Artikel 1: math anxiety: a review of its cognitive consequences, psychophysiological
correlates and brain bases, Suarez-Pellicioni, Nunex-Pena & Colomé
Definities wiskunde-angst: een irritionele en belemmerende angst voor wiskunde, de
paniek, hulpeloosheid, verlamming en mentale disorganisatie die opkomt in mensen
wanneer ze een wiskundig probleem op moeten lossen, een algemene angst voor het
contact met wiskunde of het gevoel van spanning, ongerustheid en soms angst bij
interferenties bij de manipulaties van nummers en het oplossen van wiskundige problemen.
Al deze definities hebben gemeen dat het omgaan met nummers of wiskundig-gerelateerde
situaties emotionele reacties oproept die hun prestaties in de weg staat.
Experiment Ashcraft & Battaglia: 4 groepen met betrekking tot hoeveelheid MA waarbij 2
condities: 2 moeilijke wiskundige taken en 2 makkelijke. 3 hoofdpunten resultaten:
De vier groepen presteerden ongeveer gelijk met betrekking tot de makkelijke
conditie. Bij complexe taak wel verschil: anxiety complexity effect: slechtere
prestatie wanneer de wiskundige taak moelijker wordt.
De 4e groep (hoge angst) was sneller dan de 3e groep (middelmatige hoge angst) en
soms de 2e (middelmatige angst). Ze offeren correctheid op voor snelheid: speed
accuracy trade-off.
Hoog angstige personen passen niet de strategie toe om eerst alle foute antwoorden
af te strepen.
De laatste 2 zouden een vorm van vermijding zijn. Global avoidance effect: hierdoor vermijd
je wiskunde in het algemeen waardoor je er minder goed in bent en dus sommige
strategieën niet kunt toepassen. Local avoidance effect: de wiskundige taak zo snel mogelijk
af willen hebben om er maar vanaf te zijn -> speed accuracy trade-off.
Wanneer het antwoord duidelijk fout is (er ver vanaf zit, 3+7=25) -> large split, gebruik je de
plausibility strategie waarbij je niet veel hoeft te rekenen. Bij small split problemen
(3+7=11) gebruik je de exhaustive verification strategie waarbij je de som exact uitrekent.
Faust vond dat MA voorkwam bij de complexe problemen en niet bij de simpele problemen.
Ze hadden juist meer moeite met de large split problemen, waardoor je zou kunnen zeggen
dat het misgaat in de beslissingsmakings of evaluatiefases van prestatie. Ze nemen dus meer
tijd om dit ook echt te berekenen terwijl dit met logisch nadenken makkelijk uitgesloten had
kunnen worden.
Verklaringen voor wiskunde-angst
MA en taak gerelateerde competitie voor bronnen van het WG: processing efficiency
theory (PET): angst zorgt voor zorgen maken en opdringerige gedachtes waardoor een
deel van de gelimiteerde aandacht bronnen van het WG gebruik worden, en dus minder
bronnen beschikbaar zijn voor het huidige taak verwerken.
Experiment Ashcraft: 2 taken, een wiskundige taak en een verbale taak. Bij wiskundige
taak een lagere span van het WG, maar bij de verbale taak niet. Tweede experiment
letters onthouden en wiskundige taak doen. Bij het onthouden van meer letters was de
prestatie op wiskunde taak minder voor iedereen, maar vooral voor de personen met
MA. Bij het onthouden van minder letters was er geen verschil tussen de groep zonder
MA en de groep met.
1
, MA als een gebrek aan lage-level numerieke representatie: experiment van Maloney
keek naar de hypothese dat MA en slechte prestatie ook zou kunnen komen door
gebreken in de lage-level verwerkingsvaardigheden. 2 condities: subitizing (optellen) of
tellen/coutning waarbij er meer fouten worden gemaakt als het aantal wat je moet
tellen omhoog gaat en de reactiteit langer is (meer lading en bronnen van WG). MA-
personen waren niet slechter in de optelconditie maar wel in de telconditie. Dit zegt dus
dat het niet alleen maar bij complexe taken voorkomt. Een slechte verwerking zou aan
de basis liggen van de slechtere prestaties van mensen met MA en een te vol WG zou dit
alleen maar erger maken.
Vervolgonderzoek: 2 condities, 1 vergelijken met een standaard (is 8 groter/kleiner dan
5) en eentje vergelijken met elkaar (3 en 8, welke is groter -> hogere eisen WG). Ze
onderzochten het numerical distance effect: je bent sneller en accurater wanneer het
verschil tussen de twee getallen groter werd. Dit zou te maken hebben met de
numerieke representaties en variabiliteit in wiskundige vaardigheden. Bij beide condities
hadden de participanten meer tijd nodig als de afstand tussen de twee getallen verkleind
werd.
De moeilijkheden met lage-level numerieke verwerking zou aan de basis kunnen liggen
van meer moeilijkheden met complexere wiskundige taken, waardoor er meer gevraagd
wordt van het WG en meer fouten gemaakt gaan worden.
