Scheikunde NOVA
VWO 4 Hoofdstuk 3 Organische chemie
Paragraaf 3.1 Metaalbinding
Chemische energie
Alle stoffen bevatten een bepaalde hoeveelheid chemische energie (E).
- exotherme energie = reactie waarbij energie vrijkomt voor energiebehoefte: afhankelijk
van glucose brandstof
- endotherme energie = voor reactie is energie
- fotosynthese = proces waarbij planten zonlicht omzetten in chemische energie, door
koolstofdioxide en water te verbinden tot glucose, vindt plaats in bladgroenkorrels
Energie-effect (∆ E) = energieomzetting van chemische reacties
∆ E = Ereactieproducten – Ebeginstoffen
- exotherm: ∆ E < 0
- endotherm: ∆ E > 0
Activeringsenergie (Eact) = energie die nodig is om de
reactie op gang te brengen
Energiediagram van verbranding methaan
CH4 (g) + 2 O2 (g) COs (g) + H2O (l)
reactiewarmte = hoeveelheid energie die vrijkomt/ nodig is (in J/mol)
Verbrandingswarmte
koolwaterstoffen = verbinding tussen C en H
- bij aanwezigheid van voldoende zuurstof verbrandingsstoffen kunnen volledig worden
verbrand volledige verbranding: ontstaan CO2 + H2O
- bij onvoldoende zuurstof onvolledige verbranding: ontstaan CO + roet (C)
Verbrandingswarmte = hoeveelheid energie die vrij komt per mol verbrande stof
- energie komt vrij temperatuur stijgt moleculen bewegen sneller. Dit betekent dat de
chemische energie is omgezet in warmte
Ontbrandingsenergie = temperatuur waarbij een verbranding spontaan begint, Eact is niet
nodig
Molair volume
Verbranding van aardgas (stoffen in gasfase) nemen, bij gelijke druk, enorm toe in volume.
in gasfase: vanderwaalsbindingen verbroken geen elektrostatische aantrekkingskracht
tussen moleculen meer afstand tussen moleculen heel groot grootte molecuul
verwaarloosbaar i.v.m. ruimte die het gas inneemt .
1 mol gas neemt bij dezelfde temperatuur en druk, hetzelfde volume in = molair volume Vm
, V = n ∙ Vm
- V = volume in dm3
- n = aantal mol
- Vm = molair volume in dm3/mol (afhankelijk van temperatuur en druk)
Binas 7A
belangrijke om te onthouden:
Vm = 22,4 dm3/mol 273 K, 0˚C ρ = ρ0
Vm = 24,5 dm3/mol 298 K, 25 ˚C ρ = ρ 0
Paragraaf 3.2 Organische verbindingen
Alkanen
organische verbindingen = moleculaire stoffen waarvan moleculen zijn opgebouwd uit C-
en H-atomen
- afkomstig uit levende organismen
- veel zijn giftig
De atoombindingen in moleculaire stoffen worden bepaald door de covalentie per
atoomsoort.
Alkanen = uitsluitend C- en H-atomen met enkele bindingen
- formule: CnH2n+2
Verzadigde koolwaterstoffen = het maximaal aantal H-atomen zit gebonden in alkanen
Methaan CH4
Ethaan C2H6
Propaan C3H8
Butaan C4H10
Pentaan C5H12
Hexaan C6H14
Heptaan C7H16
Octaan C8H18
Nonaan C9H20
Decaan C10H22
structuurisomeren
structuurisomeren = stoffen met dezelfde molecuulformule, maar een andere
structuurformule
- verschillende stofeigenschappen (‘isomeren’)
butaan methylpropaan
onvertakt vertakt
kookpunt: 0˚C kookpunt: -12 ˚C
VWO 4 Hoofdstuk 3 Organische chemie
Paragraaf 3.1 Metaalbinding
Chemische energie
Alle stoffen bevatten een bepaalde hoeveelheid chemische energie (E).
- exotherme energie = reactie waarbij energie vrijkomt voor energiebehoefte: afhankelijk
van glucose brandstof
- endotherme energie = voor reactie is energie
- fotosynthese = proces waarbij planten zonlicht omzetten in chemische energie, door
koolstofdioxide en water te verbinden tot glucose, vindt plaats in bladgroenkorrels
Energie-effect (∆ E) = energieomzetting van chemische reacties
∆ E = Ereactieproducten – Ebeginstoffen
- exotherm: ∆ E < 0
- endotherm: ∆ E > 0
Activeringsenergie (Eact) = energie die nodig is om de
reactie op gang te brengen
Energiediagram van verbranding methaan
CH4 (g) + 2 O2 (g) COs (g) + H2O (l)
reactiewarmte = hoeveelheid energie die vrijkomt/ nodig is (in J/mol)
Verbrandingswarmte
koolwaterstoffen = verbinding tussen C en H
- bij aanwezigheid van voldoende zuurstof verbrandingsstoffen kunnen volledig worden
verbrand volledige verbranding: ontstaan CO2 + H2O
- bij onvoldoende zuurstof onvolledige verbranding: ontstaan CO + roet (C)
Verbrandingswarmte = hoeveelheid energie die vrij komt per mol verbrande stof
- energie komt vrij temperatuur stijgt moleculen bewegen sneller. Dit betekent dat de
chemische energie is omgezet in warmte
Ontbrandingsenergie = temperatuur waarbij een verbranding spontaan begint, Eact is niet
nodig
Molair volume
Verbranding van aardgas (stoffen in gasfase) nemen, bij gelijke druk, enorm toe in volume.
in gasfase: vanderwaalsbindingen verbroken geen elektrostatische aantrekkingskracht
tussen moleculen meer afstand tussen moleculen heel groot grootte molecuul
verwaarloosbaar i.v.m. ruimte die het gas inneemt .
1 mol gas neemt bij dezelfde temperatuur en druk, hetzelfde volume in = molair volume Vm
, V = n ∙ Vm
- V = volume in dm3
- n = aantal mol
- Vm = molair volume in dm3/mol (afhankelijk van temperatuur en druk)
Binas 7A
belangrijke om te onthouden:
Vm = 22,4 dm3/mol 273 K, 0˚C ρ = ρ0
Vm = 24,5 dm3/mol 298 K, 25 ˚C ρ = ρ 0
Paragraaf 3.2 Organische verbindingen
Alkanen
organische verbindingen = moleculaire stoffen waarvan moleculen zijn opgebouwd uit C-
en H-atomen
- afkomstig uit levende organismen
- veel zijn giftig
De atoombindingen in moleculaire stoffen worden bepaald door de covalentie per
atoomsoort.
Alkanen = uitsluitend C- en H-atomen met enkele bindingen
- formule: CnH2n+2
Verzadigde koolwaterstoffen = het maximaal aantal H-atomen zit gebonden in alkanen
Methaan CH4
Ethaan C2H6
Propaan C3H8
Butaan C4H10
Pentaan C5H12
Hexaan C6H14
Heptaan C7H16
Octaan C8H18
Nonaan C9H20
Decaan C10H22
structuurisomeren
structuurisomeren = stoffen met dezelfde molecuulformule, maar een andere
structuurformule
- verschillende stofeigenschappen (‘isomeren’)
butaan methylpropaan
onvertakt vertakt
kookpunt: 0˚C kookpunt: -12 ˚C