Proemium (in vertaling)
Dit is de aanhef van het verhaal. De oorzaken van Juno’s verbittering worden
uitgelegd:
• De Trojanen waren voorbestemd om haar geliefde stad Carthago te laten
vergaan
• Het oordeel van Paris, een Trojaan
• Ganymedes, de Trojaanse prins, van wie Jupiter hield
• Ze was nog bang van de Trojaanse oorlog, en had in deze oorlog ook tegenover
de Trojanen gestaan
De twee delen van het verhaal Aeneas worden aangekondigd: de reis en de strijd.
Uit de tekst blijkt dat de lezer al kennis heeft van Aeneas’ verhaal, want zijn naam
wordt niet genoemd. Er is veel vertellerscommentaar (onder andere op
goden/Juno en op de oorlogszuchtigheid van de Romeinen). Er wordt benadrukt
dat Juno het lot tegenwerkt, maar dat het lot alsnog vastligt (teleologisch). De
rode draad van de stof is vernietiging en opbouw: het pensum gaat over hoe
Rome wordt opgebouwd vanuit de vernietiging van Troje, voorbestemd om ooit
Carthago te vernietigen
Storm en Schipbreuk
Als Juno ziet dat de Trojanen onderweg zijn van Sicilië naar Italië haalt ze Aeolus
over om een storm los te laten op de vloot. Pas als Neptunus door heeft wat er
aan de hand is stopt de storm. Aeneas landt met zeven van de twintig schepen op
de Libische stranden. Één schip is vergaan, twaalf zijn kwijtgeraakt. Aeneas
slacht zeven herten, elk voor één schip, en zijn bemanning praat tot diep in de
nacht over hun zorgen terwijl ze het vlees eten. Dan neemt Vergilius de lezer mee
naar Olympus.
Venus en Jupiter (onvertaald)
Er wordt eerst gezegd hoe Jupiter neerkijkt op de aarde. Hij maakt zich zorgen,
waarschijnlijk vanwege de onrust die Juno veroorzaakt. Venus maakt zich zorgen
over het lot van haar zoon dus richt zich tot haar vader, Jupiter met een verheven
toon, vol respect om hem gunstig te stemmen (captatio, benevolentiae). Venus
gebruikt verscheidene woorden om zichzelf, en zo haar vader Jupiter, dichterbij
Aeneas en zijn lot te betrekken:
• “meus” r. 231
• “genitor” r. 237
• “equidem” r. 238
• “nos, tua progenies,” r. 250
• “nos” r. 253
Zij verwijt hem zijn belofte van het lot te zijn vergeten en probeert medelijden op
te wekken over het lot van Aeneas en zijn makkers. Ze verwijt Juno ook erg veel,
maar noemt haar naam niet om zo Jupiter niet te irriteren (“unius ob iram”
r.251). Ze maakt ook gebruik van een a-fortiori-redenering. Ze vergelijkt de
toestand van Aeneas en zijn bemanning met het lot van de verrader Antenor, die
zijn eigen stad, Patavium, heeft gesticht.
Jupiter reageert met een lach terwijl hij haar mond even zachtjes aanraakt. Hij
spreekt vriendelijk en rustig terwijl Venus erg geëmotioneerd was. Hij vertelt
, haar eerst dat ze niet bang hoeft te zijn dat het beloofde lot is of zal veranderen.
Vervolgens kondigt hij aan dat hij haar meer zal vertellen om haar zorgen weg te
nemen. Hij vertelt alles alsof zijn wil en het lot samenvallen:
• “neque me sententia vertit” r. 260 (mijn mening heeft mij niet verandert)
• “ego…dedi” r. 278-279
Het lot is onveranderlijk maar andere goden (zoals Juno) kunnen het wel
vertragen en zo zijn mensen toch de speelbal van de Goden. Nu geeft Jupiter een
uitvoerige beschrijving van de toekomstige Romeinse geschiedenis vooral in het
futurum en futurum exactum geschreven. Er wordt verteld dat Aeneas een
oorlog zal voeren voordat hij Lavinium in Latium zal stichten. Hij zal de mensen
leren beschaafd te leven en nog drie jaar regeren na de onderwerping van de
autochtone bevolking. Vervolgens worden de drie namen van Aeneas’ zoon
genoemd:
• Ascanius
• Ilus (in Troje)
• Iulus (in Latium)
Er wordt gezegd dat hij dertig jaar zal regeren na Aeneas en de macht van
Lavinium over zal brengen naar een nieuwe stad, Alba Longa. Na driehonderd
jaar regering van het volk van Hector, zal de priesteres Rea Silvia (Julia) zwanger
worden van Mars en een tweeling baren: Romelus en Remus. Romelus zal het
volk overnemen en de muren van Mars bouwen voor het volk dat hij nu de
Romeinen noemt. In de zin die dit beschrijft wordt een wolf vernoemd:
“Inde lupae fulvo nutricis tegmine laetus Romulus excipiet…”
De bijwoordelijke bepaling in deze zin kan op twee manieren geïnterpreteerd
worden:
1. “de bruinachtige huid van de wolvin die hem voedde”
In dit geval draagt Romulus dus de huid van Lupa. Hij heeft haar van de huid
beroofd, of zij heeft hem de huid nagelaten.
