Hoorcollege 2 Verdieping internationaal belastingrecht
(Werking van belastingverdragen en buitenlands belastingplichtige)
Verdragen zien vooral op het voorkomen van juridisch dubbele heffing. Een verdrag regelt
geen economisch dubbele heffing zoals de deelnemingsvrijstelling doet. Een verdrag regelt
wel dat bijvoorbeeld een bronstaat moet terugtreden van heffing van dividend.
Agenda:
- Heffingsbeginselen
- Buitenlandse belastingplicht voor natuurlijke personen en lichamen
- Wat doet een belastingverdrag en hoe gebeurd dat en wie kan er een beroep op
doen.
Heffingsbeginselen
Woonlandbeginsel, bronlandbeginsel en nationaliteitsbeginsel. Waar vinden we die terug? In
de inkomstenbelasting bijvoorbeeld. Art. 2.1 Wet IB 2001, inwoner van Nederland, tevens
ook de buitenlander die Nederlands inkomen geniet. Zo heb je in 1 artikel al het woon en
bronbeginsel.
Een in Nederland woonachtige natuurlijk persoon is belast voor zijn wereldinkomen. In
hoofdstuk 3,4 en 5 is geen grens aangegeven waarvoor die belast wordt. Onafhankelijk waar
de bron gelegen is.
Woonlandsbeginsel belast in principe het wereldinkomen.
Het nationaliteitsbeginsel vinden we terug in de ficties. In art. 2.2 Wet IB 2001 zien we
bijvoorbeeld een Nederlander die in dienstbetrekking tot de staat staat. Deze fictie betreft
alleen Nederlanders. Die worden dus wereldwijd belast. Het nationaliteitsbeginsel belast ook
het wereldinkomen.
Ben je als ‘fictieve’ Nederlander ook een inwoner van Nederland voor een verdrag?
Ja.
De nationaliteitsfictie vinden we verder terug in art. 2 lid 4 VPB. Als een vennootschap
opgericht is in Nederland dan zal die ook wereldwijd in Nederland belast worden. Ook in de
dividendbelasting, in art. 1 lid 3 is bepaald dat een Nederlandse vennootschap die geacht
wordt in Nederland te zijn gevestigd.
Hoe bepalen we normaal gesproken of iemand inwoner is van Nederland?
Art. 4 AWR. Waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd, wordt naar de
omstandigheden beoordeeld. Omstandigheden is de cruciale term. Het wordt aan de rechter
overgelaten om in te vullen, het is een open norm.
Dat heeft tot gevolg dat ten aanzien van (bijvoorbeeld) een natuurlijk persoon je op basis
van de omstandigheden moet beoordelen of iemand in Nederland woont of niet. Welke
criteria neem je hierbij mee? Waar is de familie woonachtig, gezin, gehuwd, partner,
kinderen, werk, huis, koopwoning, tandenborstel, school, abonnementen, etc. Cruciaal is dus
waar iemand duurzaam een band heeft met een land.
, Een Engelsman die voor Shell Engeland werkt en wordt uitgezonden om voor Shell
Nederland te gaan werken, is die nu een inwoner van Nederland? Hangt natuurlijk weer van
de omstandigheden af. Als zijn gezin achterblijft in Engeland en hij komt zelf slechts door de
weeks in z'n eentje werken en vervolgens weer terug naar z'n gezin in het weekend. Hij heeft
in ieder geval een duurzame band met Engeland. Die had die al en is die blijven voortzetten.
Kan je nu ook zeggen dat hij ook een duurzame band heeft met Nederland? Kan je dus met
meerdere landen een duurzame band hebben? VS kent een substancial presence tax. Dus als
je langer dan 31 dagen in de VS zit en je moet 183 dagen in totaal in 3 jaar in de VS hebben
gezeten, dan ben je ook voor de VS binnenlands belastingplichtige. Zo zie je dus dat
bijvoorbeeld de VS geen open norm hanteert en kan je dus in 2 landen binnenlands
belastingplichtig zijn. In Nederland hebben we bewust voor zo een open norm gekozen.
