20ste Eeuw, Nederlandse Literatuur
Historische context
Tot ca. 1880 bestaat de literatuur vooral uit moralistische boodschappen, maar er kwam in 1880
een beweging van de tachtigers. De literatuur moet autonoom worden ( op zichzelf staand ) en
geen moralen boodschappen meer. Hun principes waren als volgt :
1. De vorm en inhoud moet een zijn, l’art pour l’art. Zo kwam er afkeer tegen simpele
boodschappen in hoogdravend taalgebruik.
2. Literatuur moet een persoonlijke uiting zijn met veel beeldspraak om gevoelens te uiten
= stemmingskunst.
Het tijdschrift De Nieuwe Gids was een blad waarin gericht werd op kenners en gene
massapubliek en ging het om vernieuwing.
Deze periode word ook wel de Fin de siècle genoemd, gedurende deze periode is er een
dubieuze spanning tussen : 1. Voldaan gevoel over alles wat bereikt is. 2. Angst voor het
onbekende, de nieuwe eeuw. De Eerste Wereldoorlog zorgde voor de ontreddering met de
opkomt van totalitaire staten en antidemocratische regimes ( Rusland, Duitsland, Spanje en Italië
). Het gevolg was een economische crisis door de massaproductie en later de Tweede
Wereldoorlog. Tijdens de Interbellum was er een strijd tussen traditie en vernieuwing.
Na WO1 was men geschokt en werd gedacht dat de vooruitgang in de cultuur onterecht was. Dit
werd ook wel de cultuurkritiek genoemd, deze was vooral bang voor de massa en verlangde naar
de individualiteit. Onder de meeste schrijvers leefde deze gedachten gang en daarmee dus ook
de afwijzing van de massacultuur.
Sigmund Freud stelde een mensbeeld op waarmee hij beweerde dat de menselijke gedrag over
het algemeen bepaald wordt door het onbewuste. Deze opvatting ondermijnde de burgerij met
hun normen en waarden, daarom was het moeilijk deze te accepteren dat mensen werden
gedreven door lust.
Literaire kenmerken
Gedurende deze tijd waren er twee typen schrijvers :
1. Publieksschrijvers : realistische romans gericht op de massa, bestsellers.
2. Eliteschrijvers : voelde zich verheven boven de massa, zelfreflectie, onzekerheid en
twijfel in de literatuur.
Zo werd er voortgeborduurd op de romantiek en kwamen de voorlopers van het modernisme
die wilde afbreken van de tradities uit de 19de eeuw.
Slauerhoff en Van Schendel behouden tijdens de Interbellum de romantische elementen => Neo-
romantiek. Zij wilde vluchten naar oorden en hadden onvrede met de werkelijkheid.
Paul van Ostaijen en Hendrik Marsman experimenteren met talige middelen.
- Literaire tekst moet op zichzelf kunnen staan, en geen weergave van individueel gevoel
- Experimenteren met klank, ritme en betekenis ( traditionele beeldspraak weg ).
Historische context
Tot ca. 1880 bestaat de literatuur vooral uit moralistische boodschappen, maar er kwam in 1880
een beweging van de tachtigers. De literatuur moet autonoom worden ( op zichzelf staand ) en
geen moralen boodschappen meer. Hun principes waren als volgt :
1. De vorm en inhoud moet een zijn, l’art pour l’art. Zo kwam er afkeer tegen simpele
boodschappen in hoogdravend taalgebruik.
2. Literatuur moet een persoonlijke uiting zijn met veel beeldspraak om gevoelens te uiten
= stemmingskunst.
Het tijdschrift De Nieuwe Gids was een blad waarin gericht werd op kenners en gene
massapubliek en ging het om vernieuwing.
Deze periode word ook wel de Fin de siècle genoemd, gedurende deze periode is er een
dubieuze spanning tussen : 1. Voldaan gevoel over alles wat bereikt is. 2. Angst voor het
onbekende, de nieuwe eeuw. De Eerste Wereldoorlog zorgde voor de ontreddering met de
opkomt van totalitaire staten en antidemocratische regimes ( Rusland, Duitsland, Spanje en Italië
). Het gevolg was een economische crisis door de massaproductie en later de Tweede
Wereldoorlog. Tijdens de Interbellum was er een strijd tussen traditie en vernieuwing.
Na WO1 was men geschokt en werd gedacht dat de vooruitgang in de cultuur onterecht was. Dit
werd ook wel de cultuurkritiek genoemd, deze was vooral bang voor de massa en verlangde naar
de individualiteit. Onder de meeste schrijvers leefde deze gedachten gang en daarmee dus ook
de afwijzing van de massacultuur.
Sigmund Freud stelde een mensbeeld op waarmee hij beweerde dat de menselijke gedrag over
het algemeen bepaald wordt door het onbewuste. Deze opvatting ondermijnde de burgerij met
hun normen en waarden, daarom was het moeilijk deze te accepteren dat mensen werden
gedreven door lust.
Literaire kenmerken
Gedurende deze tijd waren er twee typen schrijvers :
1. Publieksschrijvers : realistische romans gericht op de massa, bestsellers.
2. Eliteschrijvers : voelde zich verheven boven de massa, zelfreflectie, onzekerheid en
twijfel in de literatuur.
Zo werd er voortgeborduurd op de romantiek en kwamen de voorlopers van het modernisme
die wilde afbreken van de tradities uit de 19de eeuw.
Slauerhoff en Van Schendel behouden tijdens de Interbellum de romantische elementen => Neo-
romantiek. Zij wilde vluchten naar oorden en hadden onvrede met de werkelijkheid.
Paul van Ostaijen en Hendrik Marsman experimenteren met talige middelen.
- Literaire tekst moet op zichzelf kunnen staan, en geen weergave van individueel gevoel
- Experimenteren met klank, ritme en betekenis ( traditionele beeldspraak weg ).