Probleem 2
Artikel: ‘Conditioned emotional reactions’ – Watson & Rayner
Watson voerde zijn experiment onder andere uit met 'Little Albert', een elf maanden oude
baby die geconditioneerd werd om bang te zijn van een witte rat. De ongeconditioneerde
stimulus die hij hiervoor gebruikte was een harde slag met een hamer op een ijzeren balk
recht achter Albert zijn hoofd. Aan het begin van het experiment toonde Albert geen angst
voor de rat, aan het eind toonde hij angst voor veel witte voorwerpen.
Watson concludeerde uit zijn onderzoek dat er slechts drie aangeboren emotionele
responsen zijn, elk geproduceerd door een heel klein aantal stimuli. Deze drie responsen zijn
angst, woede en liefde. Watson geloofde dat deze drie responsen, en het beperkte aantal
stimuli waardoor zij geproduceerd werden het gehele menselijke emotionele reactiepatroon
vormden. Volgens Watson is elke andere reactie, zoals angst voor het donker, een
aangeleerde emotie. Alle complicaties en complexiteiten van emoties van volwassenen
komen voort uit drie relatief simpele ongeconditioneerde responsen. Zo verklaren emoties
volgens Watson gedrag.
Probleem 3 heb ik het artikel niet van samengevat.
, Probleem 4
Artikel Flynn Effect (1984 versus 1998)
Flynn effect = Onderzoekers hebben een interessant fenomeen ontdekt. Gemiddeld
genomen nemen de prestaties op IQ testen wereldwijd al jarenlang toe: jongere generaties
presteren beter dan oudere generaties.
Hypotheses over de oorzaken van het Flynn effect:
1. Betere voeding (heeft invloed op werking v/h brein, mensen die gezond eten
hebben vaak verbeterde cognitieve prestaties;
2. Verhoogde complexiteit v/d omgeving (mensen met stimulerende en complexe
werkomstandigheden vertonen verhoogde cognitieve flexibiliteit, jeugd die wordt
omringd met technologie en een complexe visuele beleving verkregen via speelgoed,
tv, games > heeft invloed op prestaties zoals IQ test);
3. Familiestructuur (kleinere familie zorgt voor vergroten v/d bron: er blijft meer over
voor 1 kind w.b. eten, kans op onderwijs, educatief materiaal);
4. Ouderlijke factoren (toegenomen alfabetisering van ouders en onderwijs, groter
inkomen, toegang tot meer bronnen, migratie van landelijke naar stedelijke
gebieden);
5. School factoren (langer naar school gaan kan invloed hebben op toegenomen IQ-
resultaten onder volwassenen: 1 jaar naar school gaan heeft een groter effect op
zowel de CF als de CG, dan 1 jaar in leeftijd.
6. Methodologische oorzaak (veranderingen in toetsen, direct onderwijs ter
voorbereiding op de toets, toegenomen wereldwijsheid die de cijferscore
ondersteunt).
Het Flynn effect is getest door te focussen op kinderen die wonen in een relatief geïsoleerd
en landelijk gebied, waarbij systematische gegevens zijn verzameld over hun thuis- en
schoolsituatie.
Het onderzoek heeft 3 doelen:
1. De eerste gegevens over het Flynn effect van een landelijk gebied van een minder
ontwikkeld land presenteren, namelijk Kenia;
2. Evalueren van eerdere hypotheses van het Flynn effect;
3. Overwegen van mogelijke andere factoren die invloed hebben op de stijging van het
gemeten IQ in de gemeenschap die ze hebben bestudeerd.
Artikel: ‘Conditioned emotional reactions’ – Watson & Rayner
Watson voerde zijn experiment onder andere uit met 'Little Albert', een elf maanden oude
baby die geconditioneerd werd om bang te zijn van een witte rat. De ongeconditioneerde
stimulus die hij hiervoor gebruikte was een harde slag met een hamer op een ijzeren balk
recht achter Albert zijn hoofd. Aan het begin van het experiment toonde Albert geen angst
voor de rat, aan het eind toonde hij angst voor veel witte voorwerpen.
Watson concludeerde uit zijn onderzoek dat er slechts drie aangeboren emotionele
responsen zijn, elk geproduceerd door een heel klein aantal stimuli. Deze drie responsen zijn
angst, woede en liefde. Watson geloofde dat deze drie responsen, en het beperkte aantal
stimuli waardoor zij geproduceerd werden het gehele menselijke emotionele reactiepatroon
vormden. Volgens Watson is elke andere reactie, zoals angst voor het donker, een
aangeleerde emotie. Alle complicaties en complexiteiten van emoties van volwassenen
komen voort uit drie relatief simpele ongeconditioneerde responsen. Zo verklaren emoties
volgens Watson gedrag.
Probleem 3 heb ik het artikel niet van samengevat.
, Probleem 4
Artikel Flynn Effect (1984 versus 1998)
Flynn effect = Onderzoekers hebben een interessant fenomeen ontdekt. Gemiddeld
genomen nemen de prestaties op IQ testen wereldwijd al jarenlang toe: jongere generaties
presteren beter dan oudere generaties.
Hypotheses over de oorzaken van het Flynn effect:
1. Betere voeding (heeft invloed op werking v/h brein, mensen die gezond eten
hebben vaak verbeterde cognitieve prestaties;
2. Verhoogde complexiteit v/d omgeving (mensen met stimulerende en complexe
werkomstandigheden vertonen verhoogde cognitieve flexibiliteit, jeugd die wordt
omringd met technologie en een complexe visuele beleving verkregen via speelgoed,
tv, games > heeft invloed op prestaties zoals IQ test);
3. Familiestructuur (kleinere familie zorgt voor vergroten v/d bron: er blijft meer over
voor 1 kind w.b. eten, kans op onderwijs, educatief materiaal);
4. Ouderlijke factoren (toegenomen alfabetisering van ouders en onderwijs, groter
inkomen, toegang tot meer bronnen, migratie van landelijke naar stedelijke
gebieden);
5. School factoren (langer naar school gaan kan invloed hebben op toegenomen IQ-
resultaten onder volwassenen: 1 jaar naar school gaan heeft een groter effect op
zowel de CF als de CG, dan 1 jaar in leeftijd.
6. Methodologische oorzaak (veranderingen in toetsen, direct onderwijs ter
voorbereiding op de toets, toegenomen wereldwijsheid die de cijferscore
ondersteunt).
Het Flynn effect is getest door te focussen op kinderen die wonen in een relatief geïsoleerd
en landelijk gebied, waarbij systematische gegevens zijn verzameld over hun thuis- en
schoolsituatie.
Het onderzoek heeft 3 doelen:
1. De eerste gegevens over het Flynn effect van een landelijk gebied van een minder
ontwikkeld land presenteren, namelijk Kenia;
2. Evalueren van eerdere hypotheses van het Flynn effect;
3. Overwegen van mogelijke andere factoren die invloed hebben op de stijging van het
gemeten IQ in de gemeenschap die ze hebben bestudeerd.