Artikel 1: emerging adulthood. A theory of development from the late teens through the
twenties, Arnett
Focus op personen tussen de 18 en 25 wat een distinctieve periode in je leven zou zijn.
Hierin zijn veel veranderingen en mogelijkheden binnen de liefde, werk en meerdere wereld
kijken worden onderzocht. Aan het einde van deze periode heb je vaak blijvende keuzes
gemaakt. Omdat de leeftijd voor kinderen en trouwen omhooggaat hoeven mensen van
deze tijd binnen deze periode niet per se zich te settelen en volwassen rollen aan te nemen.
In dit artikel wordt de periode tussen 18 en 25 emerging adulthood genoemd. Het is
onderscheiden van adolescentie en jong volwassenheid en zit hier tussenin. Hierbinnen heb
je onafhankelijkheid van sociale rollen en normale verwachtingen. Hierbinnen blijven
verschillende richtingen mogelijk en staan dingen voor de toekomst nog niet vast. Het is wel
afhankelijk van cultuur.
Theoretische achtergrond: Erikson maakte een onderscheid tussen adolescentie en jonge
volwassenheid door een periode hier tussenin waarin verantwoordelijkheden uitgesteld
worden. Hij noemde niet specifiek deze periode maar het kan wel zo geïnterpreteerd
worden. Levinson interviewde mensen en ontwikkelde een theorie over de ontwikkeling van
oudere tieners en twintigers. De leeftijden tussen 17-33 noemde hij novice phase van
ontwikkeling en hierbinnen ga je de volwassen wereld in en bouw je een stabiele
levensstructuur. Hierbinnen ervaar je veel verandering en instabiliteit en onderzoek je
mogelijkheden met betrekking tot liefde en werk. Lijkt op Erikson.
Kenistons theorie of youth: jeugd zou ook een periode zijn waarin je experimenteert met
betrekking tot je rol. Hij benoemde de spanning tussen jezelf en de maatschappij en je
afzetten tegen socialisatie (geschreven in een periode van afzetting van jeugd tegen
maatschappij, dus meer een historisch moment dan ontwikkelingsperiode).
Demografisch onderscheid emerging adulthood: ook door verschuiving leeftijd trouwen en
kinderen, waardoor het meer voorkomt in geïndustrialiseerde maatschappijen. In deze
periode is er veel variabiliteit tussen personen met betrekking tot verschillende factoren,
zoals school, kinderen en trouwen. Je demografische status is moeilijk te voorspellen op
basis van leeftijd alleen omdat mensen zich in deze periode vaak niet aan bepaalde rollen
vasthouden. Vooral de leefsituaties zijn divers, zoals deels thuis wonen en deels op jezelf
semi-autonomie). Anderen gaan samenwonen met je partner, anderen blijven thuis wonen.
Een ander gebied van diversiteit is school. Sommigen hebben hun opleiding afgerond,
sommigen onderbreken school om te werken of combineren school met werk.
Subjectief onderscheid emerging adulthood: vaak zien personen zich niet als adolescenten
en niet als volwassenen. Vaak classificeren mensen zich als volwassen tussen einde 20 en
begin 30, maar ook niet iedereen voelt zich dan volwassen. De wisselvallige levenssituatie en
kenmerken zoals afgeronde school en relatie hebben daar niet veel mee te maken maar
vooral de individualistische kwaliteiten van het karakter. De belangrijkste 2 zijn
verantwoordelijkheid voor jezelf accepteren en onafhankelijke beslissingen maken. Ook
belangrijk is financieel onafhankelijk zijn. Voor de meeste mensen is dit behaald ronde einde
20. Voor mensen die kinderen hebben zien dit als een belangrijke overgang voor
volwassenheid.
1
, Emerging adulthood is onderscheidend voor identiteitsonderzoek: zoeken naar identiteit in
gebieden van liefde, werk en wereldkijken. Gebeurt vaak hierin en niet in adolescentie. In de
liefde vooral experimenteren in adolescentie en in emerging adulthood wordt het pas
serieuzer en intiemer. Vaak duren relaties hierin ook langer en ook meer focus op toekomst
in plaats van het hier en nu. Ook met werk is het in adolescentie meer exploratief en in
emerging adulthood meer serieus en meer gefocust op voorbereiding voor volwassen
werkrollen. Ook met betrekking tot school wordt er nog veel van studie gewisseld.
Wereldkijken worden vaak ontwikkelt als je in aanraking komt met verschillende
wereldkijken, vaak in de opleidingen na de middelbare school. Het zoeken naar een
identiteit wordt niet altijd als plezierig ervaren, maar toch is bijna iedereen optimistisch over
hun toekomst.
Andere bevindingen: tijdens deze periode vindt er een piek plaats in risicogedrag, zoals niet
beschermde seks, verschillende soorten middelenmisbruik en risicovol rijgedrag. Dit zou
kunnen komen door identiteitsonderzoek, omdat je alles meegemaakt wil hebben voordat je
volwassen wordt. Trouwen en het krijgen van kinderen vermindert dit gedrag.
