Immunobiologie samenvatting H.11
Tijdens een primaire immuun respons worden effector cellen gemaakt om de pathogenen op
te ruimen en memory cellen. De memory cellen zorgen voor een hele snelle secundaire
immuun respons die snel de infectie weghaalt voordat je ziek wordt.
Aan het einde van een infectie zijn er veel pathogeen specifieke hoge-affiniteit antilichamen
in je bloed, lymfe en weefsel. Deze antilichamen worden gemaakt door plasma cellen en
zorgen voor protective immunity. De meeste plasma cellen die in de primaire respons
worden gemaakt zijn kortlevend, een paar zijn langlevend. Hierdoor neemt de maak van
antilichamen af tot een steady state level.
Door de primaire immuun respons worden zowel
memory B-cellen als memory T-cellen
geproduceert. Zowel de effector als de memory
cellen worden geproduceert in secundair
lymfoïde weefsel. De memory cellen vormen
samen met de langlevende plasma cellen
(secreteren IgA, IgG en IgE) de drie
componenten van de immuun memory.
Een secundaire immuunrespons vindt plaats als je innate immuun systeem en je antilichamen
niet het pathogeen hebben kunnen verwijderen. Memory cellen reageren dan op deze tweede
infectie, en ze hebben hierbij een aantal voordelen:
1. Memory cells zijn meer aanwezig dan hun tegenpartij
2. Memory cells worden gemakkelijkere geactiveerd
3. Memory B-cellen hebben isotoop switching, somatische hypermutatie en affiniteit
maturatie ondergaan. Na activatie maken memory B-cellen betere pathogeen bindende
antilichamen (IgA, IgG en IgE). Na de tweede infectie ondergaan memory B-cellen weer
isotoop switching, somatische hypermutatie en affiniteit maturatie waardoor ze nog beter
zijn.
Naïeve lymfocyten hebben signalen nodig door hun antigen receptoren om te overleven.
Memory lymfocyten krijgen deze signalen niet, maar toch overleven ze. De meeste cellen zijn
in een stille status, maar sommige delen ook om zo de populatie te onderhouden (want er gaan
toch wel een paar cellen dood).
Tijdens een primaire immuun respons worden effector cellen gemaakt om de pathogenen op
te ruimen en memory cellen. De memory cellen zorgen voor een hele snelle secundaire
immuun respons die snel de infectie weghaalt voordat je ziek wordt.
Aan het einde van een infectie zijn er veel pathogeen specifieke hoge-affiniteit antilichamen
in je bloed, lymfe en weefsel. Deze antilichamen worden gemaakt door plasma cellen en
zorgen voor protective immunity. De meeste plasma cellen die in de primaire respons
worden gemaakt zijn kortlevend, een paar zijn langlevend. Hierdoor neemt de maak van
antilichamen af tot een steady state level.
Door de primaire immuun respons worden zowel
memory B-cellen als memory T-cellen
geproduceert. Zowel de effector als de memory
cellen worden geproduceert in secundair
lymfoïde weefsel. De memory cellen vormen
samen met de langlevende plasma cellen
(secreteren IgA, IgG en IgE) de drie
componenten van de immuun memory.
Een secundaire immuunrespons vindt plaats als je innate immuun systeem en je antilichamen
niet het pathogeen hebben kunnen verwijderen. Memory cellen reageren dan op deze tweede
infectie, en ze hebben hierbij een aantal voordelen:
1. Memory cells zijn meer aanwezig dan hun tegenpartij
2. Memory cells worden gemakkelijkere geactiveerd
3. Memory B-cellen hebben isotoop switching, somatische hypermutatie en affiniteit
maturatie ondergaan. Na activatie maken memory B-cellen betere pathogeen bindende
antilichamen (IgA, IgG en IgE). Na de tweede infectie ondergaan memory B-cellen weer
isotoop switching, somatische hypermutatie en affiniteit maturatie waardoor ze nog beter
zijn.
Naïeve lymfocyten hebben signalen nodig door hun antigen receptoren om te overleven.
Memory lymfocyten krijgen deze signalen niet, maar toch overleven ze. De meeste cellen zijn
in een stille status, maar sommige delen ook om zo de populatie te onderhouden (want er gaan
toch wel een paar cellen dood).