In een andere studie (Nunez-Pena & Suarez-Pellicioni) bleek dat mensen met MA er
langer over deden om hogere getallen te identificeren (hoger size effect) en ze deden er
ook langer over als de nummers dichter bij elkaar lagen (bv 2 en 3 ipv 5 en 10) -> hoger
distance effect. Ze hadden ook een component in de hersenen onderzocht (P2) die
verantwoordelijk is voor het vergelijken van twee nummers en de afstand daartussen ->
bewijs minder precieze representatie van numerieke omvang.
De resultaten zijn op deze manier geïnterpreteerd, maar er is ook een andere verklaring:
zou ook een respons selectieproces kunnen zijn: het numerieke afstand effect waarbij de
goede node niet goed geactiveerd wordt bij kleinere afstanden wat zorgt voor een
hogere RT. Ze hebben moeite met het selecteren van de correcte respons als de
nummers dichter bij elkaar liggen.
MA als een inhiberent/aandachtcontrolegebrek: experiment Hopko: tekst lezen
(wiskundig gerelateerd of niet) en hetgeen wat niet schuin was negeren (woorden die
wiskundig gerelateerd waren of niet of X’en). Na het lezen begrip testen. Alle
participanten hadden langer de tijd nodig voor het lezen als er woorden in plaats van
X’en niet schuin gedrukt stonden (maakt niet uit of het wiskundig gerelateerd was of
niet). De langere leestijd was vooral hoog bij de hoge en gemiddeld angstige mensen
voor wiskunde. Dit had te maken met het lezen van de tekst die je niet moest lezen, niet
met meer tekstbegrip. Doordat je je niet goed kunt focussen is je WG ook voller
waardoor je minder goed presteert. In een vervolgstudie met extreme MA gaven ze de
deelnemers een numerieke versie van de stroop taak (222222 = 6). Mensen met hoge
MA deden langer over het identificeren van numerieke stimuli, de mensen met lage MA
niet -> minder goed je attentie focussen die aangeboren zou zijn. Dit zou niet alleen bij
wiskunde zo zijn.
Ook een versie van de stroop taak waarbij nummers in grootte verschilden (dus
congruente conditie waarbij 8 groot wordt afgebeeld en incongruent waarbij deze klein
wordt afgebeeld). Hierbij ook moeite met het inhiberen van irrelevante informatie. Ze
hadden alleen aandacht controle na een incongruente trial, mensen zonder MA hadden
2
correlates and brain bases, Suarez-Pellicioni, Nunex-Pena & Colomé
Definities wiskunde-angst: een irritionele en belemmerende angst voor wiskunde, de
paniek, hulpeloosheid, verlamming en mentale disorganisatie die opkomt in mensen
wanneer ze een wiskundig probleem op moeten lossen, een algemene angst voor het
contact met wiskunde of het gevoel van spanning, ongerustheid en soms angst bij
interferenties bij de manipulaties van nummers en het oplossen van wiskundige problemen.
Al deze definities hebben gemeen dat het omgaan met nummers of wiskundig-gerelateerde
situaties emotionele reacties oproept die hun prestaties in de weg staat.
Experiment Ashcraft & Battaglia: 4 groepen met betrekking tot hoeveelheid MA waarbij 2
condities: 2 moeilijke wiskundige taken en 2 makkelijke. 3 hoofdpunten resultaten:
De vier groepen presteerden ongeveer gelijk met betrekking tot de makkelijke
conditie. Bij complexe taak wel verschil: anxiety complexity effect: slechtere
prestatie wanneer de wiskundige taak moelijker wordt.
De 4e groep (hoge angst) was sneller dan de 3e groep (middelmatige hoge angst) en
soms de 2e (middelmatige angst). Ze offeren correctheid op voor snelheid: speed
accuracy trade-off.
Hoog angstige personen passen niet de strategie toe om eerst alle foute antwoorden
af te strepen.
De laatste 2 zouden een vorm van vermijding zijn. Global avoidance effect: hierdoor vermijd
je wiskunde in het algemeen waardoor je er minder goed in bent en dus sommige
strategieën niet kunt toepassen. Local avoidance effect: de wiskundige taak zo snel mogelijk
af willen hebben om er maar vanaf te zijn -> speed accuracy trade-off.
Wanneer het antwoord duidelijk fout is (er ver vanaf zit, 3+7=25) -> large split, gebruik je de
plausibility strategie waarbij je niet veel hoeft te rekenen. Bij small split problemen
(3+7=11) gebruik je de exhaustive verification strategie waarbij je de som exact uitrekent.
Faust vond dat MA voorkwam bij de complexe problemen en niet bij de simpele problemen.
Ze hadden juist meer moeite met de large split problemen, waardoor je zou kunnen zeggen
dat het misgaat in de beslissingsmakings of evaluatiefases van prestatie. Ze nemen dus meer
tijd om dit ook echt te berekenen terwijl dit met logisch nadenken makkelijk uitgesloten had
kunnen worden.
Verklaringen voor wiskunde-angst
MA en taak gerelateerde competitie voor bronnen van het WG: processing efficiency
theory (PET): angst zorgt voor zorgen maken en opdringerige gedachtes waardoor een
deel van de gelimiteerde aandacht bronnen van het WG gebruik worden, en dus minder
bronnen beschikbaar zijn voor het huidige taak verwerken.
Experiment Ashcraft: 2 taken, een wiskundige taak en een verbale taak. Bij wiskundige
taak een lagere span van het WG, maar bij de verbale taak niet. Tweede experiment
letters onthouden en wiskundige taak doen. Bij het onthouden van meer letters was de
prestatie op wiskunde taak minder voor iedereen, maar vooral voor de personen met
MA. Bij het onthouden van minder letters was er geen verschil tussen de groep zonder
MA en de groep met.
1
, MA als een gebrek aan lage-level numerieke representatie: experiment van Maloney
keek naar de hypothese dat MA en slechte prestatie ook zou kunnen komen door
gebreken in de lage-level verwerkingsvaardigheden. 2 condities: subitizing (optellen) of
tellen/coutning waarbij er meer fouten worden gemaakt als het aantal wat je moet
tellen omhoog gaat en de reactiteit langer is (meer lading en bronnen van WG). MA-
personen waren niet slechter in de optelconditie maar wel in de telconditie. Dit zegt dus
dat het niet alleen maar bij complexe taken voorkomt. Een slechte verwerking zou aan
de basis liggen van de slechtere prestaties van mensen met MA en een te vol WG zou dit
alleen maar erger maken.
Vervolgonderzoek: 2 condities, 1 vergelijken met een standaard (is 8 groter/kleiner dan
5) en eentje vergelijken met elkaar (3 en 8, welke is groter -> hogere eisen WG). Ze
onderzochten het numerical distance effect: je bent sneller en accurater wanneer het
verschil tussen de twee getallen groter werd. Dit zou te maken hebben met de
numerieke representaties en variabiliteit in wiskundige vaardigheden. Bij beide condities
hadden de participanten meer tijd nodig als de afstand tussen de twee getallen verkleind
werd.
De moeilijkheden met lage-level numerieke verwerking zou aan de basis kunnen liggen
van meer moeilijkheden met complexere wiskundige taken, waardoor er meer gevraagd
wordt van het WG en meer fouten gemaakt gaan worden.
In een andere studie (Nunez-Pena & Suarez-Pellicioni) bleek dat mensen met MA er
langer over deden om hogere getallen te identificeren (hoger size effect) en ze deden er
ook langer over als de nummers dichter bij elkaar lagen (bv 2 en 3 ipv 5 en 10) -> hoger
distance effect. Ze hadden ook een component in de hersenen onderzocht (P2) die
verantwoordelijk is voor het vergelijken van twee nummers en de afstand daartussen ->
bewijs minder precieze representatie van numerieke omvang.
De resultaten zijn op deze manier geïnterpreteerd, maar er is ook een andere verklaring:
zou ook een respons selectieproces kunnen zijn: het numerieke afstand effect waarbij de
goede node niet goed geactiveerd wordt bij kleinere afstanden wat zorgt voor een
hogere RT. Ze hebben moeite met het selecteren van de correcte respons als de
nummers dichter bij elkaar liggen.
MA als een inhiberent/aandachtcontrolegebrek: experiment Hopko: tekst lezen
(wiskundig gerelateerd of niet) en hetgeen wat niet schuin was negeren (woorden die
wiskundig gerelateerd waren of niet of X’en). Na het lezen begrip testen. Alle
participanten hadden langer de tijd nodig voor het lezen als er woorden in plaats van
X’en niet schuin gedrukt stonden (maakt niet uit of het wiskundig gerelateerd was of
niet). De langere leestijd was vooral hoog bij de hoge en gemiddeld angstige mensen
voor wiskunde. Dit had te maken met het lezen van de tekst die je niet moest lezen, niet
met meer tekstbegrip. Doordat je je niet goed kunt focussen is je WG ook voller
waardoor je minder goed presteert. In een vervolgstudie met extreme MA gaven ze de
deelnemers een numerieke versie van de stroop taak (222222 = 6). Mensen met hoge
MA deden langer over het identificeren van numerieke stimuli, de mensen met lage MA
niet -> minder goed je attentie focussen die aangeboren zou zijn. Dit zou niet alleen bij
wiskunde zo zijn.
Ook een versie van de stroop taak waarbij nummers in grootte verschilden (dus
congruente conditie waarbij 8 groot wordt afgebeeld en incongruent waarbij deze klein
wordt afgebeeld). Hierbij ook moeite met het inhiberen van irrelevante informatie. Ze
hadden alleen aandacht controle na een incongruente trial, mensen zonder MA hadden
2