Samenvatting examen.
Managementlagen:
Strategisch management: 5-10 jaar, lang termijn, regelt hele organisatie,
beslissen wat er word ingezet om doelen te bereiken, maken belangrijkste
beslissingen.
Tactisch management: 1-5 jaar, middellange termijn, monitort en stuurt bij,
formuleert doelstellingen, vertaalt strategie en beleid naar werkvloer.
Operationeel management: nu-1 jaar, regelt dagelijkse planning, dagelijkse
werkflow, beheerd voorraden, voert strategie en beleid uit.
SMART:
Specifiek: duidelijk en concreet. Meetbaar: nulmeting. Aanvaardbaar:
medewerkers moeten erachter staan. Realistisch: haalbaar. Tijdsgebonden: start
en eind datum.
PDCA-cyclus:
Cyclus waarmee je activiteiten plant, controleert en bijstuurt. Kan op alle niveaus
worden toegepast en wordt de hele tijd doorlopen/gebruikt.
Plan: plan maken. (operationeel doel waarmee strategische doelen worden
omgezet in actie) Do: plan uitvoeren. (verdelen over het team of individueel een
taak aan een medewerker geven.) Check: voortgang controleren. Act:
bijsturen/aanpassen waar en indien nodig.
PDCA cyclus kan taakgericht ingezet worden: 1 wat moeten zij doen, 2 laat ze
aan de slag gaan 3 tijdens het werk evalueer je regelmatig, 4 samen maak je
afspraken over hoe bijstellen.
PDCA cyclus kan teamgericht ingezet worden: 1 hoe gaan jullie samenwerken, 2
aan de slag met taken, 3 evalueer regelmatig, 4 afspraken om samenwerking te
verbeteren.
Personeelsplan:
Overzicht van het aantal en soort mensen die ene organisatie nodig heeft.
Kwalitatief: gewenste en verwachte kwaliteiten. Kwantitatief: hoeveelheid.
Uitgaan van: vraag naar arbeid meer, aanbod van arbeid meer of de fit dit is als
het gelijk is oftewel passend.
Onderdelen: uitgangpunten plan (basis, soort bedrijf), bezettingsprognose
(hoeveel nodig), personeelsbezetting (verzuim, gaten), instroombeleid
(vacatures, uitzendkracht), doorstroombeleid (doorgroeien, trainingen),
uitstroombeleid (senioren, stimuleren vertrek, opleiding aanbieden om elders te
werken), bepalen financiële plaatje (omzet per fte, verwachting budget, huidige
personeelskosten en arbeidsproductiviteit).
Managementlagen:
Strategisch management: 5-10 jaar, lang termijn, regelt hele organisatie,
beslissen wat er word ingezet om doelen te bereiken, maken belangrijkste
beslissingen.
Tactisch management: 1-5 jaar, middellange termijn, monitort en stuurt bij,
formuleert doelstellingen, vertaalt strategie en beleid naar werkvloer.
Operationeel management: nu-1 jaar, regelt dagelijkse planning, dagelijkse
werkflow, beheerd voorraden, voert strategie en beleid uit.
SMART:
Specifiek: duidelijk en concreet. Meetbaar: nulmeting. Aanvaardbaar:
medewerkers moeten erachter staan. Realistisch: haalbaar. Tijdsgebonden: start
en eind datum.
PDCA-cyclus:
Cyclus waarmee je activiteiten plant, controleert en bijstuurt. Kan op alle niveaus
worden toegepast en wordt de hele tijd doorlopen/gebruikt.
Plan: plan maken. (operationeel doel waarmee strategische doelen worden
omgezet in actie) Do: plan uitvoeren. (verdelen over het team of individueel een
taak aan een medewerker geven.) Check: voortgang controleren. Act:
bijsturen/aanpassen waar en indien nodig.
PDCA cyclus kan taakgericht ingezet worden: 1 wat moeten zij doen, 2 laat ze
aan de slag gaan 3 tijdens het werk evalueer je regelmatig, 4 samen maak je
afspraken over hoe bijstellen.
PDCA cyclus kan teamgericht ingezet worden: 1 hoe gaan jullie samenwerken, 2
aan de slag met taken, 3 evalueer regelmatig, 4 afspraken om samenwerking te
verbeteren.
Personeelsplan:
Overzicht van het aantal en soort mensen die ene organisatie nodig heeft.
Kwalitatief: gewenste en verwachte kwaliteiten. Kwantitatief: hoeveelheid.
Uitgaan van: vraag naar arbeid meer, aanbod van arbeid meer of de fit dit is als
het gelijk is oftewel passend.
Onderdelen: uitgangpunten plan (basis, soort bedrijf), bezettingsprognose
(hoeveel nodig), personeelsbezetting (verzuim, gaten), instroombeleid
(vacatures, uitzendkracht), doorstroombeleid (doorgroeien, trainingen),
uitstroombeleid (senioren, stimuleren vertrek, opleiding aanbieden om elders te
werken), bepalen financiële plaatje (omzet per fte, verwachting budget, huidige
personeelskosten en arbeidsproductiviteit).