Les 1.1
Uitleggen wat IT in de zorg betekent en welke aspecten hiervan voor jou als G&T'er belangrijk zijn.
Enkele belangrijke ontwikkelingen en websites op het gebied van zorg & ICT en eHealth benoemen.
Begrippen als standaarden, security, big data, apps, cloud en terminologie en andere belangrijke IT-
termen in de context kunnen plaatsen bij een gesprek met een I(C)T'er.
Uitleggen wat IT in de zorg betekent en welke aspecten hiervan voor jou als G&T'er belangrijk zijn.
IT in de zorg
= Geen doel maar een middel. Het is een versnelde beweging waardoor er meer zelfredzaam,
zelfregie en zelfzorg is rondom een ziekte of gezondheid.
zorg op afstand, kostenbesparend, efficiënt, bevorderen zelfmanagement, betere zorg,
afwijkingen eerder opsporen, betere veiligheid, flexibiliteit en schaalbaarheid, snelle aanpassingen.
Enkele belangrijke ontwikkelingen en websites op het gebied van zorg & ICT en eHealth benoemen.
Zorg + ICT = eHealth
Ontwikkelingsproces
Voorbereiding ontwerp realisatie
Informatietechnologie 1
Soorten eHealth: online
informatie, social media,
zelftesten, E-communicatie,
videocommunicatie,
domotica, zorg-op-afstand, serieus game, online zelfhulpcursus, online behandeling.
Bruikbaarheid eHealth
- signalering, diagnostiek, begeleiding
- indicatiestelling, planning
- zorg/behandeling, zelfmanagement
- evalueren, nazorg/monitoring
Versnelde beweging, meer: zelfredzaamheid, zelfregie en zelfzorg.
Begrippen als standaarden, security, big data, apps, cloud en terminologie en andere belangrijke IT-
termen in de context kunnen plaatsen bij een gesprek met een I(C)T'er.
Terminologie om: medische informatie vast te leggen zonder interpretatie verschillen.
mensen en computers kunnen elkaar hierdoor beter begrijpen.
Standaarden en eisen
Norm (standaard) = een reeks erkende afspraken, specificaties of criteria.
Standaarden moeten zorgen voor eenduidigheid. Gebruikt op:
1
,- kwaliteit: zorg, richtlijnen, best practices
- informatie: terminologie, berichten
- technisch: functionele- en technische eisen
Big data
= Een term die de grote hoeveelheid gegevens beschrijft die een bedrijf dagelijks te verwerken
krijgt. ; wanneer men werkt met meerdere datasets.
Cloud
= Een informatietechnologie die via een netwerk (vaak het internet) toegang geeft tot gegevens,
software en hardware. Bij cloud worden gegevens in een online opslagruimte bewaard. Het is een
netwerk dat toegang geeft tot de gegevens op het internet.
i.v.m. veiligheid geen harde schrijven.
Apps
= Een klein computerprogramma, met meestal beperkte functies. Met een app kan er een bepaalde
activiteit worden uitgevoerd.
Ambient technologie
= Slimme en onzichtbare technologie bij iemand thuis (zoals sensoren).
Interoperabiliteit
= De mogelijkheid van verschillende systemen/apparaten of andere eenheden om met elkaar te
communiceren en samen te werken.
De overdracht tussen 2 verschillende actoren (bijv. ziekenhuizen) kan alleen makkelijk wanneer
beide actoren hetzelfde systeem hanteren.
In de zorg wil je steeds meer dat organisaties de medische zorg kunnen overdragen. Dat ze
meteen de gegevens van de patiënt kunnen oproepen. Om dit voor elkaar de krijgen, moeten de
organisaties op verschillende niveaus op dezelfde lijn zitten.
Technische standaarden
= Afspraken over hoe we dingen maken.
Informatietechnologie
BIG: registratie 2
BSN: Burgerservicenummer
UZI: Unieke Zorgverlener Identificatienummer
UZOVI: Unieke Zorgverzekeraars Identificatie
Informatiebeveiliging
- NEN 7510
Norm voor informatiebeveiliging in de zorg
- Systeem, geen eenmalige oefening
- Kwaliteitsnorm, geen wet
- Controle door IGZ (Inspectie Gezondheidszorg)
NEN-7510 norm
Waarborgen:
o Beschikbaarheid
Informatie en diensten zijn er op het moment dat ze nodig zijn.
o Vertrouwelijkheid
Informatie en diensten zijn alleen toegankelijk voor bevoegde personen.
o Integriteit
Informatie is juist en volledig en diensten functioneren correct.
