TO Cargo: meest voorkomende begrippen
Independent tank: een tank welk geen deel uitmaakt van de constructie van het schip
SOPEP: Shipboard Oil Pollution Emergency Plan. Hierin staat beschreven wat er moet gebeuren bij
‘Oil Pollution’, en wat er allemaal aan boord moet zijn voor de bestrijding hiervan. In dit plan staat
dus beschreven hoe men moet handelen in geval van calamiteiten.
MOLOO: More or Less Owners Option.
Dit geeft de eigenaar de gelegenheid om meer of minder te laten vervoeren dan in het contract is
beschreven. Dit als de eigenaar niet weet hoeveel er precies op dat moment beschikbaar is voor
vervoer. Dit is vaak een percentage boven en onder het afgesproken tonnage.
IMO klasse I, II & III bij chemicaliëntankers:
De chemicaliëntankers worden ingedeeld in 3 IMO gevarenklasse: type I, II & III.
Er word ingedeeld op basis van de overlevingscapaciteit van het schip bij schade.
Type III: Voldoen aan de minst strenge eisen
Type II: Voldoen aan meer strengere eisen
Type I: Voldoen aan de hoogste eisen
Dus type I schepen mogen de meest gevaarlijke ladingen vervoer. Type II mag minder gevaarlijke
lading en type III schepen mogen alleen (betrekkelijk) ongevaarlijke ladingen laden.
Max lading in type I: 1250 m3
Max lading in type III: 3000 m3
Eisen hebben betrekking op de constructie zoals afmetingen van de tanken.
Manifold:
Verzameling van aansluitingen voor walconnecties voor de diverse ladingleidingen, meestal op
midscheeps, zowel aan bak- als aan stuurboord.
Lading (Oil) word naar boord en van boord gepompt door leiding en connecties gemaakt bij het
Cargo Manifold.
Adjecacent heat: De aangrenzende warmte van naast gelegen tanks
Compatibility: Compatibility wilt zeggen welke ladingen wel of niet naast elkaar kunnen gestuwd.
Hierbij kijkt men naar de veiligheid zodat bij eventuele contaminatie door lekkage er geen chemische
reacties ontstaan (explosies).
Alle chemicaliën zijn onderverdeeld in groepen, van 0 tot 43. Hier van uitgaand is er een tabel
gemaakt, deze tabel laat simpelweg zien welke groepen je naast elkaar kan laden en dus “
compatible” zijn. Er zijn echter uitzonderingen op deze tabel.
Marpol annex 1: Eisen wassen olietanker 7 eisen
1. het schip EN ROUTE is- > 50 Nm uit de kust
2. niet in een SPECIAL AREA
3. maximaal 30 ltr per mijl
4. maximaal .000 van de totale lading
5. het lozen via een ODM gebeurt
6. er visueel gecontroleerd wordt op olie, lozing gebeurt op het oppervlakte
, Marpol annex 1: Eisen wassen chemicalientanker 6 eisen
1. het schip is buiten een special area: Baltic, Black Sea, Antarctica
2. het schip vaart met 7 knopen of meer.
3. het water is 25 meter of meer diep
4. het schip is 12 mijl of meer uit de kust
5. het lozen gebeurt door een onderwater loospijp (UDO)
6. het schip is en-route
Wat zijn de special area’s?
Oostzee
Noord west europese wateren
Middellandsezee
Zwartezee
Rodezee
Persische Golf
Golf van Aden
Zee van Oman, Arabische zee
Antarctische wateren
Om contaminatie te voorkomen dienen de lading tanken tussen de verschillende beladingen door
goed te worden gereinigd. Hoe gaat dit in zijn werk?
Schoonmaakprocedures:
voorwas - regelementair of commercieel
hoofdwas - koud of warm, zout of zoet water, met of zonder schoonmaakmiddelen.
Recirculeren om leidingen te wassen
zoet water naspoelen
ventileren = gasvrij draaien
drogen met mop
inspecteren, nadat de tankatmosfeer is gecontroleerd
Hoe een tank schoon gemaakt wordt hangt af van de vorige èn de volgende lading.
Butteren: Het “butteren” van tanken gebeurt onderhoge druk door tankcleaningmachientjes. Deze
spuiten volgens een patroon de gehele tank af. Dit kan met koud, warm zoet en zout water.
Eventueel met toevoeging van schoonmaakmiddelen.
Reden waarom er gebutterd wordt is:
- Ter voorkoming van gevaarlijke mengsels
- Ter voorkoming van vervuiling van de volgende lading, contaminatie.
- (ivm tank inspecties)
LCO: Less Charter Option.
Dit geeft de charteraar de gelegenheid om een bepaald percentage minder te laten vervoeren dan in
het contract is beschreven.
Inertgas: Gebruik maken van gas om zuurstof uit een tank te verdrijven.
Gas dat hiervoor gebruikt kan worden is bijvoorbeeld stikstof(chemicalien tankers) en bij
olie(tankers) zuurstof.
Er wordt zuurstof uit de tank verdreven om explosief gevaar te ver komen. Explosief gevaar ontstaat
bijv. door zuurstof en een bepaalde andere lading.
