Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 31 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Alle hoorcolleges Staatsrecht Inholland 2024, colleges 1 tot 6

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 31 pagina's

Dit zijn alle hoorcolleges van staatsrecht van inholland uit 2024. Super gemakkelijk te lezen met een logische volgorde. Hier en daar eigen aantekeningen voor dingen die belangrijk zijn voor het tentamen.

Voorbeeld van de inhoud

,Praktisch staatrecht hoofdstuk 1


Hoorcollege 1 en 2


Functies van het recht:
• Normatieve functie:
Gedragsregels die iedereen moet naleven, je wordt ervoor gestraft
als je ze niet naleeft.
• Geschil oplossende functie:
Een rechterlijke organisatie die bij uitsluiting oordeelt of iemand moet
worden gestraft en zo ja, op welke wijze en langs welke procedure.
• Additionele functie:
Een rechtsregel als partijen vergeten zijn op een bepaald punt
afspraken te maken.
• Instrumentele functie:
De knoop doorhakken op tal van onderwerpen zoals bijvoorbeeld
rechts rijden op de wegen (verkeersrecht).


Positief recht:
Het geheel van geldende rechtsregels.


Objectief recht:
Benoemen de verhoudingen tussen personen in termen van bevoegdheden
en verplichtingen.


Subjectief recht:
De bevoegdheid die iemand in een concreet geval aan een regel van
objectief recht ontleent.


Rechtsbronnen:
1. De wet
2. De jurisprudentie
3. De gewoonte
4. Verdragen en sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties.


De wet:

,Elke algemeen geldende geschreven rechtsregel die afkomstig is van een
tot wetgeving bevoegd overheidsorgaan.


De jurisprudentie:
Gezaghebbende rechterlijke uitspraken die een nieuwe rechtsregel
bevatten. Rechters worden nogal eens geconfronteerd met wetten waarin
minder duidelijke regels staan. In zulke gevallen formuleert hij zelfstandig
een nieuwe regel (alleen de Hoge Raad). Als andere rechters deze regel in
latere geschillen toepassen, is er sprake van jurisprudentie.


De gewoonte:
In veel sectoren van het bedrijfsleven heersen tal van gewoonten die niet in
de wet zijn vastgelegd, maar die daar wel als bindende rechtsregels worden
beschouwd en nageleefd. Er moet aan 2 voorwaarden voldaan zijn:
1. Vaste gedragslijn (usus).
2. Rechtsplicht (opinio iuris necessitatis).


Verdragen:
Een schriftelijke, bindende regeling tussen staten onderling of tussen
staten of volkenrechtelijke organisaties. In beginsel hebben verdragen in
ons recht dezelfde werking als gewone wetten en daarom behoren ook zij
tot het positieve recht.


Rechtstreekse werking:
Verdragen die rechtsregels bevatten die zonder tussenkomst van de
wetgever rechtstreeks in het nationale recht kunnen gelden (bijv. EVRM).


Monistisch systeem:
Rechtsregels uit een verdrag kunnen deel uitmaken van het nationale recht
zonder dat eerst omzetting in nationaal recht nodig is (Nederland heeft een
monistisch stelsel).


Soevereiniteit:
Binnen zijn grondgebied bepaald ieder land de omvang en de inhoud van
zijn nationale rechtsstelsel. Het staat ieder land in beginsel vrij in zijn

, wetgeving te regelen wat het nodig acht, en te bepalen welke
bevoegdheden aan de rechterlijke macht en het bestuur toekomen.


Voorrangsregel:
Als blijkt dat een regel van nationaal recht in strijd is met een regel of een
besluit van internationale herkomst geldt Art. 94 GW  ‘Een ieder
verbindend’.


Functies van het recht:
1. Ordening van menselijk gedrag door het stellen van rechtsregels.
2. Handhaving van die regels door geschillenbeslechting.


Materieel recht:
Regels die de rechten en plichten van personen in hun onderlinge verkeer
regelen. Er wordt gekeken naar de inhoud. Deze wet werkt naar buiten
toe, naar de burgers. Het heeft algemeen geldende regels, zoals bijv. het
Wetboek van Strafrecht. Is afkomstig van een tot wetgeving bevoegd
gezag (hoeft niet een formele wetgever te zijn, maar mag wel.) Bijv.
Provinciale Staten en Gemeenteraad  APV (Algemene Plaatselijke
Verordening). Een wet in materiële zin mag getoetst worden aan de
Grondwet.


Formeel recht (Procesrecht)
Geeft de regels hoe een bepaald proces gevolgd dient te worden. Zijn
afkomstig van de formele wetgever (Regering en de Staten Generaal). De
naam Wet staat altijd in de naam van de wet. Een wet in formele zin is
voor toetsing uitgesloten aan de Grondwet (Art 120 Gw).
1. De meeste wetten in formele zin zijn ook wetten in materiele zin bijv
het BW.
2. Sommige wetten in formele zin zijn geen wetten in materiele
zin bijv goedkeuring begroting
3. Sommige wetten zijn alleen wetten in materiele zin en geen wetten in
formele zin.


Dwingend recht:
Afwijken van deze rechtsregel is niet mogelijk, bijv. Wetboek van Strafrecht.

