Marke&ngcommunica&e
Week 2 les 1
H1 t/m 4 niet leren voor tentamen
• Marke&ng= de bedrijfskundige, zakelijke kant van bedrijf (stap 1-5)
• Marke&ngcommunica&e= vertellen van jou verhaal aan de wereld van het product.
Reclame maken. (Stap 6-14)
Marke&ngmixà de 4 p’s: prijs, product, promo&e, plaats.
Stap 1 Context: Inleiding van het verhaal
Stap 2 Marke1nganalyse: kijken naar de markt waarin jij je begeeK. Zowel intern als extern.
Intern: marktposi&eanalyse, eigen marke&ngbeleid, financiële analyse, overige
bedrijfsfunc&es. Hier probeer je je sterktes uit te halen, voordeel dat je hebt t.o.v. de
concurren&e. En kijken naar je zwaktes.
Extern: marktanalyse, afnemersanalyse, concurren&eanalyse, distribu&eanalyse, macro-
omgevingsanalyse: DESTEP.
D – Demografisch
E – Economisch
S – Sociaal
T – Technologisch
E – Ecologisch
P – Poli5ek
Swot-matrix: De samenvaUng van de interne en externe analyse
• Uitgedrukt in sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen
• Volgorde wordt bepaald door het belang: Hoe belangrijk is het in de ogen van de
koper/gebruiker? Hoe groot is het verschil met de concurren&e?
Stap 3: Marke1ngdoelstelling & strategie:
• Doelstelling: Taak van de marketeer: vraag creëren naar de producten van de
organisa&e
• Strategie: 1. Penetra&estrategie (x kopers verhogen)
2. Frequen&estrategie (x keer verhogen)
3. Consump&estrategie (hoeveelheid verhogen)
Stap 4: Marke&ngdoelgroep & behoeKen: verzameling afnemers waarop organisa&e zich met
een merk richt en waarvoor zij speciale marke&ngac&viteiten onderneemt.
, Doelgroep: Bepaal welke groepen tot de poten&ële marke&ngdoelgroep van jouw concept
behoren.
Videos + powerpoint aantekeningen:
Stap 5: Merkiden@teit en posi@onering
• Merk= geheel van elementen waaraan je iets herkent.
• Merkelementen= herkenningstekens van een merk.
- Merknaam
- Logo/beeldmerk
- Kleur
- Verpakking
- Slogan
Merk: herkennen en onderscheiden van iets (bijv. producten) van elkaar.
• Woordmerk: de naamà Nike
• Beeldmerk: logoà de Swoosh
Brand Associa@on: Waar mensen aan denken als ze jou merk horen. Nike: sport, fit etc.
Merkwaarde: duurzame waarde geven voor het bedrijfà bijdragen aan de organisa&e
doelstellingen
• Duurzame waarde: merkwaarde/brand equa&eà invloed merk op respons van klant
ten opzichte van het product.
Perceived quality: hoe de KLANT de kwaliteit van je merk ervaart.
Brand loyalty: trouwe klant aan merkà con&nuïteità meer merkwaarde
Voordelen merk voor kopers:
1. Gemak (snel herkenbaar)
2. Risico vermijden (zekerheid)
3. Iden&fica&e en compensa&e (jezelf uiten)
Posi&oneren: Het innemen van een onderscheidende breinposi&e bij de consument (al&jd
tov. de concurren&e). Hoe zet je het op de markt, vaak gebaseerd op:
1. De organisa&e (sterktes van bedrijf)
2. Variabele marke&ngmix (productvoordeel)
3. Concurren&e (vergelijking/ wegzeien tegen concurrent)
4. Centraal zeien van de doelgroep
• Keuze hoe je gezien wilt worden als merk. Basis voor merkiden@teità strategisch,
leidraad voor het handelen rondom het merk.
Iden@teit: hoe jij wilt dat klant het ziet.
