Legaliteitsbeginsel
HR 12 april 1897, W1897, 6954 (Muilkorf)
Mag in een APV-bepaling waar een politie jou tot iets kan dwingen (formeel
strafrecht worden vastgelegd. Art 1 Sv bepaalt dat het formele strafrecht
bij de wet moet zijn voorzien dus bij een wet in formele zin. Conclusie 1 Sv
is een formeel wetsbegrip. Strafprocesrecht moet bij wet in formele zin zijn
vastgelegd en dus niet bij lagere wetgeving.
(Niet gekoppeld aan leerstuk) art 1 Sr hoeft niet aan wet in formele zin
en mag ook bij wet in materiele zin. Legaliteit zit dus verankerd in 1 Sr en
Sv maar de reikwijdte is anders. Strafrecht is een stuk breder.
Opzet (willens en wetens)
HR 19 juni 1911, W1911, 9203, m.nt. Simons (Hoornse taart)
Leerstuk wanneer is iets opzet en wanneer is iets culpa: Verdachte wilde
iemand vergiftigen maar het liep anders (iemand anders at van de taart)
kan dat leiden tot opzet ja je wetenschap was dat andere mensen ook
van die taart konden eten en toch heb je het gedaan willens en wetens is
hier aanwezig ook al loopt het anders.
Voorwaardelijke opzet
HR 6 februari 1951, ECLI:NL:HR:1951:2, NJ 1951/475, m.nt. Rölling
(Inrijden op agent)
Leerstuk voorwaardelijke opzet
Iemand wilde doorrijden agent gaf stopteken en de bestuurder negeerde dit
en reed gewoon door. RV: is dit voldoende opzet voor de dood wist hij
en begreep hij het, was er voldoende wetenschap ja want het was een
hoge snelheid en korte afstand de kans dat hij daarbij van het leven wordt
beroofd is hoogstwaarschijnlijk automobilist die deze kans is het leven
roept en aanvaard is voldoende voor opzet want je aanvaard deze kans
door door te rijden.
HR 9 november 1954, ECLI:NL:HR:1954:1, NJ 1955/55, m.nt. Pompe
(Cicero)
Terminologie voorwaardelijke opzet hoe we het nu kennen.
Opzet is willens en wetens bij voorwaardelijke opzet stelt diegene zich
willens en wetens bloot aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen
kans.
, HR 19 februari 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8716, NJ1985/633
(Aanmerkelijke kans)
Uitleg van huidige terminologie voorwaardelijke opzet (cicero). De kans is
aanmerkelijk en met je volle wil heb je dat aanvaard. Hier ging het dus niet
om je volle bewustzijn maar er was een kans en die heb je aanvaard hierin
zit de wil.
Culpa
HR 19 februari 1963, ECLI:NL:HR:1963:2, NJ 1963/512, m.nt. Rölling
(Verpleegster)
Leerstuk Culpa: Verpleegster gaf het verkeerde flesje door de hectiek
waardoor patiënt overleed is dit voldoende verwijt ja want het gaat
om grove onoplettendheid, je had een plicht om op te letten en dit heb je
niet gedaan dus dit valt je te verwijten. (wil ontbreekt hier en daarom culpa)
Verdachte (art 27 Sv) materieel criterium
Hof Amsterdam 3 juni 1977, ECLI:NL:
GHAMS:1877:AB7142, NJ 1978/601 (Hollende kleurling)
Kwam uit richting van het café rennen geen verdachte uit feiten en
omstandigheden
HR 2 februari 1988, ECLI:NL:HR:1988:AB7881, NJ1988/820 (Stormsteeg)
Hele straat stond erom bekend en de verdachte kwam uit de straat rennen
(specifieker dan richting) en rende weg bij zien van agenten wel
verdachte uit feiten en omstandigheden.
HR 29 september 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7336, NJ 1982/258 (Plastic
boodschappentasje)
Bij politie bekende persoon liep met plastic tas in straat op de vraag wat
daarin zat antwoordde hij vier boeken. Op de vraag waar gekocht
antwoordde hij dat hij die net daarvoor had gestolen. Hieruit vloeit niet
noodzakelijk voort dat politie al op het moment van aanspreken een redelijk
vermoeden van schuld in de zin van art 27 lid 1 Sv aanwezig achtte. Pas na
antwoord dat hij de boeken had gestolen werd hij als verdachte in de zin
van art 27 Sv aangemerkt. (feiten en omstandigheden.