NEN 7512: vertrouwensbasis voor gegevensuitwisseling.
NEN 7513: logging (het vastleggen van de acties op het EPD, zodat achterhaald kan worden wie er
toegang heeft gehad tot het dossier).
NEN 7521: toegang tot patiëntgegevens.
Informatiestandaarden NICTIZ
Soorten schade
- Onbereikbaarheid
- Oneigenlijk toegang
Mensen kunnen toegang krijgen tot gegevens, wat niet de bedoeling is.
2
, - Uitlekken van gegevens (opslaan is niet toegestaan)
- Imagoschade
Oorzaken schade: computerstoring, verbinding, hackers, medewerkers, apparatuur, servers, etc.
Les 2.1
Benoemen wat de functies en doelen van het EPD zijn en benoemen wat er verstaan wordt onder
Informatietechnologie 3
telemonitoring.
Uitleggen aan welke ( technische) eisen het systeem moet voldoen voor het EPD en telemonitoring
en dit ook kunnen vertellen aan de patient.
Aangeven wat de voor- en nadelen zijn van zowel het EPD als van telemonitoring.
Benoemen wat de functies en doelen van het EPD zijn en benoemen wat er verstaan wordt onder
telemonitoring.
Telemedicine
= Een zorgproces of het geheel van zorgprocessen waarbij wordt voldaan aan de twee volgende
kenmerken:
1. Afstand tussen minstens 2 partijen wordt overbrugd door gebruikmaking van
informatietechnologie en telecommunicatie;
2. Er zijn tenminste 2 actoren betrokken, waarvan minimaal één erkende zorgverlener is (wet BIG)
of handelt onder verantwoordelijkheid van een erkende zorgverlener.
Bij telemedicine is altijd een zorgverlener betrokken.
3
Uitleggen wat IT in de zorg betekent en welke aspecten hiervan voor jou als G&T'er belangrijk zijn.
Enkele belangrijke ontwikkelingen en websites op het gebied van zorg & ICT en eHealth benoemen.
Begrippen als standaarden, security, big data, apps, cloud en terminologie en andere belangrijke IT-
termen in de context kunnen plaatsen bij een gesprek met een I(C)T'er.
Uitleggen wat IT in de zorg betekent en welke aspecten hiervan voor jou als G&T'er belangrijk zijn.
IT in de zorg
= Geen doel maar een middel. Het is een versnelde beweging waardoor er meer zelfredzaam,
zelfregie en zelfzorg is rondom een ziekte of gezondheid.
zorg op afstand, kostenbesparend, efficiënt, bevorderen zelfmanagement, betere zorg,
afwijkingen eerder opsporen, betere veiligheid, flexibiliteit en schaalbaarheid, snelle aanpassingen.
Enkele belangrijke ontwikkelingen en websites op het gebied van zorg & ICT en eHealth benoemen.
Zorg + ICT = eHealth
Ontwikkelingsproces
Voorbereiding ontwerp realisatie
Informatietechnologie 1
Soorten eHealth: online
informatie, social media,
zelftesten, E-communicatie,
videocommunicatie,
domotica, zorg-op-afstand, serieus game, online zelfhulpcursus, online behandeling.
Bruikbaarheid eHealth
- signalering, diagnostiek, begeleiding
- indicatiestelling, planning
- zorg/behandeling, zelfmanagement
- evalueren, nazorg/monitoring
Versnelde beweging, meer: zelfredzaamheid, zelfregie en zelfzorg.
Begrippen als standaarden, security, big data, apps, cloud en terminologie en andere belangrijke IT-
termen in de context kunnen plaatsen bij een gesprek met een I(C)T'er.
Terminologie om: medische informatie vast te leggen zonder interpretatie verschillen.
mensen en computers kunnen elkaar hierdoor beter begrijpen.
Standaarden en eisen
Norm (standaard) = een reeks erkende afspraken, specificaties of criteria.
