Kort HBO Social Work
Bron: Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (z.d.).
Naam: ................
Studentnummer: .............
Datum: 9 juni, 2025
Opleidingsinstituut: NCOI
Opleiding: Kort HBO Social Work
Module: Integrale opdracht HBO Social Work
Docent: Annique van Haaren
1
,Voorwoord
Voorliggend de integrale opdracht kort HBO Social Work fase 1. Deze moduleopdracht is ter
afronding van mijn 1-jarige HBO Social Work opleiding, die ik met plezier bij het NCOI heb gevolgd.
Deze opdracht heeft mij de kans gegeven om mij als professional te verdiepen in een complex
probleem/vraagstuk
Mijn naam is X, ik ben 28 jaar en woonachtig in X.. Momenteel ben ik bijna 6 jaar werkzaam binnen
Stichting Pluryn, bij Trainingshuis X. In september 2019 rondde ik mijn niveau 4 opleiding
Maatschappelijk zorg af, mijn teammanager gaf mij vervolgens de kans om door te ontwikkelen
binnen het team. Waar ik begon als persoonlijk begeleider, bekleed ik sinds eind 2024 de rol van
coördinerend begeleider.
Voor deze opdracht heb ik een vraagstuk gekozen dat zich voordoet op mijn huidige werkplek:
Trainingshuis X. Binnen deze locatie werken we met jongvolwassenen tussen de 18 en 40 jaar, maar
hun ontwikkelingsleeftijd ligt rond de 8 tot 10 jaar. Ik heb gekozen voor een (voorbeeld) casus rondom
middelengebruik en grensoverschrijdend gedrag, omdat dit vraagstuk niet alleen invloed heeft op het
gedrag van de cliënt, maar ook op de medebewoners en veiligheid binnen het team. Thema's die
hierin een belangrijk rol spelen binnen dit onderwerp zijn veiligheid, ontwikkelingsniveau, regie en
begrenzing.
Door botsende visies en de ruimte die jongeren ervaren binnen het kader van ‘zelfregie’ weten
medewerkers niet goed hoe zij moeten en kunnen handelen. De combinatie van het
grensoverschrijdend gedrag wat cliënt J laat zien en de onwetendheid van begeleiding zorgt voor een
gespannen en onveilige sfeer binnen X, die invloed heeft op zowel het team als de cliënten.
Graag wil ik mijn collega M bedanken voor de tijd ze heeft genomen, waardoor ik mijn interview kon
afleggen. Ook wil ik mijn andere collega’s bedanken voor de momenten waarop ik met ze hebben
kunnen sparren over dit vraagstuk. Tot slot wil ik ook mijn docent Annique van Haaren bedanken voor
haar lessen.
2
, Samenvatting
Pluryn behandelt en ondersteunt. Zij zijn er voor jongeren en volwassenen met een complexe
zorgvraag. Zij kunnen rekenen op persoonsgerichte zorg van onze betrokken en deskundige
medewerkers. Samen maken we een plan om te bouwen aan een goed en volwaardig leven. Daarbij
gaan we uit van de eigen kracht en toekomstwensen (Pluryn, 2024).
Het vraagstuk speelt zich af binnen Trainingshuis X, wat onderdeel is van Pluryn. Bij X wordt
intensive begeleiding geboden aan jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking (LVB),
hierbij is begeleiding gericht op zelfstandigheid.
Er is een probleem geanalyseerd over de omgang van middelengebruik bij jongeren. Volgens de
kalenderleeftijd zijn deze jongeren volwassen, maar hun ontwikkelingsleeftijd ligt tussen de 8 en 10
jaar oud. De aanleiding in dit vraagstuk is op dit moment de 23-jarige cliënt J, hij heeft een licht
verstandelijke beperking en bijkomend een disharmonisch profiel. Mede door zijn verbaal sterke
vaardigheden, wordt hij structureel overschat. Client J vertoont grensoverschrijdend gedrag nadat hij
recentelijk meerdere keren harddrugs heeft gebruikt. Zowel medewerkers als medebewoners
ondervinden hinder van het grensoverschrijdend gedrag wat J laat zien.
In het verleden heeft middelengebruik bij cliënten vaker geleid tot overlast en een onveilige sfeer
binnen het trainingshuis. Collega’s ervaren onveiligheid en spanning op de werkvloer, mede door de
beperkte bezetting (1 op 12) en gebrek aan direct ondersteuning. Daarnaast ervaren medewerkers
dat het huidige harddrugs beleid onvoldoende houvast biedt.
Er is een ecogram gemaakt om het netwerk van client J in kaart te brengen. Hieruit blijkt dat hij een
beperkt sociaal netwerk heeft en het contact met ouders wisselvallig verloopt. De andere ecogram is
geschreven vanuit de context van de eigen organisatie, onderverdeeld in het micro-, meso- en
macroniveau.
Het bronnenonderzoek dient ter ondersteuning aan het vraagstuk. Wat opvalt is dat jongeren met een
lichtverstandelijke beperking verhoogt kwetsbaar zijn voor middelengebruik en hebben moeite met het
overzien van de lange termijn gevolgen. Tevens hebben zij meer moeite om te stoppen, zodra zij
ergens aan begonnen zijn (Jongenlastig, z.d.).
Volgens de Visie van Pluryn (z.d.) hoort experimenteren met middelen bij het proces van volwassen
worden. Terwijl collega's van X zien dat dit in de praktijk botst, waarbij deze visie niet altijd veilig en
duidelijk is voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Ook beperkt de Wet zorg en dwang
de mogelijkheden om in te grijpen, behalve wanneer er sprake is van een ‘ernstig nadeel’. Wanneer is
sprake is van ‘ernstig nadeel’ is niet altijd duidelijk.
Het probleem is opgelost wanneer de begeleiding op Net level zich veilig voelt in hun werkomgeving,
zij heldere kaders hebben over hoe zij moeten handelen wanneer een cliënt harddrugs heeft gebruikt.
Wanneer er geen overlast meer is na het gebruik van harddrugs, zullen medebewoners minder
spanning ervaren. Een doel opnemen in het individueel plan van cliënt J en een gesprek met ouders
met het doel om eenduidig naar J te communiceren zou helpend zijn.
3