Basistechnologie (kennistoets 2.2 G&P / T)
Les 1: hoofdstuk 11 & 12
Wij moeten technologie vinden, vertellen, vertrouwen en veilig kunnen gebruiken tegenover
patiënten.
Toegepaste technologie welke technologie kan voor meneer Jansen van nut zijn?
Ergonomie hoe kunnen wij het ergonomisch maken voor verpleegkundigen, hoe gebruikt meneer
Jansen zijn technologie/hulpmiddelen ergonomisch?
Basistechnologie kennis van krachten
Een kracht is een voorwerp van snelheid, richting of vorm veranderen.
Vector is de pijl.
Aangrijpingspunt is het contactpunt (tussen de hand en doos), waar de kracht uitgeoefend wordt.
Massazwaartepunt is het midden van onderwerp.
Een kracht (f, force) is een natuurkundige grootheid die een voorwerp van grootte of van snelheid
kan veranderen. Duwen is een kracht.
Een kracht heeft een grootte een richting en een aangrijpingspunt.
De kracht van zwaartekracht: M (60KG), 9,81 = g (valversnelling). Vanuit massamiddelpunt werkt de
zwaartekracht.
Zwaartekracht is gelijk aan massa (M) en valversnelling (g). valversnelling is altijd 9,81 bij
zwaartekracht!
ZF = M x G. (60x9,81).
Alles wat dezelfde kant op wijst mogen we optellen. Dit haal je dan van de duwkracht af (kracht naar
voren).De nettokracht zegt welke kant het voorwerp op gaat.
Negatieve kracht = dat de rolstoel naar achter zou gaan.
De grootte van een kracht meet je in newton (N)
Wetten van Newton heeft te maken met beweging.
Wet 1: massa is traag, géén nettokracht, dan geen verandering in snelheid.
Wet 2: is er een resulterende kracht (nettokracht)? Dan is er een snelheidsverandering. F = m x a, dus
alle krachten is deze formule.
Wet 3: actie zorgt voor een reactie.
Een resulterende kracht is een nettokracht.
Alle krachten bij elkaar opgeteld zijn ongelijk aan 0
De grootte van de nettokracht die nodig is voor de snelheidsverandering is afhankelijk van de grootte
van de versnelling en de massa van het voorwerp. F = m x a
Alle krachten reken je uit met de onderstaande formule:
F = grootte van de nettokracht (n)
M = massa van het voorwerp in kg
A = versnelling (m/s)
Les 1: hoofdstuk 11 & 12
Wij moeten technologie vinden, vertellen, vertrouwen en veilig kunnen gebruiken tegenover
patiënten.
Toegepaste technologie welke technologie kan voor meneer Jansen van nut zijn?
Ergonomie hoe kunnen wij het ergonomisch maken voor verpleegkundigen, hoe gebruikt meneer
Jansen zijn technologie/hulpmiddelen ergonomisch?
Basistechnologie kennis van krachten
Een kracht is een voorwerp van snelheid, richting of vorm veranderen.
Vector is de pijl.
Aangrijpingspunt is het contactpunt (tussen de hand en doos), waar de kracht uitgeoefend wordt.
Massazwaartepunt is het midden van onderwerp.
Een kracht (f, force) is een natuurkundige grootheid die een voorwerp van grootte of van snelheid
kan veranderen. Duwen is een kracht.
Een kracht heeft een grootte een richting en een aangrijpingspunt.
De kracht van zwaartekracht: M (60KG), 9,81 = g (valversnelling). Vanuit massamiddelpunt werkt de
zwaartekracht.
Zwaartekracht is gelijk aan massa (M) en valversnelling (g). valversnelling is altijd 9,81 bij
zwaartekracht!
ZF = M x G. (60x9,81).
Alles wat dezelfde kant op wijst mogen we optellen. Dit haal je dan van de duwkracht af (kracht naar
voren).De nettokracht zegt welke kant het voorwerp op gaat.
Negatieve kracht = dat de rolstoel naar achter zou gaan.
De grootte van een kracht meet je in newton (N)
Wetten van Newton heeft te maken met beweging.
Wet 1: massa is traag, géén nettokracht, dan geen verandering in snelheid.
Wet 2: is er een resulterende kracht (nettokracht)? Dan is er een snelheidsverandering. F = m x a, dus
alle krachten is deze formule.
Wet 3: actie zorgt voor een reactie.
Een resulterende kracht is een nettokracht.
Alle krachten bij elkaar opgeteld zijn ongelijk aan 0
De grootte van de nettokracht die nodig is voor de snelheidsverandering is afhankelijk van de grootte
van de versnelling en de massa van het voorwerp. F = m x a
Alle krachten reken je uit met de onderstaande formule:
F = grootte van de nettokracht (n)
M = massa van het voorwerp in kg
A = versnelling (m/s)