Probleem 4 Under pressure
Suárez-Pellicioni, M., Núñez-Peña, M. I., & Colomé, À. (2016).
Math anxiety: A review of its cognitive consequences,
psychophysiological correlates, and brain bases.
Het doel van dit artikel is om de huidige kennis van wiskunde angst te onderzoeken op basis
van numerieke cognitie en cognitieve neurowetenschap. Daarnaast update het ook de
effecten van de wiskunde angst op de wiskunde prestaties.
Mathemaphobia (MA)
Verschillende definities die aan wiskunde angst zijn gegeven zijn: irrationele en hinderlijke
angst voor wiskunde, paniek, hulpeloosheid en mentale chaos als men een wiskunde
probleem moet oplossen, een algemene angst voor contact met wiskunde of het voelen van
spanning en angst wat het oplossen van een wiskundig probleem in de weg zit.
Wiskunde angst staat lost van trait anxiety en test anxiety. Als de een hoog is, is de ander
ook hoog, maar merendeel van de variantie in de wiskunde angst testen wordt alleen
verklaart door wiskunde angst en niet door een ander soort angst wat het twee losse
constructen maakt en MA niet beperkt tot toets angst. Zo zit er een verschil in cognitieve
processen tussen wiskundige angst en toets angst: in de context van het maken van een
wiskunde toets voorspelt MA cognitieve processen die gerelateerd zijn aan MA en niet toets
angst. MA zorgt dus ook voor problemen in het dagelijks leven.
MA staat niet in de DSM-V, maar kan wel beschreven worden als een echte fobie gezien de
symptomen.
MA draagt bij aan het vermijden van wiskunde of een negatief beeld ervan hebben. Hierdoor
presteert men met HMA slechter op wiskunde toetsen. Een negatieve correlatie is hierin
gevonden voor precollege en college niveau, maar op de bassischool bij de jongere kinderen
(<7) is dit minder duidelijk.
MA & numerieke cognitie
Wat men in eerste instantie wist over numerieke cognitie en MA zijn de problem size effect
(reactietijd en fouten nemen toe als de grootte van het op te lossen wiskunde probleem
toeneemt) en split effect (reactietijd en fouten nemen toe als bij een verificatie wiskunde
opdracht het voorgestelde antwoord meer afwijkt van het goede antwoord).
(Voor de grote split is vaak makkelijk het antwoord te vinden via de plausibele strategie: alle
onlogische antwoorden wegstrepen. Bij kleine split moet men exhaustive verification
strategy gebruiken, dus echt het juiste antwoord uitrekenen)
Makkelijke problemen die men goed beheerst lokken geen angst of MA uit, maar moeilijke
problemen wel -> anxiety-complexity effect = verslechtering in HMA individu’s prestatie als
de stimulus moeilijker of complexer wordt. Daarnaast gaat men sneller werken bij een
hogere wiskunde angst, waardoor er ook meer fouten worden gemaakt = local avoidance
effect (snel van de huidige wiskundige situatie af willen zijn). Tot slot maken HMA individuen
minder gebruik van trucjes = global avoidance effect (wiskunde vermijden op school en in
, het leven, waardoor men minder enthousiast is over het leren van trucjes) -> logisch, want
grote split problemen vereisen trucjes, maar ook gek, want de kleine split problemen
vereisen echte wiskundige kennis, terwijl HMA individuen daar minder fouten in maken ->
verklaring: HMA individuen besteden teveel tijd aan het checken van duidelijke onjuiste
antwoorden?
Verklaringen
Competitie met werkgeheugen - Ashcraft
De stress en angst van wiskunde die intrusies oproept neemt ruimte in het werkgeheugen in,
dus als men tegelijkertijd een probleem moet oplossen, is hier minder ruimte voor in het
werkgeheugen -> alleen bij complexe problemen.
Experiment: verbale en wiskundige taak, waarbij er zinnen of verificatie problemen werden
voorgelezen waarna de participanten simpele vragen moesten beantwoorden over de
zinnen of sommen. Individuen met HMA hadden een kleiner werkgeheugen bij de verificatie
problemen dan de controle groep en beide hadden een even groot werkgeheugen bij de
verbale taak.