Waarom emerging adulthood geen adolescentie is: twee veranderingen om dit onderscheid
te maken: kinderen komen vroeger in de pubertijd (van 13-15 naar 12.5). Vroeger eindigde
school ook eerder en begon werk eerder, ze gingen later uit huis waardoor ze vroeger het
gevoel van volwassenheid hadden. Nu wordt adolescentie gezien als 10-18. Ze leven vaak
nog bij hun ouders, maken pubertijd door, gaan naar school en maken deel uit van een
school-gebaseerde peer cultuur. Vanaf 18 zijn er legale veranderingen, zoals mogen
stemmen en je eigen documenten mogen tekenen.
Waarom de vergeten helft vergeten blijft: de vergeten helft is de helft die na de middelbare
school geen hogere opleiding meer gaan doen. Ze zijn moeilijker te onderzoeken omdat ze
niet zo makkelijk te vinden zijn (niet via een instelling). Ook is er moeilijk onderzoek te doen
naar studenten die van de hogere school afgaan, ook weer omdat ze niet te vinden zijn via
een instelling.
Waarom emerging adulthood geen jonge volwassenheid is: jongen volwassenheid
impliceert dat de volwassenheid is bereikt, maar personen in de periode van emerging
adulthood voelen zich nog niet volwassen. Jonge volwassenheid zou beter passen bij de
30ers, die nog jong zijn maar wel volwassen op een manier die 18-25’ers niets zijn. Mensen
van 18-25 zitten vaak nog op school en 30’ers vaak niet meer en hebben zich gesetteld in
een meer stabiel pad. Vaak zijn mensen in de 30 al getrouwd en meerendeel heeft ten
minste 1 kind, 18-25’ers niet. Met betrekking tot leeftijd is de grens tussen emerging
adulthood en jonge volwassenheid minder strikt als bij adolescentie. Ook zijn de periodes
van adolescentie en jonge volwassenheid wat homogener dan emerging adulthood.
Emerging adulthood in verschillende culturen: adolescentie is meer universeel dan de
periode tussen adolescentie en volwassenheid. Het komt alleen maar voor als je je
verantwoordelijkheden en rollen uitstelt tot in je late tienerjaren, dus vaak in de
geïndustrialiseerde en postindustriële landen. In die culturen zit je langer op school en
worden kinderen en trouwen verder voor je uitgeschoven. Het is wel meer cultuurgebonden
dan land gebonden. Komt niet zo vaak voor in de minority culturen en sociale klasse is ook
2
twenties, Arnett
Focus op personen tussen de 18 en 25 wat een distinctieve periode in je leven zou zijn.
Hierin zijn veel veranderingen en mogelijkheden binnen de liefde, werk en meerdere wereld
kijken worden onderzocht. Aan het einde van deze periode heb je vaak blijvende keuzes
gemaakt. Omdat de leeftijd voor kinderen en trouwen omhooggaat hoeven mensen van
deze tijd binnen deze periode niet per se zich te settelen en volwassen rollen aan te nemen.
In dit artikel wordt de periode tussen 18 en 25 emerging adulthood genoemd. Het is
onderscheiden van adolescentie en jong volwassenheid en zit hier tussenin. Hierbinnen heb
je onafhankelijkheid van sociale rollen en normale verwachtingen. Hierbinnen blijven
verschillende richtingen mogelijk en staan dingen voor de toekomst nog niet vast. Het is wel
afhankelijk van cultuur.
Theoretische achtergrond: Erikson maakte een onderscheid tussen adolescentie en jonge
volwassenheid door een periode hier tussenin waarin verantwoordelijkheden uitgesteld
worden. Hij noemde niet specifiek deze periode maar het kan wel zo geïnterpreteerd
worden. Levinson interviewde mensen en ontwikkelde een theorie over de ontwikkeling van
oudere tieners en twintigers. De leeftijden tussen 17-33 noemde hij novice phase van
ontwikkeling en hierbinnen ga je de volwassen wereld in en bouw je een stabiele
levensstructuur. Hierbinnen ervaar je veel verandering en instabiliteit en onderzoek je
mogelijkheden met betrekking tot liefde en werk. Lijkt op Erikson.
Kenistons theorie of youth: jeugd zou ook een periode zijn waarin je experimenteert met
betrekking tot je rol. Hij benoemde de spanning tussen jezelf en de maatschappij en je
afzetten tegen socialisatie (geschreven in een periode van afzetting van jeugd tegen
maatschappij, dus meer een historisch moment dan ontwikkelingsperiode).
Demografisch onderscheid emerging adulthood: ook door verschuiving leeftijd trouwen en
kinderen, waardoor het meer voorkomt in geïndustrialiseerde maatschappijen. In deze
periode is er veel variabiliteit tussen personen met betrekking tot verschillende factoren,
zoals school, kinderen en trouwen. Je demografische status is moeilijk te voorspellen op
basis van leeftijd alleen omdat mensen zich in deze periode vaak niet aan bepaalde rollen
vasthouden. Vooral de leefsituaties zijn divers, zoals deels thuis wonen en deels op jezelf
semi-autonomie). Anderen gaan samenwonen met je partner, anderen blijven thuis wonen.
