Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 25 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Tentamen Bestuurlijke Kaart van Nederland.

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 25 pagina's

Samenvatting tentamen Bestuurlijke Kaart van Nederland. Met deze samenvatting heb je een uitstekende basis voor het maken van je tentamen. Doordat ik hem redelijk kort heb gehouden is hij makkelijker door te werken. Veel succes met je tentamen.

Voorbeeld van de inhoud

Tentamen Bestuurlijke Kaart: Hoofdstuk 1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 10.

Hoofdstuk 1: De bestuurlijke kaart van Nederland
Wat is openbaar bestuur?
 Juridisch: alle organisaties met een wettelijk vastgelegde grondslag
tot openbaar bestuur.
 Financieel: organisaties die door ‘algemene middelen’ worden
gefinancierd.
 Doel- of taakstelling: organisaties die een algemeen belang
nastreven.
o Volgens deze definities kan een organisatie bij de ene definitie
wel en bij de andere niet tot openbaar bestuur horen.
 Maatschappelijk middenveld: private organisaties die geen
winstoogmerk hebben met een algemeen belang (zoals
ziekenhuizen), veel bestuurlijke invloed.
Kenmerken Nederlands openbaar bestuur:
 Constitutionele monarchie: koning als staatshoofd maar
gebonden aan grondwet.
 Rechtstaat:
o Overheid gebonden aan regels: legaliteitsbeginsel
o Burgers hebben grondrechten
o Bestaan van vrije en geheime verkiezingen
o Bestaan van vrije en onafhankelijke media
 Gedeeltelijke scheiding der machten: gedeeltelijk want
regering bemoeit zich met zowel de wetgevende als de uitvoerende
macht.
 Scheiding kerk en staat:
 Parlementair stelsel: indirecte democratie waaruit een parlement
voortvloeit.
o Dualistisch: volksvertegenwoordiging onafhankelijk van
regering.
o Ministeriële verantwoordelijkheid: koning is
onschendbaar, minister moet verantwoording afleggen zowel
voor de koning als voor zijn ambtenaars.
o Vertrouwensregel: kabinet moet vertrouwen van
meerderheid van de Tweede Kamer hebben, anders motie
van wantrouwen
 Geen directe verkiezing bestuurders: bestuurders worden
aangewezen door verkozen parlementen, gemeenteraden of
Provinciale Staten.
 Evenredige vertegenwoordiging: zetels worden partijen
aangewezen naar evenredige deling van de stemmen door 150.
 Gedecentraliseerde eenheidsstaat: hoogste zeg is de nationale
politiek maar ook bevoegdheden voor lagere overheden.
o Gemeentes en provincies kunnen met APV 's regels
vaststellen die alleen in het grondgebied gelden.

, o Medebewind: regels die gemeentes maken in de opdracht
van overheid
o Repressief toezicht: nationale overheid kan besluiten van
lagere overheden vernietigen
 Geen constitutioneel hof: toetsing van wetgeving aan de
grondwet wordt gedaan door het parlement zelf en de Raad van
State.
 Geen juryrechtspraak:

 Functioneel bestuur: Nederland heeft bestuursorganen met vaste
takenpakketten (zoals waterschap).
 Onderdeel EU: veel Nederlandse wetgeving is gebaseerd op
Europese wetgeving. Europese wetgeving heeft voorrang op
nationale wetgeving.
Andere kenmerken van Nederlands bestuur:
 Inclusief: relatief veel draagvlak nodig in besluitvorming.
 Mist daadkracht door de coalitie cultuur.
 De Nederlandse bestuursstijl bestaat uit de 6 co's: coalitie,
collegialiteit, compromis, consensus, coöptatie (snel aanwijzen
van mensen in bepaalde posities zoals commissies) en coöperatie.


Hoofdstuk 2: De Nederlandse staat
Wat is een staat? Een staat heeft een specifiek grondgebied, een
bevolking, wettelijke ordening en bestuurlijke organisatie
(geweldsmonopolie) en is erkend door andere staten.
Koninkrijk der Nederlanden: bestaat uit Nederland, Aruba, Curaçao, en
Sint-Maarten. Ook zijn er bijzondere gemeentes namelijk Bonaire, Saba en
Sint-Eustatius.
Koning heerst over het Koninkrijk der Nederlanden.
Regering: koning + Raad van Ministers: Alle Nederlandse ministers + 3
gevolmachtigde ministers vanuit Aruba, Curaçao, Sint-Maarten.
De wettelijke macht wordt uitgevoerd door Nederlandse Staten-
Generaal en de regering.
Constitutionele monarchie: koning is ondergeschikt aan constitutie, er
bestaat een geheel aan geschreven en ongeschreven regels m.b.t. de
organisatie van een staat.
Bestuurslagen (Huis van Thorbecke): rijk, provincies en gemeentes.
Samenwerken is handig want:
1. Sommige onderwerpen vereisen nationaal beleid zoals
inkomstenbelasting
2. Gemeentes en provincies weten beter waar burgers behoefte aan
hebben

, 3. Veel problemen overlappen tussen verschillende lagen (huizen).
Soms is er behoefte aan een bovengemeentelijke laag zoals
verschillende provincies die samenwerken.
Territoriaal bestuur: bevoegdheden zijn verdeeld op basis van
geografische gebieden. Hierin is een bestuurslaag voor organisatie
verantwoordelijk voor een breed scala aan taken. (Bijv. Gemeenten).


Functioneel bestuur: bevoegdheden zijn verdeeld op basis van functies
of thema's. Hierin is een bestuurslaag of organisatie verantwoordelijk voor
een taak of functie. (Bijv. Waterschappen).


Hoofdstuk 3: de politiek-bestuurlijke instituties
Typen politieke stelsels:
 Presidentieel: verkiezingen kiezen direct een president. President
en kabinet hoeven geen verantwoording af te leggen aan het
Parlement (bv. VS).
 Parlementair: regering en Parlement afhankelijk van elkaar alleen
het Parlement direct gekozen (bv. NL)
o Monistisch: ministers kunnen zowel lid van de Staten
generaal als kabinet zijn.
o Dualistisch: SG onafhankelijk van regering. Ministers maken
alleen deel uit van het kabinet.
 Conventioneel: ministers voor de uit volksvertegenwoordiging
gekozen (bv. Zwitserland).

3.1 De regering
 Regering = koning + ministers
 Verkenner: onderzoekt welke partijen een coalitie kunnen vormen
en bereid debat voor over verkiezingsuitslag.
 Informateur: gaat aan de hand van dit debat onderzoeken welke
partijen een kabinet kunnen vormen + eventuele beleidsinhoud
 Formateur: benoemd door Tweede Kamer. Stel het kabinet Samen
het woord zelf meestal MP.
 Regeringsverklaring: wordt gedaan door MP nadat de koning hem
heeft beëdigd. Gaat hierna in debat met volksvertegenwoordiging
over regeringsbeleid.
 Regeerakkoord: afspraken tussen coalitiepartijen in de Tweede
Kamer over het regeringsbeleid.
 Gedoogakkoord: coalitiepartijen worden gesteund door een
gedoogpartij die geen deel uitmaakt van de regering.
 Projectminister: Persoon die wordt aangesteld om een specifiek
project of beleidsdomein vorm te geven dat extra coördinatie
vereist.
 Minister-president: primus interpares onder ministers, ook
voorzitter van de ministerraad.

Documentinformatie

Geüpload op
1 oktober 2024
Aantal pagina's
25
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€5,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
1 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen