100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting MK 1.1B

Beoordeling
3,9
(9)
Verkocht
30
Pagina's
80
Geüpload op
06-11-2019
Geschreven in
2019/2020

Uitgebreide samenvatting van MK 1.1B. Alle leerdoelen (zie inhoudsopgave) zijn uitgewerkt. Daarbij zijn linkjes naar YouTube toegevoegd voor extra beeldmateriaal, legt de stof nog eens extra uit.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H 14, 16, 18
Geüpload op
6 november 2019
Aantal pagina's
80
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting 1.1B
Inhoudsopgave
H. 18 Het urinaire stelsel ......................................................................................................................................................................... 3
1. De onderdelen van het urinaire stelsel benoemen en de drie belangrijkste functies van het stelsel beschrijven. ................................... 3
2. De plaats en structurele kenmerken van de nieren beschrijven, de weg van het bloed volgen naar de nier, in en uit een nier en de
structuur van een nefron beschrijven........................................................................................................................................................... 4
3. De belangrijkste functies van elk bijeenkomst van het nefron beschrijven en de processen beschrijven die een rol spelen bij de
urinevorming. ............................................................................................................................................................................................... 7
4. De factoren beschrijven die van invloed zijn op de glomerulaire filtratiedruk en de glomerulaire filtratiesnelheid. ............................. 10
................................................................................................................................................................................................................... 11
5. De structuren en functies beschrijven van de ureters, urineblaas en de urethra en de controle van het plassen en de blaasreflex
beschrijven. ................................................................................................................................................................................................ 13
6. Een definitie geven van de termen vochtbalans, mineralenbalans en zuur-base-evenwicht en beschrijven hoe water en elektrolyten in
het lichaam zijn verdeeld............................................................................................................................................................................ 14
7. De elementaire mechanismen verklaren die zijn betrokken bij het handhaven van de vochtbalans en de mineralenbalans. ............... 15
8. De effecten van veroudering op het urinaire stelsel beschrijven. .......................................................................................................... 16
9. Voorbeelden geven van de interactie tussen het urinaire stelsel en andere orgaanstelsels .................................................................. 17
H 9 interne geneeskunde, H 10 & 15 pathologie & H 2.7,2.8,18.8 A&F ................................................................................................... 17
1. De pH-schaal en de rol van buffers in lichaamsvloeistoffen beschrijven. ............................................................................................... 17
2. De buffersystemen uitleggen die de pH van de intracellulaire en extracellulaire vloeistof constant houden. ....................................... 18
3. Stoornissen in het zuur-base evenwicht beschrijven. ............................................................................................................................. 19
4. De etiologie, symptomen, diagnostiek en behandeling van glomerulaire aandoeningen, interstitiële nefritis en nierinsufficiëntie
beschrijven. ................................................................................................................................................................................................ 20
5. De etiologie, symptomen, diagnostiek en behandeling van urineweginfecties beschrijven. .................................................................. 24
6. De etiologie, symptomen, diagnostiek en behandeling van nierstenen en prostaataandoeningen beschrijven. ................................... 25
7. De gevolgen van nierziekten voor de verschillende lichaamsfuncties beschrijven. ................................................................................ 26
8. Het verschil tussen peritoneale dialyse en hemodialyse uitleggen......................................................................................................... 26
9. Stoornissen beschrijven in hoeveelheid, uiterlijk, samenstelling van urine, mictiepatroon en .............................................................. 28
klachten met betrekking tot de mictie. ...................................................................................................................................................... 28
Hoofdstuk 16 spijsverteringstelsel ......................................................................................................................................................... 31
1. De organen van het spijsverteringsstelsel noemen en hun belangrijke functies en de vier lagen van de wand van het
spijsverteringsstelsel beschrijven. .............................................................................................................................................................. 31
2. De anatomie van de mondholte beschrijven en de functies van de belangrijkste structuren ................................................................ 33
benoemen. ................................................................................................................................................................................................. 33
3. De structuren en functies van de farynx en oesofagus benoemen en de belangrijkste .......................................................................... 35
gebeurtenissen van het slikproces beschrijven. ...................................................................................................................................... 35
4. De anatomie van de maag beschrijven met de histologische kenmerken ervan en de rol van deze kenmerken bij de vertering en
opname bespreken. .................................................................................................................................................................................... 37
5. De anatomie van de dunne darm beschrijven, met inbegrip van de histologische kenmerken ervan en de functies en regeling van de
afscheiding van darmsap beschrijven. ........................................................................................................................................................ 42
6. De structuur en functies van de pancreas, lever en galblaas beschrijven en uitleggen op welke wijze de activiteit van deze organen
wordt gereguleerd. ..................................................................................................................................................................................... 45
7. De structuur van de dikke darm beschrijven, met inbegrip van plaatselijke specialisaties en de opnamefuncties benoemen. ............. 47
8. De voedingsstoffen noemen die het lichaam nodig heeft, de chemische vertering van organische voedingsstoffen beschrijven en de
opname van organische en anorganische voedingsstoffen beschrijven. .................................................................................................... 49
H. 13 Pathologie: verschijnselen vanuit het spijsverteringskanaal ten gevolge van ziekten + H. 8 Interne geneeskunde: spijsvertering ... 52



