Zeer beknopte samenvatting van week 7.
Nederland kent twee procedures die specifiek voor privaatrechtelijk collectief verhaal zijn
ontworpen:
1. de collectieve actie (art. 3:305a BW) en,
2. de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM, art. 7:907/ 1013 Rv).
1: Sinds 1994 bestaat de mogelijkheid voor een stichting of vereniging met volledige
rechtsbevoegdheid om een collectieve actie in te stellen ter bescherming van de belangen
van andere personen.
Daartoe moet (de vordering van) deze rechtspersoon, naast de rechtsvormvereisten,
voldoen aan de criteria van artikel 3:305a BW. Bij gebreke daarvan wordt de
belangenbehartiger niet-ontvankelijk verklaard.
Dat betekent:
- Dat het doel dat de belangenbehartiger nastreeft zowel uit zijn statuten als feitelijke
werkzaamheden moet blijken.
- In beginsel dient de belangenbehartiger te hebben geprobeerd om door middel van
overleg met de wederpartij het gevorderde te bereiken.
- Verder moet de vordering de gelijksoortige belangen van andere personen
beschermen, en dient de belangenbehartiger met de vordering die belangen
voldoende te waarborgen.
- Tot slot mag de actie niet bestaan uit een schadevergoedingsvordering.
Dat betekent dat vooralsnog vooral verklaringen voor recht worden gevorderd, bijvoorbeeld
dat de wederpartij onrechtmatig heeft gehandeld.
De uitspraak bindt uitsluitend de bij de collectieve actie betrokken partijen, dus niet de
‘andere personen’ wier belangen met de actie worden behartigd. Dat neemt niet weg dat de
uitspraak belangrijk kan zijn voor het bereiken van een (WCAM)schikking of voor een
(vervolg)procedure waarin wél schadevergoeding wordt gevorderd. In de toekomst is een
vordering tot schadevergoeding wellicht wel mogelijk. (Wetsvoorstel WAMCA)
Tillema: Uit jurisprudentieonderzoek blijkt niet dat commerciële belangenbehartigers
verantwoordelijk zijn voor het aanwakkeren of versterken van een claimcultuur in de zin
van een toename aan (lichtzinnige) vorderingen bij de rechter.
De meeste vorderingen worden gedaan door organisaties die private belangen beschermen
van ‘zwakkere’ partijen (zoals consumenten, particuliere beleggers, letselschadeslachtoffers,
huurders of werknemers) zoals de Consumentenbond en de FNV, en door organisaties die
eveneens private belangen behartigen, maar dan commerciële, zoals die van branches,
werkgevers, institutionele beleggers of verhuurders, denk hierbij aan Fair Huur en ANVR.
Er zijn ook organisaties die een publiek belang behartigen, maar hier is geen commercieel
motief aanwezig en deze kunnen dus ook niet zorgen voor het in de hand werken van een
claimcultuur.
2: Middels de WCAM kan, kort gezegd, collectieve afwikkeling van massaschade worden
bereikt door algemeen verbindendverklaring door het Hof Amsterdam van een schikking
tussen een of meerdere belangenbehartigers en de aangesproken partij(en).
1