Individual within the Group
Social loafing
De afname van individuele inspanning die uitgeoefend wordt wanneer iemand in een groep
werkt in plaats van alleen. Dit komt voort uit het Ringelmann-effect (touwtrekken). Het komt
erop neer dat mensen minder gaan doen naarmate de groter waarin ze werken groter
wordt. Volgens Ringelmann kunnen er twee processen plaatsvinden die er voor zorgen dat
mensen minder hard gaan werken in een groep (process losses):
Motivation losses: Men werkt niet zo hard in groepen als alleen Social loafing
Coordination losses: Door onduidelijke richtlijnen loopt de samenwerking niet goed
(matching to standard)
Social loafing is afhankelijk van verschillende factoren:
- Herkenbaarheid van de bijdrage aan de taak. Kan het werk wel of niet geïdentificeerd
worden als die van mij?
- Free-riden; andere al het werk laten doen (Meeliftgedrag)
- Doelen stellen, want wanneer er doelen gesteld zijn zal er minder social loafing
plaatsvinden.
- Betrokkenheid; als de taak belangrijk is voor een individu of voor de hele groep gaat
men harder werken (Social laboring)
- Social identity theory; wanneer je jezelf identificeert met de groep ben je eerder
geneigd je best te doen, omdat je bijvoorbeeld je vrienden graag helpt.
Oorzaken van social loafing kunnen zijn:
- Matching to standard: er zijn onduidelijke groepsnormen, waardoor men zich meer
gaat richt op het eigen handelen, wat moet ik eigenlijk doen?, dan op wat er in de
groep gebeurd.
- Evaluation apprehension: als werk niet herkent kan worden is men niet bang voor
een beoordeling, dus zal er sneller social loafing ontstaan.
- Output equity: de rest doet niks, dus ik doe ook niks.
Sucker-effect Compensation effect
Bij het sucker-effect doet iemand minder zijn best, omdat de rest ook weinig doet, omdat de
taak toch niet belangrijk gevonden wordt of omdat men bang is dat er negatief gedacht
wordt over iemand die enthousiast is en hard werkt en de rest doet dat niet. Het
tegenovergestelde hiervan is het compensatie effect. Hierbij gaat de rest van de groep
harder werken, omdat iemand die zwak is de prestatie van de groep verlaagt. Dit is alleen
van toepassing bij een belangrijke en collectieve taak.
Social loafing
De afname van individuele inspanning die uitgeoefend wordt wanneer iemand in een groep
werkt in plaats van alleen. Dit komt voort uit het Ringelmann-effect (touwtrekken). Het komt
erop neer dat mensen minder gaan doen naarmate de groter waarin ze werken groter
wordt. Volgens Ringelmann kunnen er twee processen plaatsvinden die er voor zorgen dat
mensen minder hard gaan werken in een groep (process losses):
Motivation losses: Men werkt niet zo hard in groepen als alleen Social loafing
Coordination losses: Door onduidelijke richtlijnen loopt de samenwerking niet goed
(matching to standard)
Social loafing is afhankelijk van verschillende factoren:
- Herkenbaarheid van de bijdrage aan de taak. Kan het werk wel of niet geïdentificeerd
worden als die van mij?
- Free-riden; andere al het werk laten doen (Meeliftgedrag)
- Doelen stellen, want wanneer er doelen gesteld zijn zal er minder social loafing
plaatsvinden.
- Betrokkenheid; als de taak belangrijk is voor een individu of voor de hele groep gaat
men harder werken (Social laboring)
- Social identity theory; wanneer je jezelf identificeert met de groep ben je eerder
geneigd je best te doen, omdat je bijvoorbeeld je vrienden graag helpt.
Oorzaken van social loafing kunnen zijn:
- Matching to standard: er zijn onduidelijke groepsnormen, waardoor men zich meer
gaat richt op het eigen handelen, wat moet ik eigenlijk doen?, dan op wat er in de
groep gebeurd.
- Evaluation apprehension: als werk niet herkent kan worden is men niet bang voor
een beoordeling, dus zal er sneller social loafing ontstaan.
- Output equity: de rest doet niks, dus ik doe ook niks.
Sucker-effect Compensation effect
Bij het sucker-effect doet iemand minder zijn best, omdat de rest ook weinig doet, omdat de
taak toch niet belangrijk gevonden wordt of omdat men bang is dat er negatief gedacht
wordt over iemand die enthousiast is en hard werkt en de rest doet dat niet. Het
tegenovergestelde hiervan is het compensatie effect. Hierbij gaat de rest van de groep
harder werken, omdat iemand die zwak is de prestatie van de groep verlaagt. Dit is alleen
van toepassing bij een belangrijke en collectieve taak.