,
,Mijn eigen tips:
1. Klint raar maar je moet net doen alsof je allang een geneeskunde student bent. In je hoofd de
knop omzetten en het tentamen inlopen alsof je alles weet. Deze strategie werkte voor mij. Verhoogt
je zelfvertrouwen en maakt ruimte in je hoofd vrij.
2. Je hoeft niet alles te weten, feitenkennis wordt getoetst maar nog veel meer je manier van
denken/redeneren. Wat mij het meeste opviel was het vermogen om zaken van alle kanten te
bekijken. Als je een feit fout hebt, kijken ze nog naar de context en de manier waarop je dingen
uitleged. Veel belangrijker dan de feiten goed hebben.
3. Laat zien dat je een mens bent met gevoel, empathie en inlevingsvermogen. Jouw denkwijze
wordt veel belangrijker gevonden dan de feiten kennen, dat komt nog wel.
4. Ze willen zien wie jij bent, de mens achter de kennis.
PS deze toets is vooral erg leuk om te maken. Een mix van gemiddeld/lastiger en moeilijke vragen.
Psps met heel veel plaatjes en uitleg, je hoeft er nooit naar te raden wat een begrip betekent.
,Voorwoord
Welkom bij deze Oefentoets Decentrale Selectie Geneeskunde Universiteit Utrecht 2026/2027.
Deze oefentoets is ontwikkeld om je zo goed mogelijk voor te bereiden op de verschillende
onderdelen van de decentrale selectie. De vragen zijn samengesteld op gevorderd niveau en zijn
bedoeld om je kennis, inzicht, analytisch vermogen en klinisch redeneervermogen uit te dagen.
Daarnaast besteden diverse onderdelen aandacht aan de non-cognitieve vaardigheden die van
belang zijn voor een toekomstige geneeskundestudent.
De oefentoets bevat een gevarieerde combinatie van open vragen, meerkeuzevragen, casusvragen en
toepassingsvragen. Hierdoor oefen je niet alleen het reproduceren van kennis, maar vooral het
toepassen ervan in situaties die vergelijkbaar zijn met de praktijk.
Het doel van deze oefentoets is om inzicht te krijgen in:
• je sterke en minder sterke onderdelen;
• je vermogen om medische informatie te analyseren;
• je klinisch redeneervermogen;
• je tijdsmanagement tijdens een uitgebreide toets;
• je voorbereiding op een selectieprocedure op universitair niveau.
Hoewel geen enkele oefentoets de daadwerkelijke selectie exact kan nabootsen, is deze uitgave
zorgvuldig samengesteld om een realistische indruk te geven van het niveau en de diversiteit aan
vraagstellingen die je kunt verwachten.
Neem de tijd om iedere vraag aandachtig te lezen. Probeer eerst zelfstandig tot een antwoord te
komen voordat je de antwoorden raadpleegt. Juist het analyseren van gemaakte fouten levert de
grootste leerwinst op.
Wij wensen je veel succes met de voorbereiding op de decentrale selectie en hopen dat deze
oefentoets een waardevolle bijdrage levert aan jouw studievoorbereiding.
,Instructies
Lees onderstaande instructies zorgvuldig door voordat je met de oefentoets begint.
Opbouw van de oefentoets
• De oefentoets bestaat uit 125 uitdagende vragen.
• De vragen zijn verdeeld over meerdere onderwerpen binnen anatomie, fysiologie, medisch
redeneren en non-cognitieve vaardigheden.
• Er wordt gebruikgemaakt van verschillende vraagvormen:
o Open vragen
o Meerkeuzevragen
o Casusvragen
o Toepassingsvragen
Benodigde tijd
• Adviesduur: 180 minuten
• Werk zoveel mogelijk zonder onderbrekingen.
• Houd het tempo hoog en blijf niet te lang hangen bij één vraag.
Benodigdheden
• Pen of potlood
• Kladpapier
• Eventueel een eenvoudig rekenapparaat indien dit voor enkele berekeningen nodig is
• Geen studieboeken, samenvattingen of internet tijdens het maken van de oefentoets
Werkwijze
1. Lees iedere vraag volledig voordat je antwoord geeft.
2. Beantwoord alle vragen zo volledig en nauwkeurig mogelijk.
3. Bij open vragen wordt gelet op inhoud, redenering en correcte medische terminologie.
4. Bij meerkeuzevragen is steeds één antwoord het beste antwoord, tenzij anders vermeld.
5. Ga uit van algemeen geaccepteerde medische kennis.
6. Sla moeilijke vragen tijdelijk over en keer er later naar terug.
7. Controleer je antwoorden wanneer je tijd over hebt.
,Beoordeling
• Open vragen worden beoordeeld op volledigheid, juistheid en onderbouwing.
• Meerkeuzevragen worden uitsluitend goed of fout gerekend.
• Casusvragen beoordelen zowel medische kennis als klinisch redeneren.
• Non-cognitieve vragen beoordelen de kwaliteit van je afwegingen, professionele houding en
argumentatie.
Adviezen
• Werk geconcentreerd.
• Let goed op medische details.
• Besteed aandacht aan kernbegrippen.
• Denk logisch en systematisch.
• Onderbouw je antwoorden waar mogelijk.
• Raadpleeg het antwoordenmodel pas nadat je de volledige oefentoets hebt afgerond.
Wij wensen je veel succes.
, Hoofdstuk 1 Anatomie van het menselijk lichaam
Anatomische terminologie
Vraag 1
Beschrijf het verschil tussen de anatomische begrippen mediaal, lateraal, proximaal en distaal. Geef
van ieder begrip een voorbeeld uit het menselijk lichaam.
Vraag 2
Leg uit waarom de anatomische houding als internationale standaard wordt gebruikt. Beschrijf
minimaal vier kenmerken van deze houding.
Vraag 3
Een chirurg beschrijft een tumor als "ventraal van de nier en craniaal van de blaas". Leg uit waar de
tumor zich bevindt ten opzichte van beide organen.
Vraag 4
Noem de drie belangrijkste anatomische lichaamsvlakken. Leg uit hoe elk vlak het lichaam verdeelt
en geef een praktisch voorbeeld van een medische toepassing.
Vraag 5
Leg uit wat wordt bedoeld met de termen superficieel en diep. Geef twee voorbeelden waarbij deze
begrippen worden gebruikt tijdens een lichamelijk onderzoek.
Organen en orgaanstelsels
Vraag 6
Beschrijf hoe het hart, de longen en de bloedvaten samenwerken om alle lichaamscellen van
zuurstof te voorzien.
Vraag 7
Leg uit waarom de lever wordt beschouwd als een multifunctioneel orgaan. Noem minimaal vijf
verschillende functies.
Vraag 8
Beschrijf de route die een rode bloedcel aflegt vanaf de linkerhartkamer totdat deze weer terugkeert
in dezelfde hartkamer.