Bouwstenen van het Leven – Periode 1
Module 1: Elements & energie
1.1 Some relevant elements
Leerdoelen:
Dat en waarom cellen opgebouwd zijn uit een verschillend paar atomen.
Hoe atomen zich combineren en zich zo vormen tot moleculen.
Wat gebeurt in redox en protonatie / deprotonatie reacties.
- Hoeveelheid elektronen in een atoom bepaalt de eigenschappen ervan.
- Atomen streven ernaar dat de buitenste schil vol zit met elektronen. elektronen afstaan of
opnemen van andere atomen die elektronen kunnen opnemen of afstaan.
o Elektronen delen: maakt van de atomen een molecuul. : chemische binding.
(covalente binding).
o Datgene tussen + en – noem je géén binding, maar interactie.
- Elektron negativiteit: atomen kunnen meer of minder aangetrokken zijn om elektronen te delen
in een covalente binding.
o De gevolgen als een heel negatief atoom met een minder negatief atoom een binding
aangaat: polaire binding.
- Carbon heeft een unieke rol in de cel, omdat het sterke covalente bindingen kan vormen met
andere carbon atomen.
- Waterpolariteit: cruciaal aspect van het leven: allerlei stoffen kunnen dan een
chemische reactie vormen doordat het in oplossing kan gaan.
- pH= - log (H3O+) & (H3O+)= 10 – pH
- Redoxproces werkt met elektronen
o Geoxideerd heeft elektronen verloren (Fe2+ Fe3+ + e- )
o Gereduceerd heeft elektronen opgenomen (Fe3+ + e- Fe2+ )
1.2 Energy
Leerdoelen:
Wat een toestandsfunctie is en wat vrije energie, entropie en enthalpie betekent.
De eerste en tweede wet van thermodynamica.
Hoe veranderingen in vrije energie de veranderingen in de reacties regelen.
- Wat is energie?: Energie is een basis hoeveelheid dat elk systeem bezit.
o Hierdoor kunnen wij voorspellen hoeveel werk het system kan verrichten of hoeveel
warmte het kan produceren.
o Energie is gemeten in Joule (J, 1000 J = 1 kJ)
- Elektronen gaan van een plek met veel potentiaal naar een plek met weinig potentiaal.
Module 1: Elements & energie
1.1 Some relevant elements
Leerdoelen:
Dat en waarom cellen opgebouwd zijn uit een verschillend paar atomen.
Hoe atomen zich combineren en zich zo vormen tot moleculen.
Wat gebeurt in redox en protonatie / deprotonatie reacties.
- Hoeveelheid elektronen in een atoom bepaalt de eigenschappen ervan.
- Atomen streven ernaar dat de buitenste schil vol zit met elektronen. elektronen afstaan of
opnemen van andere atomen die elektronen kunnen opnemen of afstaan.
o Elektronen delen: maakt van de atomen een molecuul. : chemische binding.
(covalente binding).
o Datgene tussen + en – noem je géén binding, maar interactie.
- Elektron negativiteit: atomen kunnen meer of minder aangetrokken zijn om elektronen te delen
in een covalente binding.
o De gevolgen als een heel negatief atoom met een minder negatief atoom een binding
aangaat: polaire binding.
- Carbon heeft een unieke rol in de cel, omdat het sterke covalente bindingen kan vormen met
andere carbon atomen.
- Waterpolariteit: cruciaal aspect van het leven: allerlei stoffen kunnen dan een
chemische reactie vormen doordat het in oplossing kan gaan.
- pH= - log (H3O+) & (H3O+)= 10 – pH
- Redoxproces werkt met elektronen
o Geoxideerd heeft elektronen verloren (Fe2+ Fe3+ + e- )
o Gereduceerd heeft elektronen opgenomen (Fe3+ + e- Fe2+ )
1.2 Energy
Leerdoelen:
Wat een toestandsfunctie is en wat vrije energie, entropie en enthalpie betekent.
De eerste en tweede wet van thermodynamica.
Hoe veranderingen in vrije energie de veranderingen in de reacties regelen.
- Wat is energie?: Energie is een basis hoeveelheid dat elk systeem bezit.
o Hierdoor kunnen wij voorspellen hoeveel werk het system kan verrichten of hoeveel
warmte het kan produceren.
o Energie is gemeten in Joule (J, 1000 J = 1 kJ)
- Elektronen gaan van een plek met veel potentiaal naar een plek met weinig potentiaal.