Imago: hoe de klant het ziet
Week 2 les 1
H1 t/m 4 niet leren voor tentamen
• Marke&ng= de bedrijfskundige, zakelijke kant van bedrijf (stap 1-5)
• Marke&ngcommunica&e= vertellen van jou verhaal aan de wereld van het product.
Reclame maken. (Stap 6-14)
Marke&ngmixà de 4 p’s: prijs, product, promo&e, plaats.
Stap 1 Context: Inleiding van het verhaal
Stap 2 Marke1nganalyse: kijken naar de markt waarin jij je begeeK. Zowel intern als extern.
Intern: marktposi&eanalyse, eigen marke&ngbeleid, financiële analyse, overige
bedrijfsfunc&es. Hier probeer je je sterktes uit te halen, voordeel dat je hebt t.o.v. de
concurren&e. En kijken naar je zwaktes.
Extern: marktanalyse, afnemersanalyse, concurren&eanalyse, distribu&eanalyse, macro-
omgevingsanalyse: DESTEP.
D – Demografisch
E – Economisch
S – Sociaal
T – Technologisch
E – Ecologisch
P – Poli5ek
Swot-matrix: De samenvaUng van de interne en externe analyse
• Uitgedrukt in sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen
• Volgorde wordt bepaald door het belang: Hoe belangrijk is het in de ogen van de
koper/gebruiker? Hoe groot is het verschil met de concurren&e?
Stap 3: Marke1ngdoelstelling & strategie:
• Doelstelling: Taak van de marketeer: vraag creëren naar de producten van de
organisa&e
• Strategie: 1. Penetra&estrategie (x kopers verhogen)
2. Frequen&estrategie (x keer verhogen)
3. Consump&estrategie (hoeveelheid verhogen)
Stap 4: Marke&ngdoelgroep & behoeKen: verzameling afnemers waarop organisa&e zich met
een merk richt en waarvoor zij speciale marke&ngac&viteiten onderneemt.
, Doelgroep: Bepaal welke groepen tot de poten&ële marke&ngdoelgroep van jouw concept
behoren.
Videos + powerpoint aantekeningen:
Stap 5: Merkiden@teit en posi@onering
• Merk= geheel van elementen waaraan je iets herkent.
• Merkelementen= herkenningstekens van een merk.
- Merknaam
- Logo/beeldmerk
- Kleur
- Verpakking
- Slogan
Merk: herkennen en onderscheiden van iets (bijv. producten) van elkaar.
• Woordmerk: de naamà Nike
• Beeldmerk: logoà de Swoosh
Brand Associa@on: Waar mensen aan denken als ze jou merk horen. Nike: sport, fit etc.
Merkwaarde: duurzame waarde geven voor het bedrijfà bijdragen aan de organisa&e
doelstellingen
• Duurzame waarde: merkwaarde/brand equa&eà invloed merk op respons van klant
ten opzichte van het product.
Perceived quality: hoe de KLANT de kwaliteit van je merk ervaart.
Brand loyalty: trouwe klant aan merkà con&nuïteità meer merkwaarde
Voordelen merk voor kopers:
1. Gemak (snel herkenbaar)
2. Risico vermijden (zekerheid)
3. Iden&fica&e en compensa&e (jezelf uiten)
Posi&oneren: Het innemen van een onderscheidende breinposi&e bij de consument (al&jd
tov. de concurren&e). Hoe zet je het op de markt, vaak gebaseerd op:
1. De organisa&e (sterktes van bedrijf)
2. Variabele marke&ngmix (productvoordeel)
3. Concurren&e (vergelijking/ wegzeien tegen concurrent)
4. Centraal zeien van de doelgroep
• Keuze hoe je gezien wilt worden als merk. Basis voor merkiden@teità strategisch,
leidraad voor het handelen rondom het merk.
Iden@teit: hoe jij wilt dat klant het ziet.
Imago: hoe de klant het ziet