Terug naar de casus van Shell, heeft de man een appartement in Nederland, heeft hij een
golfabonnement etc. Het is dus mogelijk dat je met 2 staten een duurzame band hebt. Ook
voor de vaststelling of sprake is van inwonerschap in Nederland. Dit is bepaald in HR BNB
2013/123: De band met Nederland hoeft niet sterker te zijn dan de band met een ander
land. Er moet gewoon een band aanwezig zijn. Het is dus niet noodzakelijk dat het
middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland bevindt.
Een ander voorbeeld waar je aan kunt denken. Een echtpaar en iemand die met pensioen is.
Hij brengt zijn leven door in Nederland en in Spanje. Hij brengt een groot deel van de tijd in
zijn woning in Spanje door. Als hij terug is in Nederland verblijven zij bij hun kinderen. Je
kunt allerlei situaties verzinnen waar het heel lastig is om te verzinnen of iemand een
duurzame band heeft of niet.
MMB-bijdrage Annabel Vissers: Gaat er op in welke omstandigheden een rol spelen bij de
beoordeling of iemand een duurzame band heeft met Nederland.
Lichamen
In beginsel geldt de hoofdregel ook weer van art. 4 AWR. Waar een lichaam is gevestigd
wordt naar de omstandigheden beoordeelt. Welke omstandigheden neem je daarvoor in
aanmerking? Dat is bepaald in HR BNB 1993/193:
- Werkelijke leiding van het lichaam
o Meestal het bestuur, maar hoeft niet altijd zo te zijn.
- En dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn
leidinggevende taak uitoefent.
Het kan ook zijn dat het bestuur niet de leidinggevende taak heeft, bijvoorbeeld bij een
brievenbusmaatschappij. In hoeverre heeft een trustmaatschappij ook de bevoegdheden om
leiding te geven aan die vennootschap?
In beginsel is dus doorslaggevend waar de werkelijke leiding zich bevindt. Normaalgesproken
wordt dit bepaald door waar het bestuur zijn functie uitoefent. Daarnaast is de fictie er van
art. 2 lid 4 VPB, vestigingsplaatsfictie bij een door Nederlands recht opgericht lichaam.
(Werking van belastingverdragen en buitenlands belastingplichtige)
Verdragen zien vooral op het voorkomen van juridisch dubbele heffing. Een verdrag regelt
geen economisch dubbele heffing zoals de deelnemingsvrijstelling doet. Een verdrag regelt
wel dat bijvoorbeeld een bronstaat moet terugtreden van heffing van dividend.
Agenda:
- Heffingsbeginselen
- Buitenlandse belastingplicht voor natuurlijke personen en lichamen
- Wat doet een belastingverdrag en hoe gebeurd dat en wie kan er een beroep op
doen.
Heffingsbeginselen
Woonlandbeginsel, bronlandbeginsel en nationaliteitsbeginsel. Waar vinden we die terug? In
de inkomstenbelasting bijvoorbeeld. Art. 2.1 Wet IB 2001, inwoner van Nederland, tevens
ook de buitenlander die Nederlands inkomen geniet. Zo heb je in 1 artikel al het woon en
bronbeginsel.
Een in Nederland woonachtige natuurlijk persoon is belast voor zijn wereldinkomen. In
hoofdstuk 3,4 en 5 is geen grens aangegeven waarvoor die belast wordt. Onafhankelijk waar
de bron gelegen is.
Woonlandsbeginsel belast in principe het wereldinkomen.
Het nationaliteitsbeginsel vinden we terug in de ficties. In art. 2.2 Wet IB 2001 zien we
bijvoorbeeld een Nederlander die in dienstbetrekking tot de staat staat. Deze fictie betreft
alleen Nederlanders. Die worden dus wereldwijd belast. Het nationaliteitsbeginsel belast ook
het wereldinkomen.
Ben je als ‘fictieve’ Nederlander ook een inwoner van Nederland voor een verdrag?
Ja.
De nationaliteitsfictie vinden we verder terug in art. 2 lid 4 VPB. Als een vennootschap
opgericht is in Nederland dan zal die ook wereldwijd in Nederland belast worden. Ook in de
dividendbelasting, in art. 1 lid 3 is bepaald dat een Nederlandse vennootschap die geacht
wordt in Nederland te zijn gevestigd.
