Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 20 pagina's
Samenvatting

SAMENVATTING VOOR DE LKT NEDERLANDS (PABO)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 20 pagina's

In dit document heb ik alle informatie staan die je moet weten voor de LKT/LKB Nederlands toets. Alle informatie staat geordend per domein vanuit de toetsmatrijs van 10voordeleeraar. dit is dus ALLE theorie die je moet weten :) met behulp van deze samenvatting heb ik zelf een 9 gehaald bij mijn 1e poging!

Voorbeeld van de inhoud

LKT-toets Nederlands
Domein 1: Mondelinge taalvaardigheid (11 vragen)

De luisterdoelen
- Iets te weten willen komen (intensief luisteren, lezing, college)
- Een gevoel willen ondergaan (globaal luisteren, muziek, poëzie)
- Een mening willen vormen (kritisch luisteren, info analyseren en evalueren,
nieuwsbericht, debat)
- Een handeling willen uitvoeren (intensief luisteren, koken, stappenplan)
- Een spel willen spelen (gericht luisteren, spelinstructie, puzzels in een escaperoom,
rollenspel spelen)

Welke luisterstrategie wordt er gehanteerd?
- Globaal luisteren (algemene info, zoals het weerbericht. Alleen de hoofdpunten
maken uit en niet de precieze temperatuur)
- Intensief luisteren (een instructievideo bijvoorbeeld. Je moet elk detail nauwkeurig
begrijpen en onthouden)
- Gericht luisteren (je luistert naar specifieke informatie die relevant is voor jouw doel
of interesse)
- Kritisch luisteren (je analyseert informatie die wordt genoemd en beoordeel je de
juistheid, waarde en betrouwbaarheid. Dit kan bijvoorbeeld bij een debat)

De spreekdoelen
- Amuseren (het publiek vermaken, bijvoorbeeld bij een comedy show of bij een
interessant verhaal)
- Informeren (het publiek van feiten, data en kennis herzien, waarbij het doel is om de
kennis van het publiek te vergroten. Bijvoorbeeld bij een presentatie of een
nieuwsuitzending)
- Instrueren (stap voor stap uitleggen wat ze moeten doen, bijvoorbeeld in een
kookboek of technische handleiding)
- Overtuigen (publiek beïnvloeden of overtuigen van een mening, idee of handeling.
Hier heb je argumenten en bewijzen bij nodig. Bijvoorbeeld bij een toespraak om op
jou te stemmen of om een product te verkopen)

Welke spreekstrategie wordt er gehanteerd?
- Oriënteren op het doel van de spreektaak (bedenken of je wilt informeren,
overtuigen, amuseren of instrueren)
- Het onderwerp (voldoende kennis verzamelen over het onderwerp. Onderzoek, maak
aantekeningen en stel een structuur op)
- Soort spreektaak en op de gesprekspartner(s) of het publiek (bedenk of het formeel
of informeel is en kijk naar de kenmerken van je publiek. Pas het aan op hun
kennisniveau, interesses en verwachtingen)
- Reflecteren (bedenk: hoe ging het? En wat kan je verbeteren?
- Monitoren (dit doe je tijdens het spreken: komt het goed over? Letten ze nog op?
Moet ik iets nu aanpassen?)

, - Evalueren op de spreektaak (hoe heb ik gepresteerd? Verzamel feedback van andere,
bekijk je eigen optreden en meet het succes met specifieke criteria)

De sociale taalfuncties
- Zelfhandhaving (voor jezelf opkomen en eigen behoeften uit drukken: kan ik dit
morgen verder doen? En ik vind het niet leuk als je dit doet!)
- Zelfsturing (zeggen wat je gaat doen: ‘ik ga nu tekenen en daarna vul ik het werkblad
in’ ‘ik ga eerst baby in bed leggen en daarna ga ik koken’)
- Sturing van anderen (een ander iets laten doen: ‘ga je mee?’ hij houdt de focus op het
onderwerp)
- Structurering van het gesprek (‘nu moet jij dit zeggen!’ ook dingen samenvatten om
de belangrijke punten te benadrukken en structureren)

De cognitieve taalfuncties: geordend in mate van complexiteit
- Rapporteren (vermogen om informatie te verzamelen, te organiseren en presenteren.
Dit kan ik situaties om te vertellen wat er is gebeurd: je benoemt en beschrijft het)
- Redeneren (logisch denken, argumenten formuleren, conclusies trekken,
chronologisch ordenen: oorzaak-gevolg, middel-doel, een oplossing voorstellen)
- Projecteren (jezelf verplaatsen in iemands gedachten en hypothetisch denken: wat
zou er hierna gebeuren in het verhaal?)

