CSI - HOMEOSTASE
[Ondertitel van document]
BACHELOR JAAR 1
CSI Q3
,Inhoudsopgave
Clinical trials................................................................................................................................... 2
Medische domein en ............................................................................................................................................................. 4
Kwantitatieve studies .......................................................................................................................................................... 4
Dwarsdoorsnede onderzoek......................................................................................................................................... 5
Case-control onderzoek................................................................................................................................................. 5
Cohortonderzoek ............................................................................................................................................................ 5
Clinical trials ..................................................................................................................................................................... 5
Statistiek ....................................................................................................................................... 8
Betrouwbaarheidsin tervallen ............................................................................................................................................. 8
Betrouwbaarheidsinterval voor 1 proportie .............................................................................................................. 8
Betrouwbaarheidsintervallen voor 2 proporties....................................................................................................... 8
Betrouwbaarheidsintervallen voor 1 gemiddelde .................................................................................................... 8
Betrouwbaarheidsintervallen voor 2 gemiddeldes .................................................................................................. 9
P-waardes .............................................................................................................................................................................. 9
Ethiek ..........................................................................................................................................10
Betrokken filosofen ............................................................................................................................................................10
Autonomie ...........................................................................................................................................................................12
Wilsbekwaamheid ..............................................................................................................................................................13
Formuleblad..................................................................................................................................16
1
, Clinical trials
De keuze over welke opzet voor het onderzoek het meest geschikt is voor een bepaalde
vraagstelling is afhankelijk van de volgende punten:
• Welke kennis moet worden opgedaan?
• Welke determinant wordt onderzocht?
• Hoe snel of hoe vaak treedt de uitkomst op na een bepaalde blootstelling?
• Wat zijn de ethische aspecten?
• Wat zijn de kosten?
Interventie studie: een studie waarbij een bepaalde interventie wordt uitgevoerd bij een
specifieke groep deelnemers. De effecten hiervan worden op bepaalde uitkomstmaten
geobserveerd.
Een interventie studie wordt gebruikt bij het onderzoeken van een meer specifieke
hypothese. Aangezien het beloop van een ziekte niet enkel afhankelijk zijn van de
interventie, maar ook van andere factoren, is het van belang dat de groep waarin de
interventie wordt onderzocht ook te vergelijken met een controlegroep.
• Beide groepen zijn hierbij zoveel mogelijk vergelijkbaar samengesteld wat betreft
hun verwachte ziektebeloop. Hierdoor kunnen de uitkomsten worden toegeschreven
aan de interventie;
• Wanneer beide groepen veel van elkaar verschillen kan er bias optreden, waardoor
er confounding optreedt.
Bias: vertekend resultaat.
Confounding: vermoeilijkte interpretatie van het effect van de interventie door invloeden
van buitenaf.
Een ideale interventie studie voldoet aan de volgende aspecten:
1. Vergelijkbaarheid
Beide groepen die onderzocht worden moeten vergelijkbaar zijn. Er moet dus zo min
mogelijk verschil zijn op het gebied van factoren die van invloed kunnen zijn op de
uitkomst.
Door te randomiseren wordt ervoor gezorgd dat de toewijzing aan een groep
geschiedt op basis van toeval. Hierdoor worden alle factoren die van invloed zijn op
de resultaten gelijk verdeeld over de groepen. Een toewijzing die niet random is,
wordt de studie gevoeliger voor andere factoren die het resultaat beïnvloeden.
2. Blindering
Een patiënt en arts zijn hierbij niet op de hoogte van de behandeling die de patiënt
heeft gekregen.
Blindering is niet altijd mogelijk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een operatie.
Daarnaast is soms de behandelaar ook diegene die de uitkomsten beoordeeld.
Hierdoor kan de uitkomst beïnvloed worden, door de sterke overtuiging van het
effect. De uitkomsten kunnen het best beoordeeld worden door geblindeerde
beoordelaars.