Independent tank: een tank welk geen deel uitmaakt van de constructie van het schip
SOPEP: Shipboard Oil Pollution Emergency Plan. Hierin staat beschreven wat er moet gebeuren bij
‘Oil Pollution’, en wat er allemaal aan boord moet zijn voor de bestrijding hiervan. In dit plan staat
dus beschreven hoe men moet handelen in geval van calamiteiten.
MOLOO: More or Less Owners Option.
Dit geeft de eigenaar de gelegenheid om meer of minder te laten vervoeren dan in het contract is
beschreven. Dit als de eigenaar niet weet hoeveel er precies op dat moment beschikbaar is voor
vervoer. Dit is vaak een percentage boven en onder het afgesproken tonnage.
IMO klasse I, II & III bij chemicaliëntankers:
De chemicaliëntankers worden ingedeeld in 3 IMO gevarenklasse: type I, II & III.
Er word ingedeeld op basis van de overlevingscapaciteit van het schip bij schade.
Type III: Voldoen aan de minst strenge eisen
Type II: Voldoen aan meer strengere eisen
Type I: Voldoen aan de hoogste eisen
Dus type I schepen mogen de meest gevaarlijke ladingen vervoer. Type II mag minder gevaarlijke
lading en type III schepen mogen alleen (betrekkelijk) ongevaarlijke ladingen laden.
Max lading in type I: 1250 m3
Max lading in type III: 3000 m3
Eisen hebben betrekking op de constructie zoals afmetingen van de tanken.
Manifold:
Verzameling van aansluitingen voor walconnecties voor de diverse ladingleidingen, meestal op
midscheeps, zowel aan bak- als aan stuurboord.
Lading (Oil) word naar boord en van boord gepompt door leiding en connecties gemaakt bij het
Cargo Manifold.
Adjecacent heat: De aangrenzende warmte van naast gelegen tanks
Compatibility: Compatibility wilt zeggen welke ladingen wel of niet naast elkaar kunnen gestuwd.
Hierbij kijkt men naar de veiligheid zodat bij eventuele contaminatie door lekkage er geen chemische
reacties ontstaan (explosies).
Alle chemicaliën zijn onderverdeeld in groepen, van 0 tot 43. Hier van uitgaand is er een tabel
gemaakt, deze tabel laat simpelweg zien welke groepen je naast elkaar kan laden en dus “
compatible” zijn. Er zijn echter uitzonderingen op deze tabel.
Marpol annex 1: Eisen wassen olietanker 7 eisen
1. het schip EN ROUTE is- > 50 Nm uit de kust
2. niet in een SPECIAL AREA
3. maximaal 30 ltr per mijl
4. maximaal .000 van de totale lading
5. het lozen via een ODM gebeurt
6. er visueel gecontroleerd wordt op olie, lozing gebeurt op het oppervlakte
, Marpol annex 1: Eisen wassen chemicalientanker 6 eisen
1. het schip is buiten een special area: Baltic, Black Sea, Antarctica
2. het schip vaart met 7 knopen of meer.
3. het water is 25 meter of meer diep
4. het schip is 12 mijl of meer uit de kust
5. het lozen gebeurt door een onderwater loospijp (UDO)
6. het schip is en-route
Wat zijn de special area’s?
Oostzee
Noord west europese wateren
Middellandsezee
Zwartezee
Rodezee
Persische Golf
Golf van Aden
Zee van Oman, Arabische zee
Antarctische wateren
Om contaminatie te voorkomen dienen de lading tanken tussen de verschillende beladingen door
goed te worden gereinigd. Hoe gaat dit in zijn werk?
Schoonmaakprocedures:
voorwas - regelementair of commercieel
hoofdwas - koud of warm, zout of zoet water, met of zonder schoonmaakmiddelen.
Recirculeren om leidingen te wassen
zoet water naspoelen
ventileren = gasvrij draaien
drogen met mop
inspecteren, nadat de tankatmosfeer is gecontroleerd
Hoe een tank schoon gemaakt wordt hangt af van de vorige èn de volgende lading.
Butteren: Het “butteren” van tanken gebeurt onderhoge druk door tankcleaningmachientjes. Deze
spuiten volgens een patroon de gehele tank af. Dit kan met koud, warm zoet en zout water.
Eventueel met toevoeging van schoonmaakmiddelen.
Reden waarom er gebutterd wordt is:
- Ter voorkoming van gevaarlijke mengsels
- Ter voorkoming van vervuiling van de volgende lading, contaminatie.
- (ivm tank inspecties)
LCO: Less Charter Option.
Dit geeft de charteraar de gelegenheid om een bepaald percentage minder te laten vervoeren dan in
het contract is beschreven.
Inertgas: Gebruik maken van gas om zuurstof uit een tank te verdrijven.
Gas dat hiervoor gebruikt kan worden is bijvoorbeeld stikstof(chemicalien tankers) en bij
olie(tankers) zuurstof.
Er wordt zuurstof uit de tank verdreven om explosief gevaar te ver komen. Explosief gevaar ontstaat
bijv. door zuurstof en een bepaalde andere lading.