Een ander gebied van diversiteit is school. Sommigen hebben hun opleiding afgerond,
sommigen onderbreken school om te werken of combineren school met werk.
Subjectief onderscheid emerging adulthood: vaak zien personen zich niet als adolescenten
en niet als volwassenen. Vaak classificeren mensen zich als volwassen tussen einde 20 en
begin 30, maar ook niet iedereen voelt zich dan volwassen. De wisselvallige levenssituatie en
kenmerken zoals afgeronde school en relatie hebben daar niet veel mee te maken maar
vooral de individualistische kwaliteiten van het karakter. De belangrijkste 2 zijn
verantwoordelijkheid voor jezelf accepteren en onafhankelijke beslissingen maken. Ook
belangrijk is financieel onafhankelijk zijn. Voor de meeste mensen is dit behaald ronde einde
20. Voor mensen die kinderen hebben zien dit als een belangrijke overgang voor
volwassenheid.
1
, Emerging adulthood is onderscheidend voor identiteitsonderzoek: zoeken naar identiteit in
gebieden van liefde, werk en wereldkijken. Gebeurt vaak hierin en niet in adolescentie. In de
liefde vooral experimenteren in adolescentie en in emerging adulthood wordt het pas
serieuzer en intiemer. Vaak duren relaties hierin ook langer en ook meer focus op toekomst
in plaats van het hier en nu. Ook met werk is het in adolescentie meer exploratief en in
emerging adulthood meer serieus en meer gefocust op voorbereiding voor volwassen
werkrollen. Ook met betrekking tot school wordt er nog veel van studie gewisseld.
Wereldkijken worden vaak ontwikkelt als je in aanraking komt met verschillende
wereldkijken, vaak in de opleidingen na de middelbare school. Het zoeken naar een
identiteit wordt niet altijd als plezierig ervaren, maar toch is bijna iedereen optimistisch over
hun toekomst.
Andere bevindingen: tijdens deze periode vindt er een piek plaats in risicogedrag, zoals niet
beschermde seks, verschillende soorten middelenmisbruik en risicovol rijgedrag. Dit zou
kunnen komen door identiteitsonderzoek, omdat je alles meegemaakt wil hebben voordat je
volwassen wordt. Trouwen en het krijgen van kinderen vermindert dit gedrag.
Waarom emerging adulthood geen adolescentie is: twee veranderingen om dit onderscheid
te maken: kinderen komen vroeger in de pubertijd (van 13-15 naar 12.5). Vroeger eindigde
school ook eerder en begon werk eerder, ze gingen later uit huis waardoor ze vroeger het
gevoel van volwassenheid hadden. Nu wordt adolescentie gezien als 10-18. Ze leven vaak
nog bij hun ouders, maken pubertijd door, gaan naar school en maken deel uit van een
school-gebaseerde peer cultuur. Vanaf 18 zijn er legale veranderingen, zoals mogen
stemmen en je eigen documenten mogen tekenen.
Waarom de vergeten helft vergeten blijft: de vergeten helft is de helft die na de middelbare
school geen hogere opleiding meer gaan doen. Ze zijn moeilijker te onderzoeken omdat ze
niet zo makkelijk te vinden zijn (niet via een instelling). Ook is er moeilijk onderzoek te doen
naar studenten die van de hogere school afgaan, ook weer omdat ze niet te vinden zijn via
een instelling.
Waarom emerging adulthood geen jonge volwassenheid is: jongen volwassenheid
impliceert dat de volwassenheid is bereikt, maar personen in de periode van emerging
adulthood voelen zich nog niet volwassen. Jonge volwassenheid zou beter passen bij de
30ers, die nog jong zijn maar wel volwassen op een manier die 18-25’ers niets zijn. Mensen
van 18-25 zitten vaak nog op school en 30’ers vaak niet meer en hebben zich gesetteld in
een meer stabiel pad. Vaak zijn mensen in de 30 al getrouwd en meerendeel heeft ten
minste 1 kind, 18-25’ers niet. Met betrekking tot leeftijd is de grens tussen emerging
adulthood en jonge volwassenheid minder strikt als bij adolescentie. Ook zijn de periodes
van adolescentie en jonge volwassenheid wat homogener dan emerging adulthood.
Emerging adulthood in verschillende culturen: adolescentie is meer universeel dan de
periode tussen adolescentie en volwassenheid. Het komt alleen maar voor als je je
verantwoordelijkheden en rollen uitstelt tot in je late tienerjaren, dus vaak in de
geïndustrialiseerde en postindustriële landen. In die culturen zit je langer op school en
worden kinderen en trouwen verder voor je uitgeschoven. Het is wel meer cultuurgebonden
dan land gebonden. Komt niet zo vaak voor in de minority culturen en sociale klasse is ook
2