2. “de bruinachtige huid van de voedende wolvin”
In dit geval draagt Romulus een wolvenhuid van een willekeurige wolf als
eerbewijs aan de wolvin Lupa.
Met deze versie van de geschiedenis zou Aeneas aanzienlijk later in Latium zijn
beland dan volgens de klassieke oudheid (1106 en 1076 v.C. in plaats
van 1183 v.C.).Nu volgt er een beschrijving van de grootsheid van
Rome. Jupiter zegt dat het rijk grenzeloos zal zijn in meerdere
opzichten en dat zelfs Juno zich bij Romes bestaan zal moeten
neerleggen en het helpen te beschermen. Er wordt ook verwezen naar
de overwinning van Griekenland door de Romeinen in 168-146 v.C., dus
de val van Troje zal gewroken worden. De geboorte van Augustus
Caesar wordt genoemd. Hij wordt geprezen.
• In regel 286 (de regel dat het voor het eerst over Caesar gaat) is het metrum
erg spondeisch om te markeren dat dit een belangrijk moment is in de
geschiedenis en om de nadruk te leggen op de grootsheid van Caesar.
Zijn naam wordt teruggeleid naar de bijnaam van Ascanius om zo een link te
leggen tussen gens Iulia en Caesar/Augustus. Verder wordt er verwezen naar de
overwinning bij Actium en wordt hij vergeleken met Romulus en Aeneas in het
feit dat ook hij in de hemelburcht zal worden opgenomen (apotheose). Er wordt
metaforisch beschreven hoe Caesar vrede naar Rome zal brengen. De
personificatie van trouwe, oorlog en razernij worden gebruikt. De goddelijke
Dit is de aanhef van het verhaal. De oorzaken van Juno’s verbittering worden
uitgelegd:
• De Trojanen waren voorbestemd om haar geliefde stad Carthago te laten
vergaan
• Het oordeel van Paris, een Trojaan
• Ganymedes, de Trojaanse prins, van wie Jupiter hield
• Ze was nog bang van de Trojaanse oorlog, en had in deze oorlog ook tegenover
de Trojanen gestaan
De twee delen van het verhaal Aeneas worden aangekondigd: de reis en de strijd.
Uit de tekst blijkt dat de lezer al kennis heeft van Aeneas’ verhaal, want zijn naam
wordt niet genoemd. Er is veel vertellerscommentaar (onder andere op
goden/Juno en op de oorlogszuchtigheid van de Romeinen). Er wordt benadrukt
dat Juno het lot tegenwerkt, maar dat het lot alsnog vastligt (teleologisch). De
rode draad van de stof is vernietiging en opbouw: het pensum gaat over hoe
Rome wordt opgebouwd vanuit de vernietiging van Troje, voorbestemd om ooit
Carthago te vernietigen
Storm en Schipbreuk
Als Juno ziet dat de Trojanen onderweg zijn van Sicilië naar Italië haalt ze Aeolus
over om een storm los te laten op de vloot. Pas als Neptunus door heeft wat er
aan de hand is stopt de storm. Aeneas landt met zeven van de twintig schepen op
de Libische stranden. Één schip is vergaan, twaalf zijn kwijtgeraakt. Aeneas
slacht zeven herten, elk voor één schip, en zijn bemanning praat tot diep in de
nacht over hun zorgen terwijl ze het vlees eten. Dan neemt Vergilius de lezer mee
naar Olympus.