Inhoudsopgave

  1. 01 Functies van het recht: 2
  2. 02 Geschil oplossende functie: 2
  3. 03 Additionele functie: 2
  4. 04 Instrumentele functie: 2
  5. 05 Positief recht: 2
  6. 06 Objectief recht: 2
  7. 07 Subjectief recht: 2
  8. 08 Rechtsbronnen: 2
  9. 09 De wet: 2
  10. 10 De jurisprudentie: 3
  11. 11 De gewoonte: 3
  12. 12 Verdragen: 3
  13. 13 Rechtstreekse werking: 3
  14. 14 Monistisch systeem: 3
  15. 15 Soevereiniteit: 3
  16. 16 Voorrangsregel: 4
  17. 17 Functies van het recht: 4
  18. 18 Materieel recht: 4
  19. 19 Formeel recht (Procesrecht) 4
  20. 20 Dwingend recht: 4
  21. 21 Aanvullend recht: 5
  22. 22 Staat: 5
  23. 23 Territorium: 5
  24. 24 Geweldsmonopolie: 5
  25. 25 Staat: 5
  26. 26 Soeverein: 5
  27. 27 Rechtspersoon: 5
  28. 28 Algemeen belang: 5
  29. 29 Kenmerkende elementen van de staat: 5
  30. 30 Publiekrecht: 6
  31. 31 Staatsrecht: 7
  32. 32 Bestuursrecht: 7
  33. 33 Strafrecht: 7
  34. 34 Hoofdlijnen staatsrecht: 7
  35. 35 Koninkrijk der Nederlanden: 7
  36. 36 1. Nederland 7
  37. 37 Rijkswetten: 8
  38. 38 Rechtspositie: 8
  39. 39 Exterritoriale werking: 8
  40. 40 Diplomatieke bescherming: 8
  41. 41 Vreemdeling: 8
  42. 42 Derde generatie: 8
  43. 43 Tweede generatie: 8
  44. 44 Optieverklaring: 8
  45. 45 Naturalisatie: 9
  46. 46 Naturalisatietoets: 10
  47. 47 Identificatieplicht: 10
  48. 48 Koppelingsbeginsel: 10
  49. 49 Visum: 10
  50. 50 Vreemdelingen: 10
  51. 51 Legaliteitsbeginsel: 10
  52. 52 Trias Politica: 11
  53. 53 Checks and balances: 11
  54. 54 Klassieke grondrechten (1814): 11
  55. 55 Sociale grondrechten (1983): 11
  56. 56 Verdragen waarin grondrechten zijn opgenomen: 11
  57. 57 Horizontale werking: 13
  58. 58 Verticale werking: 13
  59. 59 Self-executing: 13
  60. 60 Grondrechten kunnen botsen: 13
  61. 61 Voorwaarden beperking Grondrechten: 13
  62. 62 Toezicht op naleving van Grondrechten: 13
  63. 63 Ontwikkeling Nederlands regeringsstelsel: 15
  64. 64 Parlementaire constitutionele monarchie: 15
  65. 65 Kiesstelsel: 16
  66. 66 Lijstbinding: 17
  67. 67 Kiesdrempel: 17
  68. 68 Kiesdeler: 17
  69. 69 Regering: 17
  70. 70 Algemene Maatregel van Bestuur: 18
  71. 71 Ministerraad: 18
  72. 72 Minister-President: 18
  73. 73 Parlement (ook wel Staten-Generaal): 18
  74. 74 Eerste Kamer: 19
  75. 75 Tweede Kamer: 19
  76. 76 Quorum: 20
  77. 77 Kamercommissies: 20
  78. 78 Motie: 20
  79. 79 Adviescolleges: 20
  80. 80 Vaste en tijdelijke adviescolleges: 21
  81. 81 Definitie wet: 21
  82. 82 Onderverdeling wetten: 21
  83. 83 Hiërarchie wetten en regelgeving: 21
  84. 84 Voorrangsregels: 21
  85. 85 Totstandkoming van wetten in formele zin: 22
  86. 86 Totstandkoming AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur: 23
  87. 87 Totstandkoming ministeriele regeling: 23
  88. 88 Procedure wijzigen Grondwet: 23
  89. 89 Delegatie: 25
  90. 90 Burgerparticipatie: 25
  91. 91 Oorsprong decentralisatie: 25
  92. 92 Decentralisatie: 25
  93. 93 Deconcentratie: 26
  94. 94 Provinciale Staten (Art. 125 lid 1 Gw jo. Art. 7 Provw.): 26
  95. 95 Gedeputeerde Staten: 26
  96. 96 Commissaris van de Koning: 26
  97. 97 College van Burgemeester en Wethouders (College van B&W): 27
  98. 98 Burgemeester: 28
  99. 99 Gemeenteraad: 28
  100. 100 Waterschappen: 28
  101. 101 Openbare lichamen: 28
  102. 102 Autonomie: 30
  103. 103 Medebewind: 30
  104. 104 Preventief toezicht: 30
  105. 105 Repressief toezicht: 30

Gekoppeld boek
 image
A.D. Belinfante, J.L. de Reede Beginselen van het Nederlands staatsrecht
Uitgever: augustus 2020 ISBN: 9789013146509 Druk: 19

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Dit zijn alle hoorcolleges van 2024 op basis van o.a. dit boek
Geüpload op
23 september 2024
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€6,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
7951
Volgers
2695
Items
2770
Laatst verkocht
4 uur geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen