IPabo jaar 2 samenvatting Nederlands BT3
Taal & Didactiek- aanvankelijk en technisch lezen
Hoofdstuk 2
Niveaus
Visueel niveau (belangrijkst)
Speciale kenmerken letters/woorden
Frequentie van een woord
Combinatie van letters -> info
Beginfase lezen: kinderen maken het meest gebruik van informatie
afzonderlijke letters -> daarna: clusters letters.
Alfabetisch schriftsysteem: Elke spraakklank is een teken. De
meest efficiënte manier om gesproken taal weer te geven.
Fonemen: Betekenis onderscheidende spraakklanken.
In de Nederlandse taal:
36 fonemen (klanken) + 36 basisgrafemen + 26 letters
Grafeem: letter/lettercombinatie die een foneem weergeeft.
Klankzuivere woorden: de koppeling van een foneem-grafeem is
eenduidig. VB: aap, vis.
Morfologisch niveau
De manier waarop een woord is opgebouwd.
Stukjes als: be-, ge-, -lijk.
Semantisch niveau
Betrekken betekenis van een woord.
Syntactisch niveau
Relaties woorden/woordgroepen/zinnen -> de volgende van woorden
in een zin zijn bepalend voor de betekenis.
Leesmodellen
Bottum-up-model
Waarneming visueel niveau (letters herkennen -> bekijken opbouw
woorden/woordgroepen -> begrijpen betekenis zin)
Geen goede verklaring: zinnen lezen sneller dan woorden -> zin =
gebruik context. Woord voor woord lezen.
Top-down-model
Het waarnemen van afzonderlijke letters/zinnen is beinvloed door de
verwachting op grond van kennis, taal en werkelijkheid.
Lezen is in dit model een proces van voorspellen, selecteren en
toetsen.
De lezer kijkt globaal naar de tekst en maakt weinig gebruik van
informatie op visueel niveau.
1
, Interactiemodel
Een afwisseling tussen voorspellend en woord-voor-woord lezen.
Een wisselwerking tussen visuele informatie en kennis over taal.
Fonologisch coherentiemodel
Het geheugen werkt bij het leren lezen.
Lezen = in de hersenen drie knopen waar informatie ligt opgeslagen:
1. Foneemknopen -> kennis spraakklanken
2. Letterknopen -> kennis letters
3. Semantische knopen -> betekenis woorden
Lezen is een uitwisseling van informatie tussen deze drie knopen.
Leesstrategieën
De elementaire leeshandeling (visueel)
Stap 1: van links naar rechts fonemen en grafemen koppelen
(hakken-plakken)
Stap 2: auditieve synthese
Stap 3: betekenis geven
Elementaire leeshandeling is van belang in de beginfase van
leesonderwijs, want het laat kinderen inzien dat fonemen en
fonemen aan elkaar gekoppeld zijn.
Lezen met behulp van clusters/spellingspatronen
Cluster: combinatie van medeklinkers. VB: str, spr.
Spellingpatroon: combinatie van klinkers + medeklinker. VB: ak, op.
Vaste combinaties: aai, ooi, oei, eeuw
Deze manier van lezen is een goede manier om niet-klankzuivere
woorden te herkennen. Ook wel: indirecte woordherkenning via
visuele synthese.
Je kunt dit bevorderen d.m.v. wisselrijtjes: huis, muis, ruis.
Lezen door middel van visuele woordvorm/directe
woordherkenning
Naïef/globaal lezen: woord -> directe klankvorm -> geen verdere
analyse nodig -> snel/efficiënt lezen.
Deze manier is alleen bruikbaar in de beginfase van het
leesonderwijs, want het gaat voorbij aan het grondprincipe “elke
spraakklank is een apart teken”.
Lezen met behulp van morfologische analyse
Gebruik maken van kennis in de opbouw van woorden.
Morfeem: wanneer een letter(letters) een betekenis hebben.
Lezen met behulp van de context
Bij het lezen van een zin maken we gebruik van de kennis over de
syntactische structuur van een zin (volgorde van woorden).
Een goede strategie voor begrijpend lezen.
Beginfase: leerlingen zijn niet flexibel, hanteren vooral nog de
elementaire leeshandeling -> basisstrategie.
Spellende lezer: leerlingen die nog een grote moeite hebben met het
direct herkennen van woorden, houden nog lang vast aan de
2
Taal & Didactiek- aanvankelijk en technisch lezen
Hoofdstuk 2
Niveaus
Visueel niveau (belangrijkst)
Speciale kenmerken letters/woorden
Frequentie van een woord
Combinatie van letters -> info
Beginfase lezen: kinderen maken het meest gebruik van informatie
afzonderlijke letters -> daarna: clusters letters.
Alfabetisch schriftsysteem: Elke spraakklank is een teken. De
meest efficiënte manier om gesproken taal weer te geven.
Fonemen: Betekenis onderscheidende spraakklanken.
In de Nederlandse taal:
36 fonemen (klanken) + 36 basisgrafemen + 26 letters
Grafeem: letter/lettercombinatie die een foneem weergeeft.
Klankzuivere woorden: de koppeling van een foneem-grafeem is
eenduidig. VB: aap, vis.
Morfologisch niveau
De manier waarop een woord is opgebouwd.
Stukjes als: be-, ge-, -lijk.
Semantisch niveau
Betrekken betekenis van een woord.
Syntactisch niveau
Relaties woorden/woordgroepen/zinnen -> de volgende van woorden
in een zin zijn bepalend voor de betekenis.
Leesmodellen
Bottum-up-model
Waarneming visueel niveau (letters herkennen -> bekijken opbouw
woorden/woordgroepen -> begrijpen betekenis zin)
Geen goede verklaring: zinnen lezen sneller dan woorden -> zin =
gebruik context. Woord voor woord lezen.
Top-down-model
Het waarnemen van afzonderlijke letters/zinnen is beinvloed door de
verwachting op grond van kennis, taal en werkelijkheid.
Lezen is in dit model een proces van voorspellen, selecteren en
toetsen.
De lezer kijkt globaal naar de tekst en maakt weinig gebruik van
informatie op visueel niveau.
1
, Interactiemodel
Een afwisseling tussen voorspellend en woord-voor-woord lezen.
Een wisselwerking tussen visuele informatie en kennis over taal.
Fonologisch coherentiemodel
Het geheugen werkt bij het leren lezen.
Lezen = in de hersenen drie knopen waar informatie ligt opgeslagen:
1. Foneemknopen -> kennis spraakklanken
2. Letterknopen -> kennis letters
3. Semantische knopen -> betekenis woorden
Lezen is een uitwisseling van informatie tussen deze drie knopen.
Leesstrategieën
De elementaire leeshandeling (visueel)
Stap 1: van links naar rechts fonemen en grafemen koppelen
(hakken-plakken)
Stap 2: auditieve synthese
Stap 3: betekenis geven
Elementaire leeshandeling is van belang in de beginfase van
leesonderwijs, want het laat kinderen inzien dat fonemen en
fonemen aan elkaar gekoppeld zijn.
Lezen met behulp van clusters/spellingspatronen
Cluster: combinatie van medeklinkers. VB: str, spr.
Spellingpatroon: combinatie van klinkers + medeklinker. VB: ak, op.
Vaste combinaties: aai, ooi, oei, eeuw
Deze manier van lezen is een goede manier om niet-klankzuivere
woorden te herkennen. Ook wel: indirecte woordherkenning via
visuele synthese.
Je kunt dit bevorderen d.m.v. wisselrijtjes: huis, muis, ruis.
Lezen door middel van visuele woordvorm/directe
woordherkenning
Naïef/globaal lezen: woord -> directe klankvorm -> geen verdere
analyse nodig -> snel/efficiënt lezen.
Deze manier is alleen bruikbaar in de beginfase van het
leesonderwijs, want het gaat voorbij aan het grondprincipe “elke
spraakklank is een apart teken”.
Lezen met behulp van morfologische analyse
Gebruik maken van kennis in de opbouw van woorden.
Morfeem: wanneer een letter(letters) een betekenis hebben.
Lezen met behulp van de context
Bij het lezen van een zin maken we gebruik van de kennis over de
syntactische structuur van een zin (volgorde van woorden).
Een goede strategie voor begrijpend lezen.
Beginfase: leerlingen zijn niet flexibel, hanteren vooral nog de
elementaire leeshandeling -> basisstrategie.
Spellende lezer: leerlingen die nog een grote moeite hebben met het
direct herkennen van woorden, houden nog lang vast aan de
2