Venus en Jupiter (onvertaald)
Er wordt eerst gezegd hoe Jupiter neerkijkt op de aarde. Hij maakt zich zorgen,
waarschijnlijk vanwege de onrust die Juno veroorzaakt. Venus maakt zich zorgen
over het lot van haar zoon dus richt zich tot haar vader, Jupiter met een verheven
toon, vol respect om hem gunstig te stemmen (captatio, benevolentiae). Venus
gebruikt verscheidene woorden om zichzelf, en zo haar vader Jupiter, dichterbij
Aeneas en zijn lot te betrekken:
• “meus” r. 231
• “genitor” r. 237
• “equidem” r. 238
• “nos, tua progenies,” r. 250
• “nos” r. 253
Zij verwijt hem zijn belofte van het lot te zijn vergeten en probeert medelijden op
te wekken over het lot van Aeneas en zijn makkers. Ze verwijt Juno ook erg veel,
maar noemt haar naam niet om zo Jupiter niet te irriteren (“unius ob iram”
r.251). Ze maakt ook gebruik van een a-fortiori-redenering. Ze vergelijkt de
toestand van Aeneas en zijn bemanning met het lot van de verrader Antenor, die
zijn eigen stad, Patavium, heeft gesticht.
Jupiter reageert met een lach terwijl hij haar mond even zachtjes aanraakt. Hij
spreekt vriendelijk en rustig terwijl Venus erg geëmotioneerd was. Hij vertelt
, haar eerst dat ze niet bang hoeft te zijn dat het beloofde lot is of zal veranderen.
Vervolgens kondigt hij aan dat hij haar meer zal vertellen om haar zorgen weg te
nemen. Hij vertelt alles alsof zijn wil en het lot samenvallen:
• “neque me sententia vertit” r. 260 (mijn mening heeft mij niet verandert)
• “ego…dedi” r. 278-279
Het lot is onveranderlijk maar andere goden (zoals Juno) kunnen het wel
vertragen en zo zijn mensen toch de speelbal van de Goden. Nu geeft Jupiter een
uitvoerige beschrijving van de toekomstige Romeinse geschiedenis vooral in het
futurum en futurum exactum geschreven. Er wordt verteld dat Aeneas een
oorlog zal voeren voordat hij Lavinium in Latium zal stichten. Hij zal de mensen
leren beschaafd te leven en nog drie jaar regeren na de onderwerping van de
autochtone bevolking. Vervolgens worden de drie namen van Aeneas’ zoon
genoemd:
• Ascanius
• Ilus (in Troje)
• Iulus (in Latium)
Er wordt gezegd dat hij dertig jaar zal regeren na Aeneas en de macht van
Lavinium over zal brengen naar een nieuwe stad, Alba Longa. Na driehonderd
jaar regering van het volk van Hector, zal de priesteres Rea Silvia (Julia) zwanger
worden van Mars en een tweeling baren: Romelus en Remus. Romelus zal het
volk overnemen en de muren van Mars bouwen voor het volk dat hij nu de
Romeinen noemt. In de zin die dit beschrijft wordt een wolf vernoemd:
“Inde lupae fulvo nutricis tegmine laetus Romulus excipiet…”
De bijwoordelijke bepaling in deze zin kan op twee manieren geïnterpreteerd
worden:
1. “de bruinachtige huid van de wolvin die hem voedde”
In dit geval draagt Romulus dus de huid van Lupa. Hij heeft haar van de huid
beroofd, of zij heeft hem de huid nagelaten.
2. “de bruinachtige huid van de voedende wolvin”
In dit geval draagt Romulus een wolvenhuid van een willekeurige wolf als
eerbewijs aan de wolvin Lupa.
Met deze versie van de geschiedenis zou Aeneas aanzienlijk later in Latium zijn
beland dan volgens de klassieke oudheid (1106 en 1076 v.C. in plaats
van 1183 v.C.).Nu volgt er een beschrijving van de grootsheid van
Rome. Jupiter zegt dat het rijk grenzeloos zal zijn in meerdere
opzichten en dat zelfs Juno zich bij Romes bestaan zal moeten
neerleggen en het helpen te beschermen. Er wordt ook verwezen naar
de overwinning van Griekenland door de Romeinen in 168-146 v.C., dus
de val van Troje zal gewroken worden. De geboorte van Augustus
Caesar wordt genoemd. Hij wordt geprezen.
• In regel 286 (de regel dat het voor het eerst over Caesar gaat) is het metrum
erg spondeisch om te markeren dat dit een belangrijk moment is in de
geschiedenis en om de nadruk te leggen op de grootsheid van Caesar.
Zijn naam wordt teruggeleid naar de bijnaam van Ascanius om zo een link te
leggen tussen gens Iulia en Caesar/Augustus. Verder wordt er verwezen naar de
overwinning bij Actium en wordt hij vergeleken met Romulus en Aeneas in het
feit dat ook hij in de hemelburcht zal worden opgenomen (apotheose). Er wordt
metaforisch beschreven hoe Caesar vrede naar Rome zal brengen. De
personificatie van trouwe, oorlog en razernij worden gebruikt. De goddelijke