Hoe bepalen we normaal gesproken of iemand inwoner is van Nederland?
Art. 4 AWR. Waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd, wordt naar de
omstandigheden beoordeeld. Omstandigheden is de cruciale term. Het wordt aan de rechter
overgelaten om in te vullen, het is een open norm.
Dat heeft tot gevolg dat ten aanzien van (bijvoorbeeld) een natuurlijk persoon je op basis
van de omstandigheden moet beoordelen of iemand in Nederland woont of niet. Welke
criteria neem je hierbij mee? Waar is de familie woonachtig, gezin, gehuwd, partner,
kinderen, werk, huis, koopwoning, tandenborstel, school, abonnementen, etc. Cruciaal is dus
waar iemand duurzaam een band heeft met een land.
, Een Engelsman die voor Shell Engeland werkt en wordt uitgezonden om voor Shell
Nederland te gaan werken, is die nu een inwoner van Nederland? Hangt natuurlijk weer van
de omstandigheden af. Als zijn gezin achterblijft in Engeland en hij komt zelf slechts door de
weeks in z'n eentje werken en vervolgens weer terug naar z'n gezin in het weekend. Hij heeft
in ieder geval een duurzame band met Engeland. Die had die al en is die blijven voortzetten.
Kan je nu ook zeggen dat hij ook een duurzame band heeft met Nederland? Kan je dus met
meerdere landen een duurzame band hebben? VS kent een substancial presence tax. Dus als
je langer dan 31 dagen in de VS zit en je moet 183 dagen in totaal in 3 jaar in de VS hebben
gezeten, dan ben je ook voor de VS binnenlands belastingplichtige. Zo zie je dus dat
bijvoorbeeld de VS geen open norm hanteert en kan je dus in 2 landen binnenlands
belastingplichtig zijn. In Nederland hebben we bewust voor zo een open norm gekozen.
Terug naar de casus van Shell, heeft de man een appartement in Nederland, heeft hij een
golfabonnement etc. Het is dus mogelijk dat je met 2 staten een duurzame band hebt. Ook
voor de vaststelling of sprake is van inwonerschap in Nederland. Dit is bepaald in HR BNB
2013/123: De band met Nederland hoeft niet sterker te zijn dan de band met een ander
land. Er moet gewoon een band aanwezig zijn. Het is dus niet noodzakelijk dat het
middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland bevindt.
Een ander voorbeeld waar je aan kunt denken. Een echtpaar en iemand die met pensioen is.
Hij brengt zijn leven door in Nederland en in Spanje. Hij brengt een groot deel van de tijd in
zijn woning in Spanje door. Als hij terug is in Nederland verblijven zij bij hun kinderen. Je
kunt allerlei situaties verzinnen waar het heel lastig is om te verzinnen of iemand een
duurzame band heeft of niet.
MMB-bijdrage Annabel Vissers: Gaat er op in welke omstandigheden een rol spelen bij de
beoordeling of iemand een duurzame band heeft met Nederland.
Lichamen
In beginsel geldt de hoofdregel ook weer van art. 4 AWR. Waar een lichaam is gevestigd
wordt naar de omstandigheden beoordeelt. Welke omstandigheden neem je daarvoor in
aanmerking? Dat is bepaald in HR BNB 1993/193:
- Werkelijke leiding van het lichaam
o Meestal het bestuur, maar hoeft niet altijd zo te zijn.
- En dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn
leidinggevende taak uitoefent.
Het kan ook zijn dat het bestuur niet de leidinggevende taak heeft, bijvoorbeeld bij een
brievenbusmaatschappij. In hoeverre heeft een trustmaatschappij ook de bevoegdheden om
leiding te geven aan die vennootschap?
In beginsel is dus doorslaggevend waar de werkelijke leiding zich bevindt. Normaalgesproken
wordt dit bepaald door waar het bestuur zijn functie uitoefent. Daarnaast is de fictie er van
art. 2 lid 4 VPB, vestigingsplaatsfictie bij een door Nederlands recht opgericht lichaam.