3.1 –
- De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop
en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
- De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld
- De eenwording van Europa
- De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw
aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen
- De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen
Tot de tweede WO – verzuiling
1) Katholieken (Christelijk)
2) Protestanten
3) Socialisten
4) Liberalen
Na de Tweede Wereldoorlog werden de verzuilde verhoudingen van voor de oorlog aanvankelijk
hersteld. Nederland begon aan een snelle wederopbouw, waarbij de Marshallhulp steun bood. De
Koude Oorlog en het begin van Europese samenwerking lieten zien dat Nederland niet langer een
neutraliteitspolitiek voerde.
1949, NL in NAVO (vanaf begin van bestaan)
1951, EGKS lid geworden (opgericht met NL)
Direct na de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een babyboom (= geboortegolf na WOII). De
natuurlijke bevolkingsgroei zette zich in de eerste decennia na de oorlog voort. In de jaren 1950 en
1960 kende Nederland een periode van economische groei en toenemende industrialisatie. Met
geleide loonpolitiek stimuleerden de rooms-rode regeringen de export en de werkgelegenheid.
Rooms-Rode regering: KVP & PvdA, Katholiek & sociaaldemocraten
Geleide loonpolitiek: De regering ging zich bemoeien met de loonontwikkeling. Lonen bleven/werden
lager om de goedkope producten te exporteren. Meer banen, minder werkloosheid, verdwijnt in de
jaren ’60.
Daarnaast profiteerde Nederland van het economisch herstel van Duitsland en de vondst van aardgas
in Groningen.
Oorzaken economische groei:
- Marshallhulp
- Geleide loonpolitiek
- Wirtschafstwunder
- Aardgaswinning Groningen
Leidend was het idee van een maakbare samenleving met meer economische gelijkheid als ideaal
(sociaaldemocratisch gedachtegang). Door de toenemende welvaart konden politici en sociale
partners samen bouwen aan een verzorgingsstaat.
Sociale partners: werkgevers en vakbonden (werknemers)
, Poldermodel <-> verzorgingsstaat NL
Verzorgingsstaat jaren ’50 & ’60 -> Veiligheid, welvaart, welzijn worden gegarandeerd door de
overheid (dus de verzorgingsstaat)
Sociale verzekering: inkomen en/of verzorging garanderen.
Willem Drees, 1948 – 1958 minister president SDAP/PvdA
Na de invoering van de AOW in 1957 werd sociale wetgeving verder uitgebreid.
Vanaf het begin van de jaren 1960 stegen de lonen sterk. In Nederland ontstond een
consumptiemaatschappij.
Consumptiemaatschappij : luxe goederen worden steeds meer gekocht voor oa status. Reclame
speelt een grote rol in een consumptiemaatschappij.
In veel huishoudens deden apparaten hun intrede en voor steeds grotere groepen werd een vakantie
mogelijk, ook in het buitenland. De groeiende welvaart ging hand in hand met verstedelijking en
groeiende mobiliteit.
Na de jaren 1950 was er sprake van ontzuiling van het sociale en het politieke leven.
Redenen ontzuiling:
1) Mensen kwamen vaker in aanraking met ander denkenden
2) Secularisatie -> ontkerkelijking
Sociaal: Meer contact met andersdenkenden.
1960: één TV, zendtijd gelijk verdeeld onder de zuilen. Veronica, start popmuziek + reclame.
Politiek: oprichting politieke partij D66, ze wilden: Districtenstelsel, referenda.
Nieuwe politieke partijen en omroepen, zoals D’66 en Veronica, kwamen op en er ontstond een
jongerencultuur. De jeugd kreeg de beschikking over meer vrije tijd en geld en een deel van de
jongeren volgde steeds langer onderwijs. Mede onder invloed van popmuziek uit Engeland en de
Verenigde Staten ontstonden er vanaf het eind van de jaren 1950 jongerenbewegingen, zoals de
nozems.
Nozems = subcultuur rond 1955, werkende jongeren.
- Spijkerbroek, leren jack, vetkuif
- Brommer
- Bier, rock ’n roll
- Gedroegen zich zelfbewust, hadden een afkeer aan gezag
- Rondhangen, gewelddadigheden, vernielingen
In de jaren 1960 begonnen groepen jongeren, zoals de provo’s en de hippies, zich te verzetten tegen
de consumptiemaatschappij. Zij bespotten het gezag van oudere generaties en eisten meer inspraak.
Protestgeneratie
Provo’s = uitdagen, actiegroep welke een ander beleid willen. 1965 in Amsterdam, ludieke acties
protesteerden tegen:
- Suffe burgermaatschappij
- Tegen consumptiemaatschappij & milieuvervuiling