Visual systems
Retina beeld: inverted en reversed, informatie van de retina naar de optic nerve in het
centraal zenuwstelsel (CNS).
De optic disc vormt het begin van de optic nerve in de retina. In elk oog bevindt de optic disc
zich op een andere plek. De optic disc wordt ook wel de blinde vlek genoemd en heeft geen
staafjes/kegeltjes. Dus met deze “spot” in de retina kun je niets zien. Maar doordat de optic
disc zich in elk oog op een andere locatie bevindt, heb je hier geen last van; de gebieden
overlappen elkaar niet waardoor er geen deel van het gezichtsveld verloren gaat.
Wanneer we dieper in de retina kijken, zien we de macula en in het midden van de macula
bevindt zich de fovea. De fovea is een ovaal-gevormd gepigmenteerd gebied die uit een
grote concentratie kegeltjes bestaat. Dit gebied speelt een grote rol in color-vision en heeft
een hoge visuele scherpte.
De retina bestaat uit meerdere lagen; de ganglion cell layer is de bovenste laag die overgaat
in de optic nerve. De onderste laag is de fotoreceptor layer, deze laag bestaat uit staafjes en
kegeltjes. Wat op de afbeelding te zien is, is dat de fovea een soort klif vormt in de lagen; het
licht dat de fovea binnenkomt reist enkel door de fotoreceptoren layer ipv dat het alle andere
lagen moet doorkruizen. Het licht activeert de fotoreceptoren met name de kegeltjes welke in
grote mate wordt gerepresenteerd in de fovea. Alle informatie wordt daarna teruggestuurd in
de ganglion cell layer → optic nerve → centraal zenuwstelsel.
,Van de reticuloganglion cells (mRGCs) loopt de retinohypothalamic tract, dit pad transmits
alle licht-informatie van de ganglion cell layer naar de suprachiasmatic nucleus (SCN). Dit is
de nucleus van onze biologische klok, die gesitueerd is in de hypothalamus. Dus de SCN
reageert sterk op licht (licht vs. donker). Een deel van de visuele informatie reist verder naar
de lateral geniculate nucleus (LGN) en de intergeniculate leaflet (IGL). Dit pad speelt een rol
in het feit dat wij opstaan wanneer het licht wordt en naar bed gaan als het donker is.
➔ Er wordt melatonine geproduceerd bij weinig licht, wat ons “slaperig maakt”.
3 tracts voor de final exam (deze paden gaan allemaal van de retina naar andere gebieden
in het brein);
1. Retinohypothalamic tract → SCN, verantwoordelijk voor biologische klok.
2. Retino-geniculo-striate pathway → LGN → striate cortex, verantwoordelijk voor
visuele discriminatie en perceptie. Oftewel, dit pad brengt de visuele informatie naar
de primaire visuele cortex. Met dit pad kun je ZIEN/WAARNEMEN.
3. Retino-tecto-pulvinar-extrastriate pathway → tectum (superior colliculus) → pulvinar
(achterkant thalamus) → extrastriate cortex (eindigt in de secundaire visuele cortex),
verantwoordelijk voor visuele aandacht en oriëntatie. Dit pad is voor RUIMTELIJKE
INFORMATIEVERWERKING.
1. Optic nerve → pretectum → suprachiasmatic nucleus (SCN).
2. LGN → gaat direct naar gebied 17 (de striate cortex) → primaire occipitale gebied →
secundaire occipitale gebied → tertiaire occipitale gebied.
, 3. Superior colliculus (SC) → skipt gebied 17 → gaat direct naar de secundaire
extrastriate cortex.
Laag 4 is onderdeel van de striate cortex en speelt een rol in de ruimtelijke analyse; het zien
van vorm en kleur (WHAT-ventraal-temporale kwab). Dit is anders dan visuospatial
informatie, hier is de pariëtale kwab voor nodig (WHERE-dorsaal-pariëtale kwab).
De superior temporal sulcus (STS) is een derde stroom en combineert informatie van de
ventrale en dorsale stroom.
Cerebellum
De cerebellum is gelokaliseerd in de fossa posterior. Je kunt zien dat het cerebrale aquaduct
(ook wel het aquaduct of Sylvia genoemd) een erg kleine doorgang is waardoor cerebrale
vloeistof naar het cerebellum stroomt (CSF). Ook is te zien dat het cerebellum bestaat uit
zowel grijze als witte stof (in de arbour vitae, three of life).
3 bloedvaten zorgen voor de toevoer van bloed;
1. Superior cerebellar arterie (SCA)
2. Anterior inferior cerebellar arterie (AICA); een vertakking van de basilaire arterie.
3. Posterior inferior cerebellar arterie (PICA); een vertakking van de vertebrale arterie.
, View cerebellum (hersenstam is verwijdert)
Achterkant Voorkant
Ook zijn de cerebrale peduncles te zien, de superieure, mediale en inferieure peduncle. De
mediale peduncle is hiervan de grootste, waarom? Omdat 85% van alle informatie van de
cortex naar de pons gaat en van de pons naar het cerebellum door de mediale peduncle
(verantwoordelijk voor de pontine fiber-tracts). De inferieure peduncle ontvangt alle stijgende
(ascending) informatie van de spinal cord. Echter is er 1 tract die via de superieure peduncle
gaat, dit is een uitzondering. De superieure peduncle is verantwoordelijk voor de exit van
informatie van het cerebellum.
Het cerebellum kan op 2 manieren worden opgedeeld;
1. Aan de hand van de primaire fissura; in een anterieure lobe en een posterieure lobe.
Daarnaast is er ook een horizontale- en posterolaterale fissura.
2. In een laterale hemisfeer, een intermediate hemisfeer en een mediale hemisfeer;
bestaande uit de vermis en de flocculonodulair lobe.