HMA zit dus alleen het verwerken van informatie in de weg als het het werkgeheugen nodig
heeft en de wiskundige angst is opgeroepen -> kritiek: geen specificatie van welke
executieve functie verstoort wordt.
Tekort in lage levels numerieke representatie - Malony
Deze verklaring is tegen de eerdere verklaring over de complexiteit, omdat het hier draait
om simpele numerieke representaties die niet goed verwerkt kunnen worden. Hiervan zijn
er twee niveaus: subtizing (opsomming) wat bij meer getallen voor een kleine toename in RT
zorgt, maar geen afname in accuraatheid & counting (tellen) en laat een toename in RT zien
en een afname in accuraatheid als er meer getallen bij komen -> HMA individuen zijn
slechter in counting binnen de range van 5 tot 9.
Numerical distance effect = hoe groter de afstand tussen de te vergelijke getallen is, hoe
sneller de reactietijd en hoger de accuraatheid.
Size effect = hoe groter het getal (8 of 9) hoe meer tijd men
Experiment: 2 soorten taken waarbij men of hoger of lager moest zeggen dan een
bepaald getal of twee getallen met elkaar moest vergelijken en aangeven welke
groter/kleiner is. De HMA individuen hadden meer tijd nodig dan LMA individuen als
de numerical distance effect meespeelde -> minder precieze representatie van de
omvang van de cijfers speelt hier een probleem.
Alternatieve hybride verklaring = lage levels van numerieke tekortkomingen vormen de basis
van de moeilijkheden met complexe problemen. Deze problemen eisen meer ruimte uit het
werkgeheugen, waardoor de tekortkomingen nog meer aangescherpt worden.
Inhibitie/aandachts-controle tekortkoming – Hopko
In een onderzoek moesten participanten met lage, gemiddelde of hoge MA een tekst
voorlezen waarin neutrale woorden of wiskunde-gerelateerde woorden in stonden. Een deel
van de tekst stond in het cursief en alleen de rechte woorden moesten gelezen worden.
Suárez-Pellicioni, M., Núñez-Peña, M. I., & Colomé, À. (2016).
Math anxiety: A review of its cognitive consequences,
psychophysiological correlates, and brain bases.
Het doel van dit artikel is om de huidige kennis van wiskunde angst te onderzoeken op basis
van numerieke cognitie en cognitieve neurowetenschap. Daarnaast update het ook de
effecten van de wiskunde angst op de wiskunde prestaties.
Mathemaphobia (MA)
Verschillende definities die aan wiskunde angst zijn gegeven zijn: irrationele en hinderlijke
angst voor wiskunde, paniek, hulpeloosheid en mentale chaos als men een wiskunde
probleem moet oplossen, een algemene angst voor contact met wiskunde of het voelen van
spanning en angst wat het oplossen van een wiskundig probleem in de weg zit.
Wiskunde angst staat lost van trait anxiety en test anxiety. Als de een hoog is, is de ander
ook hoog, maar merendeel van de variantie in de wiskunde angst testen wordt alleen
verklaart door wiskunde angst en niet door een ander soort angst wat het twee losse
constructen maakt en MA niet beperkt tot toets angst. Zo zit er een verschil in cognitieve
processen tussen wiskundige angst en toets angst: in de context van het maken van een
wiskunde toets voorspelt MA cognitieve processen die gerelateerd zijn aan MA en niet toets
angst. MA zorgt dus ook voor problemen in het dagelijks leven.
MA staat niet in de DSM-V, maar kan wel beschreven worden als een echte fobie gezien de
symptomen.
MA draagt bij aan het vermijden van wiskunde of een negatief beeld ervan hebben. Hierdoor
presteert men met HMA slechter op wiskunde toetsen. Een negatieve correlatie is hierin
gevonden voor precollege en college niveau, maar op de bassischool bij de jongere kinderen
(<7) is dit minder duidelijk.