1

, 1. De oorzaken en gevolgen van braken, diarree en obstipatie beschrijven. .............................................................................................. 52
2. Normale en abnormale aspecten van braaksel en feces beschrijven. .................................................................................................... 54
3. Oorzaken, symptomen, onderzoek en behandeling van de volgende aandoeningen aan de mond beschrijven: stomatitis,
speekselklierstenen- en ontstekingen. ....................................................................................................................................................... 55
4. Oorzaken, symptomen, onderzoek en behandeling van de volgende aandoeningen aan de slokdarm beschrijven: oesofagitis, hernia
hiatus oesophagei, oesofaguscarcinoom. ................................................................................................................................................... 56
5. Oorzaken, symptomen, onderzoek en behandeling van de volgende aandoeningen aan de maag beschrijven: gastritis, ulcus pepticum.
................................................................................................................................................................................................................... 57
6. Oorzaken, symptomen, onderzoek en behandeling van pancreatitis beschrijven. ................................................................................. 59
7. Oorzaken, symptomen, onderzoek en behandeling van de volgende aandoeningen aan de lever beschrijven: hepatitis A en B,
levercirrose. ................................................................................................................................................................................................ 60
8. Oorzaken, symptomen, onderzoek en behandeling van galstenen beschrijven. .................................................................................... 61
9. Oorzaken, symptomen, onderzoek en behandeling van de Morbus Crohn en Colitis Ulcerosa beschrijven. ......................................... 62
10. Oorzaken, symptomen, onderzoek en behandeling van diverticulitis en hemorroïden beschrijven. ................................................... 63
11. De oorzaken van vermagering, malabsorptie en vetzucht beschrijven. ............................................................................................... 64
H. 3 Pathologie: medische microbiologie ............................................................................................................................................... 64
1. Beschrijven hoe bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn opgebouwd......................................................................... 64
2. Voorbeelden van bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën kunnen geven. ........................................................................ 65
3. Diagnostiek van bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën beschrijven. ............................................................................... 65
4. Uitleggen op welke wijze je ziek kunt worden van bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën. ............................................. 66
5. Het doel en de werking van een bacteriekweek beschrijven. ................................................................................................................. 67
6. De termen epidemiologie, morbiditeit, mortaliteit kunnen uitleggen. ................................................................................................... 67
7. De termen besmettingsbron, besmettingsweg en porte d‘entrée kunnen uitleggen. ............................................................................ 67
8. Kenmerken van verschillende infectieziekten beschrijven en hun besmettingsbron, besmettingsweg en porte d’entrée kunnen
beschrijven. ................................................................................................................................................................................................ 68
9. De term resistentie uitleggen en resistentieonderzoek beschrijven....................................................................................................... 68
10. Beschrijven wat de commensale flora inhoudt. .................................................................................................................................... 68
11. Nosocomiale infecties beschrijven (is ziekenhuisinfectie) .................................................................................................................... 69
12. De werking van antimicrobiële middelen uitleggen. ............................................................................................................................ 69
H. 14 Lymfestelsel A&F en H. 4 Pathologie............................................................................................................................................. 69
1. Verschil tussen actieve en passieve immuniteit uitleggen en cellulaire en humorale componenten van de afweer beschrijven. ......... 69
2. Uitwendige afweer door huid, slijmvliezen en andere weefsels beschrijven.......................................................................................... 70
3. Functies van granulocyten, T- en B-lymfocyten beschrijven. .................................................................................................................. 71
4. De ontstekingsreactie en het verloop van een ontsteking beschrijven. ................................................................................................. 74
5. Vijf klassieke ontstekingssymptomen beschrijven. ................................................................................................................................. 76
6. De inwendige specifieke (verworven) afweer beschrijven. .................................................................................................................... 76
7. De verschillende typen van de allergische reacties noemen en beschrijven. ......................................................................................... 77
8. Oorzaken van immunodeficiëntie uitleggen. .......................................................................................................................................... 78
9. De rol van het immuunsysteem bij orgaantransplantatie beschrijven. .................................................................................................. 78
10. Het begrip auto-immuniteit uitleggen. ................................................................................................................................................. 78
11. De bouw en functie van het lymfestelsel beschrijven........................................................................................................................... 79