Taalverwerving
- Semantiek: betekenis (begrijpt het kind wat er wordt gezegd? Kan hij woorden en
zinnen begrijpen? Hoeveel woorden gebruikt het kind en worden ze op de juiste
manier gebruikt? Kan hij objecten, acties, emoties en concepten benoemen?)
- Fonologie: klanksysteem (is zijn articulatie goed? Heeft hij moeite met klanken of
klankcombinaties? Kan hij rijmende woorden identificeren en beginrijm: alliteratie,
liesje leerde lotje lopen? Kan hij specifieke klanken in woorden vinden, manipuleren
en isoleren?
- Morfologie: woordstructuur (begrijpt hij verbuigingen vervoegingen? Begrijpt hij de
afleidingen? Snapt hij de basisvormen van woorden? Kan hij voor-en achtervoegsels
toepassen? En kan jij die nieuwe betekenis begrijpen?
- Syntaxis: zinsstructuur (kan hij juiste zinnen creëren die grammaticaal correct zijn?
Kan hij verschillende zinsstructuren gebruiken, zoals eenvoudige en complexe zinnen?
Gebruikt hij correcte werkwoord vervoegingen? Begrijpt hij dat de volgorde van
woorden de betekenis van de zin kunnen veranderen?
- Pragmatiek: gebruik van taal (volgt hij de juiste sociale conversatieregels, zoals
luisteren naar andere en reageren op andere? Gebruikt hij in verschillende contexten
andere taal, zoals thuis, op school, buiten etc.? Begrijpt hij non-verbale
communicatie? En kan hij deze ook zelf toepassen?

De 2 theorieën over taalverwerving (deze kijken naar de actieve rol van de leerlingen)
- Creatieve constructietheorie: mentalisme (deze zegt dat je niet alleen imiteert, maar
ook een aangeboren taalvermogen hebt om op creatieve manier zinnen te vormen.
Als ze structuur ontdekken kunnen ze ook eigen zinnen maken zonder deze ooit
gehoord te hebben)

, - Internationale benadering (de nadruk ligt op de interactie bij het leren van taal.
Kinderen leren niet alleen door luisteren, maar ook door deel te nemen aan
betekenisvolle gespreken)

+ behaviorisme (deze kijkt naar observeerbaar gedrag en invloed van externe factoren)
- Taal wordt aangeleerd door imitatie.

Taalontwikkelingsfasen met hun kenmerken
- Prelinguaal: huilen, vocaliseren, vocaal spel, brabbelen (voor het 1e woordje)
- Linguale periode
Vroege linguale fase Differentiatie fase voltooingsfase
1 tot 2,5 2,5 tot 5 5 tot 9
1 woord zin: 1 tot 1,5 Langere en volledige Geen nieuwe aspecten
2 woord zin: 1,5 tot 2,5 zinnen maken meer
Brabbelen naar Woorden van vorm Woordenschat uitbreiden
betekenisvol veranderen en weten Einde= taalkennis van
Auto zeggen als hij een waarom volwassenen alleen
auto ziet minder woordenschat

+ holofraseren: naar een beker wijzen en drinken zeggen. Het betekent dat hij dorst heeft.

Tweede taalontwikkeling
- Eerst taalverwerving (in de natuurlijke en eigen omgeving, voortdurend aan
blootgesteld door interactie met familie, doordat taal nog wordt gevormd kunnen ze
het op een intuïtieve manier leren en assimileren in het juiste schema plaatsen,
Ontwikkeling blijft lopen tot adolescentie.
- Tweedetaalverwerving (formeel, doeltaal, minder natuurlijk en minder frequent,
hinder tussen cognitief systeem met kennis uit de vorige taal, kost meer tijd en soms
nooit volledig beheerst)
- Simultane tweetaligheid (voor het 3e jaar een 2e taal leren)
- Successieve tweetaligheid (na hun 3e jaar een 2e taal leren en wordt geleerd met
kennis uit de 1e taal.
- Interferentiefouten: door successieve tweetaligheid (wiel wordt als wil gelezen
doordat de vorige taal geen tweetekenklanken heeft en geen lidwoorden kennis)

Communicatieve competentie: welke laat hij/zij zien in een communicatieve situatie?
- Grammaticale competentie: vermogen om regels van grammatica te begrijpen en
toepassen, kennis van woordsoorten, zinsstructuur, werkvoordvervoegingen en
verbuigingen, correcte uitspraak hebben etc.
- Tekstuele competentie: kennis hebben van geschreven en gesproken taal en deze
effectief te gebruiken om te communiceren. Structuur van teksten, juiste stijl kiezen,
doelgerichte teksten produceren, begin en einde van een gesprek, schrift regels etc.
- Strategische competentie: een strategie hanteren om je doel te bereiken (schrijf,
spreek en luister strategieën) hoe kan ik iets herformuleren? Hoe kan ik iemand
aanzetten tot handelen? Hoe kan ik iemand overtuigen? Hoe kan ik het
compenseren?

Documentinformatie

Geüpload op
6 november 2024
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€13,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
1 dag geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen