blz 79 tot 104
, Blz 81
Bij de eerstetaalverwerving horen de theorieën van: Het behaviorisme, het nativisme, de interactionele
benadering en nieuw onderzoek;
Bij de tweedetaalverwerving horen de theorieën van: de interferentie theorie, de universalistische theorie, de
interactionele benadering en tweetalige opvoeding;
Bij de eerste taalverwerving gaat het om de verwerving van de moedertaal. Bij deze verwerving horen de
ideeën van het behaviorisme, het behaviorisme gaat uit van het idee dat kinderen bij hun geboorte een
blanco blad zijn dat in de loop van het leven gevuld moet worden, vooral door te leren van rolmodellen zoals
ouders etc.
Behaviorisme
Tot in de jaren van 1960 leerden kinderen een taal door de klanken van volwassenen te imiteren. Het idee
hierachter was dat kinderen imiteren wat volwassenen zeggen en volwassenen reageren hier vervolgens
positief op. Kinderen ontvangen dus een prikkel van hun omgeving en als ze daarop goed reageren, worden
ze beloond. Deze theorie heet het behaviorisme, volgens het behaviorisme verloopt taalverwerving dus via
imitatie, positieve feedback en conditionering.
Blz 82
Het nativisme is de opvatting dat de menselijke geest over aangeboren kennis en vermogen beschikt
waardoor kinderen bijvoorbeeld in staat zijn om zelf de structuur van een taal te doorgronden. Alleen maar
imitatie als verklaring voor het taalgedrag is te simpel gebleken. We zien immers dat praktisch alle kinderen
tijdens bepaalde fasen van hun taalverwerving fouten maken. Als ze alleen maar zouden imiteren zouden ze
niet de fout maken; Hij loopte en Popje heeft geloopt.
Blz 83
Kinderen worden volgens Noam Chomsky (1965) geboren met een taal leer vermogen dat hen in staat stelt
elke taal te leren waarmee ze in contact komen. Daarnaast gaat hij ervan uit dat kinderen over een
aangeboren grammatica beschikken. Hij heeft een nativistische benadering: het gaat om een eigenschap die
kinderen bij de geboorte meekrijgen. Deze benadering zet het eigen taal leervermogen van kinderen
centraal. Kinderen kunnen met behulp van hun taal leer vermogen regels construeren waarmee ze zelf
nieuwe zinnen kunnen maken. Deze zelfgemaakte zinnen zijn geen letterlijke imitaties, want kinderen
bedenken de zinnen zelf en ze doen dat vanuit regels die voortkomen uit hun taal leervermogen. Volgens
Chomsky is iedere taalgebruiker creatief: hij maakt nieuwe zinnen vanuit zijn eigen creatieve vermogen.
Daarom wordt deze benadering ook wel de creatieve constructie theorie genoemd. Chomsky legde sterke
nadruk op datgene wat zich afspeelt in het hoofd van de taalgebruiker en besteedde minder aandacht aan de
gebonden taal.