Standaarden moeten zorgen voor eenduidigheid. Gebruikt op:
1
,- kwaliteit: zorg, richtlijnen, best practices
- informatie: terminologie, berichten
- technisch: functionele- en technische eisen
Big data
= Een term die de grote hoeveelheid gegevens beschrijft die een bedrijf dagelijks te verwerken
krijgt. ; wanneer men werkt met meerdere datasets.
Cloud
= Een informatietechnologie die via een netwerk (vaak het internet) toegang geeft tot gegevens,
software en hardware. Bij cloud worden gegevens in een online opslagruimte bewaard. Het is een
netwerk dat toegang geeft tot de gegevens op het internet.
i.v.m. veiligheid geen harde schrijven.
Apps
= Een klein computerprogramma, met meestal beperkte functies. Met een app kan er een bepaalde
activiteit worden uitgevoerd.
Ambient technologie
= Slimme en onzichtbare technologie bij iemand thuis (zoals sensoren).
Interoperabiliteit
= De mogelijkheid van verschillende systemen/apparaten of andere eenheden om met elkaar te
communiceren en samen te werken.
De overdracht tussen 2 verschillende actoren (bijv. ziekenhuizen) kan alleen makkelijk wanneer
beide actoren hetzelfde systeem hanteren.
In de zorg wil je steeds meer dat organisaties de medische zorg kunnen overdragen. Dat ze
meteen de gegevens van de patiënt kunnen oproepen. Om dit voor elkaar de krijgen, moeten de
organisaties op verschillende niveaus op dezelfde lijn zitten.
Technische standaarden
= Afspraken over hoe we dingen maken.
Informatietechnologie
BIG: registratie 2
BSN: Burgerservicenummer
UZI: Unieke Zorgverlener Identificatienummer
UZOVI: Unieke Zorgverzekeraars Identificatie
Informatiebeveiliging
- NEN 7510
Norm voor informatiebeveiliging in de zorg
- Systeem, geen eenmalige oefening
- Kwaliteitsnorm, geen wet
- Controle door IGZ (Inspectie Gezondheidszorg)
NEN-7510 norm
Waarborgen:
o Beschikbaarheid
Informatie en diensten zijn er op het moment dat ze nodig zijn.
o Vertrouwelijkheid
Informatie en diensten zijn alleen toegankelijk voor bevoegde personen.
o Integriteit
Informatie is juist en volledig en diensten functioneren correct.
NEN 7512: vertrouwensbasis voor gegevensuitwisseling.
NEN 7513: logging (het vastleggen van de acties op het EPD, zodat achterhaald kan worden wie er
toegang heeft gehad tot het dossier).
NEN 7521: toegang tot patiëntgegevens.
Informatiestandaarden NICTIZ
Soorten schade
- Onbereikbaarheid
- Oneigenlijk toegang
Mensen kunnen toegang krijgen tot gegevens, wat niet de bedoeling is.
2
, - Uitlekken van gegevens (opslaan is niet toegestaan)
- Imagoschade
Oorzaken schade: computerstoring, verbinding, hackers, medewerkers, apparatuur, servers, etc.
Les 2.1
Benoemen wat de functies en doelen van het EPD zijn en benoemen wat er verstaan wordt onder
Informatietechnologie 3
telemonitoring.
Uitleggen aan welke ( technische) eisen het systeem moet voldoen voor het EPD en telemonitoring
en dit ook kunnen vertellen aan de patient.
Aangeven wat de voor- en nadelen zijn van zowel het EPD als van telemonitoring.
Benoemen wat de functies en doelen van het EPD zijn en benoemen wat er verstaan wordt onder
telemonitoring.
Telemedicine
= Een zorgproces of het geheel van zorgprocessen waarbij wordt voldaan aan de twee volgende
kenmerken:
1. Afstand tussen minstens 2 partijen wordt overbrugd door gebruikmaking van
informatietechnologie en telecommunicatie;
2. Er zijn tenminste 2 actoren betrokken, waarvan minimaal één erkende zorgverlener is (wet BIG)
of handelt onder verantwoordelijkheid van een erkende zorgverlener.
Bij telemedicine is altijd een zorgverlener betrokken.
3