HR 12 april 1897, W1897, 6954 (Muilkorf)
Mag in een APV-bepaling waar een politie jou tot iets kan dwingen (formeel
strafrecht worden vastgelegd. Art 1 Sv bepaalt dat het formele strafrecht
bij de wet moet zijn voorzien dus bij een wet in formele zin. Conclusie 1 Sv
is een formeel wetsbegrip. Strafprocesrecht moet bij wet in formele zin zijn
vastgelegd en dus niet bij lagere wetgeving.
(Niet gekoppeld aan leerstuk) art 1 Sr hoeft niet aan wet in formele zin
en mag ook bij wet in materiele zin. Legaliteit zit dus verankerd in 1 Sr en
Sv maar de reikwijdte is anders. Strafrecht is een stuk breder.
Opzet (willens en wetens)
HR 19 juni 1911, W1911, 9203, m.nt. Simons (Hoornse taart)
Leerstuk wanneer is iets opzet en wanneer is iets culpa: Verdachte wilde
iemand vergiftigen maar het liep anders (iemand anders at van de taart)
kan dat leiden tot opzet ja je wetenschap was dat andere mensen ook
van die taart konden eten en toch heb je het gedaan willens en wetens is
hier aanwezig ook al loopt het anders.
Voorwaardelijke opzet
HR 6 februari 1951, ECLI:NL:HR:1951:2, NJ 1951/475, m.nt. Rölling
(Inrijden op agent)
Leerstuk voorwaardelijke opzet
Iemand wilde doorrijden agent gaf stopteken en de bestuurder negeerde dit
en reed gewoon door. RV: is dit voldoende opzet voor de dood wist hij
en begreep hij het, was er voldoende wetenschap ja want het was een
hoge snelheid en korte afstand de kans dat hij daarbij van het leven wordt
beroofd is hoogstwaarschijnlijk automobilist die deze kans is het leven
roept en aanvaard is voldoende voor opzet want je aanvaard deze kans
door door te rijden.
HR 9 november 1954, ECLI:NL:HR:1954:1, NJ 1955/55, m.nt. Pompe
(Cicero)
Terminologie voorwaardelijke opzet hoe we het nu kennen.
Opzet is willens en wetens bij voorwaardelijke opzet stelt diegene zich
willens en wetens bloot aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen
kans.
, HR 19 februari 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8716, NJ1985/633
(Aanmerkelijke kans)
Uitleg van huidige terminologie voorwaardelijke opzet (cicero). De kans is
aanmerkelijk en met je volle wil heb je dat aanvaard. Hier ging het dus niet
om je volle bewustzijn maar er was een kans en die heb je aanvaard hierin
zit de wil.
Culpa
HR 19 februari 1963, ECLI:NL:HR:1963:2, NJ 1963/512, m.nt. Rölling
(Verpleegster)
Leerstuk Culpa: Verpleegster gaf het verkeerde flesje door de hectiek
waardoor patiënt overleed is dit voldoende verwijt ja want het gaat
om grove onoplettendheid, je had een plicht om op te letten en dit heb je
niet gedaan dus dit valt je te verwijten. (wil ontbreekt hier en daarom culpa)
Verdachte (art 27 Sv) materieel criterium
Hof Amsterdam 3 juni 1977, ECLI:NL:
GHAMS:1877:AB7142, NJ 1978/601 (Hollende kleurling)
Kwam uit richting van het café rennen geen verdachte uit feiten en
omstandigheden
HR 2 februari 1988, ECLI:NL:HR:1988:AB7881, NJ1988/820 (Stormsteeg)
Hele straat stond erom bekend en de verdachte kwam uit de straat rennen
(specifieker dan richting) en rende weg bij zien van agenten wel
verdachte uit feiten en omstandigheden.
HR 29 september 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7336, NJ 1982/258 (Plastic
boodschappentasje)
Bij politie bekende persoon liep met plastic tas in straat op de vraag wat
daarin zat antwoordde hij vier boeken. Op de vraag waar gekocht
antwoordde hij dat hij die net daarvoor had gestolen. Hieruit vloeit niet
noodzakelijk voort dat politie al op het moment van aanspreken een redelijk
vermoeden van schuld in de zin van art 27 lid 1 Sv aanwezig achtte. Pas na
antwoord dat hij de boeken had gestolen werd hij als verdachte in de zin
van art 27 Sv aangemerkt. (feiten en omstandigheden.