2
[Ondertitel van document]
BACHELOR JAAR 1
CSI Q3
,Inhoudsopgave
Clinical trials................................................................................................................................... 2
Medische domein en ............................................................................................................................................................. 4
Kwantitatieve studies .......................................................................................................................................................... 4
Dwarsdoorsnede onderzoek......................................................................................................................................... 5
Case-control onderzoek................................................................................................................................................. 5
Cohortonderzoek ............................................................................................................................................................ 5
Clinical trials ..................................................................................................................................................................... 5
Statistiek ....................................................................................................................................... 8
Betrouwbaarheidsin tervallen ............................................................................................................................................. 8
Betrouwbaarheidsinterval voor 1 proportie .............................................................................................................. 8
Betrouwbaarheidsintervallen voor 2 proporties....................................................................................................... 8
Betrouwbaarheidsintervallen voor 1 gemiddelde .................................................................................................... 8
Betrouwbaarheidsintervallen voor 2 gemiddeldes .................................................................................................. 9
P-waardes .............................................................................................................................................................................. 9
Ethiek ..........................................................................................................................................10
Betrokken filosofen ............................................................................................................................................................10
Autonomie ...........................................................................................................................................................................12
Wilsbekwaamheid ..............................................................................................................................................................13
Formuleblad..................................................................................................................................16
1
, Clinical trials
De keuze over welke opzet voor het onderzoek het meest geschikt is voor een bepaalde
vraagstelling is afhankelijk van de volgende punten:
• Welke kennis moet worden opgedaan?
• Welke determinant wordt onderzocht?
• Hoe snel of hoe vaak treedt de uitkomst op na een bepaalde blootstelling?
• Wat zijn de ethische aspecten?
• Wat zijn de kosten?
Interventie studie: een studie waarbij een bepaalde interventie wordt uitgevoerd bij een
specifieke groep deelnemers. De effecten hiervan worden op bepaalde uitkomstmaten
geobserveerd.
Een interventie studie wordt gebruikt bij het onderzoeken van een meer specifieke
hypothese. Aangezien het beloop van een ziekte niet enkel afhankelijk zijn van de
interventie, maar ook van andere factoren, is het van belang dat de groep waarin de
interventie wordt onderzocht ook te vergelijken met een controlegroep.
• Beide groepen zijn hierbij zoveel mogelijk vergelijkbaar samengesteld wat betreft
hun verwachte ziektebeloop. Hierdoor kunnen de uitkomsten worden toegeschreven
aan de interventie;
• Wanneer beide groepen veel van elkaar verschillen kan er bias optreden, waardoor
er confounding optreedt.
Bias: vertekend resultaat.
Confounding: vermoeilijkte interpretatie van het effect van de interventie door invloeden
van buitenaf.
Een ideale interventie studie voldoet aan de volgende aspecten:
1. Vergelijkbaarheid
Beide groepen die onderzocht worden moeten vergelijkbaar zijn. Er moet dus zo min
mogelijk verschil zijn op het gebied van factoren die van invloed kunnen zijn op de
uitkomst.
Door te randomiseren wordt ervoor gezorgd dat de toewijzing aan een groep
geschiedt op basis van toeval. Hierdoor worden alle factoren die van invloed zijn op
de resultaten gelijk verdeeld over de groepen. Een toewijzing die niet random is,
wordt de studie gevoeliger voor andere factoren die het resultaat beïnvloeden.
2. Blindering
Een patiënt en arts zijn hierbij niet op de hoogte van de behandeling die de patiënt
heeft gekregen.
Blindering is niet altijd mogelijk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een operatie.
Daarnaast is soms de behandelaar ook diegene die de uitkomsten beoordeeld.
Hierdoor kan de uitkomst beïnvloed worden, door de sterke overtuiging van het
effect. De uitkomsten kunnen het best beoordeeld worden door geblindeerde
beoordelaars.
2