Scheikunde - Organisch boekje
Aardolie
Aardolie bestaat uit verschillende koolwaterstoffen (verbindingen met koolstof- en
waterstofatomen). Deze verschillende stoffen hebben hun eigen molecuulformule en dus ook
hun eigen stofeigenschappen:
➔ Bijv kookpunt. Hoe groter de massa van het molecuul, hoe hoger het kookpunt.
In aardolie zitten stoffen waarvan de moleculen niet veel van elkaar
verschillen, en dus de stofeigenschappen ook niet.
Bij destillatie van aardolie wordt het mengsel gescheiden in fracties →
groepen van koolwaterstoffen waarvan de moleculen
ong even groot zijn.
Om deze fracties te onderscheiden, kijkt men naar het
aantal koolstofatomen dat er in het molecuul zit —--->
—--------------------------------------------------
Alkanen
Alkanen zijn de eenvoudigste van alle koolwaterstoffen.
➢ De moleculen van alle alkanen bestaan uit ketens van koolstofatomen die met
atoombindingen aan elkaar zitten.
➢ Ieder koolstofatoom maakt 4 bindingen
➢ Bij het tekenen van een structuurformule begin je met
het koolstofskelet. De overgebleven ‘bindingsplaatsen’
van de koolstofatomen vul je op met waterstofatomen.
Algemene formule alkanen: CnH2n+2 (n = aantal C-atomen)
—---------------------------------------------------------
Zijgroepen
Vaak zitten er naast waterstofatomen ook zijgroepen en aftakkingen aan een keten van
koolstofatomen. Deze zijgroepen moet je weten:
● CH3: methyl
● C2H5: ethyl
● Cl: chloor
● Br: broom
● F: fluor
● I: jood
Vb —------>
—------------------------------------------------------------------------------------------
Isomeren
Als twee of meer stoffen dezelfde molecuulformule hebben, maar een andere structuurformule,
zijn deze moleculen isomeer met elkaar.
Aardolie
Aardolie bestaat uit verschillende koolwaterstoffen (verbindingen met koolstof- en
waterstofatomen). Deze verschillende stoffen hebben hun eigen molecuulformule en dus ook
hun eigen stofeigenschappen:
➔ Bijv kookpunt. Hoe groter de massa van het molecuul, hoe hoger het kookpunt.
In aardolie zitten stoffen waarvan de moleculen niet veel van elkaar
verschillen, en dus de stofeigenschappen ook niet.
Bij destillatie van aardolie wordt het mengsel gescheiden in fracties →
groepen van koolwaterstoffen waarvan de moleculen
ong even groot zijn.
Om deze fracties te onderscheiden, kijkt men naar het
aantal koolstofatomen dat er in het molecuul zit —--->
—--------------------------------------------------
Alkanen
Alkanen zijn de eenvoudigste van alle koolwaterstoffen.
➢ De moleculen van alle alkanen bestaan uit ketens van koolstofatomen die met
atoombindingen aan elkaar zitten.
➢ Ieder koolstofatoom maakt 4 bindingen
➢ Bij het tekenen van een structuurformule begin je met
het koolstofskelet. De overgebleven ‘bindingsplaatsen’
van de koolstofatomen vul je op met waterstofatomen.
Algemene formule alkanen: CnH2n+2 (n = aantal C-atomen)
—---------------------------------------------------------
Zijgroepen
Vaak zitten er naast waterstofatomen ook zijgroepen en aftakkingen aan een keten van
koolstofatomen. Deze zijgroepen moet je weten:
● CH3: methyl
● C2H5: ethyl
● Cl: chloor
● Br: broom
● F: fluor
● I: jood
Vb —------>
—------------------------------------------------------------------------------------------
Isomeren
Als twee of meer stoffen dezelfde molecuulformule hebben, maar een andere structuurformule,
zijn deze moleculen isomeer met elkaar.