Psychologie hoorcollege week 4 hoofdstuk 4 en 5
Het geheugen van de mens is een informatiesysteem dat constructief werkt om informatie te
coderen, op te slaan en weer terug te halen
Dus: 3 essentiële functies,
Cognitief psychologen zien het menselijk geheugen als een informatieverwerkingssysteem
dat informatie interpreteert, vertekent en reconstrueert.
Denk aan getuigen verklaringen bij de politie!
Volgens psychologen werkt het geheugen het nauwkeurigst als aan de volgende voorwaarden
voldaan is:
- Aandacht
- Interesse ( wanneer je interesse in iets hebt is het makkelijker iets te onthouden)
- Emotie ( emotionele gebeurtenissen zijn makkelijker te onthouden)
- Aansluiten ervaringen ( wanneer je je ervaring kan koppelen is het makkelijker om de
geheugen sporen te maken)
- Repeteren ( herhalen zorgt ervoor dat je meer onthoud
Hoe vormen we herinneringen:
1. Sensorisch geheugen
2. Werkgeheugen/kort termijn geheugen (ktm)
3. Langetermijngeheugen (ltm)
Geheugenstadia
- Elk van de 3 geheugenstadia codeert en legt herinneringen op een andere manier vast, maar
samen zorgen ze ervoor dat een sensorische ervaring wordt omgezet in een blijvend
geheugenspoor met een bepaald patroon of een bepaalde betekenis.
1. Sensorisch geheugen
Visueel, auditief, tactiel, olfactorisch, smaak
Metafoor: vuurpijl vervagende sterrenregen op oudejaarsavond
Snel verval van informatie
Iconisch geheugen beelden
Echoisch geheugen geluiden
2. Werkgeheugen (KTM)
Bewuste verwerking
Tijdelijk ( je moet er tijd in steken en energie anders verdwijnt het weer)
Beperkte tijd ( na 20 of 30 seconden is het weg tot je er wat aan gaat doen)
Beperkte capaciteit
Chunking ( samenvoegen van informatie om het makkelijker te onthouden)
10121970 10 12 1970
Repeteren
Verwerken interactie met het (LTM)
- Declaratief geheugen = wat doe je allemaal
- Procedureel geheugen hoe doe je iets
, - Episodisch geheugen= is een soort dagboek zitten herinneringen aan die jij hebt
meegemaakt
- Semantisch geheugen = taal, feiten, kennis, schema’s
- Episodische buffer = zorgt ervoor dat stukjes aan elkaar worden gemaakt
- Semantische buffer= woordbetekenis alle woorden die je al begrijpt zitten in deze buffer
- Akoestische codering: De fonologisch lus
3. Langetermijngeheugen
Declaratief geheugen en procedureel geheugen.
Herinneringen ophalen:
Impliciete/expliciete herinneringen
- ( Expliciet is bewust dit is informatie die ik eigenlijk moet weten.)
- ( Impliciet is onbewust iets wat je weet. De deuren beneden zijn blauw. Niemand gaat
beneden bij de deuren staan en denkt die zijn blauw dat moet ik onthouden. Dat weet je
gewoon uit je herinneringen)
Herrineringscues ( zoektermen)
- Hoe ga je zoeken in je hersenen naar het goede antwoord.
Priming ( onbewuste cues)
- Iets binnen het geheugensysteem kunnen we eerder omhoog halen als iets anders
- Licht ook aan wat je van te voren denkt. Als je ontbijt ziet dan zul je bij k _ _ s kaas invullen in
je hoofd. Maar laat je mannen zien dan zul je misschien van k _ _ s kees maken
De 7 zonden van ons geheugen
Het geheugen van de mens is een informatiesysteem dat constructief werkt om informatie te
coderen, op te slaan en weer terug te halen
Dus: 3 essentiële functies,
Cognitief psychologen zien het menselijk geheugen als een informatieverwerkingssysteem
dat informatie interpreteert, vertekent en reconstrueert.
Denk aan getuigen verklaringen bij de politie!
Volgens psychologen werkt het geheugen het nauwkeurigst als aan de volgende voorwaarden
voldaan is:
- Aandacht
- Interesse ( wanneer je interesse in iets hebt is het makkelijker iets te onthouden)
- Emotie ( emotionele gebeurtenissen zijn makkelijker te onthouden)
- Aansluiten ervaringen ( wanneer je je ervaring kan koppelen is het makkelijker om de
geheugen sporen te maken)
- Repeteren ( herhalen zorgt ervoor dat je meer onthoud
Hoe vormen we herinneringen:
1. Sensorisch geheugen
2. Werkgeheugen/kort termijn geheugen (ktm)
3. Langetermijngeheugen (ltm)
Geheugenstadia
- Elk van de 3 geheugenstadia codeert en legt herinneringen op een andere manier vast, maar
samen zorgen ze ervoor dat een sensorische ervaring wordt omgezet in een blijvend
geheugenspoor met een bepaald patroon of een bepaalde betekenis.
1. Sensorisch geheugen
Visueel, auditief, tactiel, olfactorisch, smaak
Metafoor: vuurpijl vervagende sterrenregen op oudejaarsavond
Snel verval van informatie
Iconisch geheugen beelden
Echoisch geheugen geluiden
2. Werkgeheugen (KTM)
Bewuste verwerking
Tijdelijk ( je moet er tijd in steken en energie anders verdwijnt het weer)
Beperkte tijd ( na 20 of 30 seconden is het weg tot je er wat aan gaat doen)
Beperkte capaciteit
Chunking ( samenvoegen van informatie om het makkelijker te onthouden)
10121970 10 12 1970
Repeteren
Verwerken interactie met het (LTM)
- Declaratief geheugen = wat doe je allemaal
- Procedureel geheugen hoe doe je iets
, - Episodisch geheugen= is een soort dagboek zitten herinneringen aan die jij hebt
meegemaakt
- Semantisch geheugen = taal, feiten, kennis, schema’s
- Episodische buffer = zorgt ervoor dat stukjes aan elkaar worden gemaakt
- Semantische buffer= woordbetekenis alle woorden die je al begrijpt zitten in deze buffer
- Akoestische codering: De fonologisch lus
3. Langetermijngeheugen
Declaratief geheugen en procedureel geheugen.
Herinneringen ophalen:
Impliciete/expliciete herinneringen
- ( Expliciet is bewust dit is informatie die ik eigenlijk moet weten.)
- ( Impliciet is onbewust iets wat je weet. De deuren beneden zijn blauw. Niemand gaat
beneden bij de deuren staan en denkt die zijn blauw dat moet ik onthouden. Dat weet je
gewoon uit je herinneringen)
Herrineringscues ( zoektermen)
- Hoe ga je zoeken in je hersenen naar het goede antwoord.
Priming ( onbewuste cues)
- Iets binnen het geheugensysteem kunnen we eerder omhoog halen als iets anders
- Licht ook aan wat je van te voren denkt. Als je ontbijt ziet dan zul je bij k _ _ s kaas invullen in
je hoofd. Maar laat je mannen zien dan zul je misschien van k _ _ s kees maken
De 7 zonden van ons geheugen