholte, vacum tympani: Holle ruimte met lucht.
• Gehoorbeentjesketen: Hamer, malleus - Aambeeld, incus - Stijgbeugel, stapes.
• De buis van Eustachius: Een afgesloten opening vanuit de keel naar de trommelholte, bij het
slikken gaat hij even open, zodat de luchtdruk in de trommelholte wordt aangepast.
Doel: Mechanisch versterken van geluid via de gehoorbeentjes - Doorsturen naar binnenoor.
- Binnenoor:
• Slakkenhuis, cochlea: Deze is gevuld met vloeistof en bevalt haarcellen.
Doel: Trilling uit het middenoor - Haarcellen bewegen (hoge geluiden aan het begin, lage aan het
eind) - Geven elektrische stootjes aan de gehoorzenuw.
Waar kan het horen vestoord raken?
- Verstopte/ontstoken gehoorgang
Pagina 1
, - Trommelvlies
- Gehoorbeentjesketen
- Trommelholte
- Slakkenhuis
- Gehoorzenuw
Gradaties slechthorendheid:
• Normaal: -10 tot 25 dB
• Licht: 16 tot 40 dB
• Matig: 41 tot 55 dB
• Ernstig: 56 tot 70 dB
• Zeer ernstig: 71 tot 90 dB
• Doofheid: 90 dB en meer
Conductief-, geleidingsverlies:
• Verlies bij het uitwendig, buiten oor of middenoor.
• Meet je met de luchtgeleider.
• Je hoort jezelf hard.
Perceptiefverlies:
• Binnenoor of verder.
• Meet je met de beengeleider.
• Kan zijn dat je jezelf zachter hoort.
Gemengd verlies:
• Geleidingsverlies en perceptieverlies.
Luchtgeleidingsdrempel:
• Staat voor het totale (gehele oor) verlies.
• Met de luchtgeleider meet je alles.
Vragen die je kan stellen:
1. Uitvragen gehoorklachten en andere medische problematiek.
2. Eerdere gehooronderzoeken, andere medisch onderzoek.
3. Doorvragen naar oorzaken mogelijke gehoorproblemen.
4. Spraak- en taalontwikkeling.
5. Algemeen functioneren van het kind (emotioneel, cognitief, motoriek, etc).
Pagina 2
Wanneer er iets mis is met het gehoor:
- Is er echt iets mis met het gehoor?
- Hoe erg is het?
- Waar komt het door?
- Wat is er aan te doen?
Hoe je geluid hoort:
Bewegende voorwerpen - Verplaatsing luchtdeeltjes - Worden door de oorschelp (uitwendig oor)
opgevangen - Via de gehoorgang naar het trommelvlies - Achter het trommelvlies ligt het
middenoor - Beweging wordt vergroot - Binnenoor analyseert - Via de gehoorzenuw naar de
hersenen.
Het oor:
- Buitenoor/uitwendig oor:
• Oorschelp.
• Gehoorgang, meatus acusticus.
Doel: Opvangen van geluidsgolven met de oorschelp - Doorgeven van luchttrilling via de
gehoorgang aan het trommelvlies.
- Middenoor:
• Trommelholte, vacum tympani: Holle ruimte met lucht.
• Gehoorbeentjesketen: Hamer, malleus - Aambeeld, incus - Stijgbeugel, stapes.
• De buis van Eustachius: Een afgesloten opening vanuit de keel naar de trommelholte, bij het
slikken gaat hij even open, zodat de luchtdruk in de trommelholte wordt aangepast.
Doel: Mechanisch versterken van geluid via de gehoorbeentjes - Doorsturen naar binnenoor.
- Binnenoor:
• Slakkenhuis, cochlea: Deze is gevuld met vloeistof en bevalt haarcellen.
Doel: Trilling uit het middenoor - Haarcellen bewegen (hoge geluiden aan het begin, lage aan het
eind) - Geven elektrische stootjes aan de gehoorzenuw.
Waar kan het horen vestoord raken?
- Verstopte/ontstoken gehoorgang
Pagina 1
, - Trommelvlies
- Gehoorbeentjesketen
- Trommelholte
- Slakkenhuis
- Gehoorzenuw
Gradaties slechthorendheid:
• Normaal: -10 tot 25 dB
• Licht: 16 tot 40 dB
• Matig: 41 tot 55 dB
• Ernstig: 56 tot 70 dB
• Zeer ernstig: 71 tot 90 dB
• Doofheid: 90 dB en meer
Conductief-, geleidingsverlies:
• Verlies bij het uitwendig, buiten oor of middenoor.
• Meet je met de luchtgeleider.
• Je hoort jezelf hard.
Perceptiefverlies:
• Binnenoor of verder.
• Meet je met de beengeleider.
• Kan zijn dat je jezelf zachter hoort.
Gemengd verlies:
• Geleidingsverlies en perceptieverlies.
Luchtgeleidingsdrempel:
• Staat voor het totale (gehele oor) verlies.
• Met de luchtgeleider meet je alles.
Vragen die je kan stellen:
1. Uitvragen gehoorklachten en andere medische problematiek.
2. Eerdere gehooronderzoeken, andere medisch onderzoek.
3. Doorvragen naar oorzaken mogelijke gehoorproblemen.
4. Spraak- en taalontwikkeling.
5. Algemeen functioneren van het kind (emotioneel, cognitief, motoriek, etc).
Pagina 2