MA & numerieke cognitie
Wat men in eerste instantie wist over numerieke cognitie en MA zijn de problem size effect
(reactietijd en fouten nemen toe als de grootte van het op te lossen wiskunde probleem
toeneemt) en split effect (reactietijd en fouten nemen toe als bij een verificatie wiskunde
opdracht het voorgestelde antwoord meer afwijkt van het goede antwoord).
(Voor de grote split is vaak makkelijk het antwoord te vinden via de plausibele strategie: alle
onlogische antwoorden wegstrepen. Bij kleine split moet men exhaustive verification
strategy gebruiken, dus echt het juiste antwoord uitrekenen)
Makkelijke problemen die men goed beheerst lokken geen angst of MA uit, maar moeilijke
problemen wel -> anxiety-complexity effect = verslechtering in HMA individu’s prestatie als
de stimulus moeilijker of complexer wordt. Daarnaast gaat men sneller werken bij een
hogere wiskunde angst, waardoor er ook meer fouten worden gemaakt = local avoidance
effect (snel van de huidige wiskundige situatie af willen zijn). Tot slot maken HMA individuen
minder gebruik van trucjes = global avoidance effect (wiskunde vermijden op school en in
, het leven, waardoor men minder enthousiast is over het leren van trucjes) -> logisch, want
grote split problemen vereisen trucjes, maar ook gek, want de kleine split problemen
vereisen echte wiskundige kennis, terwijl HMA individuen daar minder fouten in maken ->
verklaring: HMA individuen besteden teveel tijd aan het checken van duidelijke onjuiste
antwoorden?
Verklaringen
Competitie met werkgeheugen - Ashcraft
De stress en angst van wiskunde die intrusies oproept neemt ruimte in het werkgeheugen in,
dus als men tegelijkertijd een probleem moet oplossen, is hier minder ruimte voor in het
werkgeheugen -> alleen bij complexe problemen.
Experiment: verbale en wiskundige taak, waarbij er zinnen of verificatie problemen werden
voorgelezen waarna de participanten simpele vragen moesten beantwoorden over de
zinnen of sommen. Individuen met HMA hadden een kleiner werkgeheugen bij de verificatie
problemen dan de controle groep en beide hadden een even groot werkgeheugen bij de
verbale taak.
HMA zit dus alleen het verwerken van informatie in de weg als het het werkgeheugen nodig
heeft en de wiskundige angst is opgeroepen -> kritiek: geen specificatie van welke
executieve functie verstoort wordt.
Tekort in lage levels numerieke representatie - Malony
Deze verklaring is tegen de eerdere verklaring over de complexiteit, omdat het hier draait
om simpele numerieke representaties die niet goed verwerkt kunnen worden. Hiervan zijn
er twee niveaus: subtizing (opsomming) wat bij meer getallen voor een kleine toename in RT
zorgt, maar geen afname in accuraatheid & counting (tellen) en laat een toename in RT zien
en een afname in accuraatheid als er meer getallen bij komen -> HMA individuen zijn
slechter in counting binnen de range van 5 tot 9.
Numerical distance effect = hoe groter de afstand tussen de te vergelijke getallen is, hoe
sneller de reactietijd en hoger de accuraatheid.
Size effect = hoe groter het getal (8 of 9) hoe meer tijd men
Experiment: 2 soorten taken waarbij men of hoger of lager moest zeggen dan een
bepaald getal of twee getallen met elkaar moest vergelijken en aangeven welke
groter/kleiner is. De HMA individuen hadden meer tijd nodig dan LMA individuen als
de numerical distance effect meespeelde -> minder precieze representatie van de
omvang van de cijfers speelt hier een probleem.
Alternatieve hybride verklaring = lage levels van numerieke tekortkomingen vormen de basis
van de moeilijkheden met complexe problemen. Deze problemen eisen meer ruimte uit het
werkgeheugen, waardoor de tekortkomingen nog meer aangescherpt worden.
Inhibitie/aandachts-controle tekortkoming – Hopko
In een onderzoek moesten participanten met lage, gemiddelde of hoge MA een tekst
voorlezen waarin neutrale woorden of wiskunde-gerelateerde woorden in stonden. Een deel
van de tekst stond in het cursief en alleen de rechte woorden moesten gelezen worden.