Privaat B samenvatting
Week 7 contractuele aansprakelijkheid
Gronden voor aansprakelijkheid
De regel is dat iedereen aansprakelijk is voor zijn eigen schade.
Er moet een bepaalde rechtsgrond zijn om van iemand schadevergoeding te kunnen
vorderen:
- niet-nakoming van contracten (art. 6:74 BW)
- Onrechtmatige daad (art. 6:162) bestaande uit schuldaansprakelijkheid en
risicoaansprakelijkheid (art. 6:169 BW) bij risico aansprakelijkheid is niemand echt
de schuldige, maar degene die het risico echt droeg, moet dan betalen. Ook
bestaat productaansprakelijkheid 6:185 BW
- Zaakwaarneming
- Ongerechtvaardigde verrijking
Onrechtmatig meerwerken aan wanprestatie
Als jij iemand anders wanprestatie laat plegen, kan dit leiden tot een onrechtmatige
daad
Hierbij is het arrest Pos/van de Bosch van toepassing. Volgens de Hoge Raad kan
schadevergoeding ook in natura gebeuren.
HR: Pos/van de Bosch: meewerken aan wanprestatie is in beginsel niet onrechtmatig
tenzij er bijzondere omstandigheden zijn.
Vereisten schadevergoeding in een contract.
1. Er moet een tekortkoming zijn in de nakoming
De prestatie moet hierbij niet aan de verbintenis beantwoord zijn
bijv. Non-conformiteit
2. Toerekenbaarheid
De gedraging moet aan een partij toe te rekenen zijn
Hier word niet aan voldaan bij bijvoorbeeld ‘overmacht’ art. 6:75 BW. Er is pas sprake
van overmacht waarbij de persoon redelijkerwijze de gevolgen van een voorval niet
had kunnen en moeten verhinderen en dat overigens niet voor zijn risico komt/
3. Schade
Alleen de financiële schadevergoeding wordt vergoed. In principe wordt je nooit beter
van schadevergoeding.
4. Causaal verband
De schade moet ontstaan zijn door de tekortkoming
5. Verzuim
Er kan pas sprake zijn van verzuim wanneer er een ‘ingebrekestelling’ plaats heeft
gevonden art. 6:82 BW.
Dit hoeft niet bij de fatale termijn
Verzuim
Verzuim is vereist wanneer nakoming nog mogelijk is. Er moet sprake zijn van een
ingebrekestelling volgens art. 6:82 BW: er moet een aanmaning met een termijn erin
worden gesteld. Volgens lid 2 is dat niet nodig wanneer nakoming onmogelijk is of
wanneer blijkt dat een aanmaning geen zin heeft.
Verzuim zonder ingebrekestelling art. 6:83 BW kan alleen wanneer :
- Fatale termijn (sub a)
- Als het al een schadevergoedingsvordering is (sub b)
- Met een mededeling van de schuldenaar (sub c)
,HR: Pos/Van den Bosch
Het handelen met iemand terwijl men weet, dat deze door het handelen een overeenkomst met
een ander schendt is in beginsel niet onrechtmatig jegens die ander. Dit kan echter anders zijn
indien er bepaalde omstandigheden zijn de dit handelen onrechtmatig maken.
Privaatrecht week 8 onrechtmatige daad
Bij een onrechtmatige daad kun je buitencontractuele schadevergoeding eisen.
Er zijn vijf vereisten voor onrechtmatige daad art. 6:162 BW
1. Er moet sprake zijn van een onrechtmatige daad (lid 2)
In drie gevallen is er een onrechtmatige daad:
- inbreuk op iemands recht (bijv een stemrecht)
- Iets doen of nalaten in strijd met de wettelijke plicht
- Doen of laten wat ‘in het maatschappelijk verkeer betaamt’ (zorgvuldigheidsnorm)
HR: Kelderluik en HR: Jetblast
Bij gevaarzetting letten op:
1. Hoe groot is de kans dat mensen niet opletten
2. Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan
3. Hoe ernstig zijn die ongevallen dan
4. Hoe bezwaarlijk is het om veiligheidsmaatregelen te nemen.
Rechtvaardigingsgronden voor een onrechtmatige daad:
- haalt de onrechtmatigheid van de daad weg
- Onder andere wanneer het niet strafbaar is (art. 40-43 Sr)
- overmacht (art. 40 Sr)
- noodweer (art. 41 Sr.)
- wettelijk voorschrift (art. 42 Sr)
- ambtelijk bevel (art. 43)
Ook bij sport-en spelsituaties zitten de regels anders. Een gedraging die normaal
gesproken aangemerkt zou worden als onrechtmatige daad is dan niet onrechtmatig.
2. Toerekenbaarheid (lid 3)
Een onrechtmatige daad kan worden toegerekend op grond van art. 6:162 BW lid 3
- schuld (geen sprake van opzet, maar een verwijt is voldoende)
- Wet: art. 6:164
- Verkeersopvatting: bijvoorbeeld HR: Meppelse Ree; onervarenheid, de wettelijke
regels niet kennen.
Een geestelijke stoornis zorgt niet voor uitsluiting van toerekenbaarheid.
3. Schade (afdeling 6.1.10 BW)
Er moet sprake zijn van een geleden schade
4. Causaal verband
De onrechtmatige daad moet geleid hebben tot die specifieke schade. Dit heet het
conditio sine qua non verband. Dit is een vereiste voor schadevergoeding art. 6:98
5. Relativiteit
De overtreden norm moest tot doel hebben om tot schadevergoeding te kunnen
leiden.
HR: Tandarts.
‘correctie Langemeijer’ :
Als de rechtsnorm waarmee de handeling in strijd is, niet het geschonden belang
beschermt, kan de dader toch aansprakelijk zijn, omdat zijn handeling in strijd is met
een andere norm die de bescherming wel voorziet. (bijv. Zorgvuldigheidsnorm)
, JURISPRUDENTIE
HR: Kelderluik
De Hoge Raad overwoog dat er aan de hand van vier criteria moest worden gekeken of er sprake
was van een onrechtmatige daad.
Deze vier criteria zijn:
• Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste onoplettendheid en voorzichtigheid
worden geacht?
• Hoe groot is de kans dat uit deze niet-inachtneming ongevallen staan?
• Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
• Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?
De mate van onrechtmatigheid kan dan worden beoordeeld aan de kans op het ongeval, de ernst
van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.
In casu is er derhalve sprake van een onrechtmatige daad, de man moest echter wel voor de helft
van de schade opdraaien.
HR: Jetblast
Hoe groter de kans op een gevaarlijk ongeluk, hoe meer moeite de personen moeten doen om het
gevaar duidelijk te maken/ af te zetten.
Week 9 kwalitatieve aansprakelijkheid, zaakwaarneming en
ongerechtvaardigde verrijking
Kwalitatieve aansprakelijkheid/risicoaansprakelijkheid kijkt naar de aansprakelijkheid
die een persoon voor andere personen draagt of voor andere zaken.
Kwaltitatieve aansprakelijkheid/ risicoaansprakelijkheid
Aansprakelijkheid voor personen art. 6:169 BW
Ouders zijn bijvoorbeeld voor hun kinderen aansprakelijk wanneer deze jonger dan
veertien jaar zijn art. 6:164 BW. Dit is ook het geval bij een onrechtmatige daad.
Kinderen ouder dan 14 zijn aansprakelijk voor hun eigen gedragingen/ nalaten volgens
art. 6:164 BW. Maar bij deze kinderen kunnen de ouders ook nog verantwoordelijk zijn.
Bijvoorbeeld wanneer aan hen onvoldoende toezicht kan worden verweten. Als het
kind als volwassene niet aansprakelijk zou zijn geweest dan zijn de ouders dat
logischerwijs ook niet.
Aansprakelijkheid voor zaken art. 6:173-6:181 BW
Risico voor de bezitter
De bezitter is aansprakelijk voor wat er gebeurt met zijn bezit volgens art. 6:173,
6:174, 6:179 BW)
- De bezitter hoeft niet de houder te zijn. Bijvoorbeeld de verhuurder van een kamer is
verantwoordelijk, niet de huurder.
- Ook hoeft de bezitter geen eigenaar te zijn. Een dief is bijvoorbeeld bezitter maar
geen eigenaar.
- art. 7:10 BW over wat er nog meer onder risico aansprakelijkheid valt.
Risico voor zaken en dieren
Als door een gebrek in een onroerende zaak art. 6:174 BW of een roerende zaak art.
6:173 schade ontstaat, is de bezitter aansprakelijk tenzij:
- het een onrechtmatige daad van de bezitter zelf is (hij kent het gebrek) “schuld”
Wanneer een dier schade aanricht, wordt het aan het ‘roekeloze’ deel van het dier
geweten volgens artikel 6:179 BW. De bezitter van het dier is hierbij aansprakelijk.
tenzij:
- het een onrechtmatige daad van de bezitter zelf is (hij heeft het dier de opdracht
gegeven)
Week 7 contractuele aansprakelijkheid
Gronden voor aansprakelijkheid
De regel is dat iedereen aansprakelijk is voor zijn eigen schade.
Er moet een bepaalde rechtsgrond zijn om van iemand schadevergoeding te kunnen
vorderen:
- niet-nakoming van contracten (art. 6:74 BW)
- Onrechtmatige daad (art. 6:162) bestaande uit schuldaansprakelijkheid en
risicoaansprakelijkheid (art. 6:169 BW) bij risico aansprakelijkheid is niemand echt
de schuldige, maar degene die het risico echt droeg, moet dan betalen. Ook
bestaat productaansprakelijkheid 6:185 BW
- Zaakwaarneming
- Ongerechtvaardigde verrijking
Onrechtmatig meerwerken aan wanprestatie
Als jij iemand anders wanprestatie laat plegen, kan dit leiden tot een onrechtmatige
daad
Hierbij is het arrest Pos/van de Bosch van toepassing. Volgens de Hoge Raad kan
schadevergoeding ook in natura gebeuren.
HR: Pos/van de Bosch: meewerken aan wanprestatie is in beginsel niet onrechtmatig
tenzij er bijzondere omstandigheden zijn.
Vereisten schadevergoeding in een contract.
1. Er moet een tekortkoming zijn in de nakoming
De prestatie moet hierbij niet aan de verbintenis beantwoord zijn
bijv. Non-conformiteit
2. Toerekenbaarheid
De gedraging moet aan een partij toe te rekenen zijn
Hier word niet aan voldaan bij bijvoorbeeld ‘overmacht’ art. 6:75 BW. Er is pas sprake
van overmacht waarbij de persoon redelijkerwijze de gevolgen van een voorval niet
had kunnen en moeten verhinderen en dat overigens niet voor zijn risico komt/
3. Schade
Alleen de financiële schadevergoeding wordt vergoed. In principe wordt je nooit beter
van schadevergoeding.
4. Causaal verband
De schade moet ontstaan zijn door de tekortkoming
5. Verzuim
Er kan pas sprake zijn van verzuim wanneer er een ‘ingebrekestelling’ plaats heeft
gevonden art. 6:82 BW.
Dit hoeft niet bij de fatale termijn
Verzuim
Verzuim is vereist wanneer nakoming nog mogelijk is. Er moet sprake zijn van een
ingebrekestelling volgens art. 6:82 BW: er moet een aanmaning met een termijn erin
worden gesteld. Volgens lid 2 is dat niet nodig wanneer nakoming onmogelijk is of
wanneer blijkt dat een aanmaning geen zin heeft.
Verzuim zonder ingebrekestelling art. 6:83 BW kan alleen wanneer :
- Fatale termijn (sub a)
- Als het al een schadevergoedingsvordering is (sub b)
- Met een mededeling van de schuldenaar (sub c)
,HR: Pos/Van den Bosch
Het handelen met iemand terwijl men weet, dat deze door het handelen een overeenkomst met
een ander schendt is in beginsel niet onrechtmatig jegens die ander. Dit kan echter anders zijn
indien er bepaalde omstandigheden zijn de dit handelen onrechtmatig maken.
Privaatrecht week 8 onrechtmatige daad
Bij een onrechtmatige daad kun je buitencontractuele schadevergoeding eisen.
Er zijn vijf vereisten voor onrechtmatige daad art. 6:162 BW
1. Er moet sprake zijn van een onrechtmatige daad (lid 2)
In drie gevallen is er een onrechtmatige daad:
- inbreuk op iemands recht (bijv een stemrecht)
- Iets doen of nalaten in strijd met de wettelijke plicht
- Doen of laten wat ‘in het maatschappelijk verkeer betaamt’ (zorgvuldigheidsnorm)
HR: Kelderluik en HR: Jetblast
Bij gevaarzetting letten op:
1. Hoe groot is de kans dat mensen niet opletten
2. Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan
3. Hoe ernstig zijn die ongevallen dan
4. Hoe bezwaarlijk is het om veiligheidsmaatregelen te nemen.
Rechtvaardigingsgronden voor een onrechtmatige daad:
- haalt de onrechtmatigheid van de daad weg
- Onder andere wanneer het niet strafbaar is (art. 40-43 Sr)
- overmacht (art. 40 Sr)
- noodweer (art. 41 Sr.)
- wettelijk voorschrift (art. 42 Sr)
- ambtelijk bevel (art. 43)
Ook bij sport-en spelsituaties zitten de regels anders. Een gedraging die normaal
gesproken aangemerkt zou worden als onrechtmatige daad is dan niet onrechtmatig.
2. Toerekenbaarheid (lid 3)
Een onrechtmatige daad kan worden toegerekend op grond van art. 6:162 BW lid 3
- schuld (geen sprake van opzet, maar een verwijt is voldoende)
- Wet: art. 6:164
- Verkeersopvatting: bijvoorbeeld HR: Meppelse Ree; onervarenheid, de wettelijke
regels niet kennen.
Een geestelijke stoornis zorgt niet voor uitsluiting van toerekenbaarheid.
3. Schade (afdeling 6.1.10 BW)
Er moet sprake zijn van een geleden schade
4. Causaal verband
De onrechtmatige daad moet geleid hebben tot die specifieke schade. Dit heet het
conditio sine qua non verband. Dit is een vereiste voor schadevergoeding art. 6:98
5. Relativiteit
De overtreden norm moest tot doel hebben om tot schadevergoeding te kunnen
leiden.
HR: Tandarts.
‘correctie Langemeijer’ :
Als de rechtsnorm waarmee de handeling in strijd is, niet het geschonden belang
beschermt, kan de dader toch aansprakelijk zijn, omdat zijn handeling in strijd is met
een andere norm die de bescherming wel voorziet. (bijv. Zorgvuldigheidsnorm)
, JURISPRUDENTIE
HR: Kelderluik
De Hoge Raad overwoog dat er aan de hand van vier criteria moest worden gekeken of er sprake
was van een onrechtmatige daad.
Deze vier criteria zijn:
• Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste onoplettendheid en voorzichtigheid
worden geacht?
• Hoe groot is de kans dat uit deze niet-inachtneming ongevallen staan?
• Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
• Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?
De mate van onrechtmatigheid kan dan worden beoordeeld aan de kans op het ongeval, de ernst
van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.
In casu is er derhalve sprake van een onrechtmatige daad, de man moest echter wel voor de helft
van de schade opdraaien.
HR: Jetblast
Hoe groter de kans op een gevaarlijk ongeluk, hoe meer moeite de personen moeten doen om het
gevaar duidelijk te maken/ af te zetten.
Week 9 kwalitatieve aansprakelijkheid, zaakwaarneming en
ongerechtvaardigde verrijking
Kwalitatieve aansprakelijkheid/risicoaansprakelijkheid kijkt naar de aansprakelijkheid
die een persoon voor andere personen draagt of voor andere zaken.
Kwaltitatieve aansprakelijkheid/ risicoaansprakelijkheid
Aansprakelijkheid voor personen art. 6:169 BW
Ouders zijn bijvoorbeeld voor hun kinderen aansprakelijk wanneer deze jonger dan
veertien jaar zijn art. 6:164 BW. Dit is ook het geval bij een onrechtmatige daad.
Kinderen ouder dan 14 zijn aansprakelijk voor hun eigen gedragingen/ nalaten volgens
art. 6:164 BW. Maar bij deze kinderen kunnen de ouders ook nog verantwoordelijk zijn.
Bijvoorbeeld wanneer aan hen onvoldoende toezicht kan worden verweten. Als het
kind als volwassene niet aansprakelijk zou zijn geweest dan zijn de ouders dat
logischerwijs ook niet.
Aansprakelijkheid voor zaken art. 6:173-6:181 BW
Risico voor de bezitter
De bezitter is aansprakelijk voor wat er gebeurt met zijn bezit volgens art. 6:173,
6:174, 6:179 BW)
- De bezitter hoeft niet de houder te zijn. Bijvoorbeeld de verhuurder van een kamer is
verantwoordelijk, niet de huurder.
- Ook hoeft de bezitter geen eigenaar te zijn. Een dief is bijvoorbeeld bezitter maar
geen eigenaar.
- art. 7:10 BW over wat er nog meer onder risico aansprakelijkheid valt.
Risico voor zaken en dieren
Als door een gebrek in een onroerende zaak art. 6:174 BW of een roerende zaak art.
6:173 schade ontstaat, is de bezitter aansprakelijk tenzij:
- het een onrechtmatige daad van de bezitter zelf is (hij kent het gebrek) “schuld”
Wanneer een dier schade aanricht, wordt het aan het ‘roekeloze’ deel van het dier
geweten volgens artikel 6:179 BW. De bezitter van het dier is hierbij aansprakelijk.
tenzij:
- het een onrechtmatige daad van de bezitter zelf is (hij heeft het dier de opdracht
gegeven)