2

,H. 18 Het urinaire stelsel
1. De onderdelen van het urinaire stelsel benoemen en de drie belangrijkste functies van het
stelsel beschrijven.
Het urinaire stelsel heeft 3 belangrijke functies:
1. Excretie = verwijdering van organische afvalstoffen uit lichaamsvloeistoffen
2. Eliminatie = lozing van deze afvalstoffen naar buiten
3. Homeostatische regeling van het volume en de concentratie opgeloste stoffen in het bloed
plasma. Andere homeostatische functies zijn:
- Het reguleren van het bloedvolume en de bloeddruk
- Het reguleren van de concentratie van natrium, kalium, chloride en andere ionen
- Bijdragen aan het stabiliseren van de pH van het bloed
- Het behoud van waardevolle voedingsstoffen

Onderdelen van het urinaire stelsel:


De uitscheidingsfuncties van het urinaire
stelsel worden uitgevoerd door de twee
nieren (organen die urine vormen).
Urine = een vloeistof die water, ionen en
kleine opgeloste stoffen bevat.
Urine die uit de nieren gaat, stroomt
langs de urinewegen, die bestaan uit
gepaarde buizen genaamd urineleiders,
naar de urineblaas, een gespierde zak
voor tijdelijke opslag van de urine. Als de
urine de blaas verlaat, loopt het door de
urinebuizen, waardoor de urine naar
buiten wordt gevoerd.

Mictie = proces voor het lozen van de
urine waarvoor de urineblaas en de
urinebuizen verantwoordelijk zijn. Bij dit
proces wordt urine via contracties van de
gespierde urineblaas via de urinebuizen
en het lichaam uitgeperst.

Ureters = urineleiders
Vesica urinae = urineblaas
Urethra = urinebuis

Urine wordt gevormd in de nierpiramiden en de hierboven gelegen delen van de nierschors.
Urinevorming begint bij het nefron.




3

, 2. De plaats en structurele kenmerken van de nieren beschrijven, de weg van het bloed
volgen naar de nier, in en uit een nier en de structuur van een nefron beschrijven.
Plaats van de nieren
De nieren bevinden zich aan weerszijden van de wervelkolom tussen de laatste borst- en derde
lendenwervel. De rechter niet ligt vaak iets lager dan de linker en beide liggen ze tussen de spieren
van de dorsale lichaamswand en de bekleding van de buikholte. Deze positie wordt retroperitoneaal
genoemd. Nieren worden op hun plaats gehouden door:
1. Het bovengelegen buikvlies
2. Contact met aangrenzende organen
3. Ondersteunende bindweefsels




Kenmerken van de nieren
Een gemiddelde nier van een volwassene is roodbruin en ong. 10 cm lang, 5,5 cm breed en 3 cm dik.
Een vezelig kapsel omgeeft elk van beide nieren. De nierpoort is de plaats waar de a. renalis en de
nierzenuw binnenkomen en waar de v. renalis en de ureter uittreden. De ureter loopt door in het
nierbekken. Dit compartiment is vertakt in twee calices majores die elk zijn verbonden met 4 of 5
calices minores, die de nierpapillen omgeven. De urinevorming begint bij de nefronen. De nierbuis is
verantwoordelijk voor reabsoptie water + nutriënten en excretie van afvalstoffen.
Nadat de urine volledig is gevormd in het verzamelsysteem vervolgt deze zijn weg naar de ureter via:
nierpapillen → calices minores → calices majores → nierbekken




4
€6,98
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 30 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

7 van 9 beoordelingen worden weergegeven
4 jaar geleden

5 jaar geleden

6 jaar geleden

6 jaar geleden

6 jaar geleden

6 jaar geleden

6 jaar geleden

3,9

9 beoordelingen

5
2
4
4
3
3
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
dionne1 Hogeschool van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
263
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
179
Documenten
27
Laatst verkocht
2 maanden geleden

3,9

63 beoordelingen

5
19
4
26
3
13
2
2
1
3

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen