Nucleaire Geneeskunde OP1.4
College 1 – SPECT Techniek deel 1
SPECT staat voor Single Photon Emission Computed
Tomography. PET zend positronen en uiteindelijk 2
fotonen uit (annihilatie) en SPECT zend direct
(single)fotonen uit. SPECT wordt vooral gebruikt bij
oncologie, cardiologie (doorbloeding), neurologie
(hersenscans) en orthopedie (skeletvraagstellingen).
SPECT is een techniek waarbij in stapjes rondom de
patiënt (statische) afbeeldingen worden gemaakt met
opnametijden tussen de 40 en de 70 seconden per projectie. De maximale ligtijd is bepalend
voor de opnametijd per projectie. Bij te korte opnametijd is de telstatistiek minder. Bij een
kortere opnametijd neem je een grovere matrix met minder
pixels. Na de opname vindt een reconstructie plaats om de
beelden te verwerken. Uiteindelijk krijg je een presentatie
via doorsneden en 3D-beelden.
Na de reconstructie kun je doorsnedes creëren. De drie
standaard reconstructievlakken zijn sagittaal, transversaal
en frontaal (coronaal). Daarnaast zijn er ook nog oblique
vlakken.
Transversaal: Frontaal: Sagittaal:
Nadelen SPECT t.o.v. statisch onderzoek:
- Beperkte resolutie; patiënt kan maar bepaalde tijd liggen, kleine opnametijd per frame
dus grover matrix met minder pixels.
- Beperkte telstatistiek; korte opnametijd
- Beperkte scanbereik
- Redelijk traag
Voordelen SPECT t.o.v. statisch onderzoek:
- Toename SNR; minder storende ruis
- Betere plaatsbepaling van de afwijkingen door minder over projectie
- Toename contrast
- Toename sensitiviteit
- Toename specificiteit
, College 2 – SPECT Techniek deel 2
Een reconstructie kan op twee manieren:
Filtered Backprojection (eNG1)
Oudere reconstructietechniek die nog wel gebruikt wordt in de praktijk maar in steeds
mindere mate. Is een betere optie dan iteratieve reconstructie als de telstatistiek heel laag is.
Na filtering worden de gemeten 2D projecties terug geprojecteerd in de geheugenmatrix.
Deze methode bepaald de diepte van de hot spot door middel van lijnen vanaf verschillende
aanzichten. Het punt waarop deze lijnen telkens kruizen is de plek van de hot spot. Hoe
meer hoeken je opneemt, hoe meer het lijkt op de werkelijkheid. Wel treedt er
resolutieverlies (of “blurring”) op omdat de lijnen niet zo scherp zijn als in de werkelijkheid,
het contrast wordt minder.
Iteratieve reconstructie
1. Voordat er wordt gekeken naar de projecties rondom de patiënt wordt er eerst een
schatting gemaakt van het 3D beeld en de uptake. Bij de pixels waar meer counts
worden verwacht worden van te voren al een aantal counts ingevuld.
2. Daarna wordt berekend hoe dan de 2D projecties rondom de patiënt er uit gezien
moeten hebben door gemiddeldes te verdelen in de pixels.
3. Dan worden de ingeschatte 2D opnames (gemaakt door schatting 3D beeld)
vergeleken met de werkelijke 2D projecties. Op basis van dat verschil stel je je beeld
opnieuw bij.
Dit herhaal je voor alle 2D projecties.
Één iteratie is één rondje om de patiënt, de iteratie herhaal je
totdat het 3D beeld optimaal is. Hoe meer iteraties hoe beter het
gaat lijken op het origineel, maar als je te veel iteraties gebruikt
versterk je de ruis waardoor de foto minder op de werkelijkheid
gaat lijken.
De spatiële resolutie bij Iteratieve reconstructie is beter dan bij
FBP. Dit komt omdat je bij FBP de projectielijnen hebt die
allemaal over elkaar heen projecteren.
College 1 – SPECT Techniek deel 1
SPECT staat voor Single Photon Emission Computed
Tomography. PET zend positronen en uiteindelijk 2
fotonen uit (annihilatie) en SPECT zend direct
(single)fotonen uit. SPECT wordt vooral gebruikt bij
oncologie, cardiologie (doorbloeding), neurologie
(hersenscans) en orthopedie (skeletvraagstellingen).
SPECT is een techniek waarbij in stapjes rondom de
patiënt (statische) afbeeldingen worden gemaakt met
opnametijden tussen de 40 en de 70 seconden per projectie. De maximale ligtijd is bepalend
voor de opnametijd per projectie. Bij te korte opnametijd is de telstatistiek minder. Bij een
kortere opnametijd neem je een grovere matrix met minder
pixels. Na de opname vindt een reconstructie plaats om de
beelden te verwerken. Uiteindelijk krijg je een presentatie
via doorsneden en 3D-beelden.
Na de reconstructie kun je doorsnedes creëren. De drie
standaard reconstructievlakken zijn sagittaal, transversaal
en frontaal (coronaal). Daarnaast zijn er ook nog oblique
vlakken.
Transversaal: Frontaal: Sagittaal:
Nadelen SPECT t.o.v. statisch onderzoek:
- Beperkte resolutie; patiënt kan maar bepaalde tijd liggen, kleine opnametijd per frame
dus grover matrix met minder pixels.
- Beperkte telstatistiek; korte opnametijd
- Beperkte scanbereik
- Redelijk traag
Voordelen SPECT t.o.v. statisch onderzoek:
- Toename SNR; minder storende ruis
- Betere plaatsbepaling van de afwijkingen door minder over projectie
- Toename contrast
- Toename sensitiviteit
- Toename specificiteit
, College 2 – SPECT Techniek deel 2
Een reconstructie kan op twee manieren:
Filtered Backprojection (eNG1)
Oudere reconstructietechniek die nog wel gebruikt wordt in de praktijk maar in steeds
mindere mate. Is een betere optie dan iteratieve reconstructie als de telstatistiek heel laag is.
Na filtering worden de gemeten 2D projecties terug geprojecteerd in de geheugenmatrix.
Deze methode bepaald de diepte van de hot spot door middel van lijnen vanaf verschillende
aanzichten. Het punt waarop deze lijnen telkens kruizen is de plek van de hot spot. Hoe
meer hoeken je opneemt, hoe meer het lijkt op de werkelijkheid. Wel treedt er
resolutieverlies (of “blurring”) op omdat de lijnen niet zo scherp zijn als in de werkelijkheid,
het contrast wordt minder.
Iteratieve reconstructie
1. Voordat er wordt gekeken naar de projecties rondom de patiënt wordt er eerst een
schatting gemaakt van het 3D beeld en de uptake. Bij de pixels waar meer counts
worden verwacht worden van te voren al een aantal counts ingevuld.
2. Daarna wordt berekend hoe dan de 2D projecties rondom de patiënt er uit gezien
moeten hebben door gemiddeldes te verdelen in de pixels.
3. Dan worden de ingeschatte 2D opnames (gemaakt door schatting 3D beeld)
vergeleken met de werkelijke 2D projecties. Op basis van dat verschil stel je je beeld
opnieuw bij.
Dit herhaal je voor alle 2D projecties.
Één iteratie is één rondje om de patiënt, de iteratie herhaal je
totdat het 3D beeld optimaal is. Hoe meer iteraties hoe beter het
gaat lijken op het origineel, maar als je te veel iteraties gebruikt
versterk je de ruis waardoor de foto minder op de werkelijkheid
gaat lijken.
De spatiële resolutie bij Iteratieve reconstructie is beter dan bij
FBP. Dit komt omdat je bij FBP de projectielijnen hebt die
allemaal over elkaar heen projecteren.