Hoofdlijnen Nederlands Recht –
Samenvatting H 2, 4, 10, 11
HOOFDSTUK 10 BESTUURSRECHT EN
BESTUURSPROCESRECHT
10.1 Relatie overheid – burger
Verandering wetten starten bedrijf
Als je vroeger/begin 20ste eeuw een bedrijf wou starten kon dat ‘gewoon’. Langzaam werden er steeds meer
wetten en regels ingevoerd m.b.t. het bedrijf. Dit waren voornamelijk de Vestigingswet bedrijven en
Vestigingsbesluit. Uiteindelijk waren er zoveel wetten en regels dat de wetgever besloot om de Vestigingswet-
en besluit af te schaffen: het maakte het starten van een bedrijf erg moeilijk. Er is dus gesnoeid in het woud van
eisen aan ondernemers en er is een overkoepelende wet (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wabo en
Omgevingswet) met alle aspecten gekomen.
Horizontale/verticale verhoudingen
Horizontale verhoudingen. Definitie: particulieren (burgers en ondernemingen) die onderling allerlei
(rechts)handelingen verrichten. Voorbeeld: levering van een product.
Verticale verhoudingen. Definitie: relatie tussen particulier en overheid/overheidsinstantie staat
centraal. Voorbeeld: aanvragen van een vergunning. Dit is het gebied van bestuursrecht.
Ontwikkelingen bestuursrecht
Bestuursrecht is nog jong. Begin 20ste eeuw waren er geen/nauwelijks activiteiten van het bestuursrecht. Dit
komt door de verandering van nachtwakersstaat naar sociale verzorgingsstaat. De ontwikkelingen in de
maatschappij die de verandering van staat veroorzaakte en dus het ontstaan van werkelijke bestuursrecht zijn:
Bevolkingsgroei afgelopen eeuw
Schaarser wordende woonruimte en grond
Voortschrijdende techniek
Meer zorg aan wegennet, veiligheid en milieu
10.2 Overheidshandelingen
Overheidshandelingen zijn handelingen in naam van de overheid. Dit zijn mensen die namens de overheid
allerlei beslissingen nemen. Voorbeelden: afwikkelen aanvraag paspoorten, verantwoording coördinatie
gevangeniswezen of verantwoording voor parken, aankoop nieuwe bladblazers.
Feitelijke/rechts handelingen
Ten eerste is er een onderscheid tussen feitelijke en rechts handelingen.
Feitelijke handelingen zijn handelingen zonder dat er een bepaald rechtsgevolg beoogd is. Voorbeeld:
ophalen vuilnis, aanleggen wegen, ophalen huisvuil.
Rechtshandelingen hebben betrekking op juridisch-relevante feiten waarbij het rechtsgevolg door
partijen gewild is. Voorbeeld: aanvragen vergunning.
Uitzondering: als er bij een feitelijke handeling een rechtsgevolg ontstaat is hier meestal sprake van een
gepleegde onrechtmatige daad. Voorbeeld: ophaler huisvuil gooit kliko per ongeluk tegen auto waardoor er
een deuk ontstaat.
Privaat/publiek rechterlijke handelingen
Rechtshandelingen kunnen onderverdeeld worden in privaat
en publiek rechterlijk. Overheidshandelingen
Privaat rechterlijke handelingen: hierbij is de
overheid onderworpen aan de regels in
privaatrecht: overheid als burger. Voorbeeld:
aankoop nieuw meubilair van een gemeente. Feitelijke handelingen
Rechtshandelingen (onderhoud
plantsoen)
Privaatrechterlijk Publiekrechterlijk
(aankoop meubilair) (besluiten)
, Eenzijdig Meerzijdig
Publiek rechterlijke handelingen zijn handelingen die worden verricht om een publieke taak uit te
oefenen. Dit kan alleen als er een wet die bevoegdheid aan een bestuursorgaan toekent.
Besluiten van
‘Besluit’ wordt ook gebruikt als term voor publiek rechterlijke handelingen. algemene strekking
Beschikkingen
Eenzijdig/meerzijdig
De volgende onderverdeling van publiek rechterlijke handelingen zijn eenzijdig of meerzijdig.
Meest voorkomende en belangrijkste zijn eenzijdige: de wil van het bestuursorgaan is voldoende om
Algemeen
het rechtsgevolg tot stand te brengen. Er is geen medewerking van een ander nodig
verbindende om rechtsgevolg
Beleidsregels Plannen
voorschriften
in leven te doen roepen.
Meerzijdig: vereist is dat 2 bestuursorganen een rechtsgevolg in het leven roepen. Komt niet vaak
voor, voorbeeld: stichting door 2 gemeenten met als doel een publieke taak uit te oefenen die beide
gemeenten aangaan.
10.3 Besluit
Kenmerken besluit
Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt als belangrijke, centrale wet voor bestuursrecht. De definitie van een
besluit is ook te vinden in art. 1.3 lid 1 Awb: besluit tot stand gekomen wanneer het een schriftelijke beslissing
is van bestuursorgaan, waar het gaat om een publiek rechterlijke inhoud.
Schriftelijke beslissing: brief of e-mail
Bestuursorgaan: moet zijn gegeven door een bestuursorgaan zoals het college
Bestuurders&Wethouders, Gedeputeerde Staten of minister.
Het moet een publiekrechtelijke rechtshandeling zijn: om een publieke taak uit te voeren.
Uitzondering: Eenzijdige publiekrechtelijke rechtshandelingen zijn onder te verdelen in beschikkingen en
besluiten van algemene strekking. Binnen de laatste vind je algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels
en plannen. Algemeen verbindende voorschriften (wetten/regels) vallen niet onder de wet Awb, dit is de
uitzondering. Dit komt door dat de bestuurder hier optreedt als wetgever. De Awb is dus van toepassing op:
beschikkingen, beleidsregels en plannen.
Belanghebbende
Een besluit is tot iets/iemand gericht, er wordt dan gesproken van een belanghebbende. Vaak de ontvanger
van het besluit. Dat kan een natuurlijk persoon of rechtspersoon zijn.
10.4 Beschikking
Kenmerken beschikking
Een beschikking is het nemen van een geïndividualiseerde beslissing ten opzichte van burgers, gericht op 1 of
meerdere met name genoemde personen. Kenmerken zijn:
Een besluit is afkomstig van een bevoegd bestuursorgaan: spreekt voor zich.
Op grond van een publiekrechtelijk voorschrift: de beschikking is dus altijd op basis van een wet (in
materiële zin) berust voor het bestuursorgaan.
Gericht op 1 bepaald persoon of bepaald aantal met name genoemde personen: besluit moet
geïndividualiseerd zijn.
Gericht op enig rechtsgevolg: er moet rechtsgevolg zijn. Feitelijke handeling zoals geven van een naam
aan een straat door de gemeente heeft bijvoorbeeld geen rechtsgevolg.
Onderverdeling soorten beschikkingen
De beschikkingen zijn te onderscheiden door constitutieve/declaratoire beschikkingen, begunstigend/belastend
en vrij/gebonden.
Constitutief: een rechtscheppende beschikking. Er worden rechten en plichten in het leven geroepen
die eerder nog niet bestonden. Voorbeeld: toekennen subsidie.
Declaratoire: rechtvaststellend, uitdrukkelijke vaststelling en duidelijk maken van de juridische
situatie. Voorbeeld: ontvangst aanslag vennootschapsbelasting.
Volgende is begunstigend/belastend.
Begunstigend: geeft recht om iets te doen in het voordeel van aanvrager. Voorbeeld: toekennen
vergunning aan persoon.
Belastend: verplichting voor iemand scheppen of negatieve lading. Voorbeeld: belastingaanslag.
, Voorwaarden kunnen gebonden zijn aan een begunstigende beschikking. De voorwaarden kunnen
belastende elementen zijn. Dus kan een beschikking zowel belastend als begunstigend zijn. Bij
voorwaarden is het alara-beginsel in acht genomen: as low as reasonable achievable.
Als laatste vrij/gebonden
Vrije: in concreto besluiten nemen, naar eigen inzicht beslissingen nemen. Deze beleidsvrijheid heet
ook wel discretionaire bevoegdheid.
Gebonden: in de wet staat wanneer er wel of geen beschikking mag worden gegeven. Voorbeeld:
behalen voorwaarden rijbewijs is verplichtte afgifte rijbewijs bij aanvraag.
In de praktijk vaak een combinatie van vrij/gebonden elementen.
Leges zijn opgelegde aanslagen die de burger moet betalen bij het aanvragen van bijv. een vergunning.
Soorten beschikkingen
Constitutief/declaratoir Begunstigend/belastend Vrij/gebonden
Constitutief Declaratoir Begunstigend Belastend Vrij Gebonden
Geen beoordelings
Rechtscheppend Rechtvaststellend Voordelig Nadelig Discretionair
vrijheid
10.5 Beleidsregels
Doeltreffend beleid
Beschikkingen hebben meestal een vrij karakter. Betrokken bestuursorganen bezitten discretionaire
bevoegdheid ten opzichte van de opgedragen publieke taak. Tot op zekere hoogte wordt er dus eigen beleid
gevoerd op bijzonderheden na. Dit is een doeltreffend beleid, maar heeft ook nadelen.
Samenvatting H 2, 4, 10, 11
HOOFDSTUK 10 BESTUURSRECHT EN
BESTUURSPROCESRECHT
10.1 Relatie overheid – burger
Verandering wetten starten bedrijf
Als je vroeger/begin 20ste eeuw een bedrijf wou starten kon dat ‘gewoon’. Langzaam werden er steeds meer
wetten en regels ingevoerd m.b.t. het bedrijf. Dit waren voornamelijk de Vestigingswet bedrijven en
Vestigingsbesluit. Uiteindelijk waren er zoveel wetten en regels dat de wetgever besloot om de Vestigingswet-
en besluit af te schaffen: het maakte het starten van een bedrijf erg moeilijk. Er is dus gesnoeid in het woud van
eisen aan ondernemers en er is een overkoepelende wet (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wabo en
Omgevingswet) met alle aspecten gekomen.
Horizontale/verticale verhoudingen
Horizontale verhoudingen. Definitie: particulieren (burgers en ondernemingen) die onderling allerlei
(rechts)handelingen verrichten. Voorbeeld: levering van een product.
Verticale verhoudingen. Definitie: relatie tussen particulier en overheid/overheidsinstantie staat
centraal. Voorbeeld: aanvragen van een vergunning. Dit is het gebied van bestuursrecht.
Ontwikkelingen bestuursrecht
Bestuursrecht is nog jong. Begin 20ste eeuw waren er geen/nauwelijks activiteiten van het bestuursrecht. Dit
komt door de verandering van nachtwakersstaat naar sociale verzorgingsstaat. De ontwikkelingen in de
maatschappij die de verandering van staat veroorzaakte en dus het ontstaan van werkelijke bestuursrecht zijn:
Bevolkingsgroei afgelopen eeuw
Schaarser wordende woonruimte en grond
Voortschrijdende techniek
Meer zorg aan wegennet, veiligheid en milieu
10.2 Overheidshandelingen
Overheidshandelingen zijn handelingen in naam van de overheid. Dit zijn mensen die namens de overheid
allerlei beslissingen nemen. Voorbeelden: afwikkelen aanvraag paspoorten, verantwoording coördinatie
gevangeniswezen of verantwoording voor parken, aankoop nieuwe bladblazers.
Feitelijke/rechts handelingen
Ten eerste is er een onderscheid tussen feitelijke en rechts handelingen.
Feitelijke handelingen zijn handelingen zonder dat er een bepaald rechtsgevolg beoogd is. Voorbeeld:
ophalen vuilnis, aanleggen wegen, ophalen huisvuil.
Rechtshandelingen hebben betrekking op juridisch-relevante feiten waarbij het rechtsgevolg door
partijen gewild is. Voorbeeld: aanvragen vergunning.
Uitzondering: als er bij een feitelijke handeling een rechtsgevolg ontstaat is hier meestal sprake van een
gepleegde onrechtmatige daad. Voorbeeld: ophaler huisvuil gooit kliko per ongeluk tegen auto waardoor er
een deuk ontstaat.
Privaat/publiek rechterlijke handelingen
Rechtshandelingen kunnen onderverdeeld worden in privaat
en publiek rechterlijk. Overheidshandelingen
Privaat rechterlijke handelingen: hierbij is de
overheid onderworpen aan de regels in
privaatrecht: overheid als burger. Voorbeeld:
aankoop nieuw meubilair van een gemeente. Feitelijke handelingen
Rechtshandelingen (onderhoud
plantsoen)
Privaatrechterlijk Publiekrechterlijk
(aankoop meubilair) (besluiten)
, Eenzijdig Meerzijdig
Publiek rechterlijke handelingen zijn handelingen die worden verricht om een publieke taak uit te
oefenen. Dit kan alleen als er een wet die bevoegdheid aan een bestuursorgaan toekent.
Besluiten van
‘Besluit’ wordt ook gebruikt als term voor publiek rechterlijke handelingen. algemene strekking
Beschikkingen
Eenzijdig/meerzijdig
De volgende onderverdeling van publiek rechterlijke handelingen zijn eenzijdig of meerzijdig.
Meest voorkomende en belangrijkste zijn eenzijdige: de wil van het bestuursorgaan is voldoende om
Algemeen
het rechtsgevolg tot stand te brengen. Er is geen medewerking van een ander nodig
verbindende om rechtsgevolg
Beleidsregels Plannen
voorschriften
in leven te doen roepen.
Meerzijdig: vereist is dat 2 bestuursorganen een rechtsgevolg in het leven roepen. Komt niet vaak
voor, voorbeeld: stichting door 2 gemeenten met als doel een publieke taak uit te oefenen die beide
gemeenten aangaan.
10.3 Besluit
Kenmerken besluit
Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt als belangrijke, centrale wet voor bestuursrecht. De definitie van een
besluit is ook te vinden in art. 1.3 lid 1 Awb: besluit tot stand gekomen wanneer het een schriftelijke beslissing
is van bestuursorgaan, waar het gaat om een publiek rechterlijke inhoud.
Schriftelijke beslissing: brief of e-mail
Bestuursorgaan: moet zijn gegeven door een bestuursorgaan zoals het college
Bestuurders&Wethouders, Gedeputeerde Staten of minister.
Het moet een publiekrechtelijke rechtshandeling zijn: om een publieke taak uit te voeren.
Uitzondering: Eenzijdige publiekrechtelijke rechtshandelingen zijn onder te verdelen in beschikkingen en
besluiten van algemene strekking. Binnen de laatste vind je algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels
en plannen. Algemeen verbindende voorschriften (wetten/regels) vallen niet onder de wet Awb, dit is de
uitzondering. Dit komt door dat de bestuurder hier optreedt als wetgever. De Awb is dus van toepassing op:
beschikkingen, beleidsregels en plannen.
Belanghebbende
Een besluit is tot iets/iemand gericht, er wordt dan gesproken van een belanghebbende. Vaak de ontvanger
van het besluit. Dat kan een natuurlijk persoon of rechtspersoon zijn.
10.4 Beschikking
Kenmerken beschikking
Een beschikking is het nemen van een geïndividualiseerde beslissing ten opzichte van burgers, gericht op 1 of
meerdere met name genoemde personen. Kenmerken zijn:
Een besluit is afkomstig van een bevoegd bestuursorgaan: spreekt voor zich.
Op grond van een publiekrechtelijk voorschrift: de beschikking is dus altijd op basis van een wet (in
materiële zin) berust voor het bestuursorgaan.
Gericht op 1 bepaald persoon of bepaald aantal met name genoemde personen: besluit moet
geïndividualiseerd zijn.
Gericht op enig rechtsgevolg: er moet rechtsgevolg zijn. Feitelijke handeling zoals geven van een naam
aan een straat door de gemeente heeft bijvoorbeeld geen rechtsgevolg.
Onderverdeling soorten beschikkingen
De beschikkingen zijn te onderscheiden door constitutieve/declaratoire beschikkingen, begunstigend/belastend
en vrij/gebonden.
Constitutief: een rechtscheppende beschikking. Er worden rechten en plichten in het leven geroepen
die eerder nog niet bestonden. Voorbeeld: toekennen subsidie.
Declaratoire: rechtvaststellend, uitdrukkelijke vaststelling en duidelijk maken van de juridische
situatie. Voorbeeld: ontvangst aanslag vennootschapsbelasting.
Volgende is begunstigend/belastend.
Begunstigend: geeft recht om iets te doen in het voordeel van aanvrager. Voorbeeld: toekennen
vergunning aan persoon.
Belastend: verplichting voor iemand scheppen of negatieve lading. Voorbeeld: belastingaanslag.
, Voorwaarden kunnen gebonden zijn aan een begunstigende beschikking. De voorwaarden kunnen
belastende elementen zijn. Dus kan een beschikking zowel belastend als begunstigend zijn. Bij
voorwaarden is het alara-beginsel in acht genomen: as low as reasonable achievable.
Als laatste vrij/gebonden
Vrije: in concreto besluiten nemen, naar eigen inzicht beslissingen nemen. Deze beleidsvrijheid heet
ook wel discretionaire bevoegdheid.
Gebonden: in de wet staat wanneer er wel of geen beschikking mag worden gegeven. Voorbeeld:
behalen voorwaarden rijbewijs is verplichtte afgifte rijbewijs bij aanvraag.
In de praktijk vaak een combinatie van vrij/gebonden elementen.
Leges zijn opgelegde aanslagen die de burger moet betalen bij het aanvragen van bijv. een vergunning.
Soorten beschikkingen
Constitutief/declaratoir Begunstigend/belastend Vrij/gebonden
Constitutief Declaratoir Begunstigend Belastend Vrij Gebonden
Geen beoordelings
Rechtscheppend Rechtvaststellend Voordelig Nadelig Discretionair
vrijheid
10.5 Beleidsregels
Doeltreffend beleid
Beschikkingen hebben meestal een vrij karakter. Betrokken bestuursorganen bezitten discretionaire
bevoegdheid ten opzichte van de opgedragen publieke taak. Tot op zekere hoogte wordt er dus eigen beleid
gevoerd op bijzonderheden na. Dit is een doeltreffend beleid